Skip to main content
Internet Archive's 25th Anniversary Logo

Full text of "Verslag van een voorloopig onderzoek te Lissabon, Sevilla, Madrid, Escorial, Simancas en Brussel ..."

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 




Over dit boek 

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land 
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automatisch zoeken. 

Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 



op het web via http: //books .google . com 




^ 



z ■ 



f^.N: •«■•- 'S^i 



J 



VERSLAG 

VAN 

EEN VOORLOOPIG ONDERZOEK 

TK 

Lissabon, Sevilla, Madrid, Escorial 
Simancas en Brussel 

NAAR 

ARCHIVALIA 

BKLANGRIJK VOOB DE 

GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND 

OP LAST DER liKOEEETNG TNGKSTELD 
DOOR 

Dr. Th. BUSSEMAKER 

llooyleêniar te Groninyen 
— — o♦^^*i*^<♦o 



'S GRAVENHAGE 

W. P. VAN STOCKÜM & ZOON 
1905 



i .X 



VERSLAG 



VAN 



Onderzoekingen naar -A^rcliivalia 



TR 



LISSABON, SE VILLA, MADRID, ESCORIAL, 
SIMANCAS KN BRUSSEL. 



VERSLAG 

VAN 

EEN VOORLOOPIG ONDERZOEK 

TE 

Lissabon, Sevilla, Madrid, Escorial, 
Simancas en Brussel 



ARCHIVALIA 



BELANGRIJK VOOR DB 

GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND 

OP LAST DER REGEERING INGESTELD 
DOOR 

Dr. Th. BUSSEMAKER 

Hoogleeraar te Groningen. 



-<»'>>o#K<H 



'S GRAVENHAGE 

W. P. VAN STOCKÜM & ZOON 
1905 



^--n-. 



'Z^'>./: 



t^. 



Aan Zijne Excellentie den Minister 
van Binnenlandsche Zaken 

Hierbij heb ik de eer Uwe Excellentie het verslag aan te bieden 
van de reis, die ik in de eerste maanden van 1904 in opdracht der 
regeering heb ondernomen. 

Toen, op voorstel van prof. Blok, in Januari 1903 tot mij de vraag 
werd gericht, of ik bereid zou zijn eene eventueéle opdracht te aan- 
vaarden om in archieven van België, Spanje en Portugal een onder- 
zoek van voorloopigen aard in te stellen naar documenten belangrijk 
voor de geschiedenis van ons land, gaf ik gaarne een toestemmend 
antwoord, onder voorbehoud echter van een nader overleg met mijn 
ambtgenoot Blok omtrent de plaatsen, die op (Jezen tocht zouden 
worden bezocht. In afwachting eener definitieve opdracht der Regee- 
ring begon ik alvast zooveel mogelijk mij op de hoogte te stellen van 
archieven en bibliotheken in het Pj'^reneesche schiereiland en mij ook 
in andere opzichten tot de taak, die mij waarschijnlijk wachtte, voor 
te bereiden; hierbij stuitte ik echter nog al eens op het bezwaar, dat 
werken, vooral Spaansche en Portugeesche , die ik noodighad, in onze 
openbare boekerijen niet te vinden waren. 

Van groote waarde voor mij waren de inlichtingen, die D. Rafael 
Altaraira y Crevea, hoogleeraar te Oviedo, mij met de meeste 
welwillendheid verstrekte; diens opstel over de Archivos, Bïhliotecas 
y Museos de Espaiia^ (in zijn werk getiteld: De Historia y Arte, 
Madrid 1898) geeft een handig kort overzicht der instellingen van 
dien aard in Spanje. Andere werken en geschriften , die met vrucht 
kunnen worden geraadpleegd , zijn : A l c u b i j l a , Diccionario de la admi- 
nistracion espaiiola, en de tijdschriften , achtereenvolgens uitgegeven over 
archiefwezen en bibliotheekwezen van Spanje, zooals Revistade Archi- 
vofi, Bibliotecas y Museos (1871 — 1878); Amiario del cuerpo f'acultativo 
de Ardiiveros (1881, 1882); Boletin de Archivos, Bibliotecas y Museos 
(1896); Revista de Archivos, Bibliotecas y Museos (sedert 1897). Minder 
voor de archieven dan voor de bibliotheken is van hoog bslang het 
lijvige boekdeel van den Oostenrijkschen geleerde, Rudolf Beer, 
getiteld Handschriften schdtze von Spanien (Weenen, 1894). Hoewel 
Gachard's Les Bibliothèques de Madrid et de VEscurial (Brussel , 1875) 
berust op aanteekeningen , die reeds in 1843 en 1844 zijn gemaakt, 
kunnen zijne mededeelingen over de inrichting dier bibliotheken ook 
thans noi^ diensten bewijzen; ten aanzien van het archief van Si mancas 
geldt dit in hooge mate van zijne Notice Historique et Descriptive des 
' Archives Eoyales de Simancas^ die voorafgaat aan deel I der Gorres- 
pondmice de Philippe II sur les affaires des Pays-Bas (Brussel, 1848). 
Een jonger, uitvoerig werk in vier deelen over de Spaansche archieven 



VI 

eo bibliotheken van den Italiaan Isiduru Carini, getiteld: OU 
archivi e Ie bibliotheche di Spat/na (Palermu, 1S84 — 1888), heb ik tot 
mijn spijt niet kunnen raadplegen; het is uitverkocht en was ook 
antiquarisch niet te verkrijgen: onze boekerijen bezaten het niet, en, 
wat vreemder is, ook te Madrid in de Biblioteca Na(;ional vroeg ik er 
te vergeefs naar. De Arcliircs de.s' mis.sion.S' scienti/iqnes (mi de Nouvelles 
archive.s den missions scieuiifiques ^ uitgegeven door de Fransche regee- 
ring, bevatten ook de verslagen der historici, wien eene zending naar 
Spanje of Portugal is opgedragen geweest. Weliswaar zijn die opdrachten 
— benijdenswaardig voorrecht — steeds beperkt tot een onderwerp , 
waarvan de betrokken geleerde eene speciale studie maakt, maar de 
verslagen van deze wetenschappelijke reizen bevatten toch veelal ook 
mededeelingen van algemeenen aard over de bezochte archieven , waar- 
aan nuttige aanwijzingen te ontloeneu zijn. Te geschikter plaatse zal 
ik sommige dier verslagen en enkele andere geschriften nader aanwijzen. 

Toen in den zomer van IIXJB de opdracht detinitief geworden en de 
reis op de eerste vier maanden van het komende jaar bepaald was , 
werden op mijn voorstel, gegrond op de verkregen inlichtingen, 
Brussel, Simancas, Madrid, Escorial, Se vil la en Lissa- 
bon voor het beraamde onderzoek uitgekozen. Het kon natuurlijk niet 
de bedoeling zijn een onderzoek in de archieven en boekerijen van 
België vast te koppelen aan de reis naar het Iberische schiereiland; 
de Belgische archieven en bibliotheken vereischen een afzonderlijk 
onderzoek, terwijl thans Spanje en Portugal het eigenlijke doel waren. 
Wanneer niettemin Brussel in het reisplan werd opgenomen , geschiedde 
dit, omdat het bekend is dat daar talrijke documenten aanwezig zijn , 
die de betrekkingen der Nederlamlsche gewesten met Spanje of de 
Spaansche vorsten kunnen toelichten; uitsluitend op zoodanige docu- 
menten gingen zich mijne nasporingeu te Brussel richten. 

In Spanje en Portugal zouden meer plaatsen dan in mijn voorstel 
genoemd werden voor een bezoek in aanmerking gebracht kunnen zijn, 
doch uit vrees van den tijd anders te veel te versnipperen, meende ik 
mij te moeten beperken. Kn zoodra eene keuze gedaan moest worden, 
waren de genoemde plaatsen als van zelf aangewezen. Wat Portugal 
betreft, zijn te Lissabon het algemeen rijksarchief en de nationale 
bibliotheek gevestigd; daarenboven de bibliotheek van de Academie der 
Wetenschappen. Ten aanzien van Spanje gaf de indeeling der archieven 
den weg aan. De archieven worden in Spanje in drie klassen onder- 
scheiden: I archivos generales, documenten bevattende die be- 
trekking hebben op de Spaansche natie in 't algemeen en wier aantal 
en historisch belang van groote beteekenis zijn; II archivos regio- 
nales, wier documenten eene enkele landstreek of een der oude 
koninkrijken van Spanje betreffen (Aragon, Valencia, Galicia, Mal- 
lorca); III archivos especiales, die de documenten der regeering 
en administratie van den jongsten tijd bewaren. Niet onder het beheer 
van den staat is het archief van Navarre te Pamplona en evenmin 
vallen natuurlijk daaronder de gemeente-archieven, notariöele archieven,' 
kerkelijke archieven en archieven van genootschai)pen en particulieren, 
over 't algemeen niet of uiterst moeilijk toegankelijk. 



Op de archieven der eerste klasse moest zich derhalve mijne keuze 
vestigen. Inlichtingen, later in Spanje ingewonnen , doen mij vermoeden 
dat van een onderzoek in de archieven der tweede klasse voor de 
geschiedenis van ons land zeer weinig te verwachten is; met zeker- 
heid kan ik echter hierover natuurlijk niet spreken. De archieven der 
eerste klasse zijn: El real archivo, te Simancas; el archivo 
historico-nacional, te Madrid; el archivo de Indias, te 
Sevilla en el archivo general central, te Alcald de Henares; 
dit laatste bleef voor mij buiten aanmerking, omdat sedert enkele 
jaren alle oudere, historische documenten vandaar naar Madrid zijn 
overgebracht, zoodat thans te Alcald slechts administratieve papieren 
van den jongsten tijd bewaard worden. 

Gedurende de maanden Januari- April 1904 heb ik de beraamde reis 
volbracht; te Brussel ben ik mijn arbeid begonnen; met het oog op 
jaargetijde en klimaat ben ik van daar naar Sevilla, dan naar Lissabon, 
vervolgens naar Madrid en Escorial en ten leste naar Simancas gegaan. 
In mijn verslag wijk ik van deze volgorde af: Lissabon opent den rei, 
Sevilla volgt, dan komen Madrid, Escorial, Simancas, Brussel; bij 
deze rangschikking zal het te beter uitkomen , hoe veel in het archief 
te Brussel is te vinden. 

Ofschoon mijn voorbereidende arbeid mij wel reeds had geleerd, 
dat ik mijne verwachtingen niet te hoog moest spannen , heeft de uit- 
komst mijner reis mij toch teleurgesteld. Natuurlijk is dit voor een 
deel te wijten aan minder doelmatige keuze van arbeid ; want al tracht 
men zich vooraf zoo goed mogelijk op de hoogte te stellen, er blijft 
toch altijd nog vrij wat over, dat men eerst ter plaatse door eigen 
ervaring en schade te weten komt, en het spreekt wel van zelf, dat 
ik meer dan eens een anderen weg zou hebben ingeslagen, indien ik 
geweten had wat ik thans weet. Maar buitendien zijn er andere oor- 
zaken voor de onbevredigende uitkomst: de toestand van inventarissen 
en catalogi was nog al eens belemmerend voor het bereiken van een 
doel als het mijne; daarenboven is door anderen — ik denk vooral 
aan Gachard en ook aan de uitgevers der Documentos méditos para 
la historia de Espafm — reeds veel belangrijks verzameld en gepubli- 
ceerd: ik kwam herhaaldelijk op een afgemaaid veld; eindelijk, lang 
niet alles is aanwezig, wat men zou denken te vinden. 

Wanneer ik mij in mijn verslag had willen bepalen tot het aanwijzen 
van belangrijke documenten, zou het heel wat minder ruimte vereischt 
hebben dan het thans inneemt. Ik heb echter gemeend van mijne be- 
vindingen mededeeling te moeten doen ook dan , als zij van dien aard 
zijn geweest, dat ik geen voor onze geschiedenis belangrijke docu- 
menten kan vermelden. Wel is naar mijne opvatting het aanwijzen 
van zulke documenten het hoofddoel dezer wetenschappelijke reizen, 
maar daarnaast staat toch ook het oogmerk, dat de belangstellenden 
ingelicht worden over de groote bewaarplaatsen van archivalia, over den 
aard dier verzamelingen en evenzeer over de ontstentenis als over de 
aanwezigheid van belangrijke documenten. Uit dit oogpunt beschouwd 
heeft een nagenoeg vruchtelooze arbeid , zooals ik te Sevilla in het archief 
der Casa de Contratacion verricht heb, toch ongetwijfeld ook zijn nut, 



vin 

en eveneens de kennismaking met en de vermelding van talrijke 
weinig belangwekkende liassen van het archief te Madrid. Om een 
behoorlijk inzicht te verschaffen in hetgeen wel en niet veiTicht is, 
dient te worden aangegeven , hoe de onderzoeker gearbeid , welke 
inventarissen en welke stukken hij geraadpleegd heeft , opdat men wete 
wat te doen overblijft. In dien geest is dit verslag opgemaakt. Hoe 
gaarne ik ook had gewild dat ik van een rijker oogst van belangrijke 
documenten kon verhalen, toch vlei ik mij met de hoop, dat het ver- 
slag, zooals het hier wordt aangeboden, niet geheel zonder nut zal zijn. 

Doorgaans heb ik , waar ik Spaansch of Portugeesch citeerde , weinig 
of geen aanwijzingen voor de beteekenis gegeven , daar ik vertalingen 
overbodig achtte voor lezers, bij wie men kennis van Latijn en Fransch 
toch mag veronderstellen. Ook heb ik geen vertaling gegeven van de 
lange lijst van plaatsen uit den inventaris der „Documentos romettidos 
da India", te Lissabon; wie zich voor deze aanwijzingen interes- 
seert, zal zelf Portugeesch kunnen lezen; voor wie dit niet kunnen, 
hebben zij immers weinig of geen waarde. Aan den anderen kant is 
het voor hem, die op grond van deze lijst inlichtingen te Lissabon 
zou willen vragen, verkieselijk dat hij de eigen woorden van den 
inventaris vermelden kan. 

In zijn belangrijk rapport over onderzoekingen in Scandinavische 
archieven en bibliotheken heeft mijn ambtgenoot, prof. Kern kamp, 
het goede voorbeeld gegeven om er registers aan toe te voegen. Hoe 
zeer ik ook het groote nut dezer registers erken , toch hef) ik dit voorbeeld 
niet gevolgd, omdat eensdeels het belang der door mij aangewezen 
documenten niet evenredig is aan den arbeid dien het vervaardigen 
der registers zou vereischen, anderdeels, zooals ten aanzien derBrus- 
selsche stukken , eene indeeling óf gegeven was óf gemaakt kon wor- 
den , die het overzicht vergemakkelijkt. Door eene uitvoerige inhouds- 
opgave heb ik getracht het gemis van registers eenigermate te vergoeden. 

Mij rest de aangename taak mijne erkentelijkheid te betuigen aan 
de èegeering, die mij de opdracht tot deze onderzoekingen heeft 
willen geven, en aan mijn ambtgenoot Blok, die mij hiertoe heeft 
voorgedragen en aan wiens initiatief de reeks van nasporingen in buiten- 
landsche archieven , sedert een twintigtal jaren in opdracht der Regee- 
ring ondernomen , te danken is. Aan allen , die mij op eene of andere 
wyze hunne medewerking hebben verleend ter bereiking van het doel 
mijner reis, bied ik hier nogmaals de verzekering mijner erkentelijk- 
heid aan. 

Groningen j 27 December 1904 

Th. Busskmaker 



Bij mijne aankomst te Lissabon maakte de bevolking zich juist 
gereed om zich gedurende ettelijke dagen te gaan wijden aan de vreugden 
van het Carnaval, ter eere waarvan alle publieke instellingen gesloten 
werden. Dientengevolge kostte het nog al wat moeite om aan den arbeid 
te komen, te meer daar andere ongunstige omstandigheden samen- 
werkten : de cabinetschef van den minister van Buitenlandsche Zaken , 
die persoonlijk mij had zullen voorstellen aan de autoriteiten van archief 
en bibliotheek, bleek door onvoorziene omstandigheden verhinderd te 
zijn deze toezegging gestand te doen, en de directeur van het archief , 
Rob. Aug. da Costa Camp os, met wien ik gecorrespondeerd had , 
Was ongesteld. Dank zij echter de groote hulpvaardigheid van den 
Nederlandschen consul, den heer Ge o r ge, en niet het minst vanden 
secretaris van het consulaat, den heer G er ken, die mij op mijne 
tochten van de eene naar de andere autoriteit vergezelde en wien geen 
moeite te veel was om mij voort te helpen, gelukte het verschillende 
bezwaren op te heffen. De inspecteur-generaal der bibliotheken en 
archieven, de heer Gabriel V. do Monte Pereira, was zoo welwil- 
lend mij verlof te verschaffen om althans gedurende een deel van den 
Carnavalstijd op het archief te werken. 

Real Archivo da Torre do Tombo. 

Het Real Archivo da Torre do Tombo draagt zijn naam naar 
de Torre do Tombo (tombo = inventaris, archief), die naar het 
schijnt in de tweede helft der 14e eeuw, onder koning Ferdinand I, 
tot bewaarplaats der archieven was ingericht maar bij de groote aard- 
beving van 1755 omver werd geworpen. Wat toenmaals van de docu- 
menten gered werd door de zorgen van den archivaris, Manoël de 
Maya, werd ondergebracht in het klooster van Sao Bento; binnen 
deze zelfde kloostermuren, op het plein van Sao Bento naast het 
gebouw der Cortes, is thans het archief nog gevestigd; den ouden 
naam heeft het behouden. 

Uit enkele geschriften ^) was mij wel het een en ander bekend van 
hetgeen ia dit archief bewaard wordt, maar niet , dat men er tevergeefs 
zou zoeken wat men meenen zou er in de eerste plaats te zullen vinden. 



^) NouveUes archives des missions scientifiquea (1891. Een artikel van Ber- 
thelot). — Danver 8. Report to the Secretary of State for India in Councü 
on the Portuguese Records relating to the East Indiea etc. 1892. 

. 1 



Het Archivo da Torre do Tombo is het Portugeesche algemeene 
rijksarchief, zoodat men verwachten zou daar de documenten aangaande 
de betrekkingen van Portugal met andere landen aan te treffen, en 
ik verwachtte dit te meer, omdat ik van den cabinetschef van den 
minister van Buitenlandsche Zaken meende begrepen te hebben, dat 
in het archief van het departement geen historische documenten, tenzij 
dan zeer moderne, aanwezig waren. Tot mijne verwondering vernam 
ik echter ten archieve van den heer d'Azevedo, eersten conservator 
en plaatsvervangend directeur , dat het archief geen inventarissen bezit , 
waarin documenten betreffende andere landen onder afzonderlijke hoofden 
worden vermeld; en bij kennisneming van de mij ter beschikking ge- 
stelde inventarissen, waarover aanstonds nader, bleek mij, dat deze 
slechts bij uitzondering een document aanwijzen jonger dan de eerste 
helft der 17e eeuw. 

Waar zijn de stukken gebleven, die tusschen de regeering van Por- 
tugal en hare vertegenwoordigers, gezanten, consuls, in andere landen 
moeten gewisseld zijn sedert den opstand en den onafhankelijkheids- 
krijg van 1640? Waar ik deze vraag ook deed, het antwoord was steeds , 
dat de aardbeving van 1755 ze vernietigd had. Dit antwoord bevredigde 
mij niet , deels omdat het mij wat vreemd toescheen dat die aardbeving 
juist onder deze papieren zulk een radicale opruiming zou gehouden 
hebben , maar vooral omdat het ontbreken der papieren uit den tijd 
na 1755 er toch kwalijk door verklaard kan worden. 

Evenwel schijnt de aardbeving toch inderdaad onder deze docu- 
menten een groote verwoesting te hebben aangericht. In de voorrede 
op het Supplemento d Collecgdo dos Tratados^ Convengöes, Gontratos e 
Actos publicos celebrados entre a coröa de Portugal e as mais Potencias^ 
desde 1640, in 1872 gepubliceerd door Judice Biker, vond ik de 
mededeeling, steunende op een behouden gebleven inventaris in het 
archief van het ministerie van Buitenlandsche Zaken, dat de geheele 
briefwisseling van 1640 af verloren is gegaan en bovendien een groot 
aantal andere desbetreffende documenten: . . . „consta que se perdeu 
toda a correspondencia desde 1640, 55 livros de assentos do conselho 
d'estado desde o reinado de D. Sebastiao, 77 ma90s de assentos de 
juntas sobre diversas materias , 257 livros de registo , 7 livros de memo- 
rias desde o reinado de D. Joao II, e 41 de memorias das cortes." 
Ofschoon het niet volkomen duidelijk is uit den tekst, of deze zware 
verliezen zijn teweeggebracht door de aardbeving, geloof ik, dat de 
auteur dit toch wel heeft willen zeggen. Terzelfder plaatse deelt hij 
mede, dat de weinige documenten uit den tijd vóór 1755, die in 1872 
aanwezig waren in het archief van het ministerie van Buitenl. Zaken, 
daar na 1755 gekomen zijn uit de archieven der Portugeesche legaties 
bij de vreemde hoven. Deze papieren , hetzij dan deels hetzij alle , zijn 
vermoedelijk kort daarna overgebracht naar de Torre do Tombo. Toen 
ik op vertrekken stond en ten archieve voor de zooveelste maal mijne 
bevreemding uitsprak over de algeheele ontstentenis van de brief- 
wisseling der gezanten, werd mij een kleine inventaris getoond, waarin 
vermeld stonden een aantal registers van brieven van Portugeesche 
gezanten — ook van gezanten bij de Republiek — uit de jaren vóór 



3 

1755. Ofschoon men eerst bezwaar maakte mij die registers te toonen , 
heb ik ze ten slotte toch nog even kunnen inzien. Waarom dit bezwaar 
gemaakt werd en waarom mij die inventaris niet eerder is verstrekt, 
is mij niet duidelijk geworden. 

De aardbeving kan dus verklaren het ontbreken der documenten uit 
den tijd vóór 1755. Doch nu de stukken van latere jaren? Misschien 
zijn zij te vinden in het archief van het ministerie van Buitenl. Zaken , 
doch ik kan hieromtrent geen uitsluitsel geven, daar het mij niet ge- 
lukt is hierin door te dringen. Bij mijn vragen hier en daar werd mij 
van een paar zijden verzekerd, dat in het bedoelde archief nog wel 
degelijk historische documenten aanwezig waren. Op mijn verzoek heeft 
onze consul zich schriftelijk tot het departement van Buitenl. Zaken 
gericht om voor mij toegang tot dit archief te vragen. Toen eene week 
verloopen was zonder dat antwoord was ingekomen, heb ik mij, ver- 
gezeld van den secretaris van het consulaat, persoonlijk tot den cabi- 
netschef gewend, doch het bleek dat de strenge regelen der bureau- 
cratische orde geen snelle afdoening van de aanvrage toelieten en dat 
zelfs niet kon worden aangegeven , wanneer er op beschikt zou worden. 
A bon entendeur demi mot. Ik heb op het antwoord niet gewacht 
en ben naar Madrid vertrokken. Negen dagen na mijn vertrek heeft 
het consulaat van het Portugeesche ministerie van Buitenlandsche 
Zaken bericht ontvangen, dat op dat departement geene stukken aan- 
wezig waren van vóór 1720 en dat dus een onderzoek in het archief 
voor mij geen waarde zou hebben. De verrassende gevolgtrekking, door 
het ministerie gemaakt, moet op een misverstand berusten; wellicht heb ik 
gezegd, dat ik in 't bizonder belang stelde in documenten uit de 17e eeuw. 
Hoe het zij, men weet thans in ieder geval, dat in het archief van het 
departement wel stukken uit de jaren na 1720 te vinden zijn, en dat hij, 
die trachten wil hiertoe te worden toegelaten, den tijd ruim moet nemen. 

Thans kom ik tot de inventarissen van de Torre do Tombo. 

De eerste inventaris, die mij ter beschikking werd gesteld, betreft 
eene collectie, die den naam draagt van CorpoChronologico; hij hesta.Q.t 
uit niet minder dan 5 foliodeelen, waarvan er vier elk tusschen de 
700 en 800 bladz. tellen; het vijfde heeft er slechts 128. Vier dezer 
deelen (I, II, III, V) bevatten persoonsnamen ; één , deel IV , zaaknamen ; 
de eene zoowel als de andere zijn alphabetisch gerangschikt. Deze 
collectie is na de aardbeving gevormd door den archivaris Man o el 
de Maya uit een gedeelte der geredde documenten , die met veel zorg , 
stuk voor stuk, in den inventaris beschreven zijn. 

Ik heb mij bepaald tot deel IV, de Indice de Nomes commims do corpo 
chronologicOy 707 blz.; het doorlezen van dezen index, dat een zeer 
tijdroovende arbeid is, bracht zeer geringe resultaten. Misschien zou 
de lectuur der andere deelen mij nog enkele documenten hebben opge- 
leverd, doch het was toch wel zeker, na mijne bevindingen met deel 
IV, dat de uitkomsten in geen geval in eenige redelijke verhouding 
zouden staan tot den tijd, die er aan besteed zou moeten worden. De 
enkele, weinig belangrijke stukken, die ik genoteerd heb, volgen hier- 
onder in chronologische orde; het cursief gedrukte woord is de naam, 
waarop het stuk in den inventaris wordt aangetroffen. 



Parte 1» Ma90 5. Doe. 62. Brief van T home Lop es aan den Koning 
over de gewoonten der Holandezes, en over de belasting, die zij 
wilden leggen op de waren uit Portugal. 28 Dec. 1505. (Dit stuk, 
dat op den titel afgaande voor mij het belangwekkendst scheen 
der geheele verzameling , ontbrak). 

Parte 1* Ma9o 9. Doe. 131. Brief van Joam Brandam aan den 
Koning. Karel van Gelder heeft door list zich meestergemaakt 
van Harderwijk (de inventaris zegt: Ardusque, de tekst begrijpe- 
lijker Ardujque); daarenboven heeft hij Utrecht kunnen bezetten 
tengevolge van twist tusschen de burgerij en den bisschop. — 
Verder geruchten over de algemeene politieke verhoudingen. Ant- 
werpen 19 Febr. 1511. 

Parte 1* Ma90 74. Doe. 13. Brief van Gilianes da Costa aan den 
Koning. De Keizer heeft zich te Spiers bij het leger gevoegd. 
Vandaar opmarsch naar Bonn. Dan belegering, bestorming en ver- 
branding van Duren. Gulik geeft zich over, vervolgens Roermond, 
eene stad niet zeer sterk maar zeer belangrijk omdat hierover het 
geheele vervoer van alle koopwaar, zoowel te w^ater als te land, 
van de Nederlanden naar Duitschland gaat. Uit het kamp bij 
Roermond, 1 Sept. 1543. (Op het woord Ducado). 

Parte 1» Ma90 108. Doe. 50. Brief van Francisco Pereira aan den 
Koning. Te Madrid gunstige berichten uit de Nederlanden. Te 
Antwerpen, {Anveres)^ Den Bosch, Maastricht en op vele andere 
plaatsen zijn allen tot de Kerk teruggekeerd; de bisschop van 
Doornik heeft een paar Luthersche predikanten doen verbran- 
den enz. Noodzakelijkheid dat de koning van Spanje naar de 
Nederlanden ga; dat zal echter wel September worden. Madrid 
7 Mei 1567. 

Parte 1* Ma90 114. Doe. 19. Instructie (Regimentó) voor Cosmo de 
Lafeta. Om te verhinderen dat de Hollanders de vaart op Indië 
voortzetten, moet Lafeta met een der schepen van de vloot voor 
Indië rechtstreeks naar het fort Malaca varen langs den kortsten 
weg. Daar verzamele hij zooveel mogelijk schepen en verhindere 
dat de Hollanders in die streken ergens eene sterkte oprichten 
of handel drijven. Vindt hij de Hollanders daar niet, dan ga hij 
ze elders zoeken en waarschuwe overal de inlandsche vorsten tegen 
handel met de Hollanders. Enz. Lissabon 17 Maart 1598. 

Parte 1» Ma90 114. Doe. 53. Brief van Cosmo de Lafeta aan den 
Koning. Bericht over de verliezen, door Estevam Teixeira toe- 
gebracht aan de Hollanders, die het fort van Amhoina hebben 
aangevallen. 15 Jan. 1602. 

Parte 2» Maco 341. Doe. 73. Brief van den Koning aan Nuno Al- 
V ar e s B-o t e 1 h o. Vermaning om met zijne onderhebbende schepen 
goed acht te geven, daar het Bestand met de Hollanders (Holanda) 
ten einde is. (De inventaris zegt ten onrechte: Carta. . . sobre a 
paz feita com esta Republica. 6 Aug. 1621). 

Parte 1» Ma90 117. Doe. 146. Brief van den graaf do Prado, onder- 
koning van Indië {India) aan den Koning. Klacht over het gebrek 
aan schepen en artillerie, terwijl de Hollanders en de Engelsehen 



overal, vooral in 't Zuiden, handel drijven ten nadeele van den 
Koning. Goa, 28 Jan. 1628. 
Parte 3» Ma9o 30. Doe. 88. Consult over de wenschelijkheid dat M athias 
deAlbuquerquede Hollanders ga verdrijven van het eiland (Ilha) 
Ternando de Noronha. 7 Maart 1630. 
Parte 2» Ma90 352. Doe. 33. Consult {consulta) over een bericht dat 
eene Hollandsche scheepsmacht zich vereenigt bij het eiland 
Terceira. 11 Maart 1630. 
Parte 1* Ma90 118. Doe. 33. De Gouverneur van Portugal aan 
den Koning. Hij herinnert eerst aan zijn laatste bericht, waarin 
hij gemeld heeft het succes van het krijgsvolk, door Mathias de 
Albuquerque gezonden naar Ternando de Noronha ter ver- 
drijving der Hollanders, en aan hetgeen men daar van de Holland- 
sche krijgsgevangenen vernomen heelt over plannen tegen Pernam- 
buco. Dan deelt hij mede, dat berichten zijn ingekomen over de 
vermeestering van Olinda door de Hollanders en over de benau- 
wing dier streken; hij geeft verslag van de door hem genomen 
maatregelen om ten spoedigste hulp te brengen. Lissabon 23 April 
1630. (Over de vermeestering van Olinda ook een ongedateerd 
bericht aan den Koning van Antonio de Albuquerque en Ternando 
Gomez de Quadros. Parte 1», Ma90 118, Doe. 3. Een ongedateerd 
bericht over de behoefte aan hulp in Parahiba, Parte 3» , Ma90 23, 
Doe. 54). 
Parte 1* Ma90 118 Doe. 39. De Corregedor der Azoren zendt 
den Gouverneur van Portugal een paar verklaringen over, 
volgens welke de Hollanders weer uit Olinda verdreven zouden 
zijn. 1 Juni 1630. 
Ziehier het uiterst mager resultaat, dat het Corpo Chronologico (deel IV) 
mij opleverde. Maar met den inventaris eener andere verzameling, 
dien ik vervolgens onder handen nam, verging het mij nog slechter. 
Deze draagt den titel van Gavetas antigas; naar het schijnt werden 
de documenten, die deze collectie vormen, vóór de aardbeving in de 
Torre do Tombo bewaard in laden (gavetas) en ontleent zij hier- 
aan haar naam. De inventaris op deze collectie , alphabetisch gerang- 
schikt, bestaat uit twee foliodeelen, te zamen 1148 bladzijden vormende. 
De lectuur bracht mij niets anders dan het tractaat tusschen de 
Republiek en Portugal van 18 Nov. 1641! 

Daarna heb ik gezien den inventaris, als het zoo heeten mag, van 
eene verzameling, Cartas Missivas genaamd. Deze inventaris bestaat 
uit vijf bundeltjes kleine papiertjes , aan touwen geregen , met zeer fijn 
schrift en begrijpelijker wijze zeer moeilijk te raadplegen. De rang- 
schikking is alphabetisch. De meeste stukken zijn niet gedateerd. De 
gedateerde zijn niet jonger dan de 16e eeuw, als ik goed gezien heb ; 
en er is niets van belang voor onze geschiedenis in te vinden. 

Omtrent het Corpo Chronologico en de Gavetas Antigas moet ik op- 
merken, dat misschien — ik ben niet bevoegd om daarover te oor- 
deelen — hierin nog wel iets te vinden zou zijn voor de land- en 
volkenkunde van onzen Indischen Archipel, ofschoon, zooals bekend 
is , ook reeds veel uit deze verzamelingen is gepubliceerd ; ik herinner 



aan de Collecgdo de monumentos ineditos para a historia das conquistas 
dos Portugiiezes em Africa^ Asia e America^ waarin o.a. de brieven van 
Al f. de Albaquerque worden uit<i;egeven , en aan: Alguns Docu- 
menios do Archivo Nacional da Torre do Tomho acerca das vavegagöes 
e conquistas Portuguezas , publicados por ordem do Governo de S, Maj. 
(Lisboa, 1892), terwijl Judice Biker ook uit de bedoelde verzame- 
lingen geput heeft voor de: Collecgao de Tratados e concertos de pazes 
que o Estado da India Portugueza fez . . . nas iiartes da Asia e Africa 
Oriental etc. (Lisboa 1881 — 87. 14 torn.). 

Eene belangrijke verzameling voor de Portugeesch-Indische geschie- 
denis wordt gevormd door de Documentos remeitidos da India, ook 
genoemd Livros das Moncöes, Deze documenten, in 1777 naar ik meen 
uit Indië te Lissabon aangekomen, bevatten de briefwisseling der 
Portugeesche regeering met de onderkoningen van Indië en andere 
ambtenaren en zijn vervat in 62 livros , f oliodeelen. Er bestaat een zeer 
uitvoerig register op in twee deelen, te zamen 1742 bladzijden, dat, 
boek voor boek, de stukken kortelijk beschrijft. De Academia Real das 
Sciencias de Lisboa heeft de publicatie dezer documenten ondernomen 
in de bovengenoemde Collecgao de monumentos ineditos para a historia 
das conquistas dos Portuguezes em Africa, Asia e America; tot nu toe 
zijn vier deelen verschenen (n.1. deel VII — IX en deel XI der Collec9ao), 
bezorgd door het Academielid K. A. de Bulhao Pato; het eerste 
deel (1880) omvat de jaren 1605—1610, het tweede (1884) geeft twee 
documenten uit 1568 en dan de jaren 1611—1613; het derde (1885) enkele 
stukken uit de jaren 1602—1613, en vervolgens de jaren 1614—1616; 
het vierde (1893) enkele stukken uit 1616, het jaar 1617 en het begin van 
1618. Na 1893 is nog geen nieuw deel gepubliceerd; in 't geheel zijn nu 
gedrukt 10 livros en een stuk van het 11e; de gedrukte deelen hebben 
korte, zeer onvoldoende naamregisters. Er zijn dus nog bijna 52 livros, 
die op publicatie wachten : hiervan bevat het laatste , het 62e , weinig 
belangrijks uit de jaren 1624 — 1697, de andere loopen, niet steeds in 
chronologische volgorde, over de jaren 1618 — 1653, en wel: Livro 

LUI lf>43 
LIV 1644 
LV 1645, 1646 
LVI 1645, 1646, 

1653 ') 

LVII 1645, 1646, 

1647, 1648 

LVIII 1647, 1649 ') 

LIX 1648, 1648 

LX 1649, 1650 

LXI 1650, 1651 



XI 1618, 1619 
XII 1619 

XIII 1620 

XIV 1620 
XV 1620-1622 

XVI 1622 

XVII 1622, 1623 

XVIII 1623 

XIX 1624 

XX 1624 

XXI 1625 

XXII 1625, 

XXIII 1626 

XXIV 1626, 1627 



1626 



XXV 1628 

XXVI 1628, 1629 

XXVII 1630 

XXVIII 1631 

XXIX 1631, 1632 

XXX 1632, 1633 

XXXI 1633, 1634 

XXXII 1635 

XXXIII 1634-1636 

XXXIV 1635, 1636 

XXXV 1635, 1636 

XXXVI 1636 

XXXVII 1636, 1637 

XXXVIII 1636, 1637 



XXXIX 1637 

XL 1637, 1638 
XLI 1638 
XLII 1637, 1638 
XLni 1638 
XLIV 1638, 1639 
XLV 1638, 1639 
XL VI 1639^1641 
XL VII 1640, 1641 
XL Vin 1640-1644 
XLIX 1641, 1642 
L 1641-1644 
LI 1642, 1643 
Lil 1643 



In de briefwisseling, welke deze deelen bevatten, komt het bedrijf 
der Nederlanders in Indië uit den aard der zaak dikwijls ter sprake; 
een nauwkeurig doorwerken der 51 deelen, waaraan ik natuurlijk niet 



•) Uit 1653 slechts weinig. 



2) Alle zonder datum. 



denken kon, zou vermoedelijk menig belangwekkend gegeven voor de 
geschiedenis der Nederlanders in Indië aan den dag kunnen brengen. 
Trouwens een Engelschman, die in opdracht zijner regeering deze 
collectie heeft bestudeerd, F. C. Danvers, heeft in zijn Report 
to the secretary of state for India in Council on the 
Portuguese Records relatingto the East Indies con- 
tained in the Archivo da Torre do Tombo and the public 
libraries at Lisbon and Evora, 1892, dienaangaande reeds vrij 
wat meegedeeld. Het doorlezen van het omvangrijk register op de 62 
livros heeft mij geleerd, dat Danvers er voor sommige jaren het be- 
langrijkste heeft uitgehaald, doch dat voor andere eene nalezing toch 
waarschijnlijk nog wel vrucht zou opleveren ; ik herhaal echter, dat om 
over het belang van dien mogelij ken oogst een gegrond oordeel te 
vellen de stukken alle in extenso zouden moeten worden gelezen en 
dat ik slechts enkele deelen eens ingezien en mij overigens tot den 
inventaris bepaald heb. Aanvankelijk was mijn plan wel uit de livros 
te halen wat op de Nederlanders betrekking had; ik heb dat laten 
varen, omdat het veel te veel tijd zou geeischt hebben en ook omdat, 
om dit goed te doen, eigenlijk eene speciale kennis van onze Indische 
geschiedenis en van hetgeen er over gepubliceerd is noodig was. 
Echter met het oog op dit plan heb ik uit den inventaris aangetee- 
kend wat er over de Nederlanders in voorkomt; het kan misschien 
zijn nut hebben die aanteekeningen te laten volgen, onder waarschuwing 
evenwel dat ik eenige der nummers, die bij Danvers voorkomen, 
heb overgeslagen. Het romeinsche cijfer wijst het livro aan. 

XI fol. 22. Carta sobre o ten9ao que os Hollandezes tenhao de fortificarem 

os Estreitos de Sabao e Sincapura, e o impedimento que se Ihe 
devia por. 23 Jan. 1618. (Deze brief is van den koning; het ant- 
woord van 7 Eebr. 1619 op fol. 30). 

fol. 59. Carta sobre a necessidade que havia de desalojar os Hollan- 
dezes de Paliacate, e ir a este empreza o Vice Rey 20 Jan. 1618. 
(Antwoord 7 Febr. 1619 fol. 60). 

fol. 186. Carta para se diligenciar que os Hollandezes nao commerci- 
assem no Japao. 5 Febr. 1618. (Antwoord 8 Febr. 1619 fol. 187). 

fol. 197. Carta sobre o desbarate do Rey d'Achem pela Armada de 
Francisco de Miranda, e recommendando a boa correspondencia 
com o dito Rey, ofierecendo se Ihe o commercio de Goa para 
deitar fora de sus terras aos Hollandezes. 5 Febr. 1618. (Antwoord 
8 Febr, 1619 fol. 198). 

fol. 618. Carta sobre as naos da China e Manilha, e encontro que 
tiverao com os Hollandezes. 21 Febr. 1619. 

XII fol. 220. Carta sobre se impedir aos Hollandezes a fortifica9ao 
da Ilha Formoza , e que se tenha memoria de dar parte da rezulta 
das providencias dadas a este respeito. 26 Febr. 1619. 

fol. 595. Carta que approva a elec9ao de Pedro Men des de Vascon- 
cellos para tratar no sul com os Hollandezes o que havia aCorte 
recommendado. 22 Maart 1619. 

XIII fol. 57. Carta sobre o aviso de Luiz de Sequeira deBitancorem 



8 

se lan9arem fora do porto de MaculapatSo e outros d'El Rey 
Catabaxa os Hollandezes , se fale com o dito executando se o que 
for mais conveniente ao Real servicio. 22 Maart 1620. 

fol. 91. Carta que se ponh&o navios na entrada do porto de Surrate 
para evitar o commercio dos Inglezes e Hollandezes, a que se 
acudird com a maior promptidao. 5 Maart 1620. 

fol. 119. Carta sobre o commercio dos Hollandezes no Japao que se 
deve extinguir para conserva9ao do Estado. 1 Maart 1620. 

XV fol. 1. Carta sobre e se terem feito as Pazes com el 

Rey de Arracfio, determinandose nas capitula9öes nao consentir 
os Hollandezes nos seus portos. 25 Jan. 1621. 

fol. 13. Carta sobre a entrada dos Hollandezes da (na?) Ilha de Solor. 

17 Febr. 1621. 
fol. 21. Carta sobre a utilidade que havia de se lan9ar fora da costa 

de Paleacate aos Hollandezes. 20 Febr. 1621. 
fol. 42. Carta sobre .... as muitas ndos de Inglaterra e Hollanda 

que sulcavao aquelles portos; o socorro que tinha mandado é, 

Fortaleza de Malaca. 15 Dec. 1620. 
fol. 61. Carta sobre as noticias que recebeo do estado da Fortaleza 

de Malaca e de muitas naos Hollandezes que andavao por aquelle 

sitio. 20 Febr. 1621. 
fol. 205^0. Carta do Governador sobre andarem muitas ndos inimigas 

fazenda hostilidades nos mares do Sul, e da grande Armada do 

Achem , Inglezes e Hollandezes que vai contra Malaca para onde 

prepara socorro com que a possa defender. 18 Feb. 1622. 

XVI iol. 53. Carta em que Sua Magestad mandou ao Vice Rey da 
India o plano a fim de atravessar o commercio da India aos Hol- 
landezes, Inglezes etc 11 Febr. 1622. 

fol. 97. Carta em que S. M. participou ao Vice Rey da India que os 
Hollandezes tratavao de fortificar a Ilha Formosa ; que informando 
se de Macdo sobre este assumto se houvesse de prevenir o que 
conveniente fosse. 25 Febr. 1622. 

fol. 106. Copia da carta em que o Bispo de Cochim participou a S. M. 
que ao porto de MasulupSo erao chegadas dez ndus Inglezas que 
tinhao pelejado no sul com sette HoUandezas. 18 Nov. 1621. 

fol. 303. Carta em que S. M. recommendou ao V. R. da India que 
ordenasse aos Ministros da Fazenda daquelle Estado , que a 
maior carga das ndus de pimenta se fizesse em Chochin e nao 
se deixando tambem a de Canaré; e Bande; em razao dos Hollan- 
dezes. 7 Maart 1622. 

fol. 656. Carta em que S. M. participou ao V. R. da India a noticia 
que tivera dos Hollandezes enviarem ao Rey de Japao embaixa- 
dores pedindo Ihe commercio de seus Reynos, e sobre estamateria 
tentou o Vice Rey D. Jeronymo em mandar outro embaixador 
ao mesmo Rey a impedir Ihe aquelle projecto. 19 Febr. 1622. 

XVII fol. 5. Carta sobre a exten9ao do commercio dos Hollandezes 
e Inglezes que extrahiao a canela e pimenta. 15 Maart 1623. 

fol. 41. Carta sobre o estado em que achou a India e termos em que 
ficava para se Ihe dar a providencia necessaria, principalmente 



9 

no que toca é. christandade , acudirse a Ormus e tratar se a paz 

com os Hollandezes. 8 Jan. 1623. 
fol. 50^0. Carta sobre nao poder sair a ndo para este Reyno por 

cauza de onze ndos Hollandezes, que estavao sobre a Barra de 

Goa. 2 Jan. 1623. 
fol. 64. Carta sobre se haverem retirado da Barra de Goa as ndos 

iniraigas, e servi90S que fizerao D. Francisco Mascarenhas , 

Sancho de Tovar e Jeronymo de Saldanha na defensao da dita. 

20 Maart 1623. 
fol. 68^<^. Carta pedindo engenheiros para a Fortaleza de Malaca 

por cauza dos Hollandezes e Inglezes que se receava a atacassem. 

20 Maart 1623. 

XVIII fol. 111 Carta para se diligenciar o effeito da liga que o Rey 
Omilique e o Catabuxa intentavSo iazer sobre nao admittirem os 
Hollandezes e Inglezes nos seus portos. 6 Maart 1623. 

fol. 369. Carta sobre se prevenirem aquellas pra9as, principalmente 
Ormus, Malaca e Macdo, contra os inimigos Hollandezes , que com 
poder grande haviao de passar dquellas partes. 30 Nov. 1623. 

XIX fol. 57^0, Carta sobre as boas esperan9as que tinha na tardan9a 
das noticias do Sul, e destro90 em que se achavao os Hollan- 
dezes. Jan. 1624. 

XX fol. UI. Carta para o Vice Rey sobre o acomettimento que os 
inimigos de Europa fizerao éb Cidade de Macao, victoria que 
delles houve e quanto conveniente era estrovar-se a amizade dos 
Hollandezes e Inglezes com os Reys vizinhos. 25 Jan. 1624. 

XXII fol. 158^<^. Carta sobre o damno que se podia fazer aos Hollan- 
dezes e Inglezes na agoada de Saldanha. 13 Febr. 1625. 

XXIII fol. 1 Carta para estorvar fazerem os Hollandezes Fortaleza 
em Batecalou na Ilha de Ceilao. 17 Maart 1626. 

fol. 19. Carta sobre as pazes que o Rey de Achem tinha feito com 
os Hollandezes e que a este lespeito procure todos os meios de 
que ellas se nêlo conservem. 26 Maart 1626. 

XXIV fol. 1. Carta sobre se advertir no conselho do Govemo de 
Goa que Batecalou nao tinha bahia para entrarem ndos e que em 
Ceilao haviao portos capazes disso, escuzandose de se fazer For- 
taleza, e para seguran9a do inimigo Hollandez era bastante seis 
navios d* Armada correndo a costa de Terquilimale. 20 Febr. 1627. 

fol. 2^0, Carta sobre nao ter havido lugar para a Armada de Alto- 
bordo passar ao Sul, por cauza dos Hollandezes e Inglezes terem 
infestado a costa com grossas Armadas. 21 Dec. 1626. 

XXV fol. 13. Carta sobre dar adjutorio a Diogo Mello de Castro e o 
provesse de Armada existindo os Hollandezes em Paleacate e 
feitorias. 22 Maart 1628. 

fol. 148. Carta sobre .se fortificar Baticalou para seguran9a de Ceilao. 

20 Maart 1628. 
fol. 184. Carta para se propór em conselho a factura de huma Fortaleza 

na Barra de Paliporto para se estrovar a inten9ao dos Hollandezes 

em edificarem outra na dita Barra em prejuizo da Alfandega de 

Cochim. 19 April 1628. 



10 

XXVI fol. 34. Carta que consta da infonna^ao que S. M. teve de 
que intentavSo fazer os Rebeldes Hollandezes huma for^a da 
outra banda da Barra de Paliporto, 50 legoas de Cochim. 
23 Febr. 1629. 

fol. 78. Carta que consta recommendar S. M. o fortilicarse Baticalou 
na Ilha de CeilSo. 16 Febr. 1629. 

fol. 137. Carta que consta mandar S. M. ao Conde da Vidigueira hum 
mappa de certas terras que os Hollandezes tinhSo descoberto na 
altura de Cabo de Boa Esperan9a. 27 Maart 1629. 

fol. 162. Carta que consta de doze mil pagodes que Diogo de Mello e 
Castro , Capitao Geral de S. Thomé , avizara ao Conde da Vidigu- 
eira que se Ihe pediao para se poder haver por trato a Fortaleza 
que os Hollandezes tinhao em Paleacate. 20 Maart 1629. 

XXVIII iol. 222. Carta para que fossem expulsos os Hollandezes de 
Paleacate e das feitorias que tinhao naquella costa. 27 Maart 1631. 

fol. 236. Carta agradecendo Ihe seu bom servi90 recommendando Ihe a 
conserva9ao da amizade com os Reys vizinhos daquelle Estado, 
e o cuidado de os divertir do trato e negocia9ao com os inimigos 
da Europa a respeito do estado em que se achavao os Reys da- 
quellas partes, com as copias da carta que os Hollandezes escre- 
verao ao Secretarie d'El Keij Idalxa e da que o d'Achem escreveo 
ao mesmo Rey. 27 Maart 1631. 

XXIX fol. 147. Carta sobre a fortifica9ao de Mascate e se deverem 
deitar fora os Hollandezes de Ormus. 17 Dec. 1631. 

fol. 153. Carta sobre receber S. M. mais damno dos Jesuitas que de 
ninhuns outros inimigos pelo trato que tinhao com os Hollandezes 
e Mouros , a quem levavao mantimentos. 17 Dec. 1631. 

fol. .245. Carta geral sobre o estado das Fortalezas e Armadas. Falta 
que havia de muni9oens. Guerras que tinha com alguns Reys 
vizinhos, e pazes que fizera com outros. Entradas que os Hollan- 
dezes e Inglezes fizerao em alguns portos; nao haver carga para 
as ndus que haviao de vir Etc. 2 April 1632. 

XXX fol. 27. Carta agradecendo-lhe a empreza da costa de Choro- 
mandel e ordinando-lhe a de expulsar os Hollandezes de Paleacate. 
3 Maart 1632. 

fol. 35. Carta sobre o procedimiento que tivera com os Reys do Jor 

Guedar, Pera e Macassa e o avisar do effeito que fizessem os 

prezentes para aquelles Reys para que nao admitissem Hollandezes 

e se unissem contra o Achem. 14 Febr. 1632. 
fol. 37. Carta para haver por todos os meios a Fortaleza de Trai- 

gambar, vendida pelos Dinamarquezes aos de Hollanda, a quem 

de via logo dali expulsar. 31 Jan. 1632. 
fol. 45. Carta sobre se evitar que os Hollandezes fizessem Fortaleza 

em Paliporto. 31 Jan. 1632. 
fol. 59. Carta sobre o porto que os Rebeldes de Hollanda pertendiao 

em Titucurim, e sobre a pesca do aljofar. 3 Jan. 1632. 
fol. 263. Carta com a noticia de estar em Surrate huma Armada de 

Inglezes e Hollandezes etc. 3 Febr. 1633. 
XXXT Fol. 17. Carta sobre se fazer diligencia por haver a Fortaleza 



11 

de Tragambar, que os Dinamarquezes queriao vender aos Hollan- 
dezes. 12 Dec. 1633. 

XXXII fol. 9. Carta sobre alian^a que fez com El Eey de Bisnaga 
acerca da Fortaleza de Paleacate. 20 Jan. 1635. 

fol. 31. Carta agradecendo ao conde de Linhares mandar seu fïlho D. 
Fernando de Noronha com huma Galé e cinco navios a defender 
dos Hollandezes duas ndos que estevao a carga na Barra de Goa 
etc. 3 Febr. 1635. 

fol. 57. Carta para informar de que se poderia conceder ao Bispo de 
Meliapor e a Camara da mesma cidade para se defender dos Hol- 
landezes, etc. 24 Febr. 1635. 

XXXIII fol. 9. Carta sobre se tornar Paleacate com o adjutorio do 
Rey de Bisnaga por terra e a Armada do Estado por mar. 20 
Jan. 1635. 

fol. 55. Carta sobre se iormar Armada de Alto-bordo para Malaca 
contra os Hollandezes. 24 Febr. 1635. (Antwoord Ibid. 15 Dec. 
1635). 

fol. 249^^. Carta sobre ser morto o Capitêio Geral de Malaca; receios 
de vir sobre aquella Fortaleza p Achem, confederado com os 
Hollandezes; promo9oens que fizera de Capitêlo Geral com o so- 
corro que Ihe aprestava , e de Capitao Geral para China , e noticias 
de bom rendimento das viagens do Japao e Manilha. 8 Maart 1636. 

fol. 263. Carta sobre o mizeravel estado da India, com a falta da 
navega9ao e commercio cauzada pel os Rebeldes da Europa e falta 
de socorros do Reyno. 19 Febr. 1636. 

XXXIV fol. 1. Carta sobre os progressos da Armada encarregada a 
Antonio Telles contra os Hollandezes. 3 Juli 1635. 

fol. 3. Carta sobre o cobre que comprou ao Prezidente dos Inglezes , 
SU utilidade, e ac9ao militar contra os Hollandezes. 28 Juli z.j. 
ri635?). 

tol. 7. Carta sobre o govemo de Malaca, e socorro que Ihe man- 
dou. 2 Juni 1635. 

fol. 17. Carta sobre os' receios de huma Armada contra Malaca; dis- 
pozecoens para socorrer esta Fortaleza. 30 Sept. 1635. 

fol. 39. Carta sobre a noticia de todos os Reys da India e ac9ao em 
que se achavao com o Estado. 30 Oct. 1635. 

fol. 91. Carta do Capitao Geral de S. Thomé para o Vice Rey sobre 
a concluzao do negocio com o Rey de Bisnaga; Armada que Ihe 
pede; Galeota que mandou a Malacca; morte do Capitao Marthe 
em Piple; passagem de dous pataxos Hollandezes para Paleacate. 
17 Febr. 1635. 

fol. 92^0. Carta do bispo dé Meliapor sobre . . , . . ndos Hollandezas na 
Barra de Malaca. 16 Febr. 1633 (?) 

fol. 96^0. Carta do bispo de Meliapor para o Vice Rey sobre negocio 

de Paleacate , rezistencia contra os Hollandezes etc. 24 Juli 

1635. 

fol. 97. Carta de D. Antonio Mascarenhas : estado della rezi- 
stencia que fez aos Hollandezes etc. 25 Juli 1635. 

XXXV fol. 27^0. Cartas sobre as noticias do aperto em que se achava 



12 

Malaca pela assistencia dos Rebeldes e o que a respeito delle se 
asseutou em Conselho. 20 Febr. 1636. 

fol. 41. Carta sobre o miseravel estado da India por falta de commer- 
cio e socorro. 19 Febr. 1636. 

fol. 108. Carta para se formar hama Armada de Alto-bordo e se en- 
viar a Malaca, conservandose naquelles mares para defeza dos 
enemigos. 24 Febr. 1635. (Antwoord 6 Maart 1636. fol. 109). 

fol 300 (ook 310). Carta de D. Alvaro de Gastro, Capitao da Fortaleza 
de Malaca, dando conta da cerco que Ihe faziao os Hollandezes, 
juntos com o Achem, havendo ji tornado os Reinos de Sór é 
ra,o, cuja Rey se tinha refugiado dquella Fortaleza ; hostilidades 
que faziao nos portos vizinhos e necessidade que tinha de socorro. 
6 Jan. 1636. 

fol. 306. Rela9ao dos provimentos de guerra que para a Fortaleza de 
Malaca mandou o Vice-Rey. 5 Maart 1636. 

XXXVI fol. 55. Caiiia sobre o tratado que se fez com El Rey de 
Bisnaga para entregar a Fortaleza de Paleacate e se arrazar a 
que o Malaio tinha fabricado em Jafanapatao para os Hollandezes. 
28 Jan. 1636. » 

fol. 77. Carta sobre se haverem as Fortalezas de Paleacate e Tragam- 
bar por via de trato ou for9a de armas, arrazandose a que se 
fizera em Jafanapatao para se dar aos Hollandezes. 29 Jan. 1636. 

fol. 103. Carta para que se socorresse Malaca e se acabase o Forte 
da Ilha das Ndos. Que se conservasse amizade com o ReyMatarao 
e com 08 de Jaoa e Sumatra para se poder fazer opposiciao aos 
Hollandezes e mais inimigos. Que se impsdisse o passo dos Es- 
treitos de Sabao e Sincapura, em que os inimigos tomavao as 
embarca9öes que vinhao da China. 30 Jan. 1636. 

XXXVn fol. 15 Carta sobre o trato que se teve com el Rey de Bis- 
naga para haver de tomar a Fortaleza de Paleacate. 28 Jan. 1636. 

fol. 415. Carta sobre as couzas da China, Japao e Manilla. 26 Febr. 
1637. 

fol. 417. Carta sobre as Fortalezas de Malaca; Armada que a ella foi 
em Abril de 1636, e socorro que tambem se mandou em Setembro. 
4 Febr. 1637. 

fol. 419. Carta sobre os ultimos avisos que vierSo da Fortaleza de 
Malaca e morte de Don Francisco Coutinho. 25 Febr. 1637. 

fol. 421. Carta sobre a viagem que fizerao a Malaca as duas Galeotas 
que forao de socorro. 4 Maart 1636 (1. 1637). 

fol. 503. Carta sobre dez ndos inimigas que foi§.o a Barra de Goa, 
batalhas que se der^o com os Galeoens, e bom successo dellas. 
3 Maart 1637. 

fol. 505. Carta sobre assistencia que os inimigos fizerao naquella Barra 
(de Goa), embaixadores que mandarao ao Idalcao e Mogor para 
os ajudarem contra nos , e socorro que o Vice Rey pede. 5 Maart 
1637. 

fol. 531. Carta sobre o estado em que estava a India; chegada de D. 
Francisco Coutinho a Malaca com a sua Armada; morte deste na 
batalha que teve com duas naos HoUandezas e mais successos 



13 

della; varios ataques que tiverao de inimigos na Barra de Goa e 
pedindo socorro. 10 Maart 1637. 

XXXVIII fol. 13. Berichten als boven. 

fol. 94. Carta sobre a Armada dos Galeoens que forao esperar as ndos 
Hollandezas, e se dd noticia desde quando partio da Barra de 
Goa até tornar a ella. 17 Jan. 1637. 

fol. 108. Carta sobre as quatro Galeotas que o Conde de Linhares 
mandou com contrato a China e a Armada que as accompanhava 
a desbaratar ao inimigo no mar de Malaca. 6 Maart 1637. 

fol. 320. Carta da Camara da Cidade do Forte de Agoada ao Vice 
Rey da India sobre a forpa que o inimigo rebelde tinha nas naos 
e que nao seria justo arriscaremse os Galeoens. 3 Dec. 1636. 

fol. 398^0. Carta sobre a boa correspondencia que El Rey Idalxa tinha 
com o Estado , pois sendo comettido pelos Inglezes e Hollandezes 
que o ajudariao a tornar Goa, nao admittio aproposta. 2 Nov. 1636. 

fol. 405^0, Carta sobre ser muito importante o haver a Armada de Alto- 
bordo para se evitar os roubos e prezas que faziao os Hollandezes 
e a falta que havia de gente e dinheiro para haver de se guardar 
a Barra de Goa. 1 Febr. 1637. 

XL. fol. 96. Carta sobre o estado da Fortaleza de Malaca e socorros 
que Ihe enviara. 12 Oct. 1637. 

fol. 134. Carta sobre a assistencia que os Hollandezes fizerao naquella 
Ban-a (d. i. Goa), e embaixador que mandarao ao Idalcao. 5 
Oct. 1637. (Ook XLII fol. 24). 

fol. 171. Carta sobre estar aquella Barra (d. i. Goa) livre dos Hollan- 
dezes, razao porque naquella occasiao maudava huma ndo para o 
Reino. 7 Dec. 1637. (Ook XLH fol. 37). 

fol. 209. Carta sobre o estado em que ficava a India, com as naos 
Hollandezas naquella Barra (Goa), faltas que experimentava de 
socorro e dinheiro. 28 Nov. 1637. (Ook XLII fol. 44). 

fol. 225. Carta sobre nao fazer viage a ndo S. Joao de Deos pela assi- 
stencia dos Hollandezes etc. 17 Dec. 1637. 

fol. 235. Carta sobre o bom successo que tiverao os Portuguezes no 
combate com as ndos Hollandezas naquella Barra e do mais que 
nelle aconteceo. 5 Jan. 1638. (Ook XLII fol. 56). 

fol. 298. Carta de Antonio van Diemen, Governador Geral das Pro- 
vincias Unidas e seu Conselho da India ao Rey do Achem, par- 
ticipando Ihe o estado em que ficavao as guerras que traziao com 
os Portuguezes. 7 Juni 1636. 

fol. 321. Carta de Guilielmo Metheold, Prezidente Inglez ao Vice- 
Rey agradecendo ter-lhe escripto, promettendo Ihe socorro contra 
as ndps Hollandezas e participando-lhe differentes negocios entre 
os Hoilandezes e aquelle Estado. 25 Juli 1637. (Antwoord 21 Nov. 
1637. fol. 325). 

fol. 375. Carta de Bernardo Pessar, Presidente dos Dinamarquezes ao 
Vice-Rey sobre os mdos intentos dos Hollandezes contra todo 
aquelle Estado e suas Fortalezas. 21 Sept. 1637 (Over Denen en 
Portugeezen, zie ook XLI fol. 11. XLH, fol. 54, 81, 98. XLIII, 
fol. 23, 195.). 



14 

fol. 377. Regimento que o Vice Rey deo a Antonio Telles, Capit&o 
Geral da Armada de Alto-bordo naqiielle Estado, quando salio a 
combater aos Hollandeze.s com sei.s Cxaleoens. 2 Jan. 16B8. 

XLI fol. 1. Carta sobre a vinda da Annada Hollandeza é. Barra de 
Goa et pratica que traziio com o Idalcïlo. 10 Juli 1638. (Ook 
XLm iol. 1). 

fol. 2^o. Carta sobre o succeso da batalha que se deo aos Hollandezes. 
5 Jan. 1638. 

fol. 40. Als boven. 28 Aug. 1638. (Ook XLin fol. 5). 

fol. 5^'<*. Rela^ao da assistencia dos Hollandezes etc. 28 Aug. 1638. 

fol. 6^0, Carta sobre a hida do inimigo, recolhida dos Galeoens, e se 
dé. conta dos que ticao saos da Armada e dos novos que se fa- 
bricarao. 29 Aug. 1638. (Ook XUII fol. 13). 

fol. 7^". Carta sobre a llha de Ceilao, morte do CapitSo Geral Diogo 
de Mello de Gastro e outros succesos e socorros que se mandar&o 
a ella. 29 Aug. 1638. 

fol. 9^<*. Carta sobre os moradores e eleitos de Negapatao e avisos 
que mandardo tocantes a Batecalou. 15 Aug. 1638. 

fol. 12. Carta sobre a Fortaleza de Malaca; berichten over de vloot 
die daar geweest is. 30 Aug. 1638. 

fol. 16. Carta sobre as couzas de Macao; peticoens que aquella cidade 
mandou, e con.o se Ihes deferio, com huma breve rela^fto das 
feitorias que os Hollandezes tem no Sul e o grande poder que 
nelle trazem. 31 Aug. 1(]38. 

fol. 28. Carta sobre de machtsuitbreiding van den Mogol ; aan- 
biedingen der Hollanders aan hem om hem tot een aanval op de 
Portugeesche sterkten te bewegen. 11 Aug. 1638. 

fol. 36. Carta sobre a fortifica9ao da Fortaleza de Mormugao a que 
novamente deo motivo a Frota Hollandeza , que viera dquella ilha 
a sondar a situa9ao. 2 Sept. 1638. 

fol. 247. Carta de Otho Brugheman que da Persia escreveo ao Vice 
Rey , participando Ihe os maos intentos dos Hollandezes contra os 
Estados da India e apprehensao que pertendiao fazer das nó,os de 
Portugal na altura de Mozambique. 16 Dec. 1637. 

fol. 273. Traslado da Carta do Rey de Matarao, Imperador de Javé., 
que escreveo por Jorge da Cunha, em reposta da embaixada e 
mimo que Ihe mandou o Vice Rey, Conde de Linhares. z. j. e. d. 
(Ook fol. 274). 

fol. 275. Traslado da carta do Rey de Bantao em reposta a outra do 
Vice Rey, gratificando Ihe o mimo que Ihe fizera e promettendo 
Ihe nao condescender com os Hollandezes z j. e. d. 

fol. 276. Vertaling van een brief van een gunsteling des konings 
van Mataram z. j. e. d. 

XLII fol. 55. Carta sobre a chegada das Frotas da China, Malaca, 
Choromandel e Ceilao; avisos que desta ilha teve de El Rey de 
Candea Ihe fazer guerra, e os Hollandezes pertenderem tornar 
Gaale, auxiliados pelo dito Rey e dèverem ir as ndos deste Reino 
em direitura a Goa. 31 Dec. 1637. 

fol. 58. Carta geral enviada por terra. Over het in het vorige nummer 



15 

genoemde en over het gevecht bij Goa in den aanvang van 1638. 

27 Febr. 1638. 
fol. 63. Carta sobre ter conservado paz com os Reys vizinhos por 

cauza dos Hollandezes, e socorro que o Matarao pedia contra os 

ditos. 4 Dec. 1637. 
XLin fol. 41. Carta sobre a Cidade de Macdo se queixar da ruina 

em que ficava pela nova navega^ao de Inglezes por aquelle porto , 

alem de universal damno que os de Hollanda Ihe cauzavao pela 

grande extra9ao de fazendas para diversos portos. 8 Aug. 1638. 
fol. 297. Carta em que se dé; parte de outra que se apanhara, escripta 

de Batavia dos Governadores da Companhia dos Hollandezes 

rebeldes, com huma instrucpao muito contraria a Sua Magestade. 

16 Dec. 1637. 
fol. 331. Carta d' El Rey de Matarao, Imperador de Javé., para se 

remetter a Malacca. E sobre Armada que devia ir a Jacatard. 

z. j. e. d. 
fol. 311 — 312. Brieven der koningen van Bantam en van Mataram. 

Vriendschapsbetuigingen, z. j.e. d. 
XLIV fol. 194. Carta sobre as couzas do Estado, encontros que a 

Armada de Alto-bordo teve com os Hollandezes. 4 April 1638. 

(Antwoord 15 Dec. 1638, fol. 245). 
fol. 250. Carta sobre o apresto da Armada de Alto-bordo e ida 

dos Hollandezes é, Barra de Goa. 1 Maart 1639. 
fol. 257. Carta sobre pertender o Matarêio a expulsao dos Hollandezes 

juntamente com os Reys de Jaoa e de Macassa. 3 Maart 1639. 
fol. 257. Carta sobre e paz que El Rey de Bisnaga fez com os 

Hollandezes. 4 Maart 1639. 
XLV fol. 187. Carta sobre a perzistencia dos inimigos Hollandezes; 

successos até sua retirada; permissao d'El Rey Idalxa aos Hol- 
landezes para continuarem suas feitorias. 2 Maart 1639. (Ook 

XLIV fol. 251). 
fol. 250. Carta expondo que pelo cerco dos Hollandezes na Barra de 

Goa enviara a Sua Magestade duplicados avisos por terra, etc. 

2 Sept. 1639. 
fol. 269. Informapao que deo Amaro Rodrigues a Sua Magestade da 

opulencia dos Hollandezes; oppressao e ruina do commercie da 

India, seu territorio, fortalezas, feitorias, igrejas 30? 1638. (Een 

lang stuk. fol. 269—277). 
XL VI fol. 151. Carta sobre a morte de Diogo de Mello e Castro ; peleja 

que a Armada de Alto-bordo teve com os Hollandezes ; pratica que 

o Geral Hollandez teve com o Idalcao etc. 6 Mei 1639 (vgl. XLI, 

fol. 7^0). 
XLVII fol. 6. Carta sobre o estado deploravel em que achou a India, 

etc. 27 Nov. 1640. 
fol. 16. Carta sobre o socorro que mandou a Malaca: noticia inserta 

de estar sitiada pelos Hollandezes ; entrega de prezente para o Rey 

de Macassa e esperan9as que dava de Armadas ao liey de Matarao. 

9 Nov. 1640. 
fol. 22. Carta sobre os movimentos que fizerao varias embarcacöes de 



16 

Hollandezes na Barra de Goa e resgate de captivos Portuguezes. 
9 Nov. 1641. 

fol. 24. Carta sobre as noticias da destrui^So dos Hollandezes pelas 
Armadas que socorrerao CeilSo e progressos do Bispo de Cochim 
naquella ilba. 10 Nov. 1640. 

fol. 28. Carta sobre . . . conjura9fio de Hollandezes descuberta, seu 
castigo. 14 Nov. 1640. 

fol. 74. Carta sobre o oppressao dos Hollandezes na Barra de Goa; 
cerco de Malaca: o Estado sem dinlieiro e esperan9a do socorro 
do Roino. 18 Nov. 16-40. 

fol. 78. Carta sobre o successo de quatro navios da Armada de Norte 
com os Hollandezes no rio Carly etc. 23 Nov. 1640. 

fol. 85. Carta sobre . . . den toestand van Ceilon : twist van den koning 
van Candea met zijn broeder, ten bate der Portugeezen. Beleg 
van Malaca door de Hollanders. Etc. 19 Jan. 1641. 

fol. 86. Carta do Capitao Geral de Ceilao para o Governador da India 
sobre a forma com que se Ihe entregou Nigumbo ; morte do levan- 
tado D. Balthasar, General do Rey de Candea; idéa da empreza 
de Gale, para a qual pede pertrechos de guerra, e capitulos da 
entregua de Nigumbo. 12 Nov. 1640. 

fol. 117. Carta sobre as cauzas porque os Japonezes expulsarao os 
commerciantes Portuguezes. Profecias falsas em Macdo de hum 
Frade Espanhol que intentava passar a Japao e se negava a todas 
as Religoens ; licenga que perten diam os de Mac^o para navegarem 
ao Reino, a Manilla, a Angola etc; e razoens para que se nfio 
dezempaiasse o commercie da China aos Hollandezes por ser o 
mais rico da India. 31 Jan. 1641. (Zie ook fol. 124, 125). 

XLVni fol. 70^^^ Carta sobre as muitas terras que os Hollandezes tem 
adquirido na India; grandos interesses que tirao do commercio, 
com que fazem guerra aos Portuguezes ; e a rela9ao das feitorias , 
que elles tem naquelle Estado. 3 Aug. 1641. 

fol. 74. Carta sobre o Tratado que fez com o Rey Idalxa prometendo 
este com solemnes escripturas expulsar das suas terras os Hollan- 
dezes, devendo se o bom exito deste negocio aJozé Pan to Pereira. 
16 Dec. 1641. (Ook fol. 79). 

fol. 75. Carta sobre a Paz ou suspensao de Arm as que se pertende 
com os Hollandezes. 14 Dec. 1641. 

fol. 75^*^. Carta sobre o commercio e navega^ao dos Portuguezes para 
a China, embara9ado pelos Hollandezes. 13 Dec. 1641. 

fol. 76. Carta sobre o ultimo estado a que chegarao as couzas da India , 
reprezentando a extrema necessidade de socorro; e que só por 
meio da paz ou de suspensao de Armas se poderé; evitar a ultima 
ruina. 13 Dec. 1641. 

fol. 87^0. Carta sobre . . . zending van versterkingen naar verschil- 
lende kanten. Cerco e perde de Malaca; expedi9oens que deter- 
raina para Ceilao em seguranca de Columbo , Manar e Jat anapatSo. 
15 April 1641. 

fol. 90. De Hollanders met tien schepen voor de haven van Goa. 
27 Dec. 1641. 



17 

fol. 115. Carta sobre dous enviados que mandou ao General de Batabia 
a respeito das tregoas com os Hollandezes; o que passou com o 
comedor da Armada Hollandeza que estava na Barra de Goa. 
10 Dec. 1643. 

fol. 116^0^ Carta sobre cinco ndos Hollandezas que vierao de Jacataré, 
a Barra de Goa, e o novo protesto que se Ihes mandou fazer a 
respeito das tregoas. 15 Dec. 1643. 

fol. 117. Carta sobre o estado da Ilha de Ceilao, e socorros que Ihe 
forao contra os Hollandezes. 20 Dec. 1643. 

fol. 118^*^. Carta sobre as Armadas de Domingos Ferreira Beliago e 
D. Alvaro de Athayde , e o que se obrou na costa de Choromaridel. 
20 Dec. 1643. 

fol. 119^®. Carta sobre a entrada que os Hollandezes fizerao em Nega- 
patao, e do que mais succedeo. 20 Dec. 1643. (Ook LI fol. 12). 

fol. 127. Carta que veio por cifra sobre tregoas com os Hollandezes, 
e couzas pertencentes ao Estado. 24 Dec. 1643. 

fol. 143^0. Carta sobre. . . ; assistencia dos Hollandezes na Barra 
(de Goa), e suspeitas que houve do Idalcao. 7 Febr. 1643. 

fol. 149. Cartas sobre a pessoa que o Govemador de Batavia mandou 
jurar a tregoa na cidade de Goa; aviso que mandou Antonio da 
Motta Galvao a respeito do servipo e terras de Galé. 5 Maart 1643. 

fol. 151. Carta sobre a vinda do embaixador HoUandez, recebimento 
que se Ihe fez e materias que se tratarao com elle a respeito do 
cumprimento das tregoas e o mais que se passou. 1 Mei 1643. 

fol. 153. Carta sobre as duvidas que se moverao a respeito das tregoas 
com os Hollandezes. 3 Mei 1643. 

fol. 156. ProcuraQao de Antonio van Diemen, dada a Pedro Boreel 
sobre o tratado das tregoas entre Portugal e HoUanda. 20 Oct. 
1642. (Berichten over onderhandelingen aangaande de uitvoering 
van het bestand: fol. 156-157^0; leovo; 163; 165^»; 167^»; 171; 
173. April 1643. Ik geef hier tegelijk andere plaatsen, waar 
aangaande deze onderhandelingen het een of ander vermeld wordt 
en welke ik niet afzonderlijk noteer: XLIX fol. 75, 246, 248 — 
250. (Sept., Nov., Dec. 1641). LI, fol. 89-90, 93—94, 97—114 
(April, Aug., Sept., Nov. 1642); XLVIII fol. 178^0, 179, 268, 
270^% 276^0 (Maart, Mei, Dec. 1643). L. fol. 155, 159, 163,169, 
173, 174, 181, 183, 189, 192, 196—273. (Aug.— Nov. 1643). 

fol. 187. Carta sobre o estado em que se achao as couzas do Éeino, 
e outros particulares respectivos a India. 5 Maart 1643. 

fol. 269^^ Carta sobre a ndo, galeoens que se pozerao na Barra (de Goa) 
para esperar as que viessen do Reino , e o assento do Conselho a 
este respeito. 4 Dec. 1643. 

iol. 282. Carta que veio por cifra sobre a partida do embaixador de 
HoUanda sem apregoar a tregoa; peleja que com elle se teve em 
Ceilao na Aldêa de CuraQa e successos della; morte do dito em- 
baixador; aprehenpao que se fez em huma né,o Hollandeza, que 
se refugiou dos tempos na Barra de Murmugao; negociapao da 
tregoa tratada pelo commandante de cinco ndos Hollandezas que 
entrarao na Barra de Goa; vinda de Jacataré,; conselho que se fez 

2 



18 

sobre esta materia e assento que se tomou ; socorros que se man- 

darao a Ceilao e a outras fortalezas. 4 Dec. 1643. 
fol. 290. Carta sobre a idai dos Hollandezes a Ceilao; successo de 

Negumbo ; guerra que faziao dquelle Estado sem quererem aceitar 

a tregoa. 15 Febr. 1644. 
fol. 293^0. Carta sobre a fazenda da nó,o Hollandeza e o tratamento 

que se fazia aos Hollandezes prisoneiros. 3 Maart 1644. 
fol. 331^0. Carta sobre os damnos que a Republica de Negapatao reci- 

bia dos Hollandezes. 4 April 1644. 
fol. 347. Cartas sobre a impossibilidade que D. Filippe Mascarenhas 

teve para entrar em Columbo.por cauza das ndos HoUandezas etc. 

4 en 5 Dec. 1644. 
L. fol. 132. Carta sobre o cerco que os Hollandezes tem na Barra de 

Goa, que impediao a viagem das ndos para o Reino. 4 Maart 1644. 
LI. fol. 7. Carta sobre ... de pogingen der Hollanders om zich van 

Ceilon meester te maken ; perten9ao que tinhao de ir sobre Columbo , 

Jafanapatao , Manar e S. Thomé concertados com El Rey de Candea. 

20 Dec. 1643 (vgl. XLVni fol. 117). 
fol. 9. Over de hulp aan Ceilon; zeeslag tegen de Hollanders; dood 

van den bevelhebber Dom. Ferreira Beliago. 20 Dec. 1643. (Vgl. 

XLVin fol. 118V0). 
LV. fol. 343. Carta sobre a guerra dos Hollandezes e os Reys do 

Estado da India. 20 Febr. 1646. (Antwoord 18 Febr. 1647. fol. 386^'^)^ 
fol. 346. Carta sobre. . . do wijze waarop de onderkoning zich te ge- 
dragen heeft ten aanzien „da entrega da canela que na forma 

praticada pelo embaixador ordinario nas Provincias Unidas se 

entregariao aos Holiandezes no Estado da India. 22 Mei 1645. 

(Antwoord 18 Febr. 1647. fol. 387). 
LVI. fol. 7. Carta para que se houvesse cuidado nos portos daquelle 

Estado a respeito de huma Armada que em HoUanda se prepa- 

rava. 12 Febr. 1645. 
fol. ]32. Carta para que se procedesse contra os capitaens dos navios, 

que levavao socorro a Ceilao, se nêio cumprissem com as ordens; 

que se Ihes tinhao dadp. 5 April 1645. 
fol. 258. Termo da reparti9ao das terras da ilha de Ceilao, feita por 

virtude das tregoas celebradas com os Hollandezes e protestos sobre 

a mesma. 10 Jan. 1645. 
fol. 263. Carta sobre o embaixador que estava em Hollanda ir nego- 

ciando a tregoa com os Estados. 12 Jan. 1646. 
fol. 264. Brief van Franc, de Souza Coutinho, gezant in Den Haag,. 

over de vredesonderhandelingen. 25 Oct. 1644. 
fol. 266. Als boven. Door de regeering der Republiek is bevel gegeven 

het bestand met de Portugeezen te eerbiedigen, 
fol. 356. Carta sobre a restitui9ao de Negumbo e nao ter lugar o pro- 

mettido aos Hollandezes 12 Jan. 1646. 
fol. 487. Carta sobre o estado das couzas da ilha de Ceilao e neces- 

sidades de mantimentos na (cidade) de Columbo. 18 Maart 1653. 
iol. 491. Carta sobre o cerco dos Hollandezes e que a gente do Arrayal 

de Columbo pelejara com elles, fazendo-os retirar. 4 Maart 1653* 



19 

LYII. fol. 69. Carta Real recoinendando-lhe o amizade com El Rey 
de Candea por ser util a ilha de Ceilao, da qaal elle tinha expul- 
sado os Hollandezes. 29 Jan. 1647. (Antwoord 15 Dec. 1647. fol. 388). 

fol. 376. Carta do Padre Frei Sebastao de S. Jozé (aan den Vice Rey) 
expressando-lhe o muito que o Principe Patingaloa estimava a sua 
amistade e os bons successos que houverao contra os Hollandezes , 
de quem elle nao gostava etc. 25 Mei 1646. 

fol. 398. Bericht van den onderkoning aan den koning dat hij Franc, 
Vieira de Figueiredo naar Jacatara zendt, omdat de Hollanders 
de voorwaarden van het bestand niet houden. 3 Jan. 1648. 

fol. 417 en 423. Ongedateerde stukken betreffende een voorstel aan- 
gaande de voorwaarden van het bestand, door den fiscaal Albert 
Hooglant en den secretaris Jan Croon aan Manoel Mascarenhas, 
kapitein-generaal van Ceilon, gedaan. 

LVIII. fol. 66. Carta sobre a entrada que fizerao os Hollandezes em 
Titucurim. z. j. e. d. 

LX. fol. 21. Carta sobre o socorro que levou a Ceilao Nicolau de Moura 
de Brito. 23 Jan. 1649. 

fol. 41. Carta sobre o estado em que ficavao as couzas da Ilha de 
Ceilao assim tocantes a El Rey de Candea como aos Hollandezes. 
6 Maart 1649. 

fol. 111. Carta sobre a devassa, que se tirou de os Hollandezes se 
deterera na Barra de Goa pela communicaQao , que tem com os 
naturales. 18 Febr. 1649. 

fol. 394. Carta sobre ... e que El Rey de Candia continuava na 
variedade e inconstancia de seus procedimentos. 24 Dec. 1650. 

LXI. fol. 28. Carta insinuando o que se deve obrar com os Hollandezes 
respectivo a ilha de Ceilao. 15 Febr. 1650. (Antwoord 5 Dec. 1651. 
fol. 29). 

fol. 582^0. Carta sobre o successo que os Hollandezes tiverao no Sul. 
28 Dec. 1651. 
Eindelijk laat ik nog eenige nummers betreffende Brazilië volgen, 

die in LVII en LVIII voorkomen. 

LVII. fol. 284 en 298. Traslado de hum auto que contem huma pro- 
posta que fez na cidade de Bahia Antonio Telez da Silva , Gover- 
nador e Capitao Geral do Brazil , convocados em Conselho os Pre- 
lados dos Religoens e Ministros superiores de Guerra , Fazenda e 
Justicia, sobre obriga9ao em que seria de socorrer aos moradores 
de Pernambuco, tirannizados pelos Hollandezes, nao faltando ao 
preceito Regio de conservar a paz com os Estados das Provincias 
ünidas, em que se resolveo uniformemente ser indispensavel o 
socorro dquella cidade sem violar por isso a paz promettida. Contem 
mais varias cartas dos mesmos moradores; protestos, traslados 
etc. , tudo pertencente as hostilidades Hollandezas e outras noticias 
sobre a mesma materia. z. j. e. d. (1645?). 

fol. 346. Carta Real sobre nao quererem os Hollandezes confirmr.r as 
tregoas que tinhao feito em quanto se Ihe nao restituisse o que 
Ihe tinhao tomado os moradores de Pernambuco. 16 Dec. 1646. 
fol. 353. Copia da carta que escriverao os Ministros da Companhia, 



20 

Governadores do Recife de Pernambuco aos Mestres de Campo, 
Governadores daquella capitania, sobre o levantamento de seus 
moradores contra os Hollandezes, e perdao que Ihes queriao dar; 
e com a noticia de terem fugido os moradores da Parahiba e 
Goyana , deixando reducidas a cinzas aquellas terras, z.j. e. d. (1645?). 
LVin. fol. 37^0. Carta Real sobre o successo da guerra de Pernambuco 
e Brazil com os Hollandezes e Armada que mandou de socorro e 
o mais que se obrou. 3 April 1648. 

Buiten het bovengenoemde heb ik nog melding te maken van eenige 
andere inventarissen, waarvan ik, deels zeer vluchtig , kennis gekregen 
heb. In de eerste plaats noem ik dan den inventaris , die mij , zooals 
ik in den aanvang gezegd heb, ten allerlaatste getoond werd en een 
aantal registers van correspondentie van Portugeesche gezanten ver- 
meldt. Op ieder fiche worden de plaats van herkomst, de jaren waar- 
over de correspondentie loopt, soms ook de naam van den correspondent 
aangegeven ; in de registers zelve ontbreken begrijpelijkerwijze de onder- 
teekeningen der gezanten ; ik heb , waar de inventaris mij in den steek 
liet, den correspondent opgezocht. Bij een vluchtig doorbladeren van 
enkele registers kreeg ik niet den indruk , dat de correspondentie veel 
belangrijks bevatte maar die indruk is zeer oppervlakkig. De corres- 
pondenties uit de Republiek zijn de volgende: 

o IQ ) 1713—1715 uit Utrecht over de vredesonderhandelingen. 
r.o' IA i ^^ graaf van Tarouca en D. Luiz da Cunha. 156 
^ • -^^ ) en 165 fol. 
n». 20 4 Jan. 1726-30 Dec. 1727. D. Diogo de Mendon9a 

Corte Eeal. 253 fol. 
no. 21 2 Jan. 1728-30 Dec. 1730. D. Luiz da Cunha. 548 fol. 
no. 22 1734. D. Luiz da Cunha(?) 205 fol. 
no. 45 Mei 1691— Oct. 1708. Nota's (in 't Latijn), ingediend bij 
de Staten-Generaal door D. Diogo de Mendon9a 
Corte Real (tot 1698) en D. Francisco de Sousa 
Pacheco. 113 fol. 
n». 46 Dec. 1708- Aug. 1709. Als boven; slechts 4 fol. zijn be- 
schreven, 
no. 47 8 Dec. 1778—29 Juni 1780. ) D. Ant. Aug. de Sousa e 
n«. 48 Juni 1780—10 Mei 1781. ] Ho Is t ei n. 200 en 145 fol. 
n«. 49 2 Oct. 1787-29 Juli 1790. Antonio de Campos Silva, 
zaakgelastigde. 46 fol. 

Nog stip ik aan een klein inventarisje , getiteld Autographos de chef es 
(VEstados, waarin vermeld worden: 

22 brieven der Staten-Generaal aan koning José I en diens 

gemalin. 1756—1777. 
18 brieven der Staten-Generaal aan koningin Maria I en aan 
PedroIIL 1777—1793. 

7 brieven der Bataafsche Republiek aan Maria I en den 
Prins-regent. 1795—1805. 



21 

3 brieven van koning Lo de wijk Napoleon aan den Prins- 
regent. 1806—1807. 
20 brieven van koning Willem I aan den Prins-regent en 

aan Joao VI. 1814—1824. 
27 brieven van koning Willem II aan Maria II en haar gemaal. 
1840—1848. 
Ook noem ik een verzameling van ratificaties van verdragen, na 
1814 tusschen Portugal en andere mogendheden gesloten. {Relagdodas 
MatificagÖes de Tratados e convengóes entre Portugal e outras Potencias), 
Ten slotte nog een woord over de collectie manuscripten, die in 
't bezit gekomen is van het archief na 1835 tengevolge van de ophef- 
fing der kloosters en waarvan mij op mijn verzoek de inventarissen 
getoond werden. Afzonderlijk geïnventariseerd is de collectie afkomstig 
van het Mosteiro de S. Vicente de Fora^ oorspronkelijk bestaande uit 
26 deelen , waarvan echter de deelen 18 , 21 , 23 en 25 ontbreken. Deze 
handschriften bevatten allerlei stukken , uitgegaan van de regeering in 
de 16® en 17® eeuw, waaronder ook instructies voor gezanten aan 
vreemde hoven, en brieven der koningen te Madrid aan het bestuur 
te Lissabon betreffende de aangelegenheden van Indië; (b.v. deel 19, 
dat bijna uitsluitend brieven van Filips IV op Indië betrekking 
hebbende, meest uit de jaren 1621 — 25, bevat); ik heb hierin geen 
belangrijks voor onze geschiedenis aangetroffen doch moet er bijvoegen , 
dat ik niet nauwkeurig den geheelen index heb nagegaan; misschien 
zou bij nauwgezette nalezing nog wel een enkel stuk , b.v. een instructie 
of een order voor een Portugeesch gezant in de Republiek, kunnen 
worden gevonden. 

Naast deze Manuscriptos de S. Vicente bestaat dan de verzameling 
van handschriften uit andere kloosters , enkel met den naam Manuscriptos 
aangeduid. Hierop is gemaakt een inventaris in fiches, vijf portefeuilles 
vormende; twee van deze zijn alphabetisch geordend naar persoons- 
namen, de drie andere naar zaaknamen. Deze laatste heb ik nageslagen 
op een aantal woorden; het weinige wat ik vond laat ik hier volgen: 
n®. 397. Copieën van brieven van den gezant in de Eepubliek , D. D i o g o 
de Mendonpa CorteReal,uit 1726, vooral betrekking hebbende 
op het verdrag van Hannover en de algemeene Europeesche poli- 
tiek. 227 fol. 
n®*. 943, 944. Copieën van brieven van D. Diogo de Mendon9a 

Corte Real uit 1726. Als boven. 382 en 346 fol. 
n®. 42. Moderne copieën van brieven van den gezant in de Republiek , 
D. Joao de Almeida de Mello de Gastro , Sept. 1785— Maart 
1786. 1 22 fol. Afkomstig uit de collectie van den vizconde d e S a n- 
tarem. 
n®. 43. Moderne copie eener y^Dedugdo das negociagöes entre a coroa de 
Portugal e os Estados Gerals das Provincias Unidas. . . relatiyas 
as contestagöes sohre o commercio e navegagdo da costa de Guinéf 
entre os vasallos portuguezes e a Companhia Hollandeza das Indias 
OccidentaeSy feita na Haya por D. Joao de Almeida de Mello 
de Gastro. . . em 29 de Outubro de 1783^ 145 fol. Afkomstig 
uit de collectie van den vizconde de Santarem. Het stuk geeft 



22 

een overzicht der inoeilijkhedeii aan de kust van Guinea, die in 
onze betrekkingen met Portugal in de 18® eeuw telkens aan de 
orde kwamen. Er zijn annexen ter opheldering bij van 1715 af. 
n®. 46. Moderne copieën van diplomatieke briefwisseling uit Spanje, 
Frankrijk en de Bataaf sche Republiek. 1796 — 1801. Afkomstig uit 
de collectie van den vizconde de Santarem. 
De vizconde de Santarem, van wiens collectie handschriften hier- 
boven melding wordt gemaakt, is de auteur van een werk over de 
staatkundige en diplomatieke betrekkingen van Portugal ; hiervoor had 
hij uitgebreide verzamelingen van stukken bijeengebracht, waarvan in 
zijn werk heel wat, hetzij volledig hetzij in uittreksel, is afgedrukt. Na 
zijn dood is zijn arbeid vervolgd door LuizAug. RelDellodaSilva; 
het laatste, 18®, deel is verschenen in 1860. De titel van het werk, 
dat ik te Lissabon heb kunnen inzien maar waarvan in onze openbare 
boekerijen geen exemplaar wordt SiQ.Ti getroffen, laidt : Quadr o Elementar 
das relai'öes poUticas e diplomaticas com as diversas pofencias no mundo 
desde o principio do XVI seculo dn Monarchia Pm'tugueza até aos nossos 
dias, coUigido e comdinado pelo vizconde de Ssmtsirem e contmuado 
e dirigido pelo socio da Academia Real das Sciencias de Lisboa, Luiz 
Augusto Rebello da Silva. (Het wordt doorgaans geciteerd als 
Quadro elem.). 

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om nog een ander werk te 
noemen , dat in onze publieke bibliotheken ook tevergeefs wordt gezocht; 
ik bedoel: Borges de Gastro, Collec{do dos Tratados , conveii^óes, 
contratos e acios puhlicos, celehrados entre a cormia de Portugal e as 
mais potentias desde 1640. 8 tom. (1856—58). Een vervolg hierop is 
onder den titel van Supplemento d collec^do etc. bezorgd door Judice 
Bik er (ik heb het reeds vroeger genoemd), in 22 tom (1872—1880); 
dit vervolg bezitten meerdere onzer boekerijen. 



BIBLIOTHECA NACIONAL 

Deze bibliotheek, in 1796 gesticht onder den naam van Real Bi- 
bliotheca Publica da Corte en in 1836 herdoopt als Bibliotheca 
Nacional de Lisboa, is sedert het laatstgenoemde jaar gevestigd 
in een oud Franciscanerklooster , gelegen aan een plein dat naar haar 
het Largo da Bibliotheca heet. De eerste verzamelingen der 
bibliotheek werden gevormd door de boeken van het lichaam, met de 
censuur belast (Meza censoria), en door eenige collecties van de 
Jezuïetenorde. Door schenking en aankoop heeft de bibliotheek 
hare rijkdommen voortdurend zien vermeerderen in den loop der 19® 
eeuw en is zij ook in het bezit gekomen van een belangrijke hoeveel- 
heid handschriften ; in dit opzicht is niet het minst van belang geweest 
de aanwinst, ean vijftiental jaren geleden gemaakt, der zoogenaamde 



23 

Collec9ao Pombalina, meerendeels betrekking hebbend op en 
afkomstig van den eersten markies van P o m b a l , den bekenden 
Portugeeschen staatsman. 

Zoowel den Inspecteur der Bibliotheken en Archieven, den heer 
Gabriël Victor do Monte Pereira ^), als den Directeur der Bi- 
bliotheek, den heer Xavier da Cunha, ben ik verplicht voor hunne 
vriendelijke ontvangst; den ambtenaar bij de afdeeling handschriften, 
den heer Francisco Simöes Ratolla, voor zijne hulpvaardigheid. 

In eene korte beschrijving der Bibliotheca Nacional van 1898 
onderscheidt de heer Gr. Pereira in de verzameling van handschriften 
vier groepen : 1® Fundo, Colleccao geval (8502 handschr.) ; 2® Pombalina 
(758); 3® ColL AJcohacense (454); 4® Eluminados (140). Van het bestaan 
der Coll. Alcohncense heb ik bij mij bezoek aan de bibliotheek geen 
kennis gekregen, anders had ik den gedrukten catalogus van deze 
collectie toch even doorgezien. Afgaande op de mededeelingen van 
• G. P. in de beschrijving der Bibliotheca geloof ik echter niet, dat ik 
er voor mijn doel veel in zou gevonden hebben. De collectie, afkomstig 
van het klooster Alcobapa, wordt grootendeels gevormd door peika- 
menten handschriften uit de 11®— 15® eeuw, ongeveer een vierde is 
uit de 16® — 18® eeuw; hun inhoud schijnt in 't algemeen niet van 
liistorischen aard te zijn. 

De verluchte handschriften, waarvan een inventaris gedrukt is, 
vormen eene mooie collectie; een enkel nummer hieruit zal ik zoo 
aanstonds noemen. Van de Colt. Pombalina bestaat een uitvoerige ge- 
drukte inventaris, bewerkt door J. A. Moniz (1891). Ongelukkig voor 
mijn onderzoek is de staat van de inventarisatie der Collecgdo geral voor 't 
oogenblik nog minder gunstig; er bestaat op deze hoofd verzameling 
een oude, uiterst summiere geschreven inventaris; een nieuwe uitvoe- 
rige inventaris is in bewerking; de beschrrjving op fiches is voor het 
grootste gedeelte voltooid, en onderwijl is men reeds aan het drukken 
begonnen; 737 nummers zijn gedrukt. Ik heb die alle nagegaan , wat 
noodzakelijk was, omdat ze niet systematisch zijn geordend en na- 
tuurlijk de index, die later, evenals dit het geval is bij den inventaris 
der Coll, Pombalina ^ den weg moet wijzen in den voltooiden inventaris, 
nog ontbreekt. Voor de talrijke nog ongedrukte nummers was ik aan- 
gewezen op de dienstvaardigheid van den heer Fr. Simöes R a t o 1 1 a , 
die de goedheid had op verschillende door mij opgegeven woorden de 
fiches na te zoeken. De oogst is zeer gering geweest , maar het spreekt 
van zelf, dat bij deze gebrekkige wijze van onderzoek, ondanks alle 



*) Dé heer G. P. (met deze initialen teekent de Inspecteur dikwijls zijne 
pubhcaties) is de auteur van verschillende kleine geschriften over Portugeesche 
bibliotheken en archieven; tot mijn spijt heb ik te Lissabon van het bestaan 
dier publicaties niets vernomen, en eerst later, na mijne terugkomst, toe- 
valligerwijze een aantal vermeld gevonden en er kennis van kminen nemen; 
ik had er anders wellicht nog mijn voordeel mee kminen doen. Ten nutte van 
belangstellenden noem ik: Bibliotheca Nacional de Lisboa (1898). O Archivo 
Ultramarino (1902). Bibliotheca Nacional de Lisboa (1903). Bibliothecas eArchivos 
Nacionaes (1903). A Collecgao dos Codices con Illuminuras da Bibliotheca Nacional 
de Lisboa. (1904). 



24 

hulpvaardigheid , gemakkelijk handschriften voor mij verborgen kunnen 
zijn gebleven , die wellicht in een of ander opzicht belang hebben voor 
onze geschiedenis. 

Collec^do geral 

n<*. 465. fol. 16. Korte aan teeken in gen over de vertaling in 't Neder- 
landsch der Decadas da Asia van Barros, verschenen te Leiden , 
1705, bij Pieter van der Aa. 

fol. 33. Beschrijving van eenige eilanden en plaatsen van Portugeesch 
Indië, 0.0. van Solor en Timor; eene groote plaats wordt in- 
genomen door de vermelding van autoriteiten en zendelingen 
(tot fol. 60). Copie. 

fol. 61— 69J Verslag der krijgsbedrijven van de Portugeesche vloot 
onder Nuno Alvarez Botelho van Dec. 1624— Dec. 1625. 
De auteur is een geestelijke, die op de vloot den tocht heeft 
meegemaakt. 

fol. 82—84. Kort verslag van de komst der Hollanders bij Macao 
en van de overwinning door Lope Sermento de Carvalho 
op hen behaald (1622). Copie. De oorspronkelijke auteur Fr. Alv. 
do Ros ar i o is er bij tegenwoordig geweest. 

n^ 518. Joao Ribeira. Fatalidade estorica da ilha de Ceilam. 1685, 
Dit werk is gedrukt in deel V der Collecqao de noticias para a 
historia e geografia das nagöes ultramarinas j que vivem nos domi- 
nios Portuguezes ou Ihes sdo visinhas; publicada pela academia redt 
das scieficias. Lisboa 1812—67. 7dln. (Dikwijls geciteerd als Noticias 
ultramarinas). Ook bestaat van dit werk eene Fransche vertaling : 
Histoire de Visie de Ceylan etc. door Pabbé Le Grand. Am- 
sterdam 1701. 

n®. 638. fol. 1 — 19^<^. Verslag van de forten en factorijen, die de 
Hollanders in Indië en den Archipel bezitten en van de 
middelen om hen te verjagen. De auteur is kapitein André 
Coelho, die, volgens een noot in den inventaris, omstreeks 
1618 in Indië diende. Copie. 

n®. 673. fol. 127, 129, 134^». Klachten van den envoyé der Republiek, 
van Til, aan de Portugeesche regeering over beleediging en 
schade, hem door een hoog geestelijke bij de ontmoeting hunner 
koetsen aangedaan. 1742. 

n®. 674. fol. 1. Instructie voor Diogo Lopes Ochoabij zijn vertrek 
naar de Republiek om daar over den vrede te handelen, z. d. 
Copie. Het is vooral om de ratificatie te doen en hij moet uit 
Portugal vertrekken met Gijsbert de With (wiens verbaal , ten 
rijksarchieve , van 29 Nov. 1661 is). 

n®. 873 (blauw). Een uitvoerig verhaal over Brazilië, in 't bizonder 
over Pernambuco, getiteld: „Desagravos do Brazil e Gloriaes 
de Pernambuco. Discursos BrasilicoSy Dogmaticos, Belicos , Apolo- 
geticos , Moraes e Historicos repartidos em oito livros etc. Origineel. 
De auteur is D. Domingos Doloreto Couto, eengeestelijke, 
geboortig van het Recif van Pernambuco. Klein folio, 591 blz. 
Blz. 80 — 125 handelt de schrijver over de Nederlanders ; het scheen 



25 

mij üiet belangrijk. De auteur heeft door bemiddeling van Pombal 
zijn werk aan koning Jozé I aangeboden. 

n**. 787. Dit handschrift bevat het werk van Pedro Barreto 
de Rezende, van 1635, een beschrijving gevende der onder- 
koningen van Indië, van de voornaamste gebeurtenissen onder 
hun bestuur en van de steden en sterkten, en getiteld: Breve 
tratado ou epilogo de todos os visoreys que tem avido no estado 
da India. Feito por Pedro Barreto de Rezende. 1635. Origineel. (Re- 
zende was secretaris van den graaf van Linhares, onder- 
koning van Indië). De Bibliothèque Nationale te Parijs 
bezit het werk van Rezende verlucht in twee deelen, waarvan 
de Bibliotheca Nacional te Lissabon een copie heeft onder 
de n°* 139 en 140 der collectie llluminados ; n®. 139 Relacion da 
India por Pedro Barreto de Rezende. 1^ parte. Governadores e vice- 
reis. n®. 140. Idem. 2» parte. Descripgao de cidades^ portos e forta- 
lezas. In dezelfde collectie ook nog n®. 149: Mariz Carneiro. 
Descripgao das fortalezas da India. 

nP, 28 en n®. 29 der Collecgdo Geral zijn weer onvolledige copieën van 
Rezende 's werk zonder de verluchtingen. 

Collecgdo Pombalina 

n®. 439. Livro das cartas de Sua Mag^ que Deus G^^^ escriptas na 
mongdo do anno de 697, respondidas em Janeiro 698; sdo dirigidas 
ao conde Vice-Rey e Capitdo Geral de India. (Conde de Villa Verde). 
347 fol. Copieën Ik geloof niet, dat hierin veel belangrijks voor 
onze Indische geschiedenis gevonden wordt. 

n®. 469. Instrusdo que o 11^^ e Ex"^ 5^ V. Rey Marques de Atorna 
deixou ao 11'^ e Ex'^ S^ V. Rey Marques de Tavora (1750). Copie. 
Zelfde opmerking als boven ; het uitvoerige stuk is trouwens meer 
dan eens uitgegeven, o. a. door F. N. Xavier, met noten en 
bijlagen. N. Goa 1856. 

n**. 672. fol. 4 — 59. Een aantal stukken (deels in 't Latijn) rakende de 
betrekkingen tusschen Portugal en de Republiek, 1694-1697. 
Vele stukken in slechten toestand. Het zijn grootendeels klachten 
van Portugeesche zijde over geweld en overlast, aan Portu- 
geesche schepen aangedaan, van Nederl. zijde over verhooging 
van den prijs en vermindering der maat van het zout te Setubal. 
Op fol. 18 een klacht van 5 Nov. 1695, dat de Nederl. schepen, 
die te Setubal zout gaan halen, door het uitstorten van hun 
zand in of bij de haven, deze geheel zullen bederven, fol. 37. 
Dordrecht 7 Juli 1694. Louis van der Putten biedt aan een 
bewapend schip te leveren ter bescherming van den Portugeeschen 
handel. 

n**. 603. Cartas minutas de Sebastido José de Carvalho *), escriptas de 
Vienna d*Austria para varios. 1747 — 1749. Hierin ook eenige brieven 
aan Manoel Freire de Andrade e Castro, in Den Haag, 



*) Later Markies van Pombal. 



26 

o. a. van 26 Juni en 10 Juli 1748 (fol. 11 , fol. 20) over „o attentado 
commettido pelo Almirante Scliriver"; dit bestond in het doen 
fusilleeren van twee gedeserteerde Hollandsche matrozen op zijn 
schip, liggende in de Taag. (Zie de Jonge, Gesch. Ned. Zeew. 
V. 182). 

613. fol. 827—389. Brieven van Manoel Freire de Andrade e 
Gastro aan Sebastiao José de Carvalho. Origineelen en 
copieën. Zij loopen van 11 Juni — 14 Nov. 1748 en handelen, af- 
gezien van enkele stukken over den vredehandel te Aken, bijna 
geheel over de gebeurtenissen in de Republiek; de briefschrijver 
meldt wat hij verneemt over de voorvallen in Groningen, 
Friesland, Amsterdam; in een brief van 29 Aug. 1748. 
(fol. 349) schrijft hij, dat Rousset tweemaal naar het stadhou- 
derlijk hof in Den Haag is geweest om instructies te halen ; hij 
keurt de relaties van het hof met zoo'n man af. Nieuws voor ons 
is er in de brieven niet. 

635. fol. 326—328. Carta official de Fravcisco Vasques da Cunha 
para D. Louis da Cunha sobre os insultos commettidos pelos hollan- 
deses nas Cosfas d' Africa. Haya 1770. 

Dit uitvoerig schrijven van 26 Juni 1770 behandelt de grieven 
der Portugeezen over de behandeling, die zij van de W. I. C. 
te verduren hebben bij de kust van Guinee. De W. I. C. brengt 
de schepen , die zij handel drijvende aantreft tusschen de kapen 
de la Hou(?) en Tres pontas op en heft onrechtmatig lOpCt. 
der waarde van de lading der schepen, die van Brazilië komen 
handelen op de kust; die heffing geschiedt op het kasteel da 
Mina. Hij heeft eerst gehoopt, dat hij voor zijne klachten steun 
zou vinden bij York e, den Engelschen gezant, die zich in 1769 
beklaagd heeft bij de Republiek, dat de ambtenaren der W. I. C. 
den kusthandel tusschen Engelschen en Portugeezen be- 
lemmerden ; want de Engelsche kooplui klaagden , dat tengevolge 
der kwellingen, den Portug. schepen door de W. I. C. aangedaan, 
zij den toevoer van tabak uit Brazilië misten , dien zij niet ont- 
beren konden voor hun negerhandel; daarvoor toch is de tabak 
een onontbeerlijk artikel. Maar nu heeft de briefschrijver gemerkt , 
dat een vergelijk tusschen Engeland en de Republiek be- 
raamd wordt, waarbij de Portugeezen het kind van de rekening 
zullen worden. Hij zou wenschen, dat Portugal met geweld het 
recht handhaafde om in de havens, niet aande W.I. C. behoorende, 
handel te drijven. Men behoeft de Republiek niet te vreezen. 
Naar wat hij verneemt, is de Portugeesche marine veel beter 
voorzien van linieschepen , zoowel wat quantiteit als qualiteit be- 
treft, dan die der Republiek, die maar weinig zaaks meer is; 
en hoewel haar de middelen niet ontbreken om de zeemacht te 
verbeteren, is daartoe noodig de samenwerking van alle zeven 
gewesten, en die ontbreekt voor deze zaak: de Republiek is 
in verlegenheid, niet alleen door den keurvorst van de Paltz 
maar ook door de provincie Zeeland, die, niet kunnende ver- 
krijgen dat hare quote verminderd wordt zonder afstand te doen 



27 

van de uitsluitende vaart op Essequebo, verklaard heeft, dat 
zij zich gedwongen zou zien zich van de Unie af' te scheiden; 
en de zaken zyn zoover gekomen , dat de stadhouder alle gezag en 
invloed, die hij vroeger in die provincie had, verloren heeft. 

no. 610. fol. 22—25. Oct. 1773. De Engelsche gezant deelt aan de 
Portug. regeering mee , dat, ingevolge klachten van zijne regee- 
ring over de belemmering van den handel op de Afrikaansche kust 
door de Nederl. W. I. C. , commissarissen zijn benoemd om te 
Londen in onderhandeling te treden, en noodigt haar uit , harer- 
zijds ook commissarissen te zenden. Het antwoord der Portug. 
regeering luidt, dat Portugal niets te onderhandelen heeft; het 
verlangt niets anders dan onverlet van hare Amerikaansche op 
hare Afrikaansche bezittingen te varen om slaven te halen , en het 
heeft maatregelen genomen om het geweld der Ked. W. I. C. 
af te weren. 

n**. 651. fol. 270—280. Eenige brieven van José Vasques daCunha 
aan Pombal uit 1778; hij beklaagt zich, dat de burgemeesters 
van Amsterdam in de acte, waarbij zij hem als consul toelaten , 
eene clausule hebben ingelascht, dat hij aan alle ordinaris en extra- 
ordinaris lasten onderworpen is; hij wil hiervan vrijgesteld worden. 

n®. 650. fol. 40—66. Privilegios dos inglezes e liollandezes residentes em 
PoHugaL 

n®. 637. fol. 1—19. Notlcia precisa e chronologica da origem eprogresso 
dos privilegios dos inglezes e hollandezes no Reino de Portugal. 

fol. 100— llü. Fragmento de urn escripto do Marquez de Pombal sobre 
o commercio e navega^do nas colonias, abiisos dos hollandezes etc. 

De bovengenoemde stukken zijn alle afkomstig van Pombal; 
de eerste twee handelen over het privilege, door de Engel schen 
en Nederlanders genoten, dat de justitie hunne huizen niet mag 
binnentreden. Dit privilege is door koning Manoel aan de Duit- 
sche kooplieden verleend op 7 Febr. 1511; hetzelfde recht, 
dat de Duitschers genoten , is toegekend aan de E n g e 1 s c h e n bij 
de tractaten van 1642 en 1654, aan de Hollanders bij het 
tractaat van 1661. Pombal tracht te betoogen, dat de Engel- 
schen en Nederlanders het bedoelde privilege op grond dier 
tractaten niet kunnen pretendeeren; de rechten, in 1511 aan de 
Duitsche kooplieden gegeven, waren dezen persoonlijk verleend. 
De aanleiding voor Pombal om dit privilege te bestrijden is het 
misbruik dat er van gemaakt wordt om te smokkelen. 

Het derde stuk is een betoog, met aanhalingen uit Montes- 
quieu, dat de ontdekkers en bezitters van kolonies een uitslui- 
tend recht op het genot hiervan hebben en dat daarom de artikels 
11, 12, 16, 19 en 20 uit het tractaat van 12 Juni 1641 met onze 
Republiek geen effect konden hebben. Volgen beschouwingen 
over het tractaat van Portugal met Engeland van 10 Juli 
1654, over de ütrechtsche verdragen en over de verhouding tus- 
schen Spanje en Portugal op koloniaal gebied van 1582— 1640. 

De Bibliotheca Nacional bevat buitendien archieven, die men niet 



28 

hier doch in het Archivo da Torre do Toinbo zoeken zou. Bij decreet 
van 24 Nov. 1901 *) is aan de acht bestaande afdeelingen der biblio- 
theek eene negende sectie toegevoegd, die den naam draagt van Ar- 
chivo de Marinha e Ultramar, Zooals die naam reeds aangeeft, is de 
afdeeling voor een deel gevormd uit het marinearchief, kort te voren 
naar de bibliotheek overgebracht; het andere deel is geleverd door 
het archief van den ouden Raad van Koloniën, den Co nselho UI tr a- 
marino (opgeheven in 1834), die is opgericht door Philips II en 
na den opstand van 1640 onder het nieuwe koningshuis gehandhaafd 
bleef , met nagenoeg denzelfden werkkring , welke hem onder Philips III 
door eene instructie van 25 Juli 1604 was aangewezen. Deze instructie 
belastte den Conselho feitelijk met het gansche bewind over de kolo- 
niën , natuurlijk altijd onder 's Konings opperste leiding. De papieren 
van dit lichaam, eerst aan de Bibliotheca Nacional in bewaring ge- 
geven , zijn haar thans voor goed afgestaan en vormen , zooals ik reeds 
zeide, vereenigd met het marinearchief nu eene afzonderlijke afdee- 
ling krachtens het decreet van 1901. Tot op dien tijd is echter aan 
de ordening en inventarisatie dezer documenten niets gedaan; sedert 
zijn ambtenaren voor het beheer der nieuwe sectie benoemd en is men 
begonnen het werk der inventarisatie ter hand te nemen. Voor het 
oogenblik is het nog in zijn eersten aanvang en heeft men niets dan 
zeer ruwe opgaven van het aantal liassen, die betrekking hebben op 
de onderscheiden koloniën en de jaren waarover zij zich uitstrekken. 
De directeur der afdeeling, de heer Eduardo de Gastro e Al- 
meida, die mij hier met veel vriendelijkheid te woord stond, toonde 
mij o.a. een vertrek, waarin de kasten geheel en uitsluitend gevuld 
waren met liassen betreffende Brazilië. Onder deze omstandigheden 
heb ik er van moeten afzien onderzoekingen in deze afdeeling te doen ; 
hiertoe zouden voor een doel als het mijne niet dagen maar weken 
vereischt worden, terwijl dan nog de uitkomst van het onderzoek in 
de ongeordende massa onzeker zou blijven. Volgens mededeeling van 
den heer de Gastro zijn de documenten voor het grootste gedeelte 
uit de 18® eeuw en van administratieven aard; zij gaan echter van 
ongeveer het midden der 16® tot in de 19® eeuw. ^) 

Behalve de Bibliotheca Nacional heb ik te Lissabon nog twee andere 
bibliotheken bezocht , de bibliotheek van de AcademiadasScien- 
c i a s en de bibliotheek van den Papo d'Ajuda, een koninklijk paleis , 
gewoonlijk kortweg Ajuda genoemd. Deze bezoeken leverden mij zeer 
weinig op. 

De Academia das Sciencias bezit de handschriften der boekerij 



O Afgedrukt in het Boletim das Bibliothecaa e Archivos Nacionaes. 1902. n". 3. 

2) Gabriel Pereira geeft in de kleine publicatie O Archivo UUramarino 
(Lisboa, 1902) eenige summiere mededeelingen ; hij spreekt daar terecht van 
een „oceano de codices, ma9os, pastos e papeis avulsos," dien men niet 
zonder loods bevaren kan , en merkt op , dat deze afdeeling niet te gebruiken 
is alvorens de documenten zijn geïnventariseerd. Zooals ik zeide, is dit werk 
thans ter hand genomen. 



29 

van het klooster Nossa Senhora de Jezus, waarop een afzonder- 
lijke geschreven catalogus in 2 foliodeelen bestaat, getiteld: Catalogo 
Alphahetico dos manuscritos da livraria do Convento de Nossa Senhora 
de Jezus y pertencentes aos religiozos da Terceira Ordem da Penitencia 
do N, P®. S. Francisco, Deze, zooals de titel aanwijst, alphabetisch 
geordende inventaris, die dus weer geheel moest worden nagelezen, 
vermeldt minder nummers dan de twee lijvige foliodeelen doen ver- 
Tvachten; het zullen er ruim 800 zijn; doch tusschen de onderscheiden 
letters van het alphabet zijn telkens een aanzienlijk aantal bladen 
onbeschreven gelaten, ongetwijfeld met het doel om hierop nieuwe 
aanwinsten te boeken. Helaas, veel nieuws is er niet geboekt, en 
daarentegen heeft de verzameling vrij wat vermindering ondergaan 
blijkens een aan den kant geschreven noodlottige F (falta = ontbreekt) 
bij verscheiden nummers , zoodat de inventaris een vrij komischen indruk 
maakt Onder de ontbrekende nummers behooren ook twee deelen brieven 
van Francisco de Souza Coutinho, het eene deel brieven aan 
koning Joao IV, het andere brieven aan Portugeesche ministers be- 
vattend. Behalve een verzameling brieven en andere stukken van den 
graaf van T a r o u c a , waarbij brieven over den vredehandel te Utrecht, 
Gab. 5, E. 6, n^. 3, heb ik niets uit dezen inventaris te vermelden dan : 
Gab. 5 , E. 9 , n°. 137. Relagdo do cerco que os Hollandezes com o Rei de 
Candea poserdo d Cldade de Columbo na Ilha de Ceildo em 1655, 
42 fol. Het maakt deel uit van een „Collec9ao de papeis raros 
antigos e modernos, copiados por Fr. Vicente Solgado, Ex-geral 
e chronista da terceira ordem de Portugal no anno de 1800." Het 
stuk begint: „Em setembro de 1655 chegarao d barra de Negumbo 
des ndos Olandesas, e duas ficarao ao largo; lansarao em terra 
onse companhias de oitente homens cada huma". . . . Het eindigt : 
.... „e por isso se oferece a seus Reaes pez este papel, tirado 
de hum Diario feito em Columbo , e de outras informa9öes vistas 
e re vistas por Ecclesiasticos e seculares quê assistirao no cerco 
do principio até ao fim." — 
Behalve den genoemden inventaris of catalogus heb ik gezien den 
y^Catalogo dos manuscriptos da Bibliotheca da Academia Realdas Scienciasy 
Deze bestaat uit vier lijvige deelen fiches , die zonder eenige scheiding 
naar materie alphabetisch zijn gerangschikt; ik heb die op verschil- 
lende woorden nageslagen , zonder iets van beteekenis te vinden ; Gab. 
3 , E ^17^, Gompendio histqrial de la jornada del Brazil y sucesos della , 
is eene copie van het handschrift, dat berust in de bibliotheek van 
het koninklijk paleis te Madrid. 

Daar ik vernomen had, dat de bibliotheek der Ajuda belangrijke 
handschriften bezat, wendde ik mij met een verzoek om er toegelaten 
te worden tot den directeur dier bibliotheek, den heer Ramalho 
Ortigao, die zoo welwillend was mij het verlangde verlof te ver- 
leenen niet alleen maar daarenboven met den adjunct-bibliothecaris, 
den heer A. de Freitas, al vóór mijne komst ter bibliotheek een 
onderzoek in te stellen naar documenten, die voor mij van belang 
konden zijn. Trouwens , zonder deze voorkomendheid zou mijn bezoek 



30 

geheel ijdel geweest zijn, want zooals mij bleek, ontbreekt een inven- 
taris , die den bezoeker ter beschikking kan worden gesteld. Een inven- 
taris in fiches is in bewerking , maar nog slechts in het begin. Hoewel 
het resultaat zeer gering was, ben ik genoemden heeren zeer erkente- 
lijk voor hunne hulpvaardigheid. 

49 — XI— 9. Cartas escritas da Holanda a el rei D. Joao IV pelo 
seu embaixador Francisco de Sousa Coutinho. 1648—1649. 
Geheel juist en nauwkeurig is deze aanwijzing niet. Het hand- 
schrift is een register van brieven van de S. Coutinho; het telt 
227 fol. (dubbel), fol. 1 — 110 zijn brieven aan den Koning, 
van 6 Dec. 1648-6 Juni 1649; fol. 110—205 zijn brieven aan den 
Portug. gezant te Parijs , den graaf da Vidigueira, van 4 Sept. 
1648—22 Maart 1649; fol. 205—216 aan den resident Christ. 
Soares de Abreu, van 30 Maart— 11 Mei 1649; fol. 216—227 
weer brieven aan den Koning van 2 — 6 Aug. 1649. De brieven 
loopen over de onderhandelingen betreffende Brazilië, over de 
belangen van Portugal in 't algemeen en de Europeesche verhou- 
dingen. 
51 — VII — 5 tot 51 — VII— 22 vormen, onder den naam Do Governo de 
Portugal , eene groote collectie copieën van brieven der Koningen 
te Madrid aan de onderkoningen van Portugal en omge- 
keerd. Hierin komen natuurlijk ook de Nederlanders wel ter sprake , 
doch wat ik , op aanwijzing der mij getoonde fiches , hiervan gezien 
heb, was toch van geen belang; alleen teekende ik nog aan uit 
51 — VII— 6 een brief van Philips III aan den onderkoning 
van 7 Nov. 1613, waarin de dringende noodzakelijkheid wordt 
aangewezen om de Nederlanders van de Guineesche kust te ver- 
drijven; de aanhef, volgens welken de Nederlanders van den handel 
in die streken de gi'ootste winsten trekken, luidt: „Havendo eu 
visto o que por diversas vezes se me tem representado acerca da 
necessidade que ha de se impedir e tirar de todo o comercio e 
tratto que os Olandezes de anos a esta parte vao continuando na 
Mina, Costas e Rios de Guine com tao grande proveito e ganho 
que se tem por certo que o que de ali tirao he a principal nerva 
e cabedal , com que se sustentao suas Armadas e as impresas 
que tem intentado em ambas as Indias e nas mais conquistas de 
meus Reynos etc. — 

Het is natuurlijk mogelijk, dat bij nauwkeurig nagaan dezer col- 
lectie enkele belangrijke gegevens voor den dag komen ; ik heb 
mij bepaald tot het opslaan der plaatsen die de fiches , welke mij 
verstrekt werden — en vele waren het niet — , mij aanwezen. 

Van den aanvang af lag het niet in mijn plan om behalve Lissabon 
nog andere Portugeesche plaatsen te bezoeken , daar ik vreesde anders 
den beschikbaren tijd te veel te moeten versnipperen , en ik heb ook 
geen aanleiding gevonden van dit plan af te wijken. Van de biblio- 
theken van Coimbra, van Maf ra, van Braga had ik voor het 
doel mijner reis volgens ingewonnen inlichtingen niets te verwachten , 
misschien echter wel van de bibliotheken te Evora en te Porto, 



31 

beide in 't bezit van eene aanzienlyke hoeveelheid handschriften met 
tabijke historische documenten. Toch heb ik ook deze niet bezocht, 
in de eerste plaats om de bovenvermelde reden , vervolgens omdat van 
beide verzamelingen uitvoerige catalogi in druk bestaan. In 't bizonder 
geeft de zeer uitvoerige ^^Gatalogo dos Manuscriptos da Bibliotheca 
puhlica Eborense ordenado pelo biblioihecario Joaquim Heleodoro 
da Cunha Rivara den belangstellende nauwkeurige aanwijzingen 
over de documenten. Deze catalogus, in den gewonen boekhandel niet 
meer verkrijgbaar, schijnt antiquarisch nog al eens voor te komen, 
hoewel ik er tevergeefs navraag naar heb gedaan; welliclit is op het 
tijdstip, dat dit verslag verschijnt, ten onzent de bibliotheek van het 
Koninklijk Instituut voor de Taal- Land- en Volkenkunde van Neder- 
landsch-Indië reeds in het bezit van een exemplaar. Ik heb het werk 
ter nationale bibliotheek te Lissabon kunnen raadplegen ; enkele mede- 
deelingen laat ik volgen. 

De catalogus bestaat uit vier deelen; het eerste is geheel bewerkt 
c^.oor Cunha E,ivara;de volgende naar diens aanteekeningen door 
Ant. de Sousa Telles de Matos. Deel I, 1850, (458 blz. met de 
registers) beschrijft de documenten betreffende f, America, Africa e Asia*^; 
deel If, 1868, (717 blz. met de registers) bevat „a /t7^era^?/ra"; deel III, 
1870, (532 blz. met de registers) „a//?6-^onV; deel IV (zonder registers; 
288 blz.) ,^ScienciaSy artes e polyyrap}iia'\ Bij het doorbladeren van de 
afdeelingen Africa en Asiu (resp. p. 209—255 en 255—429 van deel I) 
heb ik den indruk gekregen , dat hierin weinig belangrijks voor onze 
geschiedenis (Land- en Volkenkunde van Ned.-Indië laat ik buiten 
beschouwing) te vinden is. De eerste af deeling van deell, Amerika 
betreffend , (p. 12 — 205) ^ ) , heb ik nauwkeuriger nagegaan met het oog 
op Brazilië; ik teekende het volgende aan: 

PTTT 

p. 13. God. ^z^(^ ^ ^' 1- Betoog waarom de Ned. W. I. C. Brazilië, 
Angola en S. Thomé aan Portugal behoort af te staan. 6 folio 
bladz. (Z. d. In een noot wordt gezegd , dat het gericht is aan de 
Staten-Generaal door een Portugeesch gezant). 
CXVI 

p. 14. God. 2_ï3" ^- ^** ^- Advies over de beste middelen om de landen 

van Brazilië te behouden en te verbeteren. 2 Sept. 1654. Lissabon. 
8 folio bladz. 
p. 21. Brief van Manoel de Vasconcellos over hetgeen met de 
Hollanders is voorgevallen. Bahia, 5 Juni 1638. (Ik heb ver- 
zuimd de signatuur van het handschrift aan te teekenen). 

p. 20 en 21. God. ^^ fol. 85, 87, 89, 91, 93, 97. Verschillende be- 

richten over hetgeen met de Hollanders in Brazilië is voor- 
gevallen, van 1636, 1638, 1639. 

p. 21. God. y_^. a. n® 1. Verslag van de reis met 16 schepen onder 

D. Diogo Lobo om Bahia hulp te brengen en van de voor- 

^) p. 1 — 10. Viagéns, Roteiros e artes de navega^ao. 

p. 10 — 12. Cartas e Planos das terras e fortalezas do Ultramar. 



32 

naamste gebeurtenissen op die reis, in ^t bizonder op het schip 
N. S» de Guadelupe. Origineel. 25 Joli— 9 Oct. 1639. De auteur 
is Padre Leüz Lopes. die aan boord was van de N.S* de 
Guadelupe. 55 fol. 8". 

p. 32. God. öiin ^' ^^^* ^^' ^^'*^"*^^ ^^ Companhia de Jesiis da 
Missdo do Maranhdo pelo P^ Domingos de Araujo, escripta em 
1720. Hierin volgens de beschrijving: Livro segundo, cap. 12, 14, 
15, over de komst der Hollanders in Maranhao, hunne ver- 
drijving en het aandeel hieraan der Jez nieten. 69 fol. 

p. 40. God. j— ö" a. fol. 109. Advies van Padre Antonio Vieira 

over de zaken van Brazilië. Lissabon 14 Maart 1647. Ditzelfde 
stuk komt in meerdere handschriften voor. 
CXIII 
p. 41. God. ïiiïg d. fol. 48. Advies van Padre Antonio Vieira 

om Pernambuco aan de Hollanders terug te geven. Eind 
1648. Ook dit stuk komt herhaaldelijk voor. 

p. 143. God. ^ fol. 180, 185, 187, 194, 195, 198 , 204. Stukken over 

den opstand van Pernambuco. 1645. 
CXVI 
p. 144. God. oilïs^ ^* ^** ^' -^^®^ ^^^ Francisco Barreto over zijne 

overwinning op de Hollanders bij de Goararapes. 1648. 4 fol. 
Bij een vlug doorloopen der deelen II en IV heb ik geen belangrijks 
voor onze geschiedenis opgemerkt. 

Uit deel III, Historia, deel ik mee het volgende: 

p. 240. God. ï:^d. fol. 119. Verslag van Fr. Antonio de S. Miguel 

over de zege bij de haven van Goa, door Antonio Telles de 
Menezes op de Hollanders bevochten, z. d. (moet zijn begin 
Jan. 1638), 

p. 272. God. ^^- 298 fol. God. ^^ n« 3. Noticia geral dos tratados 

e special do tratado de Utrecht con commentarios a cada uma 
dos saus artigos por D. Luis da Gunha. 

p. 278. sqq. God. ^-^ — God. öhtö- Briefwisseling van den graaf da 

Vidigueira gedurende zijne beide ambassades te Parijs , verspreid 
over 12 deelen , loopende over de jaren 1642 — 1649. Verschillende 
Portugeesche diplomaten schrijven uit de Republiek aan hem: 

CVI 
p. 323. God. öl^ö' Hierin een aantal brieven van P® A n t. Vieira, 

meestal uit Den Haag, 1647, 1648. 
CVI 
p. 325. God. 9— y- Idem van Ghr. Soares de Abreu. Den Haag, 



2-7' 

CVI 
2-7* 



Munster, Osnabrück, 1647, 1648. 
Q van Fel. Dourado. Den Haa 
1645, 1646, 1648. Amsterdam, 1643. 



DVT 

p. 327. God. -^. Idem van Fel. Dourado. Den Haag, 1642, 



33 

CVI 
328. Cod. -„— ^' Idem van Franc, de Andrade Leitao. Den 

ii D 

Haag, 1642, 1643, 1644, 1648. Deventer, 
1644. Munster 1644—1648. 
CVI 
332. Cod. 1,— ^* Idem van Franc. Ferreira Rebello. Den 



2—7 



Haag, 1648, 1649. 



CVI 
p. 332. Cod. öHTö' Idem van Franc, de Sousa Coutinho. Den 

Haag, 1646, 1647. 

CVI 
p. 340. Cod. ^^k' Idem van L. Pereira de Castro. Dordrecht, 

1643. Den Haag, 1643, 1644. Munster, 

1644-1649. 

CVI 
349. Cod. _- - • Twee brieven van Antonio Telles da Silva 

<S — 7 

aan den Koning. Bahia, 13 Oct. 1643 en 25 Nov. 1648. 

CVI 
353. Cod. - - ■ Enkele brieven van Franc, de Sousa Coutinho 

£i — 7 

aan Antonio Moniz de Carvalho. Den Haag, Febr. — April 

1646, en één aan Chr. Soares de Abreu. Den Haag 1649, 16 Nov. 

CVI 
374. Cod. „-Ö* Memorie van de conferentie van Antonio Moniz 

met d'Estrades over de zaken van Portugal en over hetgeen 
hij verhandeld heeft met Lionne op 7 April 1645. 

CIV 
388. Cod. ö— IQ Brieven van den graaf van Tarouca, gevol- 
machtigde voor het congres te Utrecht, aan den graaf van 
Assumar. (Drie uit Londen, 1709, 1710, dan uit Den Haag, 
1710, 1711, 1712, en uit Utrecht, 1712. 
CIV 
391. Cod. 01:22' ^^^^^Q^^ ^^ iratados de Portugal com varias potencias 

e de alguns contratos particulares desde o anno da acdamagao de 
1640 até a conclusdo da paz com Castella em 1715 por D, Luiz 
Gaetano de Lima, Cler. Reg. 

Hierin komen voor: Ratificaties der verdragen tusschen Por- 
tugal en de Republiek van 1661—1662, 1668-1669, 1677, 
1691—1692. Dan een bekrachtiging der Staten-Generaal van 
de overeenkomst, gesloten met de erfgenamen van Gilberto de 
Wit, en van de overeenkomst met de erfgenamen van Willem 
Do nek er. Den Haag, 19 Febr. 1694. 
CIV 
391. Cod. o_iV Memorias de toda a guerra desde o anno 1659 até o 

de 1706 escriptas por D. Luiz da Cunha, embaixador em Londres, 
Eene noot zegt, dat deze memorias uit Utrecht gezonden werden 

bij brieven van 20 Juni 1714. (Ook 2~j[2' 2—13' 2^16 ^^' ^ ^^ ^^' 
CIV 
395. Cod. siii ö* Interesses de Portugal , ventüados , debatidos e ajustados 

no tratado de paz que assiguaram no Congresso de Utrecht o Conde 

3 



34 

de Tarouca , Jodo Gomes da Silva et D, Luis da Cunha , Emhaixa^ 
dores ao mesmo congresso no anno de 1715 etc Eene noot zegt^ 
dat het copieën zijn van brieven der genoemde ambassadeurs aan 
den secretaris van Staat, 43 uit 1712, 3 uit 1713. 

PTV PTV 

p. 396. Cod. ^— 2Q en Cod. ö_2i* ^^^orias pertencentes d Historia da 

paz de Utrecht par 1). Luiz Caetano de Lhna, Cler. Reg. Eene ver- 
zameling stukken in vier tom., twee in elk handschrift. 
In tom. IV, p. 51. Memorie der erfgenamen van Johan Ver- 

borre aan de koninklijke compagnie van Portugal aanga nnd& 

het assento de negros, z. d. 
p. 55. Resolutie der Staten-Generaal hieromtrent, z. d. (Fransch.) 
p. 57. Antwoord der Compagnie van Guiriea en de Indien 

op de pretensie der erfgenamen van Verborre. Lissabon^ 

14 Dec. 1714. 
p. 203 , 204 , 207. Brieven van Fr. Schonerberg aan de Staten- 
Generaal. Lissabon, 11, 21 Jan., 15 Febr. 1715. 
p. 211. Brief van Buys, gezant der Republiek te Parijs, aan de^ 

Staten-Generaal over eene conferentie met den Portug.. 

ambassadeur. Parijs, 15 Febr. 1715. 
p. 215. Resolutie der Staten-Generaal op bovenstaanden brieft 

20 Febr. 1715. 
p. 217. Resolutie der Staten-Generaal over een petitie vaa 

Hollandsche kooplieden betreffende de schepen van Buenos. 

Ayres. 13 Nov. 1714. 
p. 223. Resolutie der Staten-Generaal ten gunste der W. I. C. 

over de restitutie van artillerie van Brazilië. 20 Maart 17 15. 
p. 225. Resolutie der Staten-Generaal over de schepen vaa 

Buenos Ayres. 31 Mei 1715. 
p. 259. Resolutie der Staten-Generaal aangaande de katho- 
lieken van Ce il on. 2 Oct. 1715. 
p. 275. Brief van den graaf van Tarouca aan den heer vaa 

Boetzelaar over den koop van eenige schepen. Amsterdam^ 

9 Jan. 1717. 
p. 279. Contract tusschen Tarouca en Adriaan Boreel,. 

waarbij de laatstgenoemde in Portugeeschen dienst treedt.. 

17 Febr. 1717. 

CIV 
p. 419. Cod. -— -g 164 foliobladz. Brief van Luiz da Cunha aan 

den infant Manoel, waarbij hij hem overzendt het ontwerp van 
vrede en quadruple-alliantie , met kritische opmerkingen over de- 
projecten der koningen van Frankrijk en Engeland en der Staten- 

CIV 
Generaal. (Ook h^^ n*» 4). 

Op mijne aanvrage heeft de Directeur der bibliotheek te Porto de- 
groote goedheid gehad mij toe te zenden den catalogus der manu- 
scripten van de Bibliotheca Pubt'ca Municipal do Porto, die tusschen 
1880 en 1896 in tien afleveringen is gedrukt. (1« Fase. 99 blz. M. S. S., 



35 

Membranaceos. 2^ Fase. 161 blz. M. S. S. Geographicos. 3® Fase. 
174 blz. M. S. S. Nobiliarios. 4» Fase. 174 blz. M. S. S. Historieos. 
5« Fase. 27 blz. M. S. S. Militares. 6« Fase. 75 blz. Litteratura. 7« Fase. 
82 bl2. M. S. S. Monastieos e Religiosos. 8« Fase. 19 blz. M. S. Ö. Juri- 
dicos. 9« Fase. 11 blz. Philosophia. 10« Fase. 29 blz. M. S. S. Seientifieos 
e Industriaes , Variedades, Polygraphia e Bibliographia). Ik heb uit 
dezen eatalogus niets aan te teekenen gehad; enkele stukken, die er 
voor in aanmerking zouden komen, heb ik reeds uit andere verzame- 
lingen genoteerd; het eenige nummer dat ik zou kunnen noemen is 
n° 418. Papeis politicos e curiosos^ verschillende adviezen (copieën) 
van Portug. raden en ministers over de vredesvoorwaarden der Repu- 
bliek bevattende (z. d. maar van 1647); deels ook in n® 375; enkele 
er van ook in de collectie van Evora. 

Na over Portugal gesproken te hebben, mag ik wellicht nog met 
een enkel woord er aan herinneren , dat ten Rijksarchieve in Den Haag, 
behalve de consulaire berichten in het archief der Directie van den 
Levantschen Handel en de Navigatie in de Middellandsche Zee, aan- 
wezig zijn in het archief der Staten-Generaal de gewone missiven der 
vertegenwoordigers van de Republiek bij de Portugeesche regeering 
van 1641 — 1795 en de secrete missiven van 1675 — 1794, evenwel met 
hiaten. De secrete missiven (deels ook van consuls) zijn over 't geheel 
weinig talrijk voor de verschillende jaren; de berichten echter uit de 
jaren 1702 — 1704 van Schonerberg zijn veelvuldig. In de secrete 
missiven van Bosc de la Calmette uit 1753 vindt men uitvoerige 
uiteenzettingen der grieven van de Nederlandsche kooplieden , in Por- 
tugal gevestigd, tegen de Portugeesche re«;eering. — Eindelijk in het 
Legatiearchief de volgende verbalen: van Mr. Gijsbert Rudolphy 
(advocaat der W. I. C.) en Wouter Abrahamsen van der Hoeve 

ëonsul te Lissabon) van 6 Mei — 8 Dec. 1653; van Nicolaas ten 
oven (Bewindh. der W. I. C.) en Gijsb. de With (gewezen Raad 
van Just. in Brazilië), 27 Aug.— 12 Nov. 1657; van Gijsbert de 
With van 1661; van Schonerberg, 1678—1716; van Van Til, 
1731—1751; van Bosc de la Calmette, 1751—1758; van Van 
Kretschmar, 1759—1762; van Van Haeften, 1763—1767; van 
Smissaert, 1780—1782; van Hogguer, 1782—1790; van VanSpaen 
van Voorstonde, 1791—1794; van Van Grasvelt, 1802—1804. 



Aan de oostzijde der Plaza del Triunfo, die in het zuiden door het 
Alcazar en ten noorden door de Cathedraal is begrensd, staat de 
breede, rechthoekige Casa Lonja. eens de beurs der Sevillaansche 
kooplieden. Hare stichting in de jaren 1583 — 1598 bewaart de herinne- 
ring aan den bloei en den rijkdom der stad in een tijd, toen de lange 
periode van achteruitgang en verval voor de andere Spaansche steden 
reeds zeer merkbaar begonnen was. Die bloei en rijkdom waren goed- 
deels te dankeu aan het monopolio van den Indischen handel, dat zij 
genoot sedert den aanvang der eeuw: thans worden in de Casa 
Lonja de papieren bewaard, die op de geschiedenis van dien handel 
en van het Spaansch koloniaal bezit betrekking hebben. Op de eerste 
verdieping van het monumentale gebouw is het Archivo general de 
Indias gevestigd. 

Dit archief is op order van koning Ka rel III in 1784 te Sevilla 
ingericht en gevormd uit documenten, die deels te Sevilla aanwezig 
waren doch anderdeels uit Cadiz, Amerika, Simancas en Madrid 
daarheen werden overgebracht. Die papieren zijn van tweeërlei aard , 
en het archief bestaat dientengevolge ook uit twee afdeelingen: A.hei 
archief' der Casa de Gontratacion ; B. het archief van den Consejo de 
Indias. 

A. De Casa de Contratacion (letterlijk: huis van koophandel) is in 
1503 te Sevilla gesticht. Er zou — zoo luidde het koninklijk bevel 
— te Sevilla een huis ingericht worden voor den handel en tiet ver- 
keer met de Indien , de Canarische eilanden en de andere eilanden , die 
ontdekt waren of nog ontdekt zouden worden; naar dat huis zouden 
alle zaken, die voor den bedoelden handel nood ig waren, en de artikels, 
die van en naar de overzeesche landen vervoerd werden, moeten 
worden gebracht. Met het beheer werden aanvankelijk een factor, een 
thesaurier en een schrijver belast. Bij den aanwas van het verkeer 
werd het personeel spoedig aanmerkelijk vermeerderd en ondergingen 
de bevoegdheden der Casa, d. i. der directie van den hnndel met de 
Castiliaansche bezittingen, eene aanzienlijke uitbreiding, zoodat zij 
ook de rechtspraak in alles wat dien handel betrof verkreeg. Wel 
werd die directie ondergeschikt aan den Raad van Indië, die — 
altijd onder den Koning en diens Raad van State — met het opperste 
beleid over de overzeesche landen was belast, doch zij had toch op 
haar gebied, den handel, het beheer in handen. *) 



*) Bij gelegenheid der herdenking van Amerika's ontdekking zijn in het 
Ateneo de Madrid verschillende lezingen gehouden over Amerika, uit- 
gegeven in: Ateneo de Madrid^ 1892. Hierin een voordracht van Don Ma nu el 



37 

Te Se villa was dus de Indische handel gemonopoliseerd, met de 
bedoeling om voor eene geregelde voorziening in de behoeften der 
overzeesche bezittingen zorg te dragen. De koopman van Sevilla be- 
schouwde dit monopolie spoedig als een kostbaar voorrecht, dat hij 
tegen eiken aanval ten ijverigste verdedigde. Aan aanvallen van andere 
steden heeft het van den aanvang af niet ontbroken, maar tot in de 
18® eeuw heeft Sevilla hare bevoorrechte positie weten te handhaven 
en is het de zetel gebleven der Casa de Contratacion. In 1717 
echter trof de stad de groote slag, vooral ten gevolge der toenemende 
bezwaren die de scheepvaart ondervond van de zandbaïik bij San L u c ar. 
Cadiz, dat sinds het midden der 16® eeuw telkens en telkens weer 
bepleit had, dat hare haven vuor aanleg en afvaart der Indische vloten 
veel gunstiger gelegen was dan Sevilla, vond in het laatst der 17® eeuw 
meer en meer gehoor ; de schepen waren grooter en grooter geworden , 
de zandbank bij San Lucar werd hoe langer hoe hinderlijker, de 
zaken verplaatsten zich in toenemde mate naar Cadiz, en zoo viel in 
1717 het besluit, waarbij de bestuurslichamen j^an den Indischen handel 
eveneens naar Cadiz werden verlegd. Hier zijn zij gevestigd gebleven, 
totdat in 1778 met het bestaande systeem gebroken en de handel voor 
de Spanjaarden en de koloniën — niet voor andere naties — vrij gemaakt 
werd. 

Aan den Indischen handel mocht geen buitenlander deelnemen ; voor 
zoover Spanje zelf de behoeften der Indien niet vervullen kon — en 
' dat kon het in den loop der 10® eeuw hoe langer hoe minder — kocht 
het de waren van de vreemdelingen, die ze te Sevilla aanvoerden. 
Ofschoon dit systeem in theorie steeds gehandhaafd bleef, wisten 
andere naties toch op tweeërlei wijze aandeel te verkrijgen in de voor- 
deden van den handel op de Spaansche koloniën. De uitgestrekte 
kusten dezer koloniën boden eene uitlokkende gelegenheid tot het 
drijven van smokkelhandel, waarvan door ondernemende kooplui van 
verschillende naties vlijtig gebruik werd gemaakt. Maar bovendien 
w^erd de Spaansche regeering door hare chronische verlegenheid om 
geld bewogen het oog te sluiten voor de ontduiking van de bepalingen , 
die de deelneming in den Indischen handel aan den vreemdeling ver- 
boden, mits zij voor deze oogluiking inkomsten verkreeg. In de 17® 
en 18® eeuw hadden vreemde kooplieden in toenemende mate belang 
bij de Indische retourvloten , de zoogenaamde zilvervloten , en zoo kon 
het geschieden, dat menig koopman in de Republiek in 1702 met 
zeer lang gezicht de tijding vernam, dat de Engelsch-Nederlandsche 
oorlogsvloot in de haven van V i g o s de Spaansche zilvervloot gedeeltelijk 



Dan vil a over: Significacion que tuvieron en el gobierno de America la Casa de 
Contratacion de Sevilla y el Consejo Supremo de Indias , die echter van niet veel 
beteekenis is. Een zocr belangwekkend werk, maar reeds in 1672 gepubliceerd, 
is van D. Joseph de Voitia Linage, die rechter was in de rechtbank der 
Casa. Het is getiteld: Norte de la Contratacion de las Indias occidentales, (Se- 
villa, 1672. 2 dln fol.) Hier te lande is het niet te vinden; ik heb het te 
Sevilla en te Madrid kunnen inzien. Het is opgedragen aan D. Gaspar de 
Bracamonte y Guzman, Conde de Penaranda etc. 



had vernield. Over het aandeel van den Nederlandschen koopman in 
dien handel had ik gehoopt te Sevilla gegevens te vinden; doch in 
die verwachting ben ik teleurgesteld, hoewel ik mij met het archief 
der Casa de Contra tacion geruimen tijd heb bezig gehouden om 
mij van de samenstelling en den aard der papieren op de hoogte te 
brengen. Al kan ik dus geen documenten, belangrijk voor onze ge- 
schiedenis , aanwijzen , toch meen ik het een en ander van mijne 
bevindingen te moeten meedeelen, te eer daar, voor zoover mij bekend 
is, nergens elders iets over dit archief te vinden is. ') 

Na de oprichting van het archief is de inventarisatie van de papieren 
der Casa de Contra tacion met kracht ter hand genomen en onder 
drie opeenvolgende archivarissen voortgezet; in 1801 was het werk 
voltooid. 

De tegenwoordige archivaris. Don Pedro TorresyLanzas, 
wien ik lang van te voren met het doel mijner komst had bekend 
gemaakt, ontving mij met groote heuschheid doch deelde mij tevens 
mede — wat ik wel gaarne vroeger schriftelijk vernomen zou hebben 
— dat hij betwijfelde, of ik veel van mijne gading zou vinden; een 
onderzoek der registers zou dat evenwel moeten uitwijzen, en deze 
werden mij thans ter beschikking gesteld. Het waren niet minder dan 
tien meest zware foliodeelen, waarvan er echter vier den eigenlijken 
inventaris bleken te vormen en de andere zes indices zijn op den in- 
ventaris; op elk deel toch van den inventaris bestaat een alphabetische 
index der personen en daarenboven op de vier deelen te zamen een 
alphabetische index in twee deelen van de zaken en volken , die er in 
voorkomen. 

De index van personen kan natuurlijk voortreffelijke diensten be- 
wijzen bij nasporingen naar een bepaald individu , vooral wanneer dit 
een Spanjaard is; bij onderzoek naar personen van andere natie zal 
men steeds met het bezwaar te kampen hebben, dat de Spanjaarden 
de vreemde eigennamen doorgaans deerlijk, soms tot onherkenbaar 
wordens toe, verhaspelden, hetzij doordat zij het woord schreven op 
den klank af (ik herinner aan Talusa = Tolhuis, Juan Lis = Genlis), 
hetzij dat zij een geschreven woord niet begrepen of verkeerd lazen. 
(Te Sevilla ontpopte zich een Nederlander, eerst aangeduid als don 
Juan Bares, dan als don Juan Bannes, ten slotte als Jan van Nes. 
Te Simancas vond ik Amsterdam, wellicht Arastredamme geschreven, 
gemetamorphoseerd in Nostredame!). Ik heb den index van zaken en 
volken ter hand genomen en dien eerst op verschillende woorden na- 
geslagen , dan geheel doorgezien , echter met zeer magere uitkomst ; 



') Er bestaat een: Breve resena historicodescriptiva del Archivo general de 
Indias y noticia de sus principdles documentos door J. V i 1 1 a — A mil y Gastro 
(Sevilla 1884); dit geschriftje heb ik echter niet onder de oogen kunnen 
krijgen, zoodat ik niet weet, of daarin iets over het archief der Casa de 
Contratacion wordt meegedeeld. 

Over het archief van den Consejo de Indias vindt men eenige mede- 
deelingen van Desdevises du Dezert in de Nouveües Archives des Mis- 
sions Scientifiqttes (1895). 



39 

ik vond slechts een viertal verwijzingen naar den inventaris, en bij 
kennisneming van de aangeduide stukken bleken deze van uiterst 
luttele beteekenis ; behalve de artikels van het TwaalfjarigBestand 
en van den Munsterschen Vrede waren het gerechtelijke acten 
over het opbrengen van een aantal Hollandsche schepen in 1593 (Est. 
12, Caja 2, Leg. -^q), over Hollandsche matrozen, gevangen genomen 
wegens ongeoorloofden handel in Amerika, uit 1652 — 1653 (Est. 13, 
Oaja 1 , Leg. f i) , en over geweld , door Hollandsche matrozen in V e n e- 
zuela gepleegd in 1685 (Est. 15, Caja 4, Leg. fj). Intusschen had 
mij de lectuur van dezen index toch nog geenszins eene voorstelling 
gegeven van den aard der documenten , waaruit het archief der C a s a 
bestaat, en dus heb ik mij tot den inventaris zelven gewend en ver- 
volgens talrijke liassen ingezien, daar de terminologie van den inven- 
taris mij niet altijd duidelijk was. Ik laat thans eene opgave van ver- 
schillende groepen van papieren volgen, hierbij dikwijls onder één 
hoofd samenvoegend wat de inventaris onder meer of min talrijke 
verschillende namen vermeldt. Deze ') is ingericht naar materies; 
deel I heeft een appendix, waarin een aantal liassen zijn beschreven, 
die, terwijl men met dit deel bezig was, uit Cadiz gekomen waren; 
ook toen zijn echter nog vrij wat papieren in die stad achtergebleven , 
die eerst onlangs naar het Archivo de Indias te Sevilla zijn 
overgebracht; juist een paar dagen vóór mijn eerste bezoek waren zij 
daar aangekomen ; zij lagen er thans in ongeordende massa opgestapeld , 
wachtende op de ordenende hand. Deel IV van den inventaris heeft 
oen appendix op de drie voorafgaande deelen. 

Een zeer groote groep wordt gevormd door de papieren , die betrek- 
king hebben op de schepen welke de reis naar de Indien en vandaar 
naar Spanje hebben gemaakt. Men vindt hierbij onder den titel : l^e.^w- 
tros de Ida de opgaven der schepen, die uit Spanje vertrokken 
zijn, gescheiden in dezulke die de reis alleen deden, en de andere 
die met convooi gingen; zij loopen van 1511 tot in het laatste kwart 
der 18® eeuw. Daarbij worden de namen der schepen, der schippers, 
der vlootvoogden genoemd, eveneens de havens waarheen de vaart 
gericht werd, en naar dat doel van de reis zijn de liassen onder- 
scheiden; zoo zijn er b.v. voor Vera-Cruz 107 liassen, voor C art a- 
fena 40, voor Buenos Aires 38 enz, alleen nog maar van de schepen 
ie de reis alleen maakten. De Registrosde Venida bevatten, op dezelfde 
wijze gescheiden in alleen en onder convooi varende schepen, de op- 
gaven der schepen die uit de Indien naar Spanje gekomen zijn; 
hierbij geeft de haven of het land van afvaart de onderverdeeling der 
liassen aan de hand; en ook hier worden steeds de namen der vloot- 
voogden, der schepen, der schippers vermeld. 

Nog afzonderlijk zijn geïnventariseerd de documenten betreffende de 
schepen, die de reis deden niet van Sevilla uit maar van de Cana- 
rische eilanden. 



') De titel luidt: Inventario analitico de los papeles qtie vinieron de la Contra- 
tacion de Sevilla d este Archivo Oeneral de las Indias. 



40 

Tot deze zelfde groep breng ik de Papeles de Armada en de Lihros 
de Armada. De Papeles de Armada zijn stukken betreffende de uit- 
zending en het bestuur der vloten naar de overzeesche bezittingen 
over de jaren 1538—1730: de Lï7;ro.9^Zc ^rmatZa bevatten de rekeningen 
der kosten van de uitrusting van verschillende vloten ; de oudste is 
van 1495, en dit libro gaat tot 15rK); de andere zijn van 1501, 1502, 
1500, 1507, il512— 1515, 1518—1519 (dit zijn de kosten voor de vloot 
van Magalhaes), ') 1530, 1538—1542, 1566—1567, 1655, 1656, 1715. 

Een tweede groep van documenten , veel minder groot dan de vorige, 
heeft betrekking op den slavenhandel. Men vindt hierbij onder het 
hoofd Registros de Esdavos stukken over het uitzenden van schepen, 
die krachtens koninklijk verlof uit de havens van Sevilla, San 
Lucar, Cadiz, Lissabon en de C an arische ei 1 an den naar 
Caboverde, Guinea, San Thome, Angola of La Mina 
voeren om daar slaven te laden en die te vervoeren naar Amerika. 
De documenten loopen over de jaren 1584— 1753; de namen der schepen 
en der schippers zijn steeds vermeld. Onder den naam Esdavos worden 
in den appendix op deel IV nog een dertiental liassen aangegeven, 
die eveneens den slavenhandel betreffen, en behalve vele koninklijke 
licencies om slaven naar Amerika te brengen ook contracten over de 
levering van slaven bevatten. De licencies worden verleend aan parti- 
culieren en aan lichamen; soms strekt de licencie slechts om aan passa- 
giers naar Amerika toe te staan slaven voor hun persoonlijken dienst) 
mee te nemen, eene andere maal echter ook blijkbaar om handel in 
slaven te drijven. Het aantal wordt dan steeds genoemd; bij vijftien 
met name genoemde personen en lichamen, b.v. , uit jaren tusschen 
1541 en 1659 wisselt het van 15 tot 1712 slaven (Est. 46, Caja4, Leg. 4); 
soms wordt een bepaalde haven genoemd waarheen zij gebracht moeten 
woorden, meestal echter heet het in 't algemeen ,, para Indias"; de oudste 
licencie is van 1518. 

Onder de slavencontracten (asientos de esdavos) uit de jaren 1576 — 
1765 2 j vond ik er één, gesloten met een Nederlander, Balthasar 
Coymans, of beter gezegd, ik vond vermeld, dat deze in 1686 de 
leverantie van slaven verkregen had, maar het contract zelf ontbrak 
(Est. 46 Caja 4 Leg. J). Wel zijn in dezen lijvigen bundel asientos 
van andere jaren met niet-Nederlanders aanwezig, waarvan ik er een 
aantal heb doorgezien; hun vorm verschilt weinig. Allereerst wordt 
bepaald de duur van het contract en de som, door de assentista, 
d.i. de leverancier die het contract aangaat, jaarlijks aan de regeering 



>) Tijdens mijn verblijf in SY>SLn]e ia \ er schenen: „La primeravuelta al Mundo. 
Relacion documentada del viaje de Hernando de Magellanes y Juan Sebastian 
del Cano, 1519 — 1522, por Vin een te Llorens Asensi o, met talrijke docu- 
menten, aan het Archivo de Indias ontleend. 

2) Twee der 21 vermelde contracten zijn uit de 18* eeuw (resp. van 1763 
en 1765), 13 uit de 17% 6 uit de 16de eeuw. 

Het oudste slavencontract , dat in de Norte de ?a Cbnfrafaciow (Lib. I. p. 278) 
wordt vermeld, is van 30 Jan. 1595. 



41 

te betalen ; doorgaans vermeldt het contract ook , waarvoor de regeering 
dat geld gebruiken wil, b.v. in 1576 ,.para la fortificacion de la isla de Gran 
Canaria,'' in de tweede helft der 17® eeuw herhaaldelijk om middelen ter 
verdediging der Spaansche Nederlanden te vinden. Het aantal 
slaven, jaarlijks door den assentista te vervoei en, wordt vastgesteld, 
waarbij altijd een aanzienlijk getal boven het eigenlijk benoodigde 
Avordt genoemd wegens de aanzienlijke sterfte op reis. In 1G23/4 werd het 
aantal jaarlijks te leveren slaven bepaald op 3500 maar de assentista 
zou er 1500 buitendien vervoeren met het oog op de sterfte („que se 
Ie dan para muertos"). De plaatsen, vanwaar de slaven bij voorkeur 
gehaald moeten worden , zijn gewoonlijk genoemd , ook altijd de havens 
in Amerika waarheen ze gevoerd moeten worden. De schepen moeten 
doorgaans uitgaan van Sevilla, Cadiz of Lissabon, doch de ver- 
eischte papieren moeten zij hebben van de Casa de Contratacion 
te Sevilla. Voor iederen slaaf, dien de assentista te weinig levert, 
moet hij een boetegeld betalen, dat in de verschillende contracten 
wordt bepaald. Voert hij , wanneer de sterfte onder de slaven ge- 
ringer is geweest dan verwacht werd, dientengevolge meerdere slaven 
in dan het gecontracteerde getal, dan moet hij hiervoor betalen naar 
rato van den door hem aan de regeering betaalden prijs. Zoodra hij 
de slaven in de aangewezen havens heeft aangebracht, mag hij ze 
overal te koop aanbieden. Het asiento is verder rijk aan bepalingen, 
die ten doel hebben de vervulling der financiëele verplichtingen door 
den assentista te waarborgen; anderzijds wordt ook vastgesteld het 
aantal licencies, dat de Koning tijdens den duur van het contract aan 
anderen mag geven. Eveneens bevat het verschillende artikels die het 
smokkelen moeten voorkomen , zoowel van den assentista ten nadeele 
van den Koning als van derden ten nadeele van den assentista. 
Eindelijk is eene gewone bepaling, dat de assentista met derden, 
die geen vijanden des Konings zijn , contracten sluiten mag om hem 
zijne aangegane verplichtingen te helpen volbrengen, m. a. w. hij mag 
de leverantie aan derden uitbesteden , die echter aan hem leveren 
moeten. 

Gewoonlijk ontstond twist over de uitvoering van het contract en 
vrij talrijk zijn de stukken, die hierop en ook op de afrekening door 
de assentistas of hunne gemachtigden betrekking hebben. 

Eene zeer aanzienlijke afdeeling vormen de gerechtelijke stukken, 
de akten zoowel der civiele als der strafrechtelijke procedures, voor 
de rechtbank {aiidiencia) der Casa gevoerd , en daarmee samenhangende 
documenten {autos entre imrtes^ aiitos de oficio, autos /z5ca?^5), 'waarbij 
ook te brengen zijn talrijke liassen van de akten over goederen van 
overledenen aan boord of in de kolonies {autos sohre hienes de difuntos), 
In de autos de oflcio en de autos fiscales komt heel wat voor over 
het drijven van verboden handel door vreemdelingen en over opge- 
brachte schepen en schepelingen van verschillende naties, waarover 
onder het afzonderlijke hoofd Presas buitendien nog een vijftal liassen 
bestaan, stukken bevattende over aangelegenheden die doorgaans ook 
in de autos de oficio of de autos fiscales behandeld worden; b.v. in de 



42 

autos de oficio van 1593 (Est. 12, Caja 2, Leg. -^j^) komt de zaak, 
boven reeds genoemd, voor van 16 Hollandscbe schepen, geladen met 
tarwe en rogge , die door F r a n c i s c o C o 1 o m a bij kaap St. Vincent 
waren aangehouden ; onder Presas vindt men talrijke stukken betreffende 
diezelfde zaak, vier liassen vullende (Est. 41, Caja 3, Leg* yV, ^*ïy, 
iS > ^^). Onder hetzelfde hoofd documenten over een paar HoUandsche 
schepen, in 1633 genomen bij de eilanden Onder den wind, en 
over een Hollandsch schip, in 1656 op de kust van Curapao op- 
gebracht. En indien iemand den tijd en moeite er voor over had om 
de 2 a 300 liassen mitos de oficio en autos fiscales na te gaan, zou 
hij misschien menige aanteekening over den verboden handel der 
Nederlanders kunnen maken (dat er meer in de stukken voorkomt 
dan de index van zaken en volken vermeldt, blijkt reeds uit het 
bovenstaande); het is echter zeer de vraag, of het resultaat de moeite 
zou loonen , te meer daar de papiermassa's over eene enkele zaak soms 
wel angstwekkend groot zijn , zooals de 5 liassen over de bovenver- 
melde schepen van 1593 reeds aantoonen. 

Een drietal liassen, onder den titel Natuvalezas de Extrangeros , 
bevatten documenten rakende de naturalisatie van mannen van allerlei 
nationaliteit: hieronder een |)aar N ederlanders (Est. 12, Ca.j. 2, Leg. 
I en p]st. 15, Caj. 3, Leg. y'oV, in 1612 een zekere Frans Nicolaas, 
zonder vermelding van herkomst; in 1693 Jan van Nes ui£ Aux- 
sterdam, en in 1698 iemand die genoemd wordt Hen ri que Kscolt 
en afkomstig heet te zijn van Framund (?) en los Paises Bajos. 
Welke de vereischien waren om genaturaliseerd te kunnen worden kan 
ik niet zeggen ; wel bleek mij , wat trouwens te verwachten was , dat 
de candidaat katholiek moest zijn en een zekeren tijd van inwoning 
in Spanje hebben moest. Het doel der genaturaliseerde was, gerechtigd 
te woorden tot deelneming in de vaart en den handel op de overzeesche 
landen. 

Onder den naam Habüitaciones zijn in drie liassen, loopende over 
de jaren 1723 — 1779, stukken vereenigd, die met name genoemde 
personen bevoegd en bekwaam verklaren om op Indië handel te drijven : 
er zijn ook ettelijke lijsten bij uit de jaren 1730 sqq. van de personen 
die toenmaals als cargadoors op Indië waren ingeschreven. (Est 45, 
Caja 2, Leg«. 1. 2. 3.) 

Zeer verschillend en talrijk zijn de benamingen van de onderscheiden 
documenten, die den aanvoer en den uitvoer , het inschepen en lossen , 
het in ontvangstnemen en het vervoeren van artikels van en naar de 
Indien betreffen. Ik noem hiervan de RelacioneSj opgaven (in 10 
liassen over de jaren 1504 — 1754) van hetgeen de schepen uit Indië 
hebben aangebracht, zoowel voor den Koning als voor particulieren; 
deze laatsten worden echter niet met hunne namen genoemd. Onder 
denzelfden titel vindt men opgaven (in 9 liassen over de jaren 1522 — 
1787) van krijgsbehoeften en koopwaar, voor de Indien ingescheept. 
Met den naam FacturaSy ook Papeles de Carga^ worden facturen aan- 



43 

geduid van de artikels, geladen voor de Indien in de jaren 1756 — 
1779 (28 liassen). 

Consignatorios zijn de stukken, die werden afgegeven voor hen, 
die gerechtigd waren in het goud, zilver en andere artikels, uit In dië 
aangevoerd, opdat zij het hun toekomende konden ontvangen; ook zijn 
er bij aanwijzingen op bedragen uit de aangekomen schepen, door 
rechthebbenden ten gunste van anderen gegeven (30 liassen over de 
jaren 1555 — 1785) enz. Ik heb verschillende liassen van deze en andere 
titels doorgezien ; voor de Nederlandsche geschiedenis echter geven zij 
geene aanwijzingen. 

Groot is het aantal liassen, die brieven (c art as) bevatten: a. van 
vlootvoogden aan den Koning en aan de audiencia der Casa 
(2 liassen, van 1537—1757); b® van allerlei personen en lichamen aan 
de audiencia der Casa (64 liassen, van 1505 — 1789); c° copieën 
van brieven van de audiencia der Casa aan den Koning (30 
liassen, 1558—1696): d^ minuten van brieven der audiencia aan 
den Koning, aan den Raad van Indië en aan particulieren (20 li- 
assen, van 1560 — 1748). Daarbij zijn tevens te brengen de brieven en 
bevelen van den Koning en den Raad van Indië aan de audi- 
■encia en anderen (91 liassen, van 1495—1790). 

Uit vrees van te lang te worden over zaken , die ten slotte voor onze 
geschiedenis geen belang bleken te hebben en waaraan ik wellicht te 
Sevilla te veel tijd besteed heb, stip ik nog slechts kortelijk enkele 
groepen aan: 

Rekening en verantwoording van allerlei ambtenaren. (Owew/a^, onder- 
verdeeld naar de verschillende ambtenaren , b. v. Guentas de pagadores 
generales, Guentas de maestres de artüleria etc, over de jaren 1502 — 
1776). Te zamen meer dan 1400 liassen. 

Pasageros d Indias, Dit zijn aanzoeken van personen, die naar de 
Indien wenschen te vertrekken, om verlof tot inscheping te ver- 
krijgen; daartoe leggen zij aan de audiencia over de getuigschriften 
dat zij vrij en zuiver van geloof zijn (323 liassen, over de jaren 1534 
—1790). 

Fianzas. Borgstellingen van allerlei personen , die in het bestuur en 
den praktijk van den overzeeschen handel werden gebruikt (over de 
jaren 1514 — 1786, ruim 60 liassen). 

Titulos y nombramientos de Generales y Empleados en la contratacion 
(18 liassen, over de jaren 1502—1776). 

Asientos de armada. Contracten met verschillende personen gesloten 
ten behoeve der uitrusting van vloten (1533 — 1717, 29 liassen). 

Sueldos, Bezoldigingen en soldijen van ambtenaren , van zee- en 
krijgsvolk (1512—1784, 21 liassen). 

Privüegios de juros sobre la contratacion de Sevilla. Lijsten van per- 
sonen en lichamen, die ten laste der Casa voorrechten genieten (32 
liassen, over 1532— 1556 en 1703). 

Tributos contra la Averia. De „averia" is eene belasting. Deze papieren 
geven de namen van personen en lichamen , aan wie uit de opbrengst 
dier belasting uitkeeringen moeten worden gedaan (7 liassen, over 



44 

1602 — 1098). Daarenboven genoten velen vrijstelling dier belasting. (J.w^05 
y expedientes sohre libertad de pagar Averia (22 liassen, 1544 — 1728). 

Compradores de oro y plata. Liassen en boeken over den verkoop van 
goud en zilver., uit ludië gekomen, en verbintenissen der firma's, die 
goud en zilver kochten (d. z. de compradores) om dit ter bearbeiding 
naar de koninklijke munt te brengen (9 liassen en boeken; 1506— 1665). 

Real Factor UI de Ind tas {1117 — 1749; 4 liassen); Gompaüia de Cardcas 
(1728—1779; 3 liassen); Compahia de la Havana (1740-1763; 1 lias); 
Compania de Barcelona (1755 — 1771; 1 lias); Gompaüia de Granada 
(1747—1756; 1 lias); Gompaiïia de San Fernando (1747—1756; 1 lias); 
Xegociacion de Gampeche (1755 — 1763; 1 lias); stukken betreffende den 
handel dier lichamen. 

Banco de Pedro de Ia Torre, Jacome Mortado y Jiian Gastellanos de 
Espinosa y Compania: stukken betreffende het faillissement dezer bank 
in 1719 met andere documenten aangaande die bank uit vroegere 
jaren (25 liassen). 

Misiones. Zending in Indië op kosten der koninklijke schatkist 
(9 liassen), onderverdeeld naar de orden: Franciscanen (1610 — 1779). 
Jez nieten (1618—1767). Dominicanen (1573—1723). Augustij- 
nen (1586-1767). Capucijnen (1663-1667). Carmelieten (1673). 

Licencias del Santo Trihnnal de la Inquisicion para emharcar lihros 
d Indias (1 lias 1623—1739). 

Papeles singulare.s. (1 lias). Dit zijn varia; hierin o. a. : Overeenkomst 
met den commandeur Alonso Velez de Mendoza over eene ont- 
dekkingsreis naar Tierra Firma, 1500. Aanteekeningen over de op- 
richting der Casa de Contratacion en wijzigingen in de bevoegd- 
heden van het bestuur gebracht 1503—1618. Betalingen gedaan aan 
het bootsvolk, dat Sebastiaan Ca bot heeft meegenomen op zijne 
reis ter ontdekking der eilanden Tarsis, Ofir, Cunapanga en 
oostelijk Catayo, 1530. Verzoek van Andrez Diaz de Èiva- 
derreyra over hetgeen met hem gesloten is omtrent de ontdekking 
van het eiland der Esmeralden, 1585. Artikels van het Bestand 
en van den Munsterschen vrede met de Republiek. Vredes- 
verdragen met Engeland in Amerika. 

Genoeg, naar ik meen, om een denkbeeld te geven van het archief 
der Casa de Contratacion, dat voor de geschiedenis van den 
handel van Spanje met zijne overzeesche bezittingen, voor de vestiging 
van Spanjaarden in die bezittingen, voor den slavenhandel, kortom 
voor allerlei betrekkingen tusschen moederland en koloniën belang- 
wekkende gegevens bezit. Voor het doel mijner reis echter, het aan- 
wijzen van belangrijke documenten voor onze geschiedenis, heeft de 
vrij aanzienlijke tijd, dien ik aan de kennismaking met dit archief 
besteed heb, geene vruchten opgeleverd. 

B. De tweede afdeeling van het Archivo general de Indias omvat, 
zooals ik reeds heb meegedeeld, het archief van den Consejo de 
Indias. De Raad der Indien, uitgescheiden uit den Consejo 
de Castilla en sedert 1524 een zelfstandig lichaam, was onder den 
Koning het hoogste juridische en tevens administratieve college voor 



45 

de overzeesche bezittingen. Niets kon gedaan worden in dat onmetelijk 
gebied zonder voorkennis en goedkeuring van den Raad; zijn beheer 
strekte zich uit over iederen tak van administratie en zijne jurisdictie 
omvatte in hoogste ressort alle burgerlijke, militaire, geestelijke en 
commerciëele zaken. 

In de overzeesche landen berustte het opperbestuur bij de onder- 
koningen (eerst twee , sedert de 18® eeuw vier) en de kapiteins-generaal , 
doch deze werden gecontroleerd door en waren in talrijke opzichten 
gebonden aan de medewerking der Audiencias, die zoowel recht- 
banken als administratieve en adviseerende colleges waren, zoodat zij 
nagenoeg in alles werden gekend. 

Er zijn te Sevilla twee inventarissen betreiFende den Consejo de Indias. 
De oudste, in 7 deelen, beschrijft papieren, die in 1790 uit Madrid 
naar Sevilla schijnen te zijn overgebracht, en is vermoedelijk in de 
eerstvolgende jaren vervaardigd; de tweede, in 3 deelen, is gemaakt 
tusschen 1858 — 1868 door den toenmaligen archivaris Aniceto de 
la Higuera. 

De papieren van den oudsten inventaris zijn alle stukken van justi- 
tiëelen aard: processen, rekenschap van ambtenaren, verslagen van 
enquêtes en van inspecties. Zij zijn in de deelen I — IV geordend 
naar de audiencias en gouvernementen en loopen over de 16®, 
17® en 18® eeuw. B. V. Deel I. Inventario de los pleytos de la Real 
Audiencia de Mexico que se hallan (zich bevinden) en la Escrivania de 
Cdmara del Real y Supremo Consejo de las Indias. 1541 — 1760 (60 liassen). 
Residencias de Mexico. 1584—1760 (30 liassen) 
Comisiones de Mexico. 1581 — 1753 (23 liassen) 
Visitos de Mexico. 1584—1739 (20 liassen) . 

Op dezelfde wijze volgt dit voor V era-Cru z: Yucatan, S*® Do- 
mingo, Lima, La Plata, Potosi, Buenos Aires, Chili, 
Panama, Tucuman. Cartagena, Popayan, Quito, Cumana 
y Caracas, Santa-Marta, Santa Fee, Islas de Canarias, 
la Havana, Puerto-Rico, Margarita, Florida, Guatemala, 
Guadalajara, Manila. 

Deel V, VI en Vil zijn inventarissen van processen voor den Raad 
gevoerd, van vonnissen in den Raad uitgesproken in civiele en cri- 
mineele processen, vonnissen naar aanleiding van inspecties naar het 
beheer der ambtenaren van de koninklijke financiën en van de Casa 
de Contratacion, vonnissen naar aanleiding van gegeven reken- 
schap enz. 

De tweede, uit drie deelen bestaande inventaris, geeft in de eerste 
twee deelen de beschrijving der papieren van allerlei aard, die onder- 
scheidenlijk van de verschillende audiencias afkomstig zijn; en 
deze twee deelen dragen den naam van ^^Indice general por audiencias'^ 
daar de inventaris de rangschikking naar de audiencias heeft aan- 
genomen. Het eerste deel vermeldt liassen uit de 16®, 17® en 18® eeuw 
tot 1760, het tweede uit de 17®, 18® en het eerste kwart der 19® eeuw. 
Het eerste maakt bovendien nog eene splitsing naar de plaats van 
herkomst der papieren, zoodat iedere audiencia tweemaal vermeld 
wordt, eerst met het opschrift Simancas (d. w. z. dat de beschreven 



46 

papieren uit Simancas naar Sevilla zijn overgebracht), dan met het 
opschrift: Secretana de Nueva Espaüa. Onder iedere audiencia en 
hare districten is weer eene hoofdverdeeling gemaakt naar gelang van 
de wereldlijke en de kerkelijke aangelegenheden, althans meestentijds, 
zoodat onderscheiden wordt: a Ramo secular; b. Ramo Ecclesiastico, 
De in deel I voorkomende audiencias zijn : S*® Domingo, M e j i e o, 
Guatemala, Guadalajara, Filipinas, Panama, Lima, S**. 
Fée, Charcas, Quito, Chile; in deel II dezelfde en daarenboven : 
Guzco, Buenos Aires en Caracas. Onder de audiencias en 
hare onderdeden worden nu de onderwerpen, waarover de liassen 
loopen , aangegeven , b. v. 

Simancas 
Audiencia de S'® Domingo 

Consultas originales (1586—1700). Decretos originales (1522 — 1700). 
Informaciones de oiicio y parte (1518 — 1700). Petitiones y memoriales 
de la Audiencia de S**» Domingo y otros documentos indiferentes 
(1568—1700). Confirmaciones de oficios vendibles y renunciables (1522 
— 1700). Contirmaciones de Encomiendas de Indios (1532— KJ87). Cartas 
y Expedientes remitidos por la Audiencia de S*° Domingo (1530 — 
1700) enz. enz. 

Deel III van den tweeden inventaris, die volgens de aanteekening 
van den archivaris op het eind, fol. 53^ ^\ een voorloopig karakter 
draagt, heeft tot titel: ludice de los indiferentes generales; hij onder- 
scheidt eerst het Indife rente der beide oudste onderkoningschappen, 
Nueva Espana en Peru, zoodat men krijgt: fol. 1 — 4, Indif'erente 
de "Nueva Espana en fol. 5 — 6, Indiferente del Peru; dan volgt van 
fol. 7—53^" Indiferente General. Onder deze hoofden is alles onder- 
gebracht, wat niet tot de onderscheiden audiencias behoorde, 
documenten van zeer uiteenloopenden aard , zich uitstrekkende van de 
16®— 19® eeuw, b.v. : Contracten en overeenkomsten over ontdekkingen. 
Allerlei koninklijke benoemingen, gunstbewijzen, bevelen. Brieven 
aan en van den Koning. Zeer veel over de inrichting en werkzaamheid 
van den Consejo de Indias. Vredesverdragen en oorlogsverklaringen 
(vooral uit de 18*^ en 19® eeuw). Diplomatieke correspondentie met de 
zaakgelastigden bij de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Junta 
de guerra. Veel betreffende den Indischen handel , deels van den zelfden 
aard als de stukken van het archief der Casa de Contratacion. Uit- 
rusting van vloten. Asientos de negros enz. enz. 

Zooals uit het meegedeelde blijkt, wijzen ook de inventarissen van 
den Consejo de Indias geene afdeeling Hollandica aan en moet 
men ze doorlezen, om te zoeken of de beschrijving der liassen onder 
de verschillende hoofden wellicht aanduidingen bevat van documenten , 
belangrijk voor onze geschiedenis. Ik heb ze doorgezien en daarbij 
alleen in tomo III van den tweeden inventaris, onder het hoofd In- 
diferente general, het een en ander aangetroffen, waarvan ik aanstonds 
mededeeling zal doen. Vooraf moet ik echter opmerken, dat ik op 
dien grond niet mag beweren, dat het archief van den Consejo de 



47 

Indias geene andere stukken bevat, die voor onze geschiedenis van 
belang kunnen zijn, vooral dan voor onze koloniale geschiedenis. 
Want gesteld al dat ik met voldoende nauwkeurigheid de inventarissen 
doorgezien heb (en ik heb het vrij gehaast gedaan), dan blijft het 
toch zeer mogelijk, dat in de correspondenties van de onderkoningen, 
van de gouverneurs met de audiencias en met den Koning belangrijke 
gegevens voor onze geschiedenis gevonden kunnen worden , zooals in 
de briefwisseling van Geronimo de Silva, gouverneur der Mo- 
lukken, die afgedrukt staat in de Coleccion de Documentos inéditos para 
la Hisforia de Espafia^ t. Lil, en in de Portugeesche JDocM77?ew^05 reme^- 
tidos da India. Zelfs behoeft hier niet van eene mogelijkheid maar kan 
van zekerheid gesproken worden. In de door partijen overgeleverde 
en gedrukte stukken bij de arbitrage over het grensgeschil tusschen 
Engeland (Britsch Guiana) en Venezuela komen verschillende 
gegevens voor over den handel der Nederlanders en hunne vesti- 
gingen in Guiana, welke aan het archief te Se villa ontleend zijn. 
Hetzelfde geldt van de studies van G. Edmundson, The Dutch on the 
Amazon and Negro in the Seventeenth Century {En g\. Hist. Review, 
1903, 1904); daarenboven is mij bekend geworden, dat mijn ambt- 
genoot, prof. Heer es te Leiden, een aantal stukken bezit, uit het 
archief van Se vil la afkomstig, die gegevens bevatten over het bedrijf 
der Nederlanders in de Filippijnsche wateren. Ongetwijfeld zal 
een uitgebreid detail-onderzoek , vooral indien dit ondernomen wordt 
door iemand die van de geschiedenis der Nederlanders in Oost 
en West zijne bizondere studie heeft gemaakt, nog wel meer aan 
den dag kunnen brengen. Had ik tijdens mijn verblijf' te Sevilla ge- 
weten wat ik thans weet, ik zou mij wellicht den tijd gegeven hebben 
om verschillende onderdeden van het archief van den (Jonsejo de 
Indias nader te onderzoeken; doch nadat ik reeds vrij wat tijd 
zonder resultaat besteed had aan het archief der Casa de Oontra- 
tacion, meende ik, mij nog vleiend dat ik elders een belangrijken 
oogst zou kunnen binnenhalen, beter te doen door geen tijd op te 
ofïeren aan een onderzoek met onzekeren uitslag , dat ook niet afdoende 
zou kunnen zijn. 

Enkele aan wijzigingen onder het hoofd Indiferente general 
van deel III hebben mij tot nadere kennismaking met eenige liassen 
aanleiding gegeven. 

Est. 14G. Caja 3. Leg. 1. Expediente sobre reclamacion de presas em- 
harcaciones y sus incidencias con los Hollandezes 17 2b — 1729. De titel van 
dezen lijvigen bundel is slechts gedeeltelijk juist en de jaartallen zijn 
verkeerd. Men vindt er in: De acte van toetreding der Staten Ge- 
neraal tot het tractaat van Sevilla, 9 Nov. 1729, en desbetref- 
fende documenten (het geheime artikel, waarbij de Republiek zich 
verplicht voor het overvoeren der Spaansche troepen naar Italië twee 
schepen en één bataljon te leveren : het geheime artikel , dat , in geval 
van oorlog, liet door de Republiek te stellen aantal troepen op 3000 
man bepaalt of hunne vervanging door schepen of geld ; de toetreding 
van den gezant Van der Meer tot de afzonderlijke artikels van het 
tractaat van Sevilla; de verklaring van den Spaanschen gezant del 



48 

Gastel ar te Parijs, van 28 Jan. 1731, dat zijne regeering zich niet 
langer aan het tractaat van Sevilla gebonden acht). De overige stukken 
uit deze lias hebben betrekking op de geschillen tusschen Spanje en 
de Republiek over wederzijdsch geweld, op de Amerikaansche 
kusten door de schepen van beide natiën gepleegd naar aanleiding 
van het krachtig optreden der Spaansche wachtschepen tegen werke- 
lijken of vermeenden smokkelhandel (dezelfde kwestie, die tot den 
Spaansch-Engelscben oorlog leidde) ; resoluties van de Staten-Generaal, 
vertoogen van hen en contra- vertoogen , memorie van klachten der W.T.C, 
enz., loopeiule van 1725 — 17o9, die men vinden kan in t. XII van het 
Recueil van Rousset en waarvan Wagenaar XIX , 247 sqq. ook 
verslag doet. 

Est. 146. Caja 5. Leg. 6. Expedientes sohre solicitudes de Holandeses 
para sal de la punta de Araya y fraudes de Ingleses y Holandeses en 
el Corner cio de negros y of ras mercaderias. 1648—1679. Het is een 
groote lias, bevattende consulten van den Raad van Indië en be- 
schikkingen van den Koning aangaande drie aangelegenheden: l®den 
ongeoorloofden handel ; 2® aandrang der Hollanders om zout te mogen 
halen van Punta de Araya; 3® aanbiedingen der Hollanders over 
het aangaan van asientos de negros. Het oudste stuk is van 
1633 en betreft vijandelijkheden, door Engelschen in de kleine Antillen 
gepleegd. Wat de Nederlanders aangaat, het volgende: 

I. Consulten over berichten van den Spaanschen gezant bij de 
Republiek, Gamarra, die veelal steunt op tijdingen van den consul 
van Spanje te Amsterdam, Manuel de Belmonte, nopens den 
smokkelhandel der Nederlanders op de Spaansche bezittingen in 
Amerika in verschillende artikels en niet het minst in slaven, 
\vaarbij zij profiteerden van het asiento van Domingo Grillo en 
Ambrosio Lomelin (deze waren asaentistas van 1662 — 1669), die. 
naar het schijnt, de levering van slaven weer gedeeltelijk aan de 
W. I. C. hadden uitbesteed. 

II. Consulten over den telkens herhaalden aandrang van Neder- 
landsche zijde op verlof om zout te mogen halen van Punta de 
Araya. Die aandrang was al begonnen te Munster, en over de daar 
gevoerde vruchtelooze onderhandelingen dienaangaande is een verslag 
aanwezig ; het voornaamste drangmiddel was , dat Nederlandsche koop- 
lieden dan niet langer in de noodzakelijkheid zouden zijn om zout te 
gaan halen uit Portugal (in opstand tegen den Spaanschen koning); 
ook werd betoogd, dat niet alleen gedurende het Twaalfjarig Be- 
stand maar ook vóór dien tijd aan de Nederlanders het halen 
van zout van Punta de Araya was veroorloofd geweest en dat dit 
eerst verboden was na den afloop van het Bestand. 

Met een brief van 27 Aug. 1649 zond Antonie Brun een drietal 
voorstellen over, hem van Nederlandsche zijde gedaan, en door 
hem in het Spaansch vertaald. In het eerste wordt voorgeslagen, 
aan N. (d. w. z. ongenoemde HoUandsche kooplieden) met uitsluiting 
van alle andere verlof te geven om zout te gaan laden te Punta de 
Araya teneinde het naar de Republiek te vervoeren, en wel voor 
den tijd van 6, 7 of 8 jaar of zooveel korter als de rebellie van Por- 



49 

t u g a 1 mag duren. Vóór die rebellie — zoo wordt betoogd — be- 
stond een algemeen verbod om. in die plaats zout te laden, en wel 
met het doel om geen afbreuk te doen aan de groote voordeelen, dié 
de Koning trok uit den verkoop van het zout van St. Ubal (Setubal) in 
Portugal ; maar bij de veranderde omstandigheden zou het krachtige aan- 
beveling verdienen om door het bewilligen van het gevraagde verlof de 
zoutwerken van St. Ubal renteloos te maken. En vrees dat hierdoor de 
opbrengst der zoutwerken des Konings aan de Middellandsche 
Zee schade zou lijden behoeft niet te bestaan; want van daar wordt 
het zout nooit of hoogst zelden en dan in zeer kleine hoeveelheid 
naar de Nederlanden gevoerd ; het gaat meerendeeh naar M i 1 a a n en 
naburige landen. Het bedoelde verlof zou gegeven kunnen worden onder 
uitdrukkelijk verbod om elders heen te varen dan naar PuntadeAraya. 

In het tweede wordt aangeboden — met het oog op het feit dat de 
Spaansche galjoenen dikwijls aan mast- en touwwerk door de stormen 
zoo groote schade lijden dat zij de reis naar Spanje niet kunnen doen, 
omdat ginds het noodige materiaal tot herstel der schade ontbreekt — 
om één of meer schepen, geladen met masten, zeilen, touwwerk enz. 
naar Cartagena, Nieuw Spanje of andere plaatsen naar 's Konings 
believen te zenden; voor de waren, die dan ingenomen worden voor 
de tehuisreis , zullen aan Z. M. alle gewone rechten betaald worden. 

In het derde eindelijk wordt betoogd, dat door de rebellie van 
Portugal het vervoer van slaven van Afrika naar de West-In- 
diën aanzienlijk is verminderd en dat dientengevolge het werk in de 
zilvermij nen en de landbouw sterk lijden, bij gebreke van werkkrachten. 
De Portugees zal door middel der verovering van San Pablo in 
Loanda en Angola al het mogelijke doen om het vervoer van slaven 
te verhinderen, ten einde daardoor aan den Koning de groote voor- 
deden te ontnemen, die hij hiervan placht te trekken. Daarom wordt 
voorgesteld dat Z. M. , met uitsluiting van alle anderen , aan N. verlof 
geve om van Africa en de plaatsen die niet onder gehoorzaamheid 
der Portugeezen zijn een aantal schepen, met slaven geladen, naar 
Spaansch Amerika te zenden en die slaven daar te verkoopen; 
van die slaven evenzeer als van de voortbrengselen van het land, 
welke met verlof van Z. M. voor de tehuisreis zouden kunnen worden 
geladen, zullen de rechten betaald worden, tenzij de Koning voor de 
voortbrengselen vrijstelling der betaling van rechten mocht willen geven. 
Ook zou met den Koning of de Oasa de Contratacion onder- 
handeld kunnen worden over de j aarlij ksche levering van een bepaald 
aantal slaven, tot den prijs en ter plaatse als men gezamenlijk zou 
kunnen overeenkomen; hiervan zou de Koning veel dienst hebben en 
het zou ten nadeele zijn van de Portugeezen, ook voor hun handel 
in slaven in het genoemde San Pablo, want de slaven , die eventueel 
naar de Indien vervoerd zouden worden, zouden verkregen worden 
door de Morvers (?), die een negernatie zijn en die handelen in B o m b a 
buiten Africa zonder den gewonen weg van San Pablo te volgen * ). 

*) Er staat: porque los esolaTOS, que se inviarian en las Indias y rio de la 
Plata, se sacarian por los Morvers (?) que son de nacion de negros y que oomeroian 
en Bomba fuera de Africa , sin pasar por el camino ordinario de San Pablo. 

4 



50 

Het voordeel voor den Koning zou zijn, dat de arbeid in de mijnen, 
voor den landbouw, voor de paarlenvisscherij enz., die nu by gebrek 
aan slaven zeer sterk vermindert, zou kunnen worden voortgezet en 
vermeerderd. Het bezwaar , ^t welk gemaakt zou kunnen worden , dat 
door middel van den voorgestelden handel het land aan de Nederland- 
sche handelaars bekend zou worden, is niet van gewicht, want de 
Portugeezen, die thans vijanden van den Koning zijn, hebben 
vroeger het land geheel leeren kennen door den slavenhandel, dien 
zij er dreven ; daarenboven is de West-Indische Compagnie zoo 
goed ingelicht over die gansche streek, dat zij er geheel van op de 
hoogte meent te zijn , van mijl tot mijl. Enz. 

Brun beval in zijn brief het toestaan althans van den zouthandel 
aan, waarop de Burgemeesters van Amsterdam sterk aan- 
drongen; hij herinnerde daarbij aan het feit, dat de Amsterdammers 
de beste vrienden van Spanje waren, het meest hadden bijgedragen 
tot den vrede, en thans ook, ten spijt van andere steden, het meest 
bijdroegen om dien vrede te handhaven. ^ Doch de Raad der In- 
dien adviseerde ongunstig op alles en de Koning vereenigde zich met 
dit advies. Hierdoor niet afgeschrikt, herhaalden de Nederlanders 
telkens hunne aanzoeken, speciaal ten aanzien van het zout, maar 
steeds ook luidde het antwoord afwijzend , hetzij dat de aandrang van par- 
ticulieren of van de Staten-Generaal uitging door middel van hunne ge- 
zanten. Een uitvoerig consult van den Raad der Indien, uitgebracht 
in 1671 naar aanleiding van een nieuw aanzoek van den Nederland- 
schen gezant, memoreert de verschillende pogingen, sedert 1648 van 
Nederlandsche zijde aangewend om het begeerde verlof te krijgen. Ik 
stip hieruit nog het een en ander aan. In 1651 werd de aandrang 
vernieuwd. In 1652 is het Gillis van Asbeck (het Spaansch zegt : 
Gilban Asbec), die voor zich en voor Cornelis Coninck verlof 
vraagt om 60 schepen met zout te laden tePuntadeAraya, zonder 
rechten te betalen , wegens de groote kosten die zij moeten maken ; hij 
opent daarbij het vooruitzicht, dat de Staten-Generaal wellicht 
bewogen zouden worden om den tiran van Portugal (de gewone be- 
naming van Spaansche zijde voor Johan van Braganza) den oorlog 
aan te doen. In 1655 gaf de consul van de Republiek (naam noch 
plaats van zijn verblijf worden genoemd; sedert 1648, 12 Mei, waren 
consuls benoemd te Cadiz, Sevilla, Malaga, Alicante) een ge- 
schrift over aan don Louis de Haro, waarin hij verklaarde gaarne te 
willen weten, of, indien de Republiek aan Portugal den oorlog 
aandeed, haar verlof zou worden gegeven om jaarlijks 100 schepen 
zout te halen van Puente del Rey, dat, naar hij zeide, een eilandje 
was bij La Margarita. (Hierbij kwamen de geografen van Sevilla 
te pas ; Puente del Rey was onbekend ; zij maakten uit dat er T o r- 
tuga mee bedoeld moest zijn). In 1656 bericht Gamarra weer van 
aandrang der Amsterdamsche Burgemeesters op verlof voor de 
Hollanders om zout te halen van PuntadeAraya; in 1657 soort- 



^ Los de Amsterdam son nuestros mayores amigos y que mas contribuye- 
roQ a la Paz y contribuen auu oy d mantenerla .i pesar de otras villas etc. 



51 

gelijk bericht van Ga mar ra. In 1658 bericht van Gamarra over 
besprekingen met een confident, die tegenover het verlangde verlof 
voor de Hollanders om zout van Puntade Araya te halen een 
krachtig optreden tegen de Portugeezenin 't vooruitzicht stelt. In 
hetzelfde jaar ontving de gezant der Republiek, Reedo van Rens- 
woude, volmacht om met de Spaansche regeering over het toestaan 
van het verlangde verlof te onderhandelen. * De vrede van Spanje 
met Frankrijk, die den Koning de handen ruimer maakte, schijnt ten 
gevolge gehad te hebben , dat zijne neiging om het verlof tijdeliik toe 
te staan weer verdween. In 1670 begint de aandrang der Sta ten- 
Generaal opnieuw, en in 1671 wordt die nog eens vernieuwd door 
Van Beverningk. 

m. Consulten over aanbiedingen om slaven te leveren. Ook deze 
werden door den Raad der Indien en den Koning steeds van de 
hand gewezen. Onder degenen , die zulke aanbiedingen doen , komen 
o.a. voor: Rodrigo Bommer (een enkele maal ook Dommer gespeld) 
en compagnie, in 1649; de reeds bovengenoemde Gillis van As- 
beck, die tevens aanbiedt om te Madrid een handelshuis op te richten, 
dat den Koning ook met oorlogsschepen zal dienen, de Indien van 
oorlogsbehoeften voorzien, en zoo noodig het zilver naar het moeder- 
land overbrengen, troepen naar de Indien, alles tegen matigen prijs 
(1656). 2 In 1662 en volgende jaren herhaaldelijk de Amstercjam- 
sche Kamer van de West-Indische Comp.; verder Nicolaas 
Vis; G. van Hulten; Jan Carloff, een Deen, compagnon van 
Isaac Coymans en vriend van den negerkoning, genaamd Jan 
Claesse. Nog stip ik aan eene copie van eene notarieele acte uit Juli 
1656, gepasseerd voor Benito Badello, publiek notaris te Am- 
terdam, tusschen Antonio Binefar, inwoner van Saragossa, 
op 't oogenblik te Amsterdam, zoo voor zich zelf als voor zijn 
compagnon, Juan de Lascano, wonend te Miranda de Ebro 
eenerzijds, en Willem van Meeckeren, Albert Vermeulen, 
Isaac Coymans en Jan Toulon, allen kooplieden te Amster- 
dam anderzijds, waarbij de laatsten beloven 800 slaven te leveren, 
mannen en vrouwen, van tusschen de 15— 40 jaar. 

Est. 147, Caja 3. Leg. 16. Expediente sobre prision de Holandeses y 
penas d los estrangeros por illcito corner cio. Een bundeltje papieren over 
de jaren 1786 — 1739, betreffende eenige Hollandse he matrozen, 
in Amerika gevangen genomen wegens ongeoorloofden handel: po- 
gingen van Van der Meer, den gezant der Republiek, om hanne 
vrijlating te verkrijgen, zij het ook door eerst dienst te doen op 



» Vgl. Aitzema, IV, 285,709. * 

In het Rijksarchief, Inventaris Loketkast Staten-Generaal , No. 34, vindt 
men een stuk, getiteld: Consideratiën ende notitiën dienende tot recomman- 
datie van de negotie ende soutvaert in de West-Indiën op Puncte del Rey. 
1658. 

2 Ook in het werk Norte de la Contratacion (Lib. I 280) wordt van de viuchte- 
looze pogingen van Nederlanders in 1656 om een asiento te sluiten melding 
gemaakt. 



52 

'sKonings schepen. Verder ettelyke konioklyke ordonnanties om den 
smokkel van Ëngelschen en Nederlanders in Amerika tegen te gaan. 

Est. 151. Caja 7. Leg. 21. Expediente del negociado de neutrales Ou- 
vrardy Valemberghe ^ üope y Paris, De firma Hope werkte, naar het 
schijnt, sedert 1805 samen met de firma Ouvrard te Parijs, om de 
Spaansche regeering toevoer uit Amerika te verzekeren. Daarenboven 
leverde zij in 1807 eene groote leening — als ik het goed begrepen heb , 
van f 30.000.000 — aan de Spaansche regeering. Evenwel had zij ook 
reeds vroeger, in de 18® eeuw, herhaaldelijk leeningen gesloten, zoodat 
de vcrhouaingen zeer ingewikkeld geworden waren. Eene uitvoerige 
memorie van 1837 behandelt het ontstaan en de afwikkeling dezer 
zaken. 

Est. 153. Caja 7. Leg. 7 — 11. Deze liassen hebben betrekking op de 
Asientos de Negros, waarbij mij in den inventaris de naam van 
Balthasar Coymans in ^t oog viel. Bij het doorbladeren dezer 
liassen bleek mij, dat in 1680 Juan Barroso en Nicolas Porcio 
asentistas waren geworden, die bn onderaanbesteding leverantie 
van slaven hadden gegeven aan Balthasar Coymans. De asen- 
tistas bleven in gebreke hunne financiëele verplichtingen te voldoen , 
en in 1684 verzocht Coymans uit eigen naam en uit naam van an- 
dere schuldeischers — de W. L C. was er ook bij geïnteresseerd — 
dat hun de administratie van het asiento zou worden overgedragen; 
het wordt eerst geweigerd, dan toegestaan, (1686?) maar spoedig rijzen 
moeilijkheden tusschen Coymans en de Spaansche regeering; 
de stukken over de afwikkeling van dit asiento loopen tot 1697. * 

Te Sevilla zijn verschillende bibliotheken, die ook meerdere of 
mindere handschriften bezitten; op grond der verkregen inlichtingen, 
die mij van een tijdroovend onderzoek geene vruchten beloofden, heb 
ik die niet bezocht, noch de Biblioteca del Coro de la Santa 
Iglesia Catedral, noch de Biblioteca del Arzobispo, noch 
de Biblioteca Universitaria, noch de Bibloteca de la 
Real Academia de Buenas Letras, zelfs niet de Biblioteca 
del Cabildo de la Santa Iglesia Catedral, eens vermaard 
onder den naam van Colombina. De rijkdom en roem dezer biblio- 
theek is vooral te danken geweest aan de groote schenking, door 
Fernando Columbus, den zoon van den ontdekker, aan haar ge- 



1 Hoewel de hieronder genoemde groote publicaties, die veel aan het 
Arohivo de Indias ontleend hebben, niet van belang zijn voor onze ge- 
schiedenis (wel gedeeltelijk voor de Land- en Volkenkunde van den 
Ind. Archipel), is het wellicht toch goed aan de volgende werken te her- 
inneren : 

Navarete: Góleccion de los viages y descubrimientos que hicieron por mar los 
Espanoles (5 dln. 1825—37). 

Góleccion de Documentos Inéditos relativos al descubrimiento , conquista y cóloni- 
zacion de las antiguas posesiones espanolas en America y Oceania (42 dln 1864-84). 

Coleccion de Documentos Inéditos relativos al descuJ)rimiento , conquista y orga- 
nizacion de las antiguas posesiones espanolas de Ultramar (1885 sqq.; in 1897 is 
het 10* deel verschenen; indien ik mij niet bedrieg, na dien tijd niet meer). 



53 

daan, die echter voor mijn doel van geen belang kon zijn. Daarenboven 
is een twintigtal jaren geleden deze bibliotheek op onbeschaamde wijze 
geplunderd: groote pakken kostbare boeken en handschriften zijn 
toenmaals van Sevilla naar Parijs gezonden en daar voor een appel en 
een ei verkocht aan wie maar geld wilden geven (zie hierover H^ 
Harisse; Grandeur et décadence de la Colombine , 1885, 2e ed.) 



Archivo-historico-nadonal 

Het Archivo-historico-nacional te Madrid is vao betrekkelijk jongen 
datum en was tot voor weinige jaren gevestigd in het gebouw der 
Real Academia de la Historia. Dit lichaam was omstreeks 1849 
gemachtigd om zich de historische documenten , die nog in de kloosters, 
tot welker opheffing besloten was, aanwezig waren , te doen uitleveren. 
Van deze machtiging werd met vlijt gebruik gemaakt, met dit gevolg 
dat niet alleen massa's historische documenten naar de ruimten van 
de bibliotheek der Academia werden overgebracht maar dat deze 
er zelfs verlegen mee raakte, daar hare geldmiddelen niet toereikend 
waren om voor eene behoorlijke inventarisatie dier papieren zorg te 
dragen. De Academia heeft toen de bijeengebrachte kloosterarchieven 
weder aan de regeering aangeboden, onder de voorwaarde dat er een 
voor het publiek toegankelijk archief van gevormd werd. Het aanbod 
werd aangenomen, en in 1866 werd bij ministerieel decreet bepaald, 
dat van de archieven der opgeheven kloosters, door de Academia ver- 
zameld, een publiek archief zou worden gevormd onder den naam 
Archivo-historico-nacional y dat echter voorloopig in het gebouw der 
Academia gevestigd bleef. In de volgende jaren kwamen verschillende 
andere collecties papieren , zooals de archieven de la coniunidad de Daroca , 
van de orde van Santiago, van de cathedraal van Toledo, brieven uit 
Indië, brieven van de Jezuïeten enz. — meestendeels van belang voor de 
inwendige geschiedenis van Spanje — de fondsen van het archief ver- 
meerderen. Onderwijl werd sedert 1866 de bouw ondernomen van het 
Palacio de la Biblioteca y Museos Nacionales aan de 
fraaie Paseo de Recoletos, en toen die in 1894 was voltooid, werden 
daarheen gaandeweg de documenten van het Archivo-historico-nacional 
overgebracht; het archief werd op de eerste verdieping van dit monu- 
mentale gebouw gehuisvest. Terzelfder tijd onderging de verzameling 
zijner documenten eene groote uitbreiding tengevolge der verplaatsing 
van een aanzienlijk deel der papieren uit het archief van Alcaló, de 
Hen are s naar Madrid. 

In deze eens vermaarde universiteitsstad (het oude Complutum 
der Romeinen), waar de Polyglot gedrukt werd, is in 1858 een 
archief gesticht onder den naam : Archivo general Central, * ) dat bestemd 
was om naast het oude, ongelegen staatsarchief van Simancas een 



') Over dit archief vrij uitvoerig: Baudrillart in de Archives des Missions 
scientifiques (1889). 



55 

nieuw staatsarchief te worden, gemakkelijker bereikbaar dan het eerste , 
daar het betrekkelijk kort bij Madrid, aan den spoorweg naar Sara- 
g o s s a, gelegen is. Van den aanvang af werd het bestemd om de bewaar- 
plaats te worden zoowel van moderne administratieve papieren als 
van oudere historische documeüten , en het bestond dientengevolge uit 
twee afdeelingên: I de administratieve, II de historische. De adminis- 
stratieve af deeling , nog te A 1 c al a berustend , omvat vier onderdeelen : 
ministerio de Gobemacion (binnenlandsche zaken) , ministerio de Hacienda 
(financiën) , ministerio de Fomento (onderwijs , handel , landbouw , water- 
staat), ministerio de Estado (buitenlandsche zaken). De historische 
afdeeling werd gevormd door 8 onderdeelen , waarvan de papieren der 
audiencia van Madrid , die der universiteit van Alcaldy die der Jezuieten 
en die der kerken van Santa Maria en del Santo Sepulchro en Gala- 
tayud van meer locale, beperkte beteekenis zijn, daarentegen die der 
Cdmara de Castilla^ die der orde van St Jan, die der Inquisitie, en 
de papeles de Estado van meer algemeen belang, hetzij voor Spanje, 
hetzij ook voor andere landen , worden geacht. Deze historische afdee- 
ling nu is ettelijke jaren geleden naar Madrid overgebracht en inge- 
lijfd bij het Archivo-historico-nacional, 

In 1899 heeft het laatstgenoemde archief nog eene nieuwe groep 
van papieren ontvangen, die men niet daar maar te Se villa zoeken 
zou en waarvan ik tot mijn leedwezen ook onkundig gebleven ben 
tijdens mijn verblijf te Madrid, daar ik er nergens iets over gelezen 
had en men mij er ten archieve ook geen woord van gerept heeft, 
ofschoon ik mij daar wel voor papieren , de Indien betreffende, heb geïn- 
teresseerd. De bedoelde papieren toch zijn afkomstig van den Con- 
sejo de Indias en in 1899 in dépót gegeven aan het Archivo-histo- 
rico-nacionaL Eerst toen ik reeds geruimen tijd tehuis teruggekeerd 
was, vond ik toevallig een paar citaten, verwijzende naar documenten 
van den Consejo de Indias in het archief te Madrid. Ik heb mij 
toen schriftelijk tot den Directeur gewend, die mij welwillend in- 
lichtingen heeft verstrekt; het weinige wat ik hieronder ervan zal 
meedeelen is aan die inlichtingen ontleend 

Aan de inventarisatie der verschillende groepen van documenten 
wordt met vlijt gearbeid; voor enkele afdeelingên is die arbeid geheel 
of grootendeels volbracht, voor andere moet hij nog worden aange- 
vangen of is hij nog niet ver gevorderd. 

Geruimen tijd van te voren had ik mij schriftelijk tot den Directeur 
van het archief gericht om hem van mijne aanstaande komst en haar " 
doel kennis te geven en zijne medewerking te verzoeken. Bij mijn 
eerste bezoek vond ik een pakket fiches voor mij gereed, dank zij de 
welwillendheid van den Directeur en van den chef der afdeeling 
van de papeles de Estado, don Ignacio Olavide, die ettelijke 
dagen besteed had om te mijnen behoeve de fiches , grootendeels reeds 
vroeger te Alcaló, gemaakt , te controleeren en aan te vullen. Het pakket 
werd mij ter beschikking gesteld , onder de verzekering dat deze fiches 
alles vermelden wat in het archief betreffende de Nederlanden (Olanda 
v Flandes) aanwezig is. Gelijk te verwachten was, hebben die fiches 
betrekking op de afdeeling papeles de Estado. Te Alcaló, is men, 



56 

zooals ik reeds opmerkte, met de inventarisatie dier papieren begonnen; 
men heeft lijsten gemaakt, waarop de nummers der liassen op de ver- 
schillende landen betrekking heobende zijn aangeteekend , en heeft 
daarna de inventarisatie op fiches (papeletas) ter hand genomen; zij 
is echter nog niet voltooid en de nauwkeurigheid van den reeds ver- 
richten arbeid laat nu en dan te wenschen over. 

Deze Papeles de Estado zijn afkomstig van den ouden E>aad van 
State, van het ministerie van Buitenlandsche Zaken, van 
de Spaan sche legatie te Turijn en van verschillende andere 
legaties van Spanje bij de 1 1 a 1 i a a n s c h e hoven; zij 1 oopen over de 
16®, 17®, maar in hoofdzaak over de 18® eeuw, daarenboven ook nog 
over een gedeelte der 19® eeuw. Wat deNederlanden betreft , nemen 
de consulten van d^n Raad van State eeno zeer groote plaats 
in; en de dikwijls zeer lijvige liassen, die deze consulten bevatten, 
behelzen menigmaal talrijke papieren betreffende aangelegenheden van 
andere landen naast enkele die op ons land betrekking hebben. De 
aanzienlijke hoeveelheid papieren, aie ik heb doorgezien , heef t mij zeer 
weinig belangrijks voor onze geschiedenis onder de oogen gebracht. *) 
Ik laat hieronder mijne bevindingen volgen; alle genoemde nummers 
behooren tot de af deeling Papeles de Estado; het zijn doorgaans liassen , 
soms gebonden boeken ; in het laatste geval voeg ik er bij : Libro, 
Libro 574. Copieën van ordonnanties en instructies voor de 
hoofden en ambtenaren van den Raad van Financiën. 1598. 
n®. 800. Memories, rapporten en inlichtingen over diensten , door 
militairen in de Spaansche Nederlanden bewezen; de namen 
dier militairen beginnen meestendeels met G. 1572 — 1642. 
n®. 1414. Minuten van consulten van den Raad van State over 
de aangelegenheden der Spaansche Nederlanden, grootendeels 
over commissies en instructies van gouverneurs der Spaan- 
sche Nederlanden; deze stukken (minuten en copieën) zijn er ge- 
deeltelijk bij aanwezig, o.a.: Commissie voor Requesens. Instructie 
voor Requesens, 1578, beide zonder datum. Instructie voor 
don Juan. Zonder jaar en datum. Instmctie voor Ernst van 
Oostenrijk, 1595, zonder datum (hierbij: copie de l'instruction 
et ordonnance du conseil privé ae Fan 1517). Instructies voor 
Fuensaldaüa, 16 Juni 1648 (en casa de fialtar el Archiduco 
Leopoldo), voor don Juan, 26 Maart 1656, voor den prins van 
Ligne, 15 April 1660 (en caSo de faltar el marques de Carazena), 
voor Castelrodrigo, 26 Juni 1664, voor Gastanaga, 3 Jan. 
1686. — De lias loopt over de jaren 1573—1689. 
Libro 2388. Copieën van brieven van den Koning, waarbij gunst- 
bewijzen worden verleend, 1587 — 1591. 
n®. 1410. Documenten, ingeleverd bij de Secretaria del Norte y 



*) Daarenboven worden vele desbetreffende stukken ook, en dikwijls uit- 
voeriger, gevonden te Simanoas, te Brussel of ook in de secre te missiven en 
verbalen der gezanten van de Republiek bij het Spaansche hof, in ons Rijks- 
archief. Ik acht het echter gewenscht toch verslag te doen van hetgeen ik 
hier gezien heb. 



57 

de Italia, betreiFende diensten, bewezen in Italië, de Neder- 
land en en Spanje. 

n*». 3457. Behelst niets betreffende de Nederlanden ; het zijn instructies 
(minuten en copieën) over de jaren 1591 — 1800 voor diplomaten, 
gezonden naar Beijeren, Sardinië, de Siciliën, Dene- 
marken, Vereenigde Staten, Frankrijk, Pauselijken 
Staat; vermoedelijk heeft men de Estados tlnidos (d,i. de 
Vereenigde Staten van Noord- Amerika) verward met onzeB/epubliek. 

no. 837. Varia betreffende de Nederlanden. 1593— 1700. Niets van 
beteekenis. 

11°. 2450. Copie van een verhandeling van Juan B. de Tassis, 
uit Brussel, 31 Mei 1595 aan den Koning gericht, over de moge- 
lijkheid en wenschelijkheid van vrede. 

11°. 3456. Consulten van den Raad van State over instructies 
voor diplomaten, naar verschillende hoven gezonden, 1600 — 
1800; talrijk zijn de instructies voor gezanten naar Engeland 
uit de 17® en 18® eeuw; van de instructies der gezanten naar de 
.Hepubliek zijn aanwezig: die voor Gamarra, 11 Sept. 1654, 
die voor de Lira, 10 April 1671, die voor Coloma, 9 April 
1681, die voor Quiros, 30 April 1692, die voor de M ir aval, 
Jan. 1715. Haar belang scheen mij gering; zij geven niet die 
inlichtingen over personen en zaken in de Republiek, welke de 
instructies der Fransche gezanten dikwijls zoo belangwekkend 
maken. 

Libro 991. Een lijvig boekdeel, echter voor een aanzienlijk gedeelte 
onbeschreven ; het is een alphabetische index op den inhoud van een 
aantal liassen betreffende de Republiek en Engeland, van 
1604—1679. Op elk folio links Engeland, rechts de Republiek. 
Bij de vermelding van de onderscheiden punten wordt naar 
nummers van liassen verwezen, maar waar die liassen zijn, of ze 
nog bestaan , of die nummers nog juist zouden zijn , is mij niet 
bekend en wist men mij ten archieve ook niet te zeggen; voor 
de daar aanwezige liassen gelden zij niet. Op Estados Generales 
een uitvoerig artikel over hunne samenstelling ; op Provincias Unidas 
eveneens ; op Treguas wordt eerst over de onderhandelingen en 
het Bestand van 1609, dan over de beraadslagingen aangaande 
een bestand, in 1628 te Madrid gehouden, het een en ander 
meegedeeld. 

n». 3252. Consulten van den Raad van State, 1607— 1696, betref- 
fende allerlei zaken, meest van particulieren, in Duitschland, 
de Republiek, Frankrijk, Zweden, Ierland. Een Hol- 
lander, die Rodrigo Clers genoemd wordt, vraagt en verkrijgt 
in 1650 restitutie van goederen, in beslag genomen wegens het 
ontbreken van een certificaat van oorsprong. Niets van belang. 

n°. 1293. Minuten van depêches van den Spaanschen koning voor 
ambtenaren en militairen in de Nederlanden. 1619 — 1719. 

n°. 6442. Varia betreffende de Spaansche Nederlanden uit de 
17® eeuw; hieronder een anoniem verslag van den veldtocht 
van 1645; geen belang. 



58 

Ldbro 737. Allerlei consulten van den Raad van State, meest 
uit 1625, met een aantal desbetrefiende documenten. Op fol. 490 
over eenige HoUandsche schepen, te Lissabon aangehouden 
en verbeurd verklaard (1625). Op fol«* 492, 534, consulten over 
mogelijke ondernemingen der vloten van de Republiek en 
Engeland (1625). Geen belang. En hetzelfde geldt van een der- 
gelijk libro , genummerd 741 , ook van 1625. 
Libro 720. Verschillende documenten , voor een goed deel consulten, 
betreffende de Republiek. Een gedrukt, uit het Nederlandsch 
vertaald stuk, van Nov. 1625, over de grootheid van de macht 
der Republiek en hare gebreken. 

Verschillende papieren , consulten , minuten van brieven , betref- 
fende de onderhandelingen over een bestand in 1628, vermoe- 
delijk bijeengebracht naar aanleiding der beraadslagingen over de 
onderhandelingen in 1633/34. Het zijn: 

Beschikking van den Koning op een consult, van 16 Maart 
1634 (vgl. Waddington, La Bép, des Prov. Unies y La France 
et les Pays-Bas Espagnoles y J, Pièces Justify p. 373). 

Consult van 29 Mei 1633 over depêches van de Infante, 
Aytona en Roose van 10, 12, 14 en 16 Mei 1633. 

Consult van 10 April 1628, waarbij Puntos para assentar lapaz 
con Olandeses. 

Consult van 23 April 1628. 

Brief van den Koning aan de Infante, en dito aan Jan 
Kesseler, beide van 30 April 1628. 

Drie brieven van den Koning aan de Infante, drie brieven 
aan Aytona, alle van 1 Mei 1628. 

Consulten van 1 Sept. (twee , waarvan een zeer uitvoerig), 10 Oct. , 
22 Oct. 1628. 

Een bundeltje varia, waarin o.a. een bericht over de aanvals- 
plannen der Republiek in 1637. 

Een bundeltje consulten o\er daarbij aanwezige berichten van 
Domingo Cabral betreffende het verlangen naar vrede in Holland 
(1644). 

Een aantal gedrukte en gecopiëerde stukken over den vrede 
van Munster. 

Een anoniem, vrij uitvoerig verslag over het bestuur der 
Republiek en den toestand, waarin zij zich bevindt. 1654. 

Consulten over berichten van den gezant in de Republiek, 
Gamarra, en die berichten zelve (meest duplicaten) uit 1658, 
1660, 1663, 1664, 1669. 

Ontwerp, aan Gamarra 20 Aug. 1663 toegezonden (van wien 
het is blijkt niet, hij wordt alleen aangeduid als ijverig dienaar 
des Konings) om de 17 Nederl. gewesten nauw met elkaar te ver- 
binden tegen Frankrijk. 

Berichten van Manuel Belmonte, Spaan sch consul te Am- 
sterdam, uit 1666. 
n*». 2341. Onder andere papieren, loopende van 1626-1700, eene op- 
gave van een aantal documenten , betrekking hebbende op onder- 



59 

handelingen met den koning van Spanje om te Hamburg 
een Oost-Indische Compagnie op te richten. 1662. Zie over 
dezelfde aangelegenheid ook onder Simancas. 
Hdbro 694. Een index van namen van personen en zaken , voorkomende 
in liassen betreffende de Nederlanden over de jaren 1627 — 
1640; ook hier helpt de verwijzing naar die liassen niet meer, 
daar deze niet aanwezig zijn. Soms worden stukken ingelascht, 
b.v. op Gobernadores vindt men de vragen, die aartshertog 
Ernst van Oostenrijkin 1595 aan de buitengewone vergadering 
van den Raad van State voorlegde over de middelen om een 
beteren toestand te scheppen (Gachard, Adesd, Et.Gén.de 1600 
p. 415); op Holanda de beslissing, in 1634 door Philips IV in 
zake de onderhandelingen met de rebellen genomen. (Vgl. p. 58, 
Libro 720). 

Libro 347. Copieën van beschikkingen des Konings in aangelegen- 
heden van particulieren van verschillende landen. 1630—39. Geen 
belang. 

n*». 1703. Een aanzienlijk aantal documenten betreffende de vorde- 
ringen van het huis Oranje op de Spaansche regee- 
ring krachtens de overeenkomst van 1647; copieën en extracten 
van desbetreffende stukken uit 1649, 1651, 1653, 1654, 1661, 
1679. Deze documenten hebben in 1683 gediend bij conferenties 
te Brussel tusschen koninklijke ambtenaren en gemachtigden 
van den Prins, waarbij van Spaansche zijde de eisch op Maas- 
tricht krachtens het tractaat van 1673 werd te berde gebracht. 
Hierbij vrij uitvoerige stukken betreffende Huybergen, begin- 
nende met eene Copia fondationis monasterii Huyhergensis : Postel; 
Lith; Herstal; St. Anthonisberg; Schaephuysen; den 
Vluinbosch; deE;edemptie-dorpen;Borchvliet,Bladel 
en R e u s e 1. — Verder stukken uit 1685 , uitvoerige contrapretensies 
van den koning van Spanje ; hierbij Pièces justificatives pour les 
villages de Zundert Ie grand, Zundert Ie pefit, Hage, Sphindel, 
Nispen , Weernhoiit. 

Libro 97. Brieven en bevelen des Konings aan Gas telrodri go, 
plaatsvervangend gouverneur-generaal der Spaansche Nederlanden. 
1 Jan. — eind Oct. 1647; vele in cijfer. Minuten. 

Libro 571. Verschillende adviezen van president Roos e over de 
zaken der Spaansche Nederlanden. 1646. 

n®. 1411. Correspondentie van den Koning met Castelrodrigo 
betreffende de Spaansche Nederlanden. 1646 en 1647. 

n®. 2339. Hierin enkele klachten van consuls over verongelijking van 
kooplieden uit de jaren 1650 — 1661; een klacht aan de Staten- 
Generaal, door den Spaanschen gezant aan zijne regeering mee- 
gedeeld, van een koopman Van den Bergh over belemmering 
van invoer in Spanje van Leidsche sayetten. Consulten. 

Libro 106. Brieven van verschillende personen aan Castelrodrigo; 
deels gecijferd. 1650—1680. 

n°. 1702. Consulten van den Raad van State over zaken de Repu- 
bliek betreffende uit de jaren 1651—1678. Van 26 Febr. 1660 een 



60 

Sumario de lo que ha pasado en quanto d la satisfacion de 500 M, 
florines por una vez (voor éénmaal) y 80 M. de renta qiie se ofre- 
der on al Principe de O rang e en la Paz de Munster; desbetreffende 
consulten en stukken uit 1661 en 1662, en brieven van de Lira, 
den Spaanschen gezant in den Haag, dienaangaande uit 1672. 

Consult van 21 Nov. 1674 over de Lira's brief van 30 Oct. 
nopens de door hem aangevraagde schepen tegen Messina. Uit 
1674 en 1675 talrijke consulten naar aanleiding van de Lira's 
brieven over het Nederl. eskader tegen Messina en over de 
voldoening der vorderingen van het huis Oranje. In 1676 con- 
sulten over de noodzakelijkheid dat DeRuyter met zijne schepen 
blijve in de Middel 1. Zee; over de betaling der kosten van de 
uitrusting van het vorige jaar; over vertogen van den Ned. extra- 
ordinaris ambassadeur , de C h i e z e , die op betaling aan de a d m i - 
raliteiten aandringt, op behoorlijke voorziening van troepen 
in de Spaansche Nederlanden, op ontheffing der Ned. consuls 
in Spanje van alle lasten, zooals de Spaansche consul te 
Amsterdam ook geniet. Verder over hetgeen gedaan moet worden 
voor de weduwe en den zoon van De Éuyter (10 Juli 1676); 
over de wenschelijkheid dat het Ned. eskader in de Mi d de 11. 
Zee versterkt worde (1676, 1677); en in 1676-1678 voortdurend 
over de voldoening van den prins van Oranje, van de O. I. C. 
die ook geld geleend heeft, en van de admiraliteiten, waarbij 
voorslagen ter sprake komen om haar de inkomsten uit de asien- 
tos de negros en uit de zoutwerken van Cadiz te ver- 
zekeren. De Lira klaagt in zijne brieven wanhopig over zijne 
verlegenheid bij al dien aandrang. 

Copieën van het handelsverdrag met de Republiek van 1651 
en van den vrede van Aken van 1668. 

n®. 1641. Allerlei consulten betreffende de Spaansche Nederlanden 
1656 — 1673; veel over het vertrek van don Juan daarheen. 

Libro 268. Copieën van brieven des Konings aan verschillenden 
en van brieven aan den Koning; hierbij o.a. een twaalftal brieven 
van Gamarra, uit den Haag, meest uit 1662—64, betreffende 
klachten van Nederl. zijde over het opbrengen van schepen, van 
Spaansche zijde over handel in contrabande op Portugal. 

Libro 109. Briefwisseling van Castelrodrigo met ministers en 
vorsten in het Duitsche rijk. 1665—1668. 

Libro 108. Brieven van den Koning aan Castelrodrigo en den 
Raad van State in de Spaansche Nederlanden. 1665 — 1668. 

n®. 671. Varia, meest betreffende de Spaansche Nederlanden, en in 
hoofdzaak uit de jaren 1666—1702 (echter ook, zonder jaar en datum 
doch van 1634 , de kennisgeving aan de gezanten der vreemde 
mogendheden van Arschot's arrestatie). Een consult van 8 Nov. 
1685 beschikt afwijzend op de pretensie der Engelschen en 
der Nederlanders om geen rechten te betalen van het koren, 
dat zij te Cadiz verkoopen. 

Een consult van 12 Maart 1693 over de vraag , of men de lakens 
uit de Republiek in Spanje geïmporteerd, hooger zal gaan 



61 

belasten, nu de Staten-Generaal zulke hooge nieuwe rechten hebben 
gesteld op brandewijnen en wijngeest; Catalonië zal daarvan 
groote schade ondervinden ; het consult strekt om zich voorloopig 
tot vertoogen te bepalen. 

In 1691 consulten over samenwerking ter zee met de Zee- 
mogendheden. 

n®. 734. Consulten over allerlei uit de jaren 1666 — 1712 ; over handel 
van vreemden in contrabande , over opgebrachte schepen ; vrij wat 
uit de jaren 1706—1708 over de voorstellen van den co n se il Ier 
fiscal der admiraliteit in Vlaanderen, die opbeuring vun den 
Zuid-Nederl. handel beoogen. 

no. 1194. Enkele stukken uit 1667 betreffende het conflict tusschen 
Frankrijk en Spanje van 1667. Copieën betreffende de Trip le- 
alliantie van 1668. Correspondentie van Castelrodrigo met 
Burgersdijk over de ratificatie van den Akenschen vrede (minuten, 
van Castelrodrigo, origineelen van Burgersdijk, die naar 
Brussel gezonden was), en vrij wat briefwisseling van Castel- 
rodrigo met Van Beuningen te Parijs over de uitvoering van 
den vrede en de nieuwe pretenties van Frankrijk (minuten van 
Castelrodrigo, origineelen, copieën en vertalingen van Van 
Beuningen). Hier en daar van vocht geleden. 

n«. 1730. Consulten uit de jaren 1667—1699: o. a. uit 1667, 14 Dec, 
over de mogelijkheid om aan de Republiek het land van 
Waes in onderpand te geven voor assistentie met geld en troepen; 
uit 1679 over de algemeene staatkundige verhoudingen en de 
garantie van den Nijmeegschen vrede; uit 1682, 5 Febr., 
6 Maart, over toetreding tot het tractaat van garantie tusschen 
de Republiek en Zweden ; uit 1689 over de verheffing en erkenning 
van Willem III tot koning van Engeland, naar aanleiding van 
Ronquillo's brieven , die aanwezig zijn evenals enkele vertalingen 
van brieven van Willem; ook theologen brengen in deze aan- 
gelegenheid adviezen uit; uit 1698, 2 Jan., over het toelaten van 
Nederlandsche troepen in de vestingen aan de Fransch-Z.-Neder- 
landsche grenzen ; ook hierbij verschillende theologische adviezen. 

n^ 1056. Brieven van Monterey aan Castelrodrigo, 1671 — 1672. 
Consulten. 

libro 721. Consulten over brieven van de Lira, vooral uit 1676 
en 1677; echter ook uit 1671—75. 

Libro 146. Briefwisseling van den Spaanschen gezant in de 
Republiek (de Lira) met den markies de Villagarcia, eerst 
zaakgelastigde, later gezant van Spanje te Venetië. 1672 — 77. 
(Veel is in cijfer maar de ontcijfering staat er doorgaans naast). 

Libro. 180. Briefwisseling van denzelfden Villagarcia met den 
Spaanschen gezant in Den Haag, 1677 — 1684. 

Libro 181. Als boven. 1685 -1691. 

n®. 604. Consulten van den RaadvanState, 1674 — 1738. Hierin zeer 
veel uit de jaren 1679 — 89 over de voldoening der financiëele 
vorderingen, van Nederl. zijde door verschillende colleges en per- 
sonen op de Spaansche regeering gemaakt ; hiertegenover komt de 



62 

Spaansche regeering dan met haar eisch op Maastricht voor 
den dag. De vorderingen van Ned. zijde betroffen voornamelijk: 
die van het huis Oranj e krachtens het tractaat van 1647 en die der 
admiraliteiten, speciaal der admiraliteit van Amsterdam, 
wegens de kosten der eskaders, ter hulp der Spanjaarden tegen 
Messina uitgerust. Schonerberg, de vertegenwoordiger der 
Republiek , Fuenmayor, Spaansch gezant in Den Haag , dringen 
op afdoening aan, de Raad beraamt allerlei middelen (betaling 
aan de admiraliteiten in zout, in zilver enz.) maar de uitvoering 
stuit steeds op bezwaren. Andere vordenngen komen er bij : de 
firma Mels had acht schepen gebouwd voor het huis Valentin 
Perez maar kon geen betaling krijgen; de firma Mels beweerde, 
dat dit huis gehandeld had voor de Spaansche regeering, die nu 
voor het geld werd aangesproken {161ÖS sqq.) Dan had De Lira 
in Holland 80.000 gulden geleend, die ook niet voldaan werden 
(1684 sqq.) Eindelijk nog eene andere zaak: in 1683 leden vier 
Ned. oorlogsschepen schipbreuk bij Minor ca; de inventaris dier 
schepen werd geheel of gedeeltelijk geborgen doch vruchteloos 
van Nederl. zijde opgeëischt. Voor zoover ik gezien heb, kwam 
geen dier zaken tot afdoening. 

Nog een consult van 23 Dec. 1679 om aan EngeldeRuyterte 
voldoen 4000 escudos, voor twee jaar pensioen, hem uit erkenning 
der verdiensten zijns vaders toegekend tegelijk met den adellijken 
titel. 

n®. 1727. Consulten van den Raad van State en bijbehoorende 
stukken. Zij betreffen grootendeels de vorderingen van het huis 
van Oranje en van de admiraliteiten, met de contrapreten- 
sies op Maastricht, daarenboven de verheffing van Willem III 
tot koning van Engeland, de alliantie tegen Frankrijk; het in 
een zeer lijvige lias; de stukken loopen over de jaren 1675 — 1715. 

n®. 1716. Consulten van den Raad van State, hoofdzakelijk van 
1685 — 1700 , over allerlei ; hierin ook consulten over brieven uit 1694 , 
1695 en vooral uit 1700 van den Spaanschen gezant in de Repu- 
bliek, Quir o s ; diens aanwezige brieven zijn weinig belangwekkend. 

n®. 1849. Consulten van den Raad van State over allerlei, 
1694—1706. Geen belang. 

n®. 4836. Consulten van den Raad van State. Een aantal copiëen 
van resoluties en brieven der Staten-Generaal uit 1680. Con- 
sulten over de kwestie van een bediende van Schonerberg, 
Jacob de Moll, die door de Spaansche autoriteiten was gearres- 
teerd , waarover Schonerberg zoo heftig optrad , dat hem 
langer verblijf werd ontzegd (1G94, 1695): dan over den sterken 
aandrang van Schonerberg, ook uit 1695, op voldoening der 
maandgelden, toegezegd aan het Nederl. eskader, dat in de 
Spaansche havens overwinterde; op het stellen van een Spaansch 
eskader bij het Engel sch — Nederlandsche. Verder een historisch 
overzicht (copie uit 1720) der kwestie van de schulden aan de 
admiraliteiten en aan het huis Oranje, en van Spanjes aan- 
spraken op Maastricht; eveneens van de pretensies van het huis 



63 

Oranje op de jaarlijksche betaling van 20.000 pesos, in 1689 
door den Koning aan Willem III toegezegd. 

Een gedrukt stuk, bestrijdend de resolutie der Sta ten- 
Generaal van 22 Juli 1786, waarbij den Spanjaarden de 
vaart naar Indië om de Kaap de Goede Hoop ontzegd wordt. 
(In 't Fransch, Madrid 1787). 

ii<>. 2344. Een aantal stukken over kwesties van beweerden handel in 
contrabande , kooplieden van verschillende naties betreffende. 1606 — 
1660. Geen belang. 

n*>. 1645. Consulten van den Raad van State met beschikkingen 
van den Koning betretfende de Spaansche Nederlanden. 
Jan. en Febr. 1700. 

no. 1634. Als boven. Maart— Sept. 1700. 

n°. 1658. Als boven. Oct.— Dec. 1700. 

n°. 595. Consulten van den Raad van State over allerlei , o.a. over 
eene klacht van den consul der Republiek over geweld, door de 
inwoners van Coluidres (?) aan twee Nederl. schepen gepleegd. 

n°. 1699. Consulten van den Raad van State. Over de rekeningen 
der ambassade van Gamarra uit 1667 en volgende jaren : verder 
uit 1701, o.a. 17 Sept. over een klacht van S.chonerberg over 
het geweld , aangedaan aan twee schepen der W . I . C ., die krachtens 
eene overeenkomst tusschen de koninklijke Af ri ca ansch e Com- 
pagnie van Portugal en de Ned. W. I. C. over de levering 
van een aantal slaven deze moesten overbrengen naar Cartagena 
en door de Spanjaarden waren opgebracht; dan over brieven van 
Quiros, uit Juni — Oct. 1701, uit den Haag, aangaande zijn ver- 
trek; hiervoor vraagt hij geld, ook om zijne crediteuren te betalen; 
ook verschillende politieke nieuwstijdingen in Quiros' brieven 
van April— Dec. 1701. 

n®. 1698. Consulten van den Raad van State over brieven van 
Quiros uit den Haag en deels uit Brussel. 1701. 

28 Juni 1701. Consult dat, evenmin als de Engelsche, de Nederl. 
katholieken , gedurende 10 jaar te Sevilla woonachtig en gehuwd 
met eene Spaansche vrouw, lastig zullen worden gevallen naar 
aanleiding van den oorlog. 

n°. 1696. Consulten van den Raad van State^van 1702—1714 
over berichten van Quiros uit Brussel van 1702 rakende het 
onvermijdelijke van den oorlog, het uitbreken, de operaties, de 
plannen der Engelschen en Nederlanders tegen Spaansche 
havens; over den indruk van den dood van Willem III, den 
eenigen aanstichter van den oorlog; over geruchten dat de keur- 
vorst van Brandenburg, of de Stadhouder van Fries- 
land, ofHessen-Cassel hem in zijne waardigheden zullen op- 
volgen, maar Quiros is overtuigd dat de Staten de macht aan 
zich zullen trekken. 

Uit Jan. 1702. Consult over vertogen van Schonerberg ten 
bate van Cornelis Schijf, aanzienlijk Ned. koopman te C a d i z , 
uiterst gewelddadig behandeld door een rechter der Casa de 
Contratacion te Sevilla. 



64 

Verbod vao handel in Spaansche havens voor Engelschen en 
Nederlanders (1702). Verder enkele consulten uit 1703 en uit 
1704; zonder belang. 

n». 1693. Minuten der consulten van den Raad van State, 1701 
—1702. 

n**. 1604. Consulten van den Raad van State, 1702, over allerlei; 
niets van beteekenis. 

n«. 1605. Consulten van den Raad van State 1703— 04. Als boven. 

n®. 1708. Minuten van consulten van den Raad van State, 1703 
—1715. Als boven. 

n®. 3390. Vertaling der preliminairen en van andere stukken rakende 
de onderhandelingen te Geertruidenberg. • 

n®. 3367. Vertaling van verschillende stukken rakende de onderhan- 
delingen te Utrecht. 

n°. 668. Brieven van gezanten aan verschillende hoven; hieronder 
enkele berichten van den markies van San G-il uit Den Haag, 
1710. 

n». 1715. Consulten van den Raad van State, 1715—1717, over 
brieven uit Den Haag van De Miraval, die echter voorshands 
niet het karakter van gezant aanneemt, uit 1715; van den se- 
cretaris der ambassade, Oliver, uit 1715 en 1716, en van 
Beretti Landi uit 1717. 

n°. 1719. Minuten der consulten van den Raad van State, 1716, 
1717. 

n®. 3390. Copieën van allerlei stukken en tractaten, in Europa op- 
gesteld en gesloten tusschen 1709 — 1746. Het oudste stuk bevat 
de in 1709 aan Frankrijk gestelde eischen, dan volgen stukken 
uit 1713, het ontwerp der triple-alliantie tusschen Engeland, 
Frankrijk en Republiek uit 1716 enz. 

n°. 1710. Consulten van den Raad van State, van 1716 en 
1717, over politieke nieuwstijdingen van verschillende kanten, 
o.a. over berichten van den secretaris Oliver, en van Beretti 
Landi van 29 Oct. 1716—1717; minuut van diens instructie 
(9 Mei 1716) ; credentialen van Ripperda, als extraord. ambassa- 
deur der Republiek, 1716. In een brief van 24 Juni 1717 schrijft 
Beretti Landi dat hij — bij gelegenheid dat een confident hem 
een brief van aanbeveling vroeg aan den kapitein-generaal der Cana- 
rische eilanden ten bate van zekeren Me ij er s, een katholiek koop- 
man te Rotterdam, tegen Juan Crosser wonend te Tene- 
riffe, die hem veel geld schuldig is — vernomen heeft dat de 
groote handel op die eilanden door de Hollanders gedreven 
wordt en dat hunne correspondenten aldaar niet allen Span- 
jaarden zijn maar meerendeels vreemdelingen, waarvan de Hol- 
landers dikwijls geen geld kunnen los krijgen. 

n». 229. Hierin nog weer enkele documenten betreffende de schulden 
aan de admiraliteiten. 1724. 

n». 605. Consulten van den Raad van State, 1724. Twee lijvige 
bundels worden gevormd door consulten van 2 Dec. en 30 Dec. 
1724 met retroacta betreffende de vorderingen der admiralitei- 



65 

ten en die van het huis Oranje en Spanje^s recht op Maas- 
tricht. Verder over toelating van consuls en vice-consuls. 

n® 3208. Verschillende stukken over middelen tot opbeuring van 
Spanje's handel; hieronder ook het advies der admiraliteit 
van Zeeland van 1752 over het ontwerp van Willem IV 
(porto franco.) 

n® 622. Consulten van den Raad van State uit 1725 en 1726, 
o. a.: over toelating van consuls; over Holl. matrozen, die tabak 
gesmokkeld hebben; lijvige bundels (consulten van 15 Jan., 25 
Maart, 30 Sept., 16 De3.; 30 Dec. 1725) over de schulden aan de 
admiraliteiten en den prins van Oranje. 
Consulten van 15 Jan. en 25 Maart 1725 over den aan- 
drang van Hyacinte van Nassau-Siegen om niet den graaf 
van Nassau-Dietz (d. i. Willem IV) maar hem als rechtmatigen 
erfgenaam* van de pretensies van Willem III op Spanje te er- 
kennen. 

Consulten uit Sept. 1725 over een vertoog van den Ned. gezant 
(v. d. Meer) dat geen schepen van onderdanen der Staten- 
Gen. onder eenig voorwendsel in volle zee mogen worden aan- 
gehouden. De beslissing luidt, dat de tractaten zullen worden 
nageleefd. (De klacht kwam voort uit maatregelen, door de 
Spaansche reg. genomen om den smokkelhandel der Engelschen 
en Nederlanders op Spaansch-Amerika te beletten), n®. 641 bevat 
dergelijke stukken uit 1727. 

n^ 756. Lijvige bundel papieren, consulten, brieven enz. uit 1722 — 1728 
betreffende de pogingen van Nassau-Siegen om zijn recht op 
de pretensies van Willem III erkend te zien door de Spaansche 
regeering en vooral om dat recht aan haar te verkoopen. 

n® 3369*>is. Copieën van verschillende verdragen en staatsstukken 
o. a. van de zoogenaamde Quadruple-alliantie van 1718, het 
verbond van H anno ver, en van documenten uit 1727 en 1728. 

n® 2925. Consulten over brieven van Spaansche consuls uit Oos- 
tende, Hamburg, Brussel, Moscou, Amsterdam (B. de 
Salas) van 1729—1733. Onbeteekenend. 

n® 1595. Verschillende weinig beteekenende nieuwst ij dingen over 
de aangelegenheden van Europa, uit Den Haag gericht aan den 
markies de Castelar. 1733—1736. 

n® 606. Consulten over de toelating van Nederl. consuls 
en aanstelling van Jueces Conservadores. 1737 — 1739. 

n^ 3853. Eene verzameling stukken, alle betrekking hebbende op de 
resolutie der Staten- Generaal van 27 Juli 1786, waarbij den 
Spanjaarden het recht van de vaart om de Kaap de Goede 
Hoop naar de Philip pijn en ontzegd werd. Stukken uit 1732, 
1766, 1768, toen diezelfde kwestie gerezen was. Onderschepte 
brieven van den Engelschen gezant te Madrid , Gray, aan Shel- 
burne, 1768. Correspondentie der Spaansche regeering met hare 
vertegenwoordigers bij de Republiek betreffende deze aangelegen- 
heid uit 1782—1787, en verschillende stukken uit 1787 en 1788 
met retroacta. 



66 

Gedrukte Reflexions sur V extrait du Régistre des Etats Généraux 
etc, de 1786, 22 Juiüet (waarschijnlijk door de Rayneval op- 
gesteld), 
n® 8845. Consulten over verschillende vertoogen , door de N e d e r 1. 
ambassade ingediend. 1752—1787. Veelal klachten over on- 
rechtmatige behandeling van schippers en schepen, opkomen voor 
Nederl. schuldeischers , klachten over Spaansch geweld in de 
overzeesche gewesten. 

Herhaaldelijk (1752, 1770, 1775) wordt aangedrongen op eene 
overeenkomst over wcderzijdsche uitlevering van gevluchte slaven. 
Van hun kant klagen de Spanjaarden over geweldpleging der 
Nederlanders in de Spaansche bezittingen blijkens een: Relacion 
de excesos cometidos por los HoUatideses en los Dominios espafioles, 
betreffende de jaren 1752, J753, 1754, en vooral 1755. 
Van Nederl. zijde wordt o. a. in 1775 ernstig geklaagd over het 

§eweld, dat Essequebo, Demerary, Berbice, Cura9ao en 
t. Eustacius van de Spanjaarden te lijden hebben. 

n® 3168. Bundel stukken betreffende den inwendigen toestand van 
Spanje , 1770 — 1800 : op onze Republiek heeft alleen betrekking 
de opheffing van een verbod van invoer van boter, kaas en ge- 
zouten vleesch, uitgevaardigd wegens pest in de Republiek. 1780. 
(Er is in dezen bundel een interessant stuk over het verval van 
den landbouw in de provincie Se vil la, opgesteld en toegezonden 
aan Florida Blanca door Joseph de Albalos. asistente de 
Sevilla; gedateerd 12 Juli 1788). 

n® 3838. Consulten, 1773—1775. over maatregelen om het telkens 
binnenloopen en verblijven van vreemde, veelal Nederl. oorlogs- 
schepen in de havens van C a d i z te verhinderen ; dit binnenloopen 
heet te geschieden wegens averij of om dergelijke redenen , maar in 
werkelijkheid is het om smokkelen te doen. Als dit verboden wordt, 
gaan de Nederl. schepen buiten de baai liggen maar zenden 
hunne booten, kwanswijs om dit ot dat te bespreken, naar de 
Nederl. koopvaardijschepen, die er liggen, en blijven smokkelen. 
Ook hiertegen maatregelen. Protesten van de Staten -Generaal. 

n*> 3840. Consulten over verschillende vertoogen van Van Rech- 
ter en, den vertegenwordiger der Republiek te Madrid, 1774—1780. 
Ook deze vertoogen, evenals die van n®. 3845 hierboven genoemd, 
strekken om op te komen voor verongelijkte schippers , kooplieden , 
crediteuren enz. ; o.a. komt hij , zooals Van Heeckeren tot 
Brantsenburg in 1772 ook reeds gedaan had, in 1774 op voor 
de firma Goddert Cappel en Zonen, die in proces ligt met 
de weduwe en erfgenamen van Balthasar Hernandes. 

Den 18den Febr. 1777 diende hij een uitvoerig vertoog in over 
de onverantwoordelijke wijze, waarop de Compie Badin in zake 
het graven van het kanaal van Aragon gehandeld had jegens 
de Nederl. geldschieters, sedert 1768. (De huizen van Heshuisen 
en van Boas hadden geleend 1.300.000 gulden; en later was nog 
geleend 2.400.000 gulden). 

n*> 3879. Consulten van 1779 — 1780 over vertoogen van Van Rech- 



67 

teren over het opbrengen van Nederlandsche schepen. (Vgl. hierbij 
en bij de volgende nummers: Si Hem. Het leven van Mr, Johan 
Valckenaer ü, QQ sqq.). 

n® 3859. Allerlei documenten, uit de jaren 1779—1797, over opge- 
brachte Nederl. schepen, opgaven van berokkende schade enz. 
(Zie hieronder). 

n° 3842. Documenten betreffende de eischen tot schadevergoeding 
van Nederlandsche kooplieden, wier schepen in beslag 
genomen waren in de jaren 1779 en 1780, en in 1795. — Den 
12den Jan. 1793 bericht de prins de la Paz aan den zaak- 
gelastigde der Republiek, Aubert, dat hij een bekwaam man 
zal aanwijzen om met hem die vorderingen te liquideeren. Hiertoe 
wordt veel later uitverkoren Colombi. De documenten hebben 
verder betrekking op die liquidatie, die in Maart en April 1797 
tot een einde kwam. (Zie hieronder). 

n® 3855. Documenten betreffende de schepen , waarop krachtens konink- 
lijk bevel van 22 Febr. 1795 beslag werd gelegd in de Spaansche 
havens. 

n<» 3877. Documenten uit 179G eu 1797 betreffende de liquidatie van 
de vorderingen der Nederl. kooplieden, behandeld door Colombi 
en Aubert. Er zijn o.a. vier lijsten, gevende: 
voor 1795 36 schepen a 1.91 1.787.30 reales de vellon. 

1779, 1780 25 schepen a "8u3.709.18 „ „ „ 

1779, 1780 15 schepen 

en vier ladingen 469.127.30 „ „ „ 

1779, 1780 2 schapen en 2 ladingen ) p-r^^ . ^ ^ 
1795 3 schepen ] Oöo.^ii.- „ „ „ 

n° 3861. Onder andere documenten hierin een staat, door Colombi 
opgemaakt van de eischen, door Zweedsche, De^nsche en 
Nederl. kooplieden ingediend wegens de in beslag genomen 
schepen, en van hetgeen als schadevergoeding betaald is. 

Verschillende stukken over den van Nederl. zijde geoefenden aan- 
drang op betaling der leeningen en renten, door Spanje aan 
Hollandsche huizen verschuldigd; die huizen waren HopeenC^® 
en Courtiau, Echenique, Reynders en C^®. 1796, 1797. 
n® 3833. Weer verschillende vertoogen van Van Rechteren uit 
1779 — 1798, vooral uit 1784. Wederom allerlei klachten over schepen, 
crediteurs enz.; in 1784 ondersteunt hij o.a. een smeekbede van 
Claire Jaqueline de Man, weduwe Krayenhof, betaling 
vragende van verschillende vorderingen van haar overleden man, 
die als ingenieur, ten tijde der Comp^® van Badin, driemaal 
naar Spanje gereisd is om het plan van het kan aal van Ara go n 
te verbeteren. 

26 Nov. 1784 deelt Rechteren aan Florida Blanca het 
geschil der Republiek met den Keizer mee. 

Den 8sten Febr. 1784, weer terugkomend op de desertie der 
slaven van de plantages in de koloniën , schreef hij aan de Spaansche 
regeering: „Il a été communiqué de nouveau par L. H. P. a leur 
soussigné ambassadeur diverses lettres de colons Hollandais a 



Essequebo et Demerary, contenant de nouvelles plaintes sur la 
désertion continuelle de leurs Esclaves. Il conste par ces papiers 
que dans deux mois il y a eu entre les soixante dix et quatre 
vingt nègres de désertés, et qui s'étant tous réfugiés a Orénoque 
laissent les plantations de leurs Maitres sans culture et dans un 
état qui doit avoir bientót pour suite une ruine totale et générale. 
Rechteren dringt aan op eene overeenkomst tot uitlevering van 
wederzij dsche deserteurs , zooals die bestaat tusschen verschillende 
souvereinen, die bezittingen in Amerika hebben. Consulten hierover. 
C866. Verschillende bemoeiingen van Van Rechteren, optreden 
voor allerlei belangen, 1784 — 1787; aandrang op uitlevering van 
wederzijdsche deserteurs; Nederl. schuldeischers in faillissementen 
van Spanjaarden , benoeming van consuls enz. Consulten hierover. 
3865. Brieven en rekeningen van den Spaanschen consul De 
Mas, en den vice-consul De Senosiain, te Amsterdam, 1785 — 
1800. De rekeningen van 1787 — 1800 geven niets van belang. De 
brieven , niet zeer talrijk en meestendeels van DeMas (Senosiain 
bericht alleen tijdens De Mas' afwezigheid van Mei — Oct. 1795 
en van Mei 1796— half Sept. 1797), vermelden af en toe de indruk- 
ken der gebeurtenissen te Amsterdam , geruchten enz. Den 15®** Mei 
1788 schrijft hij over de schromelijke willekeur van het Oranje - 
gepeupel te Amsterdam. Andere berichten van 1788 maken mel- 
ding van de groote geldverlegenheid der Republiek, van 
Holland, van Amsterdam, van de O. I. C. vooral; slecht succes 
der leeningen. In 1791, 22 Aug., weer over de groote geldver- 
legenheid der O. I. C. , die om aan hare verplichtingen te voldoen 
den verkoop harer artikelen twee maand vervroegt en bovendien 
moet leenen. Uit 1793 een aantal berichten over de stemming 
te Amsterdam bij het succes der Franschen en hunne oorlogs- 
verklaring aan den Stadhouder; den 8sten Maart 1793 meldt hij, 
dat de chef van hot huis Hope met zijne familie naar Engeland 
is gegaan, een neef met het beheer der zaken belastend, en dat 
dit op de beurs grooten indruk heeft gemaakt; sedert 28 Febr. 
6 faillissementen, waaronder van beteekenis. Enkele soortgelijke 
berichten uit 1794; den 15den Aug. bericht hij dat de machina- 
tiën van het meerei:deel der kassiers van Amsterdam, die 
de komst der Franschen in Holland wenschen, een nadeeligen, 
drukkenden invloed oefenen op de zaken van de Bank. 
3844. Verschillende bemoeiingen der Nederlandsche ambas- 
sade, 1789—1799, meest van 1796—1799. Over allerlei kleinigheden, 
geweldplegingen, paspoorten, genomen en hernomen schepen, 
vorderingen van Nederl. huizen enz. Den 2den Sept. 1796 schrijfb 
Valckenaer aan den Prins de la Paz om verlof te vragen 
voor den uitvoer van eenige rammen: „quelques bons citoyens 
d'une de nos villes principales font des essais pour défricher les 
dunes. . . Un de leurs essais est celui de donner a leurs brébis 
des béliers, nés dans différens pays. Etc. Het verzoek wordt toe- 
gestaan ; uit bijgevoegde retroacta blijkt , dat ook reeds in vroegere 
jaren zulk een verlof gegeven is. In 1798 komt de ambassade op 



69 

voor de firma Braunsberg, Kluppel, Faesch en C^® te 
Amsterdam , die op groote schaal bedrogen is door Joh. Bernede. 

n*>. 3850. Allerlei kleine bemoeiingen van Van Rechteren uit 1790 
— 1793. Ook nog een aantal rekeningen betreffende de in 1795 in 
beslag genomen Nederl. schepen (Zie hiervóór n®. 3855, 3877). 

n». 3370. Verschillende tractaten, door Spanje gesloten, waaronder 
met de Republiek: a. het tractaat van 23 Juni 1791 tot uitleve- 
ring van gevluchte slaven (ook in n*>. 3408); b. het verbond van 
Frankrijk en Spanje van 18 Aug. 1796 met de geheime artikels; 
c. het tractaat tusschen de Republiek en Spanje van 1797, 28 Aug., 
over hulp voor Suriname. ( Vgl. S i 1 1 e m. Het leven van Mr. Johan 
Valckenaer. II y 60 sqq.). 

n*>. 3862. Verschillende getuigenissen aangaande het optreden van 
Spengler, commandant van een Nederl andsch eskader, die te 
Cardcas op hoogen toon satisfactie kwam eischen voor beleedi- 
ging der Nederl. vlag door het eskader Spaansche wachtschepen, 
en ontslag der bemanning van een opgebracht schip. 1792 Sept. 

n*>. 3874. Consulten over verschillende kleinigheden, meestal over 
ontheffing van te zware lasten, van de Nederl. schippers ge- 
eischt, enz. 1790—1794. 

n® 3843 Berichten uit Den Haag en Amsterdam aan den Spaanschen 
minister, den hertog de la Alcudia (Godoy, prins de la Paz), 
nieuwstijdingen van allerlei aard over verschillende landen bevat- 
tende- en afkomstig van den gezant, den graaf de Sanafé, van 
R. Lopes de Angulo, van den consul de Mas, van Ign. M. 
del Corral, 1793. 

n®. 3875. Een aantal berichten over allerlei van Ign. M. del Corral 
uit Den Haag, 1793—1796 en vooral 1795. 

n*^. 3869 Verschillende missives van A u b e r t , zaakgelastigde der Re- 
publiek te Madrid, aan de Spaansche regeering, alle betrekking 
hebbende op zijne persoonlijke aangelegenheden; beschikkingea 
hierop. 1792—1797. 

n°. 3834. Bemoeiingen der Nederl. ambassade bij de Spaansche 
regeering en hare beschikkingen daarop, van 1793 — 1798. Uit 1793 
(21 Juni) bericht der Staten Gen. dat Van Rechteren op 
diens verzoek wordt teruggeroepen; in een schrijven van Mei 1794 
geeft Karel IV zijne groote tevredenheid over Van Rechte- 
ren te kennen. De nieuwe vertegenwoordiger. Van der Qoes, 
vertrekt reeds in 't najaar van 1795 wegens ziekte weer uit Spanje. 
De zaakgelastigde Van Nieuw er kerk e geeft in 1796, 22 Maart, 
kennis van de verandering in de vlag. 26 Juli 1796 bericht Joh. 
Valckenaer aan Godoy zijne aankomst te Madrid. Den 23 Oct. 
1796 schrijft hij aan de Spaansche regeering , dat de Engelschen 
de specerijen, welke ze op de Nederlanders genomen hebben , naar 
Hamburg hebben gevoerd in groote hoeveelheid. Spaansche 
handelshuizen hebben orders gegeven om ze daar te koopen, en 
op die wijze zullen de specerijen met neutrale schepen in de ha- 
vens van Spanje gebracht worden en de Engelschen og indirecte 
wijze de voordeden genieten van hunne rooverijen. Hij verzoekt 



70 

•dat de Spaansche regeering een algemeen verbod uitvaardige om 
specerijen in Spanje in te voeren, tenzij onder overlegging van 
bewijzen, door het bestuur der Bataafsche Marine afgegeven, 
dat die in Holland zijn gekocht. 

Den 19^" Juni 1797 vraagt hij voor den duur van den oorlog vrijen 
invoer van , „étofFes dites de Haerlem , broches en or ou en argent 
OU en soie ou en demi-soie ; des rubans de fil et de soie ou de laine de 
couleur; des rubans tissus en guise de dentelles, des toiles rayées 
OU en petit carreau, des fils tords." Verder allerlei kleinigheden, 
n' 3878. Allerlei kleine bemoeiingen der Nederlandsche ambas- 
sade. 1793—1799. 
n® 5044. Varia, op ons land betrekking hebbende: Brieven van 
Joz. de Anduaga, Spanje's vertegenwoordiger in Den Haag, 
uit de eerste zes maanden van 1800. Lijvige bundel over de af- 
rekening der Surinaamsche expeditie (1800) met desbetref- 
fende stukken uit 1797 en 1798. 

Afdoening van een geschil over een opgebracht HoUandsch schip , 
de Margaretha, reeds sedert 1780 hangend (1800). Stukken 
betreffende de onderhandelingen van Valckenaer om troepen te 
verkrijgen ter versterking der bezetting van Java; geheim 
verdrag dienaangaande, waarbij de Koning 300 man toezegt; ge- 
teekend 9 April 1800 te Aranjuez door Valckenaer en M. 
Luis de ürquijo en geratificeerd 29 April namens het Ba- 
taafsch Directoire door Hoeth. president en Hultman, 
secretaris. (Vgl. over een en ander: Si Hem. Het leven van Mr, 
Johan Valckenaer^ IL) 
n° 3466. Deze lias bevat opgaven omtrent den toestand van verschil- 
lende landen, door de Spaansche gezanten en consuls opgemaakt 
in gevolge eene opdracht der Spaansche regeering. Ons land betref- 
fende zijn de volgende stukken aanwezig: 

Staten van den invoer in de haven van Amsterdam in 1800. 
(Aantal schepen , artikels , hoeveelheden). 

Overzicht van het financie-wezen der oude Republiek sedert 
haar ontstaan. 

Een staat der bevolking van elke provincie in 1795; hare in- 
komsten ; hare uitgaven met afzonderlijke vermelding van de renten 
harer schulden; hare quote. 

Een staat der uitgaven, generale en provinciale voor 1799, 
zonder de renten der schulden. 

Een staat der renten in 1799 betaald zoowel van de provinc. 
als van de generale schulden. 

Het ontwerp van het nieuwe belastingstelsel, 1800. 
n® 3085. Varia uit den tijd der Bonapartische regeering (el 

Gobiemo intruso). Niets van belang, 
n® 215 Vertoogen van den Nederl. vertegenwoordiger te Madrid van 
1826 over de Spaansche schuld (d.w.z. de leeningen in ons 
land gesloten), waarvan sedert 1814 vruchteloos de loopende en 
achterstallige rente gevraagd is. Beraadslagingen der Spaansche 
regeering hierover. 1826—1828. 



71 

Het is vooral de firma Hope en C^® die geïnteresseerd is, 

en de schuld heeft haar oorsprong in 5 leeningen, gesloten tus- 

schen 1778—1807. 

n^ 3868. Brieven der Spaansche ambassade in den Haag (Sanafe 

en Aguirre) aan de Spaansche regeering. 1789. 

n° 3871. Brieven der Spaansche ambassade in den Haag (Sanafe) 

aan de Spaacsche i^geeiing. 1790. 

n« 3872. Ak boven 1791. 

n*> 3870. Als boven 1792. [Sanafe en Lopez Angulo). 

n« 3867. Als boven 1794. (dd Corral). 

n» 3864. Als boven 1797 , eerste helft (Anduaga). 

no 3851. Als boven 1797. tweede iielft „ 

n« 3841. Als boven 1798, eerste helft „ 

no 3860. Als boven 1798, tweede helft „ 

n« 3856. Als boven 1799, eerste helft „ 

no 3847. Als boven 1799, tweede heUt „ 

no 5044. ») Als boven. 1800, eerste helft „ 

n« 6001. Als boven 1801. 

n<> 6002. Als boven 1802. 

no 6003. Als boven 1803. 

n« 6004. Als boven 1804. 

n« 6005. Als boven 1805-1806. 

no 6006. Als boven 1811—1817. 

n« 6019. Als boven 1814—1816. 

n« 6020. Als boven 1817—1818. 

n« 6007. Als boven 1818—1820. 

n« 6021. Als boven 1819—1820. 

n« 6008. Als .boven 1821—1825. 

n« 6022. Als boven 1821—1822. 

n« 6023. Als boven 1823—1824. 

n« 6024. Als boven 1825—1826. 

n« 6009. Als boven 1826—1829. 

n« 6025. Als boven 1827—1828. 

no 6026. Als boven 1829 

n<> 6010. Als boven 1830—1833. 

no 6027. Als boven 1830—1831. 

n« 6028. Als boven 1832—1833. 

n« 6029. Als boven 1834. 

n« 6030. Als boven 1835. 

n« 6031. Als boven 1836—1858. 

n« 6032. Als boven 18S9— 1840. 

n« 6033. Als boven 1841 1842. 

n« 6034. Als boven 1843—1844. 

no 6035. Als boven 1845-1847 

n« 6036. Als boven 848—1849. 

n« 6037. Als boven 1870—1880. 
De nummers 6019—6037 stonden op de fiches vermeld als zijnde 



^) Reeds genoemd. 



72 

van de 18® eeuw; toen ik een paar liassen ter kennismaking 
inzag, bleek deze vergissing en constateerde na ingesteld onderzoek 
de heer Ign. Olavide, dat ook de andere nummers van de 19® eeuw 
waren. 

Hetzelfde geldt voor drie liassen, n«». 6016, 6017, 6018, nota's 
aan de Spaansche regeering bevattende, resp. over de jaren 1814 — 1825, 
1826—1889, 1840-1849. 

n®. 6012 bevat koninklijke brieven aan de ambassade van 1804— 1844. 

n». 6013 .... rekeningen der ambassade van 1804 — 1848. 

Ik heb mij met deze diplomatieke corresp^mdentie verder niet bezig 
gehouden, alleen heb ik nog ingezien twee liassen, n<»^ 6014 en 6015, 
aangeduid als „Varios*\ Ook deze bleken van geen belang. In n®. 6014 
allerlei kleine zaken van den Bataaf schen envoyé te Madrid, Meij- 
nerts, uit 1803—1807; nog enkele stukken betreffende de 300 sol- 
daten voor Java en verder allerlei over aanstelling van consuls , vorde- 
ringen van Nederlandsche op Spaansche firma's , opgebrachte schepen, 
uit 1801 — 1822. In n«. 6015 o.a. een aantal stukken betreffende het 
Spaansche consulaat te Amsterdam, 1815—1833, en nog eenige 
stukken betreffende het optreden der Nederlandsche ambassade in zake 
de Spaansche schuld aan de firma Hope en C*®. 1815—1833. 

Zooals ik reeds heb meegedeeld , bezit het Archivo historico Nacional 
ook brieven uit Indië, cartas de Ivdias; deze collectie is echter door 
de Spaansche regeering gepubliceerd onder den titel : Cartas de Indias. 
Publïcalas por primer a vez el Ministerio de Fomento, Madrid 1877, 
(Brieven van Columbus, Vespucci, de las Gas as enz. met fac- 
simile). 

Daarenboven toonde men mij , op mijne vraag of er andere docu- 
menten betreffende Indië aanwezig waren , een twaalftal groot-kwarto 
deelen, in de werkkamer aanwezig, die tot titel voeren: Consultas y 
pareceres dados d S,M, en asuntos del Govierno de Indias ^ recopilados 
d materias del Aheced^ por Don Manuel Joseph de Ayala , oficial quarto 
de la Secretaria del despacho de ellas. Het geheele werk is echter niet 
van Ayala, doch het eerste deel is vervaardigd door Don Franc. 
Mart. de Grimaldo; het voert tot titel: Recopilacion de todos las 
consultas y Decretos Beales que se hallan en la Secretaria de Nueva 
Espafia, Éleccion de las mas principales materias desde su principio hasta 
fin del afio de 1678, Al Rey Nuestro Seüor, en manos de Don Joseph 
de Veytia Linage, cavallero etc, por Don Franco, Martinez de Grimaldo, 
Oficial segundo de ella. De opdracht aan den Koning is gedagteekend : 
Madrid 6 de Knero (Jan.) de 1679. 

Het tweede deel is van Ayala, en was gereed in 1765, ook de vol- 
gende zijn van hem , het twaalfde is van 1776. Dit laatste deel schijnt 
mij toe niet voltooid te zijn, evenmin als het 10®; de deelen 1 — 7 
hebben een register, de volgende niet. 

Zooals de titels aanduiden , is het eene verzameling , die consulten 
(soms ook koninklijke besluiten hierop) van den Raad van Indië 
bevat, echter geeft zij de consulten niet volledig, maar onder ver- 
melding van jaar en datum wordt slechts de zaak genoemd, waarover 



73 

het consult loopt. De registers, voor zoover zij aanwezig zijn, heb 
ik nagezocht op de woorden, die mij iets konden beloven; alleen 
bij deel I had ik eenig succes, doch heel veel heeft men aan die 
aanwijzingen niet. Om er een denkbeeld van te geven, deel ik 
mee, wat ik in deel I gevonden heb: 

n» 49. 1601. 8 Jan. Naos Flamencas que iban 4 Cumané. 4 cargar 
de sdl. Dase orden para que los Qaleones de Don Luis Fajardo 
y la Armadilla de Barloventos que vé. con ellos al pasar por alli 
procuren castigarlas y apresarlas. 
n® 108. 1607. 4 Jan. Fuerzas de Ambueno y Tidore. Sobre la recu- 
perazion de estas plazas en Philipinas y que lo executte ó el 
Govemador de aquellas Islas ó el virrey de la India , el que antes 
pudiere. 
n® 162. 1609. 15 Jan. Olandeses presos en Caracas. Dase quentta de 
las hostilidades que hacian siendo corsarios de aquellas costas, 
y haverlos castigado el Govemador; y S. M. lo aprueva y encarga 
se ' haga lo mismo en los demas puertos. 
n® 1440. 1622 en 1623. Salinas de Araya. Diferentes consultas de 
los anos 1622 y 1623 sobre estas salinas é ida d ellas de los 
Olandeses, fortiticacion que alli hicieron, encuentro que con dos 
tropas de ellos se tubo en que fueron rechazé.dos; socorro que se 
envio etc. 
n® 352. 1629. Perdida de la flota del cargo de Don Juan de Bena vides 
Bazé,n; * un legajo de diferentes papeles y consultas sobre esto. 
n® 425. 1634. Curazao. 5 Consultas de este ano sobre desaloj4r 4 Olan- 
deses de esta Isla; prevenciones que por ello se hicieron de 
navios, armas y municiones. (Soortgelijke consulten ook n®. 4890 
over 1638 en 1639, en n«. 1583, 12 Jan. 1635). 
Nog een viertal dergelijke nummers, een uit 1634, 13 Mei, over het 
nemen van eenige Nederl. schepen bij de eilanden onder den Wind 
(n®. 399); een van 2 Juli 1654 over de inwoners van Ternate, die 
verbonden zijn met de Nederlanders en een nieuwen koning gekozen 
hebben (n®. 661); een van 16 Juli 1657 over een voorstel om handel 
te openen tusschen Manila en Batavia (n<»722J; één van 27 Sept. 1675 
over berichten dat Nederl. schepen naar Amerika zijn gevaren (n® 1069). 
Ik heb het niet noodig geacht — trouwens het zou te veel tijd ver- 
eischt hebben — de verschillende deelen door te gaan; bij het door- 
bladeren van t. XII viel mijn oog nog op een uitvoerig consult van 
12 Jan. 1769 (n«. 103. fol. 237^o_274^o) ^ dat een overzicht geeft van 
de vestiging der Europ. mogendheden in Indië, naar aanleiding en 
ter bestrijding van de pretensie der Republiek en van Engeland om 
aan de Spanjaarden de vaart om de Kaap de Goede Hoop naar de 
Philippijnen te ontzeggen. 

Nog eene andere collectie, ook in de werkkamer aanwezig, heb ik 
gezien; zij bestaat uit niet minder dan 42 deelen, en voert den titel 



* D. i. de door Piet Hein veroverde vloot. 



74 

van Gedulario indico. Het is eene groote verzameling van keurig ge- 
schreven copieën van stukken, de Spaansche koloniën betreffende; 
het zijn afschriften van brieven uit de 16® maar meerendeeis uit de 
17*^ en 18® eeuw, doorgaans van den Spaanschen koning aan de onder- 
koningen, gouverneurs en audiencias over zaken van bestuur, van de 
kerk, van den handel enz.; echter zijn er ook copieën van berichten, 
ordonnanties, instructies enz., uitgegaan van de onderkoningen en 
audiencias. 

Op deze 42 deelen bestaat een register van zaken; ik heb dit op 
verschillende woorden nageslagen, echter zonder resultaat, en ik heb 
toen gemeend mij met deze collectie niet verder te moeten ophouden: 
niettemin vestig ik de aandacht op haar bestaan. 

Wat mij, gelijk ik reeds heb opgemerkt, niet bekend was en ook ten 
archieve niet is meegedeeld , is dat er een aanzienlijk aantal documenten , 
van den Raad derindiën afkomstig , in het Archivo historico Nacional 
berust; mijne belangstelling in de zoo even genoemde verzamelingen 
had anders licht aanleiding kunnen geven aan de ambtenaren om 
er mij opmerkzaam op te maken. Hoe het zij , ik heb ze niet gezien 
en kan tnans niet anders doen dan meedeelen wat ik, toen ik toe- 
valligerwijze lang na mijn terugkeer over de aanwezigheid dier docu- 
menten iets gevonden had, op mijne aanvragei om inlichtingen van 
de Directie van het Archivo vernomen heb. Voor die inlichtingen ben 
ik deze Directie zeer dankbaar. Gaarne zou ik ze uitvoeriger hebben 
gehad, zooals ik ze ook gevraagd had, doch tot haar spijt kon de 
Directie mij geen meer gedetailleerde mededeelingen verstrekken, 
daar de bedoelde papieren nog niet definitief zijn geordend. 

Het ziin papieren van den Consejo de Indias, af komstig van het 
Tribunal Supremo de Justicias, vanwaar zij in 1899 naar het 
Archivo zijn overgebracht, dat ze slechts ter bewaring heeft. Ik 
laat thans de mij verstrekte opgaven volgen: 

1® Expedientes del Consejo 63 (liassen). 

2° Expedientes de la Casa de Contratacion ) e^, 
delConsuladodeCadiz \ 

3® Expedientes de las Islas Canarias 3 

40 Virreinato deNuevaEspaüa 1 
Expedientes de Pleitos , Comisiones , Residen- 

cias y Visitas de Mejico 44 

Veracruz 10 

Yucatan 10 

S^o Domingo 8 

Habana 319 

Puerto Rico 17 

La Margarita 12 

Guatemala 18 

Guadalajara 19 

Filipinas 23 



75 

5o Virreinato de Santa Fe. 

Expedientes de Pleitos , Comisiones , Residen- 

cias y Visitas de Santa Fe 23 

Gartagena 8 

Santa Maria 2 

Niieva Anilalucia (Caracas) 71 

Panama 12 

6® Virreinato de Lima 

Expedientes de Pleitos , Comisiones, Residencias 

y Visitas de Pem 152 

La Plata 17 

Buenos Aires 27 

Ghile 15 

Colón 97 

Varios 93 

Punto de azogues (kwikzilver) 5 

In 't geheel zijn het 10.^3 liassen. Naar men mij meedeelt, bestaat 
op deze documenten een register van veertien gebonden boekdeelen; 
doch dit register heeft niet alleen betrekking op deze documenten 
maar ook op de papieren dezer atdeeling', die in 1790 zijn gezonden 
aan het Archivo delndias te Sevilla; de documenten komen in 
het register voor in de hierboven aangegeven volgorde en dan in elk 
der aideelingen en onderafdeelingen in chronologische rangschik- 
king. Het zou niet vreemd zijn — zoo antwoordt men mij naar aanleiding 
van een mijner vragen — dat onder deze stukken ook een of ander 
document betrekking had op de Nederlandsche overzeesche bezittingen, 
doch om zich hiervan te vergewissen moet men de moeite nemen om 
het geheele register door te lezen. 

Uit de bovenstaande inlichtingen maak ik op, dat de aard dezer 
papieren dezelfde is als van de stukken waarvan ik onder Sevilla, 
afdeeling Gonsejo de Indias, p. 45, melding heb gemaakt; gerechtelijke 
stukken zijn het dus, die over 't algemeen weinig van belang voor 
onze geschiedenis beloven, als is het natuurlijk mogelijk, dat men 
bij nauwkeurige kennisneming hier en daar wat vinden zal. Had ik 
tijdens m\jn verblijf te Madrid van de aanwezigheid dezer collectie 
geweten, ik zou waarschijnlijk het register ter hand genomen hebben 
om mij van de Varios op de hoogte te stellen, doch aan het nauw- 
keurig doorgaan der veertien deelen van het register zou ik mij toch 
niet hebben gezet. 



76 



Biblioteca Nacional. 

De Biblioteca Nacional is tegenwoordig ook gevestigd in het Pa- 
lacio de la Biblioteca y Museos Nacionales, waarvan zij 
de gelijkvloersche ruimte grootendeels inneemt; de af deeling hand- 
schriften, waarvan don Antonio Paz y Melia de bekwame en 
hoffelijke Directeur is, vindt men links van den ingang, juist onder 
de zalen van het archief. 

In deze afdeeling handschriften zijn louter en alleen handschriften 
te raadplegen: heeft men bij zijn arbeid in manuscripten tevens ge- 
drukte werken noodig, dan zijn die hier niet te verkrijgen maar 
moet men zich naar de eigenlijke bibliotheek begeven, en daar laat 
de vlugheid van bediening wel iets te wenschen over. Gij begint met 
in de eerste zaal bij een bureau in ontvangst te nemen een biljet van 
aanvrage en een nummer; hiermee gaat ge in een nevenzaal, waarin 
een paar lange lessenaars, echter zeer slecht van pennehouders voor- 
zien , u gelegenheid bieden om op uw biljet den naam van den auteur, 
den titel van het verlangde werk , de editie enz. in te vullen en tevens 
uw nummer en uw naam; ge schaart u dan, in dezelfde zaal, onder 
een doorgaans aanzienlijk aantal wachtenden voor een toonbank, die 
de afscheiding vormt tusschen deze zaal en de zaal die in talrijke 
kasten den catalogus in fiches van de werken der bibliotheek bergt. 
Een ambtenaar, soms twee, neemt de biljetten in ontvangst, gaat in 
de fiches het nummer van het aangevraagde werk opzoeken (dit zoeken 
duurt dikwijls vrij lang), en vult dit op het biljet in, dat u thans 
teruggegeven wordt. Aldus gewapend gaat gij naar de leeszaal, waar 
gij opnieuw voor een toonbank u in geduld kunt oefenen; is de 
beurt aan u gekomen, dan levert gij uw biljet en uw nummer in, 
en na nog een wijle wachtens komt gij in 't bezit van het aan- 
gevraagde werk. 

Ik kwam nog wel eens in de noodzakelijkheid om zulke geduld- 
oefeningen te ondernemen, daar zeer veel, zoo niet alles van hetgeen 
de handschrifben belangrijks voor onze geschiedenis bevatten, in ge- 
drukte werken wordt vermeld, hetzij gedeeltelijk, hetzij volledig. 
Gachard heeft de handschriften dezer bibliotheek blijkbaar zeer 
nauwkeurig nagegaan; trouwens in zijn publicatie, getiteld: Les 
Bibliothèques de Madrid et de VEscurial (Bruxelles, 1875) nemen zijne 
mededeelingen over de handschriften der Biblioteca Nacional niet minder 
dan 538 blz. in. Daarenboven hebben de uitgevers der Goleccion de 
Documentos Inéditos para la Historia de Espafia vrij wat uit deze hand- 
schriften geput, en ook, hoewel in mindere mate, de uitgevers der 
Goleccion de Libros Espaüoles raros o curiosos. 

Hoewel ik natuurlijk van den arbeid dezer verschillende geleerden 
op de hoogte was, kon ik mij toch niet ontslaan van het verdrietige 
werk om den geheelen catalogus door te gaan. De catalogus, ten 
dienste van het publiek, waarin niet opgenomen zijn de handschriften 



77 

xiit de bibliotheek van den hertog van Osuna, in 1886 door de 
Spaansche regeeriog aan^ijekocht , bestaat uit vier zware foliodeelen, 
te zamen 900 a 1000 aan weerszijde beschreven folio^s vormende: hy 
is niet methodisch ingedeeld maar geeft de handschriften in alpha- 
betische volgorde naar de namen van schrijvers en onderwerpen. 
Deze rangschikking was oorzaak dat ik, indien ik mij van hetgeen 
over onze geschiedenis aanwezig is op de hoogte wilde stellen, den 
geheelen catalogus moest doorzien. Ik heb dat gedaan maar met 
gering resultaat; buiten hetgeen in de bovengenoemde werken reeds 
is meegedeeld en afgedrukt, vond ik zeer weinig vermeldingswaar- 
digs. Misschien is het niet geheel onnut op sommige dier reeds 
elders aangewezen ot afgedrukte handschriften nog eens de aandacht 
te vestigen; daarom laat ik er hieronder een aantal volgen, telkens 
met vermelding der plaats, waar er meer van te vinden is; hierbij 
duidt de bloote vermelding van Gachard diens werk: Les Bihlio- 
theques de Madrid et de V Escurial aan. De signaturen der hand- 
schriften, in den catalogus vermeld, zijn nog dezelfde als van ouds, 
hoewel de handschriften zelve een nieuwe signatuur dragen naast de 
doorgeschrapte oude; men heeft die oude bewaard, omdat zij zoovele 
malen zijn aangehaald. Vraagt men tegenwoordig een handschrift aan , 
natuurlijk met de oude signatuur van den catalogus, dan zoekt de 
ambtenaar in hem ten dienste staande inventarissen de nieuwe sig- 
natuur op en kan zoodoende het verlangde handschrift verschaffen. 
Gachard vermeldt van deze bibliotheek 165 handschriften, waarbij 
er echter verscheiden zijn van zeer weinig belang. Uit den tijd vóór 
Philips II zijn enkele vertalingen van JProissart en van Ölivier 
de la Marche aanwezig, het een en ander over leven en regeering 
van Philips I en vrij wat over den tijd van Kar el V; zie Ga- 
chard n". 1 — n". 68 (p. 1 — 68), waar men er min of meer uitvoerige 
mededeelingen over vindt: ik heb er niets bij te voegen. Over 't 
algemeen zijn deze documenten, bij den tegenwoordigen stand onzer 
kennis, van gering belang voor onze geschiedenis, terwijl bovendien 
datgene, wat nog de meeste aandacht trekt, reeds gebruikt of afge- 
drukt is. Gachard heeft er o. a. gebruik van gemaakt in de volgende 
publicaties: Belation des troubles de Gand som Charles Quint (1846). 
Monuments de la diplomatie Vénitienne (1863). Retraite et Mort de 
Charles V (3 dln 1864 — 66). Relations des ambassadeurs Vénitiens sur 
Charles Quint et Philippe II (1865). Correspondance de Charles Quint et 
d'Adrien VI (1869). La captivité de Frangois I et Ie traite de Madrid 
(1860). Collection des voyages des souverains des Fays—Bas (1876—1882). 

E. 49. (Gachard n». 66) Varia, waaronder verschillende stukken uit 
omstreeks 1673, die kritiek oefenen op het beleid van Al va en 
blijkbaar samenhangen met den strijd tusschen de twee systemen van 
regeering, waarvan toen ter tijd hier te lande Alva en Medina 
Celi de vertegenwoordigers waren. Bovendien een vertoog over 
de wijze, waarop het bestuur in de Spaansche Nederlanden her- 
vormd dient te worden, dat vermoedelijk dateert uit de eerste 
jaren na Par ma 's dood, toen meer dergelijke stukken zijn opgesteld. 



78 

X. 172. (Gachard n® 71). Brieven van den pauselij ken nuntius te 
Madrid, den aartsbisschop di Rossano, van 1565 — 1572. Ga- 
chard geeft talrijke mededeelingen uit deze brieven. 

F. f. 9. De inventaris vermeldt, dat in dit handschrift zich bevinden: 
Noticias de Hoppero y Basinguien en tiempo de Felipe II; doch zij 
zijn niet aanwezig en blijkbaar met talrijke andere bladzijden 
uit dit handschrift uitgescheurd (vgl. Gachard n". 73). 

E. 116. fol. 5. Eeoige onbeteekenende ontcijferde briefjes: a. van A n j o u 
aan Balligny, z. d. ; b. 29 Jan. 1583 van Balligny aan An- 
jou, c. Febr. 1583 van Anjou aan Balligny; d. 20 Maart 
1583 van Balligny aan Anjou; eindelijk nog een briefje zonder 
adres, zonder onderteekening en zonder datum. 

I. 132. (Gachard n<> 86). Alonso Vazquez. Los Sucesos de Flandes 
y Francia del tiempo de Alexandro Farnese, Uitgegeven in de 
Coleccion de Doe. Inéd, para la Hist d. Esp, t. LXXII— t. LXXIV. 

P. 33. fol. 272 , 273. Een gedrukte Relacion nueva y muy verdadera de 
los sucesos del Archidiique Gardenal Alherto de Austria en los es- 
iados de Flandes eti este aüo de 1596. 

H. 48. (Gachard n". 90). Verschillende brieven van een ongenoemde 
aan Albertus over de wijze, waarop hij de regeering het best 
voeren zal. 1598—1600. 

H. 49. fol. 45—48. (Gachard n». 91). Copie van een brief van fray 
Inigo de Brizuela, Albertas' biechtvader, van 13 Juli 1600, 
over den slag bij N i e u w p o o r t. 

I. 131. (Gachard n®. 92). Brieven van Albertus en brieven van Isa- 
bella aan den hertog van Lerma, 1598 — 1619. Uitgeg. in de 
Colecc, de Doe, Inéd. p. l. Hist d. Esp. t. XLII, 276—574, 
t. XLin, 1—221. 

J. 125. Borron (ontwerp) y Primero Original de la Historia General de 
la India Oriental que compuso y ha impreso en estos Beynos de 
Espana fr. Antonio de S. Roman. Binnen in staat geschreven : Esta 
yn impresa esta Historia con titulo de General de la India Oriental 
en Valladolid por Luis Sanchez , ympresor a costa de Diego Perez , 
mercador de Horos. Ano de 1603 por mi Fr. Antonio de S. Eoman. 
Het is een octavo deel van 228 blz. , zeer fijn maar duidelijk 
schrift; veel over geestelijke zaken, bekeering enz. 

Het werk is inderdaad, zooals de auteur meedeelt, in 1603 te 
Valladolid gedrukt. Dit boek, zeldzaam geworden, heeft tot 
titel: Historia General de la Yndia Oriental Los Descuhrimientos 
y Gonquistas, que han hecho las armas de Portugal en el Brasil y 
en otras partes de Africa, y de la Asia^ y de la dilatacion del S. 
Euangelio por aquellas grandes provincias desde su principio hasta 
el ano de 1557. Vallad., L. Sanchez, 1603. tol. Het is voor onze 
geschiedenis van geen belang. 

H. 4. Papeles históricos y politicos, uit den tijd van Phi- 
lips III. Een aantal losse stukken in een omslag. Voor ons van 
geen belang. Evenmin Q. 27, papieren bevattende die betrekking 
hebben op de geschiedenis en de regeering van Philips III. 

H. 49. fol. 395. Relacion de la negociacion y Arbitrio que usó Felipe 



79 

III para exonerar la Real Hacietida, Een overzicht der financiëele 
maatregelen van Philips III in 1607 en 1608 om den geldschie- 
ters der Spaansche kroon , onder vermindering hunner vorderingen, 
zekerheid van betaling te geven. 

I. 135. fol. 109—144. De catalogus zegt: Holanda. Discurso de sus 
fuerzas maritimas y en que consisten. En hetzelfde stuk komt in 
hetzelfde handschrift, fol. 15) — 178, nogmaals voor, aangewezen 
als: Discurso de lo que los Holandeses sacan del comercio del 
Norte , Espaüa , Indias etc. (Zie hieronder bij de E e a 1 A c a d e m i a 
de la Historla). 

H. 55. (Gachard n®. 94). Een aantal copieën en gedrukte berichten 
over de krijgsgebeurtenisseo van 1622. Men vindt het een en 
ander vollediger in de Colecc. de Doe. Ined. p. l. Hist. d. Esp. t. 
LXXI p. 497. (Autobiographie van kapitein Domingo de 
Tor al y Val dés) en in t. LIV (briefwisseling van Go n zal o 
Fernandes de Cordoba). 

H. 54, lol. 19 en 19^^ (beide half beschreven). Korte mededeelingen 
over een gevecht van Spaansche schepen onder don Fa dr. de 
Toledo, die terstond na het Bestand in de Straat van Gri- 
braltar de Levantvloot en de convooischepen aantastte. 

H. 97. fol. 11 — 53. Uitvoerig vertoog, dat evenwel in dit handschrift 
niet ten einde komt, van Hernando de los Rios, procurador 
general de las Filipinas, over wenschelijkheid en middelen om 
de Hollanders van de Phi lippijn en te verjagen en hun de 
forten, die zij daar hebben, te ontnemen. Drie jaar geleden heeft 
hij het aan den thans overleden koning aangeboden, hij biedt 
het thans diens opvolger aan. De overleden koning zal wel Phi- 
lips III zijn, zoodat het omstreeks 1622 geplaatst zal moeten 
worden. 

H. 58. fol. 289—391^0. Compendio historial de la Jornada del Brasil: 
perdida de la ciudad de S. Salvador y su recuperacion. 1624 — 1625. 
Het is eene copie. Dit verhaal, geschreven door Juan de Va- 
lencia y Guzman, is gedrukt in de Colecc. de Doe. Inéd p. l. 
H. d. Esp. t. LV, 45—200. 

C. c. 37. p. 201. Copias de las cartas y respuestas que ubo de parte de 
los Olandeses y Don Fadrique de Toledo Ossorio desde !<i8 de ahril 
hasia 30 que se rindio la plaza. (1625) Het zijn de stukken, ge- 
wisseld over de overgave van S. Salvador aan don F. de To- 
ledo. — fol. 211 — 214 een verslag (copie) van don Fadrique aan 
den Koning van zijne onderneming. 

H. 60. fol. 144. Gedrukt verslag (4 lol. biz.) van den strijd, door 
Nufio Albarez Botello in de Straat van Ormuz tegen 
de Nederlanders en Engelschen gevoerd (1625), waarvan 
20 Febr. 1626 bericht is gekomen. — fol. 146. Gedrukt verslag 
(4 fol. blz.) over de landing der Engelschen en Nederlanders 
bij Cadiz in 1625 (gedrukt 1626). 

T. 231. (Gachard n<>. 95). Gedrukt voorstel, Fransch en Italiaansch 
naast elkaar, (39 blz.), in 1627 door den markies van Leganes 
op last van Philips IV aan de Staten der Z.-Nederlanden ge- 



80 

daan, om eene nauwe verbinding aan te gaan met de andere 
staten der monarchie ter onderlinge verdediging. 

H. 62. Hierin verschillende adviezen , door Olivarez aan den Koning 
overgegeven , (maar door anderen opgesteld) , om de visscherij en 
den koophandel der rebellen en der Engelschen aan te tasten 
en te verontrusten van verschillende kanten; zij zijn van 23 Jan. 
1628. (fol. 79), 5 Juli 1628 (fol. 73) en 12 Juli 1628 (fol. 69); zij 
kwamen mij bekend voor maar ik heb ze toch nergens gedrukt 
kunnen vinden; het eerste begint: El tiempo presente deste ano 
es el mas piopicio" etc; het tweede: „Responaiendo a lo que se 
manda tocante el acometer" etc; het derde: „Oompliendo con lo 
que V. E. manda digo'* etc. 

Op fol. 294 en fol. 314 eene gedrukte verdediging van „el Ge- 
neral don Juan de Benavides Bapan y don Juan de 
Leoz, Almirante de la flota de Nueva Espana que se perdio en 
el puerto de Matan9as". (De vloot , door Piet Hein veroverd). 

Op fol. 336 een verslag van hetgeen de galjoenen van Peru 
gedaan hebben , nadat de Nederlanders de vloot van Nieuw-Spanje 
veroverd hadden. 

I. 128. Een verhaal in 't Italiaansch, in den catalogus aangewezen 
als Sitio deMalaca. Het is 95 blz. in 4», maar blijkbaar niet 
volledig. De ongenoemde auteur ging in Mei 1628 aan boord te 
Goa bij Erancisco de SosaPivera, die met vijf schepen 
naar Malaca op reis ging om dit hulp te brengen, en doet 
verslag van zijn wedervaren. 

H. 63. (Gachard n®. 96). Hierin fol. 32 een brief van Aytona aan 
Philips IV, Brussel, 24 Nov. 1629, over den ongunstigen toe- 
stand in de Z. -Nederlanden. — fol. 34 Spaansche vertaUng der 
overwegingen, die geestelijkheid en adel in de Z. -Nederlanden 
bewogen hadden om zich met eene remonstrantie tot Isabella 
te richten, eind 1629 of begin 1630. Gachard l. c. geeft den 
Franschen tekst. 

H. 64. (Gachard n® 98). Instructie van Isabella voor baron d'Auchy, 
die de Madrid den slechten staat der Z.-Nederl. moet gaan bloot 
leggen en hulp vragen , 28 Dec. 1630 (fol. 59). — Aytona aan Phi- 
lips IV. Toestand der Z.-Nederlanden ; plannen van den vijand. 
28 Dec 1630. 

I. 74. fol. 131 — 133. Eene portugeesche Descripcdo da cidade e harra 
da Paraiba^ de Antonio Gongalves Paxchoa, 1630. 

I. 140. fol. 501 — 508. 4». Een met fijne duidelijke letter geschreven 
verslag van den tocht van don Antonio Oquendo naar Bra- 
zilië en zijn strijd tegen de Nederlanders onder Pater. 1631. 

H. 65. fol. 67—77. (Gachard n«. 101). Ontzet van Brugge door don 
Carlos Coloma in 1631. Gedrukt in de Colecc, de libros Espa- 
fioles raros ó curiosos, t. XIV, getiteld: Varias relaciones de los 
Estados de Flandes, p. 1 — 25. In dit zelfde deel zijn ook andere 
Relaciones, ontleend aan de Biblioteca Nacional en ver- 
meld bij Gachard, gedrukt, die ik hieronder laat volgen: 
Sucesos de la campafia de Flandes en el aüo de 1635 , en que 



81 

Francia rompió la paz con Espaila^ por D, Jerónimo Mascareiias. 
p. 27—127. H. 68 (öachard n«. 107). 

Sucesos de Flandes en los aflos de 1637, 1638, 1639 y 1640 y por 
el alférez D, Loremo de Cavallos y Arce p. 129—318. H. 6 (Ga- 
chard n». 106). 

Verder het verslag van Don Juan^s reis naar de Z.-Neder- 

landen, 1656, p. 319—349. H. 28 (Gachard n«. 129). Verslag van 

DonJuan's veldtocht van 1656, p. 351—366. H. 86 (Gachard 

n«. 128). Idem van 1658, p. 367—394. H. 88 (Gachard n\ 131). 

H. 6. (Gachard n®. lOG). Losse stukken in een omslag. Hierin een 

verhaal van den veldtocht van 1635 door D. Diego de 

Luna y Mora (Gedrukt in de Col. d, Doe. Inéd. p. L H. d. 

Esp. t. LXXV p. 386). 

Nog stip ik aan eene collectie copieën van brieven van den 

markies van Aytona, van 1624 — eind 1629 gezant bij den Keizer, 

dan te Brussel , uit de jaren 1624 — 1632. Het zijn : H. 18 , van 18 Juli 

1624—11 Aug. 1626 (159 foL). H. 19, van 12 Aug. 1626—3 Oct. 1627 

(145 fol.). H. 20, van 4 Juni 1626—21 Maart 1630 (138 fol.). H. 21, 

van 24 Nov. 1629—4 Nov. 1633 (123 fol.). H. 22, van 31 Maart 

1630—5 Maart 1633 (88 fol.). Dan nog H. 128, een register van 

brieven van Aytona van 1624-1629 (300 fol.). H. 57, fol. 223— 302^^ 

H. 58, fol. 430 — 577, nog eens copieën van zijne brieven, resp. van 

18 Juli— Dec. 1624, en van 13 Jan.— 10 Sept. 1625. Zie ook onder 

Brussel, Koninklijke Bibliotheek. 

I. 133. (Gachard n«. 108). Verhaal van den veldtocht van 1636 
door Juan Antonio Vincart. (Uitgeg. in de Doe. Inéd. p. L 
H. d. Esp., t. LIX, p. 1). Gachard t. a. p. doet er ook zeer 
uitvoerige mededeelingen uit, vervolgens ook uit andere rela- 
c i o n e s van Vincart. Voor de gedrukte relaciones van Vincart 
verwijs ik naar Pirenne's Bibliographie de V histoire de Belgique 
(2« éd.) n». 2367 en 2368. 
E. 66, (Gachard n®. 114). Stukken betreffende de pogingen tot ge- 
heime onderhandelingen met Frederik Hendrik door 
Gallareta Ocariz in 1643. Gachard t. a. p. en in de Ap- 
pendices heeft er uitvoerige mededeelingen van gedaan, en de 
papieren zijn uitgegeven in de Golecc. de Doe. Inéd. p. l, H. d. 
Esp., t. LIX, p. 207-413. 
J. 12. E. 68. V. 238. S. 302. Cc. 90. Cc. 60. (Gachard n«^ 117, 
120, 122, 123, 124, 125). De documenten van deze handschriften 
bevatten correspondentie van Penaranda betreffende de 
onderhandelingen te Munster; zij zijn alle, vermeerderd met 
nog andere, uitgegeven in de Doe. Inéd. p. l. H. d. Esp., t. 
LXXXII — t. LXXXIV. Het nummer C c. 90 was thans ter bi- 
bliotheek niet meer te vinden , maar is ook t. a. p. afgedrukt. 
E. e. 110. Eene gedrukte Spaansche vertaling van Fr. van Aers- 

sen*s Voyage en Espagne. (Ik heb dit werk niet gezien). 
H. 93. Suceso de la Armada de Holanda en las islas de Caboberde. Ano 

1664. Onbeduidend relaas van 1 fol. blz. (fol. 3). 
E. 58. Origineele brieven van Manuel Belmonte (consul te Am- 

6 



82 

sterdam) aan don Juan, van Aug. 1666— Dec. 1667. (494 fol.) 
Be lm on te geeft allerlei nieuwstijdingen, relaties van zeeslagen 
en belangrijke gebeurtenissen, nu en dan afgewisseld door eigen 
beschouwingen. Zeer belangwekkend schenen ze mij niet. 

E. 3. Als boven, van 1668 (fol. 1—210), 8 Juni— Dec. 1671 (tot fol. 
357), Jan.— No V. 1672 (tot fol. 548)), Oct.— Dec. 1675 (tot fol. 588), 
1676 (tot fol. 694). Dan volgen tot fol. 719 nog enkele stukken 
uit 1678 en 1679. 

C. c. 39. Dit handschrift in folio , niet gepagineerd en in den catalogus 
aangegeven met den titel: Provincias Unidas. Noticias 
politicas, 1673, bevat eene groote massa stukken over de 
jaren 1672 — 1675 , beginnende met eene beschouwing over den toe-^ 
stand der Republiek in 1672, vervolgens allerlei in 't Spaansch 
vertaalde stukken over gebeurtenissen der genoemde jaren, ont- 
leend aan de Amsterdamsche courant enz. 

C.C. 51. (Gachard n®. 137). Verschillende berichten over den slag^ 
bij Senef. (Afgedrukt in de Col, de D. Inéd. p, L H, d. Esp. y 
t. XCV, 55-71). 

H. 111—118. (Gachard n^ 135 geeft uitvoerige mededeelingen). Brief- 
wisseling van Villa Hermosa, uit de jaren 1673 — 1679, 
voor een deel van privaten aard. 

H. 119. (Gachard n<». 138). Verslag van de voornaamste kr ij gs ge- 
beurtenissen in de jaren 1675—1678, gedurende het bestuur 
van Villa Hermosa over de Spaansche Nederlanden. (Afgedrukt 
in de Col de Doe. Inéd. p. L H. d. Esp., t. XCV, 1). 

I. 126. (Gachard n®. 140 geeft uitvoerige mededeelingen). Verslag van. 
den vredehandel te Nijmegen, aangeboden aan paus In- 
nocentius XI, door den pauselijken nuntius en gevolmachtigde, 
Bevilacqua. (Italiaansch). 

H. 52. Beschouwingen over de memorie, door den Spaanschen gezant 
Castelmoncayo ingediend bij de Staten-Generaal naar 
aanleiding van den krijg met Frankrijk. 1683. De beschouwingen 
hebben ten doel Spanje 's houding te verdedigen en het gedrag, 
van Lod. XIV te veroordeelen (16 fol*). 

S. 104. De catalogus vermeldt op dit nummer: Eazones probanda 
que el Rey Carlos II debia rescindir el asiento de 
negros hecho con Baltasar Coymans, Holandes y 
Her eg e. Het was echter niet te vinden. 

C. c. 50. Niet gefoliëerd handschrift, bevattende politieke nieuws- 
tijdingen, uit de R ep u b 1 i e k gezonden aan den graaf de 
Oropesa, uit de jaren 1687 — 1691; de jaren loopen door elkaar .^ 
Bij vluchtige kennismaking schenen die berichten mij niet be- 
langrijk. 

J. 101. Descripcion de las Philipinas y historia del archipiélago Maluca 
desde su desciibrimiento hasta el tiempo presente. De auteur schijnt 
te zijn Don Pedro Fernandez del Pulgar; het handschrift 
telt 444 fol*. ; of het gedrukt is , is mij niet bekend , ook durf ik 
over de waarde geen oordeel uitspreken ; zij schijnt mij niet groot, 
te oordeelen naar des schrijvers eigen mededeelingen; hij ver- 



83 

klaart voor het verhaal der ontdekking en de beschrijving van 
de Philippijnen letterlijk te volgen padre Colin, en voor 
dat aangaande de Molukken de oude schrijvers en denzelfden 
padre. Verder zegt hij: Aunque Argensola escribio la historia 
de las Malucas y con aprobacion, la escribo aqui dilatadamente , 
asi por estenderla hasta el punto presente como por averiguar su 
descubrimiento , confirmando las historias portuguesas con las 
Caslellanas y poner con toda amplitud el derecho de los Reyes 
de Espana". Het laatste hoofdstuk handelt over den tocht naar de 
Molukken van Juan de Silva in 1611. 

H. 180. Relaciones del gran rio Orinoco , Meta y Caganate por el 

Sargento Mayor Diego Buiz Maldonado en el viage que llevo 

al socorro de la Guyana, De opdracht is aan den graaf de Cas- 
tillo, 22 Dec. 1638. Origineel, 4<», 46 fol. Deze expeditie werd 
ondernomen tegen de Hollanders, die S. Thomé genomen hadden. 

J. 45. SHuacion y descripcion de iodas las fortalezaSj ciudades y pobla- 
ciones de la India Oriental pertenecientes d Portugal. (Ik heb dit 
niet gezien, het zal wel eene vertaling zijn van een Portugeesch 
origineel. Zie onder Lissabon, pag. 25). 

• In 1886 heeft de Spaansche regeering de rijke boeken- en hand- 
schriftenverzameling aangekocht van den hertog van Osuna, die 
bij de Biblioteca Nacional is ingelijfd. Van de handschriften 
dezer boekerij is in 1882 een verkorte catalogus gepubliceerd door 
José Maria Rocamora onder den titel: Catdlogo ahreviado de los 
manuscrifos de la biblioteca del ExcmP Senor Duque de Osuna é In- 
fantadOj Madrid 1882, De Biblioteca Nacional zelfheeft daaren- 
boven een inventaris in fiches van deze nieuwe aanwinsten. De his- 
torische handschriften en documenten van deze collectie zijn niet 
talrijk en voor onze geschiedenis van weinig belang. De catdlogo 
abreviado, in drie af deelingen: manuscritos n^^. 1 — 212, Comedias 
n°^ 213— 13P5, Codices Arabes, Hebreos y Griegos, n^\ 1396—1422 
gescheiden, vermeldt enkele, ook van elders reeds bekende manus- 
cripten, zooals eene gedeeltelijke vertaling van Commines, de ge- 
schiedenis van Karel V van Fedro Mexia, en een verhaal van den 
slag bij Pavia. 

Verder noem ik uit den inventaris in fiches: 
C. 35. Eene collectie van allerlei kleine berichten , vooral uit de tweede 

helft der 16® eeuw; naar mij toescheen, van geen beteekenis. 
M.m. 304^. Hierin de secrete instructie voor aartshertog Al- 

bertus, als gouverneur der Nederlanden. S. Lorenzo , 2 Aug. 

1595. (Copie). 
M.m. 68. Hierin copie van een brief van D. Cristobal de Bena- 

ventura, Brussel 9 Juni 1620, aan Philips III met eenige 

berichten over de Republiek. 
K. k. 48. Danos seguidos d Espaiia de las paces con las islas rebeladas 

que son Holanda etc. 1620. Dit is een vertoog, gedateerd Madrid 

13 Jan. 1620, om de nadeelen , die voor Spanje uit het Bestand 

zijn voortgevloeid, in 't licht te stellen (fol. 130—179). 



84 

C. 32. Hierin een aantal berichten, o. a. van Mateo Urquina aan 
Carlos Coloma, van Spinola e. a. betreffende de krijgsge- 
beurtenissen van 1622. 

M. m. 304. El socorro de Gueldres en 1689, (In 't Italiaansch , meer 
kan ik er niet over meedeelen; het was bij den binder). 

J. ]*. 139 Een aantal brieven (95), door den gezant in Den Haag de 
Lira in de jaren 1674 en 1675 gericht aan D. Martin de 
Cierralta y del Hoyo. (Copieën). 

K. k. Hierin een Representacion que D, Alejandro Ferreira de Almeida 
hizo d S. M. F, sobre varios puntos que juzgaha por conveniente se 
acordasen con los Estados Generales relativos d la navegacion de 
las Indias Orieniales (fol. 283 — 312). Een datum ontbreekt, maar 
het schijnt te zijn uit de 18® eeuw , uit den tijd van koning Philips V. 

K.k. 4. Een verslag van den slag bij Lafeld, 2 Juli 1747 (fol. 192^» 
—195). 



Biblioteca de la Real Academia de la Mistoria 



Deze bibliotheek, die zich in het gebouw der Academia, calle 
del Leon, bevindt, staat onder de leiding van den historicus don 
Ant. Rodriguez Villa, wiens studies en publicaties herhaaldelijk 
de geschiedenis der Nederlanden raken , en die mij met groote vrien- 
delijkheid ontving. 

Gachard heeft indertijd ook deze bibliotheek bezocht en in zijn 
meergenoemd werk, Les Bibliothèques de Madrid et de V Escurial,p. 541 
— 556, van zijne bevindingen verslag gevend van 14 meestal 
weinig belangrijke handschriften min of meer uitvoerige mededeelingen 
gedaan. Ook hier mocht ik mij natuurlijk door zijn werk niet ont- 
slagen rekenen van de taak om den door hem onderzochten inventaris 
opnieuw door te gaan , al was het vooruitzicht van dien arbeid wel 
wat afschrikwekkend. Immers deze inventaris, dien ik, ter onderschei- 
ding van andere , den inventaris van het oude fonds zal noemen , 
bestaat uit acht lijvige portefeuilles, gevuld met dunne, vrij slordige 
fiches, alphabetisch gerangschikt naar namen van zaken en personen, 
zoodat ik ook hier weer genoodzaakt was die gansche massa door te 
zien. Dit was te onaangenamer, daar de bibliotheek slechts geopend 
is van 1 — 4, in naam althans; de ambtenaar, die inventarissen en 
handschriften achter slot heeft, pleegt niet te verschijnen vóór on- 
geveer drie kwartier na het openingsuur, waarom het zaak is den 
vorigen dag te verzoeken , dat aan den conciërge in bewaring gegeven 
worde wat men den volgenden noodig heeft. 

Bij mijn onderzoek bleek mij , dat de signaturen der handschriften 
veranderd zijn sedert Gachard 's bezoek aan de bibliotheek; het 
heeft echter geen belang al die veranderingen mee te deelen, daar 
reeds ten tijde toen Gachard zijn verslag publiceerde, in 1875, 
(gedeeltelijk zelfs al toen hij dertig jaar te voren zijne aanteekeningen 



85 

maakte) het meeste dat eenige beteekenis had was verwerkt of afge- 
drukt; ik kan dus naar Gachard's werk verwijzen en vermeld alleen , 
d.at Gachard, n® 3, Chrónica de Carlos V, door Pedro Mexia {tot 1529 
loopend) tegenwoordig is gemerkt: Estante (kast) 26, Grada (plank) 
1*, D n®. 1, en Gachard n°. 12, Manuscritos de Estado, een aantal 
copieën van instructies en patenten bevattende voor Is ab e 11a, 
Villa Hermosa en den keurvorst van Beijeren als gouverneur 
der Spaansche Nederlanden, Est. 26 Gr. 2», D. n° 27. 

Buiten de door Gachard genoemde haodschriften heb ik op mijn 
langen tocht door dezen inventaris niets van eenige beteekenis voor 
mijn doel te noteeren gevonden dan een handschrift, Est. 18, Gr. !«•, 
n®. 5, getiteld: Cartas de varones ihistres en letras del siglo XVI, Op 
den rug van dit handschrift staat: Cartas de Erasmo y otros. 
Deze brieven zijn, blijkens eene aanteekening , in 1818 uit Simancas 
ontvangen. Hierin vond ik elf brieven van en aan Erasmus, waar- 
van ik er eenige later onder de epistolae, in de uitgave van Le 
Cl ere, aangetroffen heb, andere niet, zonder dat ik daarom zou 
durven beweren, dat zij niet zijn uitgegeven; zij betreffen Erasmus^ 
conflict met de monniken. 

f ol. 1 (en een paar regels op fol. 2) Erasmus aan Gattinara. 
Begin: Celsitudinis tuae litteras, 28 Octobris datas, recepi sub 
finem Aprilis .... Eiode: . . . , ab eo a quo fluit uno vera felicitas. — 
Datum Basilee , 3 (?) ,Calendas Maias 1526. Deze brief is geheel 
eigenhandig, 
fol. 3 en 4. Erasmus aan Gattinara (?). Begin: Admirabilis quae- 

dam perpetuaque Caesaris vere invicti felicitas Einde : . . . 

quaeso ut et rectis studiis et Erasmo et candidis ingeniis opituleris. 
Clariss T. Magnificentiam servet Dominus Jesus. — Datum Ba- 
sileae, 3 Nonas Septemb. 1526. 
fol. 5. Erasmus aan Al f. Manricüs. Le Clerc, III. p. I, p. 1071, 

Epist. DCCCCL. (12 Cal. April. 1528). 
fol. 7—7^0. Erasmus aan Gattinara. Le Clerc, III. p. I, p. 974, 

Epist. DCCCLIX (penultimo die Aprilis, 1527). 
fol. 9 — 11. Erasmus aan Al f. Manricüs (?). Begin: R™® Praesul. 

Ex amicorum litteris cognovi quos tumultus etc Einde (van 

het naschrift, door Erasmus aan den brief toegevoegd): Bene 
valeat tua sublimitas , ornatissime praesul , cui me totum dedo . . . 
(er volgt nog een woord dat ik niet lezen kon). Datum Basileae , 
7 Cal. Septembr. 1527. 
fol. 11. Erasmus aan Gattinara. Begin: Pro singulari tuo ia 
me favore .... Einde : . . . . Malum enim hoc desiderat aliquem 
divinitus in hoc datum. Bene vale. Datum Basileae , Cal. Sep- 
tembr. 1527. 
fol. 13. Erasmus aan Gattinara. Le Clerc. III, p. I, p. 1090. 

Epist. DCCCCLXVn. (Datum Basileae 6 Cal. Aug. 1528). 
fol. 15 — 20. E ras mus aan Alfonso, aartsbisschop van Spanje. 

Begin : Quum meae lucubrationes locis innumeris etc Einde 

qüo facilior sit responsio. R. T. D. commendatus esse cupio 

servulus humilis et addictissimus. Niet gedateerd. Met Erasmus^ 



86 

hand er boven geschreven: G-ustus responsionis ad articulos a 

inonachis notatos. 

(Op fol. 19 staat een zeer kort briefje aan Alf. Valdesius, 

uit Freiburg i.B., Datum 6 Cal. Aprilis 1529). 
fol. 21. Gattin ara aan Er as mus. Begin: Vir claris®. Nihil mihi 

potuit aut gratius aut jucundius etc Einde: .... me semper 

habebis, qui et rei et dignitati tuae nullo loco sim def'uturus. 

Toledo, 28 Oct. 1525. 
fol. 22 — 22^^ Alf. Fonseca aan Erasmus. Begin: Ad litteras 

tuas quas accepi binas , postridie Cal. Sept. et idibus Octob. datas 

etc Einde : In nos quotquot sumus , tuos existimato. Vale. 

Madrid III Cal. Jalias 1527. 
fol. 23— 24. Alf. Fonseca aan Erasmus. Le Clerc. III, p. I, p. 1085. 

Epist. DCCCCLXII. (Madrid III Cal. Julias 1528). ' 
In Est. 23 Gr. 1», A n^ 15, een aantal documenten betrefiFende de 
congressen van Kamer ijk en Soissons, in dien tijd bijeen- 
gebracht door den bekenden Melchior Macanaz. — Est. 26. Gr. 
la, D. n® 26, een handschrift, getiteld: Papeles varios de comercio y 
marina, heeft voor ons geen belang, evenmin als de uittreksels uit 
brieven van de Lira in Est. 20, Gr. 2», n^. 14. 

Behalve den inventaris van het oude fonds bestaat een afzonderlijke 
inventaris der collectie Muiioz , die echter ook, althans gedeeltelijk, 
in den eerstgenoemden inventaris vermeld wordt. Deze belangrijke 
verzameling handschriften , welke bijna geheel op de geschiedenis der 
ontdekking en in bezitneming der overzeesche landen door Spanje 
betrekking hebben, is bijeengebracht, in het laatst der 18® eeuw, 
door Juan Bautista Munoz, die door den Spaanschen koning 
belast was met het schrijven eener geschiedenis der Indien. Ik heb in 
den geschreven inventaris (in folio) geen handschriften aangetroffen, 
die voor de Nederlandsche geschiedenis van belang zijn; n®. 73 bevat 
een aantal informaties tegen D. Juan de Benavides, wegens het 
verlies van de zilvervloot. (Misschien kan het zijn nut hebben er op 
te wijzen, dat vele belangrijke handschriften dezer collectie zijn ge- 
publiceerd in de door de Spaansche regeering uitgegeven Relaciones 
geogrdficas de Indias. 4 dln. Ook Navarrete heeft er gebruik van 
gemaakt voor zijne: Coleccion de los viagesy descuhrimientos que hicieron 
por mar los Espanoles. 5 dln. 1825—37). 

Een derde inventaris beschrijft eene collectie documenten, afkom- 
stig van de Jezuïeten; hij bestaat uit twee zeer lijvige portefeuilles 
folio papier, aan weerszijde beschreven. De verzameling wordt 
volgens mij verstrekte inlichtingen (enkele deelen heb ik zelf gezien) 
grootendeels gevormd door gedrukte stukken uit de 18® eeuw, vooral 
betrekking hebbende op de geschiedenis en werkzaamheid der orde 
in het Spaansche schiereiland. Ik heb den inventaris slechts vluchtig 
hier en daar ingezien, hem door te werken zou een zeer tijdroovende 
arbeid zijn, waarvan bovendien de heer Eodriguez Villa, die 



87 

mij verzekerde de verzameling goed te kenoen, mij geen vruchten 
voorspelde. 

Eindelijk een vierde collectie , waarmee ik mij , zij het ook al weer 
met zeer weinig resultaat, langer heb bezig gehouden. In 1850 is de 
A ca demi a in het bezit gekomen der rijke collectie Salazar , afkomstig 
van Luis de Salazar y Gastro (1658 — 1734), officieel historio- 
graaf (cronista mayor) van Castilië en van de Indien, die al zijne 
boeken en handschriften vermaakte aan het klooster van Monserrat; 
na de opheffing der kloosters werd de verzameling overgebracht 
naar het paleis der Cortes, waar zij , nog in kisten gepakt , zich 
bevond tijdens Gachard's bezoek aan Madrid in 18i3 en 1844, zoodat 
deze er geen kennis van heeft kunnen nemen. * ) Hoewel deAcademia 
ze in 1850 verkregen heeft, is eerst in . de laatste jaren een uit- 
voerige inventaris der handschriften op fiches ten einde gebracht, die 
in eene daartoe ingerichte kast worden bewaard; zij zijn alphabetisch 
naar namen van personen en van zaken geordend. Er was geen be- 
ginnen aan al deze duizenden fiches na te gaan; ik moest mij be- 
palen tot het zoeken op woorden, die volgens reeds verworven 
ervaring de meeste kans boden iets te vinden. Ook thans was , zooals 
ik reeds gezegd heb, de uitkomst teleurstellend, te meer daar ik mij 
gevleid had dat een groot aantal handschriften, correspondentie van 
Kar el V bevattende en van zijne opvolgers, veel belangrijks zou 
behelzen. Niettemin ga ik ook thans weer van mijne bevindingen 
kortelij k verslag doen. 

De talrijke handschriften, die de briefwisseling van Kar el V 
bevatten , loopen van S(alasar) A. 16 — S. A. 52 , terwijl buitendien nog 
enkele brieven te vinden zijn in S. E. 19, S. F. '22— S. F. 24 en 
S. K. 92. De genoemde handschriften behelzen echter niet uitsluitend 
correspondentie van Kar el V, maar deze wordt, nu in meerdere, 
dan in mindere mate, afgewisseld door andere stukken. Afgezien van 
enkele onbeduidende documenten uit 1516, strekt de briefwisseling zich 
uit over de jaren 1519 — 1557, doch zij loopt slechts geregeld door 
van 1519 tot diep in 1528 (S. A. 16-S. A. 42). Uit de jaren 1529 
en volgende is het aantal brieven veel geringer , soms uiterst 
schaarsch; daarenboven is een aantal ongedateerd. Het zijn minuten, 
origineelen en copieën. De briefwisseling loopt over Karel's algemeene 
politiek, over Spaansche maar bovenal over Italiaansche aangelegen- 
heden. De voornaamste correspondenten zijn: Juan Manu el uit 
Rome, 1519 — najaar 1522; de hertog van Sesa uit Rome, 1522-1526, 
en in diezelfde jaren ook Lope de Hurtado; de secretaris Juan 
Perez uit Rome, 1526 en 1527, uit Napels, 1528; Alonso 
Sanchez uit Venetië, sedert 1520; de protonotario Caracciolo 
uit Venetië, en in 1527 uit Milaan; Geronimo Adorno uit 
Genua (in 't laatst van 1522 ook uit Milaan); Antonio Adorno 



^) In zijne : Les Bibliothèques de Madrid et de V Escurial , Préface , p. XXXIV , 
geeft hij er niettemin enkele mededeelingen over, ontleend aan de Revista' 
literaria de Madrid. 1846. 



88 

uit Genua 1523, doch de voornaamste correspondent uit Genua 
wordt dan Lope de Soria (in 1528 schrijft deze uit M ir and o Ie en 
uit verschillende andere plaatsen); de abt van Najera uit Milaan; 
1520 — begin 1522; de onaerkoning Lanoy uit Napels sedert 1522; 
uit diezelfde stad in 1527 en 1528 UgodeMoncada. Uit 1522 en 152S 
zijn er ettelijke brieven van de pausen Adriaan VI en Clemens 
"VII, uit 1523 ook van Prospero Colonna. Zooals ik reeds zeide, 
wordt na 1528 de briefwisseling zeer fragmentarisch; uit 1531 vrij 
wat betreffende Napels; uit 1535 het een en ander over Tunis; uit 
1543 en 1544 een aantal berichten over oorlogsmaatregelen en in 't 
bizonder over Siena. 

S. A. 58 y 59. Giornale delle lettere di Bernardo Navagero , amhasciator 
Veneto appresso la Santitd di Paolo Quarto, Vol. 1 , 465 fol. (dubbel) , 
7 Sept. 1555— 4 Sept. 1556 Vol. II, 394 fol. (dubbel), 5 Sept. 1556— 
4 Mei 1557 (niet 4 Maart, zooals de inventaris zegt\ 
Wat Philips II aangaat, verspreid over verschillende talrijke 
deelen vindt men briefwisseling, schaarsch en van weinig beteekenis^ 
uit de jaren 1537—1556. Wat er is uit de jaren 1564—1598 is even- 
eens verdeeld over een groot aantal deelen; voor de verschillende 
jaren zijn slechts weinige brieven (een paar uit 1564, één van 1566, 
één van 1567 enz. enz.), alle Spanje en Italië betreffende, naar 
het mij toescheen van gering belang en voor onze geschiedenis zonder 
beteekenis. In S. A. 52 eene correspondentie van Philips II en 
•keizer Ferdinand van 1557 — 1563, die het een en ander over het 
concilie van Trente maar vooral vele aanbevelingen van allerlei 
personen bevat. In S. A. 51 verschillende brieven uit het laatste kwart 
van 1562 en uit 1563, hoofdzakelijk Italië rakende en ook het con- 
cilie van Trente. 

Wat er is uit den tijd van Philips III— Philips V heeft weinig 
om 't lijf en voor ons land geen belang. Ik laat nog enkele kleinig- 
heden uit verschillende deelen volgen: 

S. A. 44. fol. 85—86^^. Minuut van een Latijnschen brief van KarelV 
aan Clemens VII , gegeven Caesar Augustae (Saragossa), 19 April 
1529 (de inventaris heeft foutief 1522), die ten doel heeft op te 
komen tegen beweringen, als zou door de vestiging van Karel's 
wereldlijk gezag in het bisdom Utrecht de kerk schade lijden. 
Beg^n : „Literas Sanctitatis Vestrae quas XXIII decembris ad nos 
dedit magno profecte dolore ac molestia legimus, quum videamus 
tantam hominibus innatam esse omnia calumniandi ac in deteriorem 
partem interpretandi libidinem, ut quae" etc. . . . Einde. . . . 
Sanctitas Vestra quae diu feliciter vivere et sanctae isti sedi prae- 
esse optamus. 
S. A. 44 fol. 227—227^0. Nieuwstijdingen van het hof van Karel V. 

1531. z. d. 
S. A. 44. fol. 229 — 230. Nieuwstijdingen van het hof van Karel V; 
een en ander over een steekspel, te Gent gehouden. 11 Juni 
1531. 
S. A. 44 fol. 302 — 303^<>. Bericht over de inneming van Duren. z. j. 
en d. (1543). 



89 

S. A. 48 fol. 82—82^0. Brief over KareTs overwinning bij Mü hl- 
berg. Kamp van Z. M. 26 April 1547. 

S. r. 19 fol. 66—78. Spaansche vertaling der rede van Philibert 
van Brussel, bij Karel's afstand uitgesproken, en der rede 
van Kar el zelf. 

S. F. 17 fol. 137 — 141. Copie van een brief over Anjou^s aanslag op 
Antwerpen. Antwerpen 26 Jan. 1583. 

S. L. 23 fol. 17 — 22. Verhaal over hetgeen met de Onoverwinne- 
lijke vloot is geschied. 
Afgedrukt bij Duro, La Armada Invencible^ II, 279. 

S. B. 4 fol. 253—270. (Hetzelfde stuk als ik genoemd heb onder de 
Biblioteca Nacional, pag. 79, I. 135, maar hier in de beste 
conditie). De titel, die een vrij goed denkbeeld van den inhoud 
geeft, luidt: „Avisos y advertentias que se dan tocante 4 la nave- 
gacion, trato, pesquerias, comercio y otras cosas del mar del 
Norte, Mar Oceano y de las Indias, donde tratan y militan los 
rebeldes de V. M. y Altesas de Holanda, Islanda (sic) y Frisia, 
por cuyos medios iiorecen y hacen la guerra, y. el que se podra 
tener para estorvalles en muy poco tiempo é, ovediencia, y esto 
segun los pareceres y votos que han dado de los capitulos con- 
tenidos en este discurso y relacion muchos hombres platicos y de 
experiencia de los dichos estados rebeldes , que han tratado algunos 
anos dichd comercio, aficionados al servicio de Dios y de Su 
Magestad; y ansimismo de un sumario de los derechos y prove- 
chas que sacan los estados y consejo de los dichos rebeldes con 
que entretienen la dicha guerra, y que considerado el numero que 
montan dichos derechos se puede iacilmente colegir lo mucho que 
importara el principal con qae se entretiene todo el pueblo de 
las dichas partes rebeldes, que sin navegacion es impo- 
sible vivir, y poniendo el remedio que adelante yra declarado 
se les qaitaran sus minas y Thesoros. 

Zooals uit dezen langen titel blijkt , geeft het stuk eene beschouwing 
over scheepvaart , visscherij , handel der Nederlandsche rebellen , 
ten betooge dat zij , behalve uit een paar andere bronnen van 
inkomsten, alleen hieruit de middelen putten om den strijd vol 
te houden; het aangewezen middel dus om hen ten onder te 
brengen is hun deze bronnen te verstoppen. De schrijver, die 
beweert dat zijne mededeelingen gezien en goed bevonden zijn 
door vele ervaren mannen, bekend met de rebelleerende staten 
en met hun handel, onderscheidt vijf bronnen van inkomsten, 
waarmee de rebellen den strijd volhouden: 1®. de visscherij inde 
Noordzee; 2^. den handel op de Oostzee en Noorwegen; 3<». den 
handel op Spanje en de Indien; 4®. de licenten; 5®. devoordeelen 
van den oorlog te land en ter zee. Hrj geeft ramingen van het 
aantal schepen die in visscherij en handel gebruikt worden, en 
van de baten voor 's lands middelen die voortvloeien uit alles 
wat daarmee in verband staat. Om de rebellen in het hart te 
trejffen wil hij hun den handel onmogelijk maken of dien in ieder 
geval zoo verontrusten , dat zij groote inspanning en zware kosten 



90 

moeten besteden om hem te beschermen. Hiertoe acht hij het ware 
middel, zich meester te maken van de Priesche havens en te 
Duinkerken en Ostende een dertigtal oorlogsschepen te onder- 
houden om de schepen der rebellen aan te tasten. — Het stuk 
draagt geen jaartal maar zal vermoedelijk van omstreeks 1606 of 
1607 zijn; in zijne mededeelingen over geweld, door de Neder- 
landers aan Duinkerkers gepleegd , gaat hij niet verder dan 1605 , 
en over den Indischen handel der rebellen sprekend , zegt hij dat 
zij negen jaren geleden de vaart naar die streken begonnen zijn. — 
Wij hebben hier hoogstwaarschijnlijk met een Spaanschen tekst 
van hetzelfde stuk te doen , dat door Blok is gepubliceerd in de 
Bijdr, en Meded. v. h. HisL Gen. XIX onder den titel: Een 
merkwaardig aanvalsplan etc. 
S. B. 4 fol. 271 — 274. Een advies aan den koning van Spanje 
om vrede met de rebellen te maken. (De auteur noemt zich niet 
anders dan als een broer van wijlen fray Martin del Espiritu Sancto ; 
het heeft geen jaartal, maar de auteur zegt dat onlangs Bah ia 
is verloren gegaan, dus het zal van 1624 of begin 1625 zijn). 
S. F. 21 fol. 69—73. Beschrijving van de schade, in Holland door 
vorst en sneeuw aangericht. 1624. 

fol. 87^0 — 90vo. Berichten over de schade, door de rebellen 

geleden van de overstroomingen en van 's Konings troepen. 1624. 

fol. 90^0 — 95^'<^. 24 Juni 1624. Verhaal van eene overwinning door 

de Portugeezen op de Hollanders bij Macao behaald. 

S. H. 26. Livro das cidades e fortalezas que a Coroa de Portugal tem 

nas partes de India (Portugeesch ; copie). 
S. H. 28—34. Historia general de las Indias por Gonzalo Fernandez 
de Oviedo (niet gezien). 
Eindelijk vestigde de heer Rodriguez Villa nog mijne aandacht 
op een handschrift , dat in geen der inventarissen vermeld staat en een 
paar jaar geleden toevallig door hem gevonden is. Dit handschrift , van 
418 f'olo», is een register van brieven van D. Martin de Salinas, 
deels gericht aan den broer van Karel V, Perdinand, wiens zaak- 
gelastigde hij was, maar grootendeels aan zijn vriend Salamanca, 
thesaurier van Perdinand. De brieven loopen over de jaren 1522 — 1539 
«n bevatten vrij wat over Karel en diens hof. De heer Rodriguez 
Villa publiceert die brieven in het Boletin de la Real Academia de la 
Historia , t. 42 sqq. onder den titel : El Emperador Carlos V y su corte , 
«n is voornemens ze ook afzonderlijk uit te geven. 



Biblioteca particular de Su Magestad el Bey 

Gaarne zou ik te Madrid toegang verkregen hebben tot het huis- 
archief der familie Alva, doch van don Antonio Paz y Melia, 
met het beheer van boekerij en archief der familie belast, vernam ik 
dat de hertogin van Alva zelfs aan hare beste vrienden den toegang 
tot het archief weigerde, omdat zij zich zelf de uitgave der belangrijke 



91 

documenten wenschte voor te behouden. ^) Maakte deze mededeeling 
de kans op succes voor pogingen om tot het archief toegelaten te 
-worden reeds uiterst gering, ik moest er geheel van af zien, toen ik 
vernam dat de hertogin te Parijs ernstig ziek lag (zij is daar overleden). 
Dank zij de welwilleode medewerking van Harer Majesteits buiten- 
gewoon gezant en gevolmachtigd minister te Madrid, Z. E. Jhr. Mr. 
Testa, ben ik er wel in geslaagd toegang te verkrijgen tot de 
particuliere bibliotheek van Z.M. den Koning (Biblioteca particular 
de Su Magestad el Rey)^ welke volgens verkregen inlichtingen rijk 
zou zijn aan belangrijke historische handschriften. Inderdaad bezit 
deze biblotheek een aanzienlijk aantal handschriften van verschillenden 
aard, doch de inventarisatie is voorshands nog niet voldoende om den 
bezoeker het verkrijgen van een overzicht van het aanwezige mogelijk 
te maken, ondanks de vriendelijke voorkomendheid van den Directeur 
en diens adjunct, waarvoor ik ten zeerste erkentelijk blijf. Er is geen 
inventaris aanwezig, die ter beschikking van den bezoeker gesteld 
kan worden; wel bestaat er, ten gebruike van de bestuurders der 
bibliotheek, een reeds vrij oude kaart-iuventaris , die echter wel wat 
summier is; hij noemt b.v. een stuk en verwijst naar het nummer 
van het handschrift doch zonder de bladzijde aan te geven, zoodat 
het geheele handschrift doorbladerd moet worden om het gezochte te 
vinden; trouwens, verschillende handschriften, die ik gezien heb, 
waren niet gefoliëerd. De adjunct-bibliothecaris, de heer de Pi dal, 
was zoo vriendelijk dezen inventaris na te zien op talrijke woorden, 
die ik noemde, en stelde mij in staat ook zelf een aantal fiches na te 
gaan. Wat ik vond betreffende de geschiedenis van onslaod, was zeer 
luttel; ik noem hier onder een paar handschriften, Karel V rakende, 
al hebben die voor ons land geen direct belang. 
Sala 2 Estante N. Pluteo (plank) 6. Copia de la correspondencia reser- 
vada que tuvo el Sr Emperador Garlos V con D. Diego Hurtado 
de Mendoza, su embajador en la Corte de Boma por los aüos 
1547—1548 y 1549, siendo Siimo Pontifice Paulo lil. 1 vol. fol. 
(copie uit de 16® eeuw). 
S. 2. Est. A. Plut. 1. Varia sub Carolo V, Dit zijn drie foliodeelen, 
niet gefoliëerd. Voor verreweg het grootste gedeelte hebben de 
hierin vervatte brieven en stukken (minuten , origineelen , copieën, 
vertalingen) betrekking op het Duitsche rijk, en zij zijn ook 
doorgaans in het Daitsch geschreven , meermalen is er een e vertaling 
in het Eransch bij. Zij handelen vooral over de kerkelijke aan- 
gelegenheden van het Duitsche rijk, daarenboven over de oorlogen 
met Frankrijk. Echter bepalen zij zich niet tot den tijd van 
Karel V maar strekken zich ook uit over 1556—1559; uit die 
jaren zijn er vele nieuwstijdingen in het Fransch over den oorlog 
(Deel I.) De stukken zijn niet chronologisch gebonden , maar loopen 
in bonte wanorde dooreen. 



1) Men weet trouwens, dat de hertogin documenten uit het archief in 't 
licht heeft gegeven; ik herinner o. a. aan: j^Documentos escogidos del Archivo 
de la Gasa de Alba, (Madrid 1901). 



92 

S. 2. Est. B.C. Plut. 7. Cartas de varias personas dirigidas aZGranvela. 
Op het door mij opgegeven woord Granvelle toonde de heer 
de Pi dal mij een fiche met bovengenoemden titel, dat nog 
buitendien vermeldde, dat die brieven in verschillende talen ge- 
schreven zijn en wel: 

Cartas originales en italiano 1540 — 65. 11 tom. 

en castellano 1541 — 61. 15 tom. 

en frances 1532 — 56. 6 tom. 

en latin 1537—63. 2 tom. 

en aleman de varios anos. 1 tom. 

De heer de Pi dal deelde mij tevens mee, dat er nog veel meer 
van zulke deelen aanwezig waren , die echter in 't geheel niet 
waren beschreven in den inventaris. Op mijn verzoek om die te 
mogen zien kwamen steunende bedienden aandragen met niet 
minder dan 45 deelen, alle gebonden, op den rug het opschrift: 
Obispo de Arras, en alle ongefoliëerd , evenals trouwens de enkele 
deelen van de geïnventariseerde collectie die ik gezien heb. Om 
althans een denkbeeld, hoe oppervlakkig dan ook, van den 
inhoud dier deelen te krijgen, heb ik ze vluchtig doorgezien en 
ben daarbij tot de ervaring gekomen, dat het niet alleen zijn 
brieven aan den bisschop van Arras maar dat er ook talrijke 
minuten van Granvelle zelf bij zijn. Zijne correspondenten zijn 
tal van verschillende personen uit Spanje, Italië, Duitschland, 
Frankrijk; veel is er bij over allerlei persoonlijke belangen, maar 
ook de staatkundige gebeurtenissen komen er in ter sprake. In 
hoeverre na de publicaties van de Papiers d'Etat du Cardinal de 
Granvelle door Weiss en de Correspondance du Cardinal de 
Granvelle door Poullet en Piot deze collectie van beteekenis 
mag zijn, kan slechts een nauwkeurig onderzoek der tachtig 
deelen leeren, waaraan ik natuurlijk niet kon denken. Zelfs be- 
letten mij de invallende kerkelijke feestdagen van de Paaschweek na 
te gaan, of de aanwijzing omtrent de 35 deelen op het fiche juist 
is, of daartusschen wellicht ook brieven van Granvelle aan- 
wezig zijn en of het misschien ook gedeeltelijk brieven aan 
Granvelle den vader zijn. Op verzoek der heeren van de biblio- 
theek, die gaarne van mijne bevindingen wilden profiteeren, heb 
ik de 45 niet-beschreven deelen een voorloopig nummer gegeven, 
naar gelang zij mij in handen kwamen. Eene onderscheiding der 
deelen naar de taal, waarin de documenten geschreven zijn, is 
zeker wel wat zonderling, maar ik zag toch geen kans in den 
korten tijd, dien ik beschikbaar had, eene andere aanwijzing te 
geven. Ik onderscheid verder: P Brieven aan Granvelle; 2^ Brieven 
aan en van Granvelle; 3<* Brieven van Granvelle y en geef die in 
chronologische volgorde. De brieven van Granvelle zijn minuten, 
die aan hem origineelen, voor zoo ver ik heb gezien. Het 
nummer is dus het voorloopig door mij gegeven nummer; de 
algemeene signatuur is: S. 2 Est. G. H. Plut. 7. 
A. Brieven aan Granvelle. 
t. XVni Jaren : 1537—56. Latijn en Duitsch. (De Duitsche uit 1555). 



93 



t. 

t. 
t. 


XXIV 
XXXTV 

vni 


Jaren 

n 


t. 
t. 
t. 


XTX 
XXVI 

xin 


n 
n 
11 


t. 


XLIII 


11 


t. 


XLI 


11 


t. 


III 


11 


t. 


xxvn 


11 


t. 


IX. 


11 



t. XXXVI 



XXXIX 
XXX 

XLIV 

XVI 

XV 

XXI 

VII 

xxm 

XXIX 

XXVIII 

XUI 



XI 

XXXVIII „ 
X 
XIV 

I 

xxxin „ 



t. xxn 



1537—60. Latijn. 

1540—52. Latijn. 

1540 — 61. Italiaansch. (De meeste brieven zijn 
van 1540—1550). 

1542 — 52. Italiaansch en Fransch. 

1542 — 56. Italiaansch. 

1542—62. Latijn en Fransch. (Die in 't Fransch 
zijn grootendeels van familieleden). 

1543—51, en enkele uit 1560 en uit 1573. 
Duitsch. 

1543 — 58, althans grootendeels. Italiaansch. 
Echter ook stukken uit latere 
jaren, zelfs uit 1787, die in deze 
collectie niet tehuis behooren). 

Jan. — Aug. 1547. Spaansch; enkele in 't Ita- 
liaansch. 

1548—62. Fransch. Niet alle brieven aan 
Granvelle. 

1 549 — 1610. Spaansch en Italiaansch. (Gedeelte- 
lijk natuurlijk aan anderen. Achter- 
aan een aantal ongedateerden.) 

Dec. 1549— Aug. 1550. Juni— Dec. 1552. 
Spaansch. (De maanden door el- 
kaar). 

1549 — 58. Spaansch. 

Juni — Juli 1550, enkele uit 1551 en 1555; 
dan Juli — Dec. 1556. Spaansch. 

Sept. — Dec. 1550. Mei — Aug. 1551. Spaansch. 

Jan. — April 1551. Spaansch. 

Eerste helft 1551 , door elkaar. Spaansch. 

Jan. — Sept. 1551, Spaansch. 

Sept. — Oct. 1551. Spaansch. 

Jan. — Juni 1552. Spaansch en Italiaansch. 

April — Juli 1552. Spaansch. 

Aug. — Dec. 1552. Spaansch. 

Mei — Juni. 1553. Spaansch. (Het eerste ge- 
deelte van dit deel bevat allerlei 
berichten in 't Spaansch uit 1611 , 
1615, 1620 door elkaar). 

Juli — Oct. 1553, door elkaar. Spaansch. 

Jan. -Maart 1554. Spaansch. 

Jan. — Juni 1555. Duitsch. 

Jan.-April 1556. Spaansch en Italiaansch. 

Oct. — Dec. 1557. Spaansch en Italiaansch. 

Jan. — Mei 1559; verder een enkele uit Sept. 
1559 en dan een aantal uit de 
jaren 1546 — 1558. Spaansch en 
Italiaansch. 

Juni — Juli 1560. Spaansch en Italiaansch. 



94 

t. XXXV Jaren: Nov. — Dec 1560. Spaansch en Italiaansch. 

(Hierin o. a. eenige brieven van 

Alva). 
t. XX „ April — Aug. 1561. Spaansch en Italiaansch. 

B. Brieven aan en van Granvelle. 

t. IV Jaren: 1542 — 60, maar vooral uit 1552 en 1553. 

Bijna alle Italiaansch. 

t. n „ 1544 — 63. Fransch , Italiaansch , Duitsch. (Op 

^t einde een brief van den ko- 
ning V. Spanje aan den graaf 
van Grondomar, ambassadeur in 
Engeland, 17 Nov. 1620). 

t. XVn „ Jan. — Juni 1551. Spaansch. 

t. XXXI „ 1559 en 1561. Spaansch. De correspondenten 

zijn: Ayala en Pedro Cas- 
tillo. 

t. XL „ Enkele uit 1559, dan Jan. — Juli 1561. 

Spaansch. De voornaamste cor- 
respondenten zijn: Ayala en 
Pedro Castillo. 

C. Brieven van Granvelle. 

t. XLV Jaren: 1556 en enkele uit 1557. Spaansch en 

Italiaansch. 

t. XXXII „ Enkele uit het laatst van 1557, dan Jan. — 

Juni 1558. Spaansch. 

t. V „ Juli — Dec. 1558. Spaansch en Italiaansch. 

t. Xn. „ Jan. — April 1559. Spaansch en Italiaansch. 

t. XXV „ 1559 , in 't bizonder Mei — Sept. Spaansch en 

Italiaansch. 

t. XXXVII „ Jan. — Mei 1560. Spaansch en Italiaansch. 

t. VI „ Juni — Sept. 1560. Spaansch en Italiaansch. 

Ten slotte noem ik nog: 
Z. 46. Een handschrift in folio van 70 blz. , een zonderling mengsel van 
teekeningen van enkele versterkingen en vestingen, teekeningen 
om de verhoudingen der deelen van het menschelijk lichaam te illus- 
treeren, aanduiding der verhoudingen van verschillende maten, 
afgewisseld met een vertoog over de deugd, en met eene korte 
beschrijving van den optocht van Par ma 's leger in 1591. Het 
begint fol. 1^^ — 3^^ met een Discours en brief' sur V arrivée du 
Conté Mauris en Flandre (de tocht van Maurits in 1600). Op 
fol. 40 een teekening van de vesting Maastricht in 1578 — 79. 
De auteur is Pierre Le Poivre, architect, die volgens zijne 
mededeelingen aan den bouw van verschillende kasteelen in de 
Nederlanden meegewerkt en ook de belegering van Maastricht 
door Parma meegemaakt had. Het werk schijnt te zijn samen- 
gesteld in 1613 en 1614. 



95 

Zonder signatuur. Compendio Historical de la Jornada del Brasil y 
sucesos della. Etc. Ook reeds genoemd onder de Biblioteca 
N a c i o n a 1 , H. 58. (p. 79). Het is de beschrijving der verovering van 
San Salvador door de Nederlanders en de herovering door de 
Spanjaarden in 1625, afgedrukt in de Col de Doe. Inéd. p, la 
H. d. Esp., t. LV. Dit klein-folio handschrift, 92 dubbele folio's , 
schijnt het origineel te zijn, de opdracht „al Capitan Don Fer- 
nando de Porres y Toledo, comendador de ballesteros, en la 
orden de Calatraba, Sargento Mayor de Madrid" is door den 
schrijver, Don Jnan de Valencia y Guzman onderteekend. 
Het spreekt van zelf, dat ik er niet voor kan instaan, dat de Bi- 
bliotheek niet nog belangrijke, door mij niet geziene handschriften 
bevat, daar ik, zooals ik heb meegedeeld, geen inventaris tot mijne 
beschikking heb gehad. 



Biblioteca del Real Monasterio de San Lorenzo 

Om toegang tot de af deeling handschriften van deze bibliotheek te 
verkrijgen, is een verlof vereischt van de Intendencia General 
de la Real Casa y Patrimonio te Madrid, dat mij, dank zij de 
welwillende hulp van Z. E. Jhr. Mr. Testa, zonder eenig bezwaar 
verleend werd. De bibliotheek staat onder het bestuur der P. P. 
Augustijnen, wier Prior mij met veel heuschheid ontving. 

Gachard was mij ook hier voorgegaan, en sedert zijn bezoek is 
wel verandering gekomen in de inventarissen, doch het aantal hand- 
schriften, althans dezulke die voor de geschiedenis der Nederlanden 
van belang zijn, heeft geen vermeerdering ondergaan. Te mijner be- 
schikking werden gesteld een Indice alfabetico de los Manuscritos Lati- 
nos y vulgares de la Real Biblioteca en bovendien een gedetailleerde 
inventaris der historische handschriften op 186 halve foliobladzijden, 
aan weerszijde beschreven, alphabetisch geordend. Aan hetgeen door 
Gachard in zijn: Les Bibliothègues de Madrid et de T Escwial ia mee- 
gedeeld , heb ik weinig of niets toe te voegen ; de signaturen der hand- 
schriften zijn echter deels veranderd, daarom vermeld ik nogmaals de 
meeste met de nieuwe signatuur, hier en daar er iets bijvoegende. 
O — II — 20. (Gachard n®. 1). Eransche vertaling van Be ka, eindigend 
met 1393. Het slot luidt: Et la discorde estant entre la père et 
Ie filz fut remisse es villes et princes de Hollande a faire par 
eux comme mieux leur sembleroit estre expediënt. Et Ie mesme 
an levesque florent morut. 
I — I — 6. (Gachard n®. 2). Spaansche vertaling van de Mémoires de 
Philippe de Gommines , door zekeren Philiberto aan Philips IV 
opgedragen, Palermo, 6 Jan. 1622. 
L. — II — 1. (Gachard n<>. 3). Talrijke verdragen (enkele brieven), door 
Bourgondische en O o s t e n r ij k s c h e vorsten gesloten tusschen 
1446 — 1548. Gachard geeft een volledige lijst. 
X— n — 11. (Gachard n^ 4). fol. 1— 82^o. Over oorsprong en opvolging 
der vorsten van het Oostenrijksche huis (van Noach tot don 
Carlos, den zoon van Philips II). fol. 83 — 184. Kroniek van 
Philips den Schoon e. Beide werken zijn van Lorenzo de 
Padilla, geschreven omstreeks 1555. De kroniek is gedrukt in 
de Col, de Doe, Inéd, p, l, H. d. Esp., t. Vin, p. 6—267, echter 
met weglating van vijf hoofdstukjes. (Zie Gachard t. a. p.). 
L — I — 1. ) (Gachard n<*. 6 en 7). Beide handschriften bevatten de 
V — II — 2 ) kroniek van Karel V door Pedro Mexia. 

h— ITTL— H2 > (Ö^c^^^ ^^' ^' ^ ®^ 1^)- I^eze handschriften hebben 
jy-rj p, \ betrekking op Karel 's tocht tegen Tunis in 1535. 

§6 — IV — 36. (Gachard n^ 14). Verhaal in 't Latijn van Jacobus 
Veroulx over den inval der Kleefschen onder Maarten 



97 

vao Rossem in Brabant en over de belegering van Leuven 
in 1542. 
V— n — 4. Hierin verschillende uittreksels uit brieven vati de jaren 
tusschen 1 542 — 1 558 , veelal op Duitschland en Spanje betrek- 
king hebbende, fol. 57 copie van een brief (van wien blijkt niet), 
waarin verslag gedaan wórdt van K ar e Ts afstand! 
V— ü— 3. (Gachard n<>. 13). Eenige relaciones over de krijgsbedrijven 
van 1554, en fol. 398 sqq. verschillende berichten over den slag 
bij St. Quentin. 
L.— 1 — 22. (Gachard n®. 19). Verhaal in *t Fransch van de gebeur- 
tenissen in de Nederlanden van 1560 — 1570, dat dient ter ver- 
binding van een groot aantal desbetrefiPende documenten. Gach ard 
t. a. p. vermeldt al die stukken. 
M. 1 — 17 — 18. ' (Gachard n®. 20). Geschiedenis in 't Italiaansch van 
den opstand der Nederlanden tot de verzoening der W aal- 
se h e gewesten met den Koning. M. — 1 — 17 (52 fol.) begint: 
„Havendo io trascorsa buona parte de gli anni miei giovenili et 
robusti dietro al militare escercitio". . . . ; M. — 1 — 18. (58 fol.) 
eindigt: ... et quegli anchora che in oltre adiverrano." (Nog zij 
vermeld, dat M. — 1 — 19, ook een handschrift in 't Italiaansch, 
139 fol. , bevat : Commentarii delle cose di Francia ,. divisi in quattro 
libri. Nel primero contiene del cominciamento della lega etc. Nel 
2®. contengono Ie cose accadute della morte del duca etc. . . 
Nel 3®. contiene della convocatione delli stati etc. . . Nel 4®. si 
contengono li progressi del Re d. Navarre etc). 

M. — 1 — 6 — 7. (Gachard n®. 21). Spaansche vertaling van het tweede en 
derde deel van Renon de Franc e's Histoire des causes de la 
réunion etc. 

K — 1 — 7. fol. 166 — 182. Martirio y penosa muerte que los herejes de 
' Flandes dieron d Balthasar Geraldo Bisontino por haber muerto d 
Ouülermo Nassau el aüo 1582 (sic), (fol. 166—182). 

L — 1 — 20. (Gachard n^, 23). Hierin o.a. Brief discours sur la prohibi- 
tion et dèfetice des marchandises que par licentes Von transporte vers 
Hollande des provinces de VobHssance de leurs Altèzes, 20 Mei 1603. 
Aan den kant is geschreven: Pensionnaire Martini (fol. 18 — 23^^), 

L — 1 — 21. (Gachard n®. 24). Dit is eene verzameling van grootere en 
kleinere stukken, van soortgelijken aard als het bovengenoemde, 
en alle aanprijzende verschillende middelen om de rebellen te 
ruïneeren. 

Het eerste, fol. 4 — 33^® is in 't Spaansch vertaald; de ontwerper 
van het plan is Jan Engelsen Rooswijck, geboren te Haar- 
lem, vroeger schout van Grootebroek; om den Koning te 
kunnen dienen, heeft hij zijn ambt neergelegd en meer dan vijf 
jaar gewerkt ten einde den waren weg tot vernietiging der rebellen 
te vinden. De rebellen moeten van hun handel en scheepvaart 
worden beroofd; daartoe is noodig dat de troepen zich meester 
maken van Noord-Holland: van dit gebied heeft Rooswijck in 
't geheim een kaart laten maken door zijn zoon. De Koning moet 
beginnen met de afkondiging van een algemeen pardon. De troepen 



98 

moeten dan, ter afleiding der aandacht, schijnbewegingen maken 
tegen Rynberk, en onderwijl moeten te Huisdoinen 3000 man 
ontscheept worden, die bij het Nieuwediep en bij Den Helder 
forten moeten opwerpen; een deel van het volk moet in allerijl 
naar den Z^'pedijk trekken en daar ook drie sterkten gereed 
maken. Dan moet Kolhorn genomen en versterkt worden, ver- 
volgens Petten. (Het oorspronkelijk Nederlandsch stuk is aan de 
Aartshertogen overgegeven te Brussel, 30 Dec. 1608. Zie onder 
Brussel, Koninkl. Bibliotheek, 12962/70). 

fol. 42—43. Avis donuff par C. C. Jaarlijks de dijken doorsteken. 
En aldus volgen nog verschillende plannen: fol. 44 — 57^<*, volgens 
bijschrift van J. van Hachte (Fransch). fol. 59—62 (Neder- 
landsch); een doorgeschrapte kantteekening vermeldt: Deur Jan 
Hendriks z. Spruyt, ingenieur timmerman van den Marquis 
Spinola voer Oostende geweest, fol. 63—70, Discours aengaende 
de stadt ende haven van Oestende. Deur Jan Hendriksz 
Spruyt. fol. 71 — 72 (Spaansch) van een ongenoemde, fol. 73 — 84 
(Spaansch) van P. Opmeer, du conseil de TAdmiralité. fol. 90 — 
91^0 (Spaansch) van J. H. Spruyt. fol. 93— 96^^ (Fransch), van 
Simon Jacobs, marinier d^Hollande. Al die plannen komen 
hierin overeen, dat zij de bronnen van inkomsten der rebellen 
willen verstoppen. Tot fol. 102^<* volgen dan nog eenige beraad- 
slagingen over versterking van Oostende en uitrustingen ter 
zee. Dan nog talrijke onbeschreven bladzijden. 
I — n— 3. fol. 206. De artikels van de overgave van Br eda (5 Juni 1625\ 
fol. 198. Een bericht over de krijgsgebeurtenissen van 1631. fol. 
203. Nieuwstijdingen uit Brussel, 1634. 



Simancas, vroeger eene grensplaats van het koninkrijk Leon, 
heet in de krijgsgeschiedenis van het middel eeuwsch Spanje een rol 
van beteekenis te hebben gespeeld. Sinds de 16® eeuw echter ont- 
leent het plaatsje zijne vermaardheid aan het kasteel, dat in 1480 
door de toenmalige bezitters, de almiranten van Castilië, aan 
Isabella en Ferdinand was afgestaan en sedert een tijd lang als 
gevangenis dienst deed; het behoeft geene herinnering dat o.a. Mon- 
tigny, rampzaliger gedachtenis, er ter dood gebracht is. Op dat 
tijdstip had het evenwel reeds gedeeltelijk eene nieuwe bestemming 
gekregen , waarvoor het spoedig uitsluitend werd gebruikt en waaraan 
het zijne groote bekendheid te danken heeft. Van 1540 af had men 
op last van Karel V een aanvang gemaakt om de s taatspapieren , 
onder verschillende personen berustende en in gevaar van verstrooid 
te geraken, hier in deze veilige bewaarplaats onder te brengen, op 
geen al te grooten afstand van V all ad o lid, waar de regeering veel- 
vuldig verblijf hield en waar ook Philips U geboren is. Deze heeft 
het plan van zijn vader met ijver uitgevoerd en aan de bewaring 
der regeeringsstukken van allerlei aard groote zorg gewijd. Blijkbaar 
is onder zijne opvolgers die zorg vrij wat minder geworden ; niettemin 
bleef het kasteel van Simancas het groote staatsarchief en groeide, 
ondanks eenige verliezen, de verzameling van documenten gestadig 
aan zoowel onder de Bourbonsche als onder de Habsburgsche vorsten , 
totdat in het midden der 19® eeuw een archief te Alcalé, de He- 
nares werd gesticht, en wat later het Archivo historico Na- 
cional te Madrid. 

De verliezen, waarvan ik zooeven gewaagde, zijn deels het gevolg 
geweest van de oprichting van het Archivo de Indias te Se villa, 
waaraan Simancas eene aanzienlijke hoeveelheid documenten betref- 
fende de Indien heeft moeten afstaan, deels van het Napoleontisch 
tijdvak. Op bevel van Napoleon zijn tal van liassen uit Simancas 
naar Parijs overgebracht, en wel zijn na diens val deze voor het 
grootste gedeelte teruggegeven, maar Frankrijk heeft van dien roof 
283 liassen teruggehouden, diplomatieke correspondentie bevattende 
en tractaten, gesloten tusschen Spanje en Frankrijk. 

Het kasteel van Simancas bewaart in zijne ruim 50 kamers en 
zalen een verbazenden rijkdom van historische documenten, waarvan 
wel een groot gedeelte meer uitsluitend belang heeft voor de geschie- 
denis van Spanje maar die natuurlijk toch zeer veel behelzen over 
de geschiedenis van andere landen. Dank zij vooral Gachard zijn 
de moeilijkheden, die het wetenschappelijk onderzoek hier vroeger in 



100 

den weg werden gelegd , sinds 1844 meer en meer opgeheven , zoo dat 
het thans even vrg is als elders. Reeds hebben dan ook vele ge- 
schiedvorschers uit deze rijkdommen geput, doch hun aantal zou 
misschien nog vrij wat grooter zijn geweest, indien het archief niet 
zoo ongunstig gelegen ware. Immers ligt het, zooals bekend is, op 
ongeveer 11 K.M. afstand van Valladolid aan den weg naar Sa- 
lamanca. De herberg van het plaatsje is niQt geschikt voor een 
verblijf , ook al stelt men geene hooge eischen ; en wanneer men het on- 
gerief van dit logies niet durft of kan trotseeren, blijft er niets 
anJers over dan zijn intrek te nemen te Valladolid en dagelijks 
per rijtuig den weg, die een uur rijdens lang is, af te leggen; en 
natuurlijk heeft ook dit zijne bezwaren. 

Meer echter dan door deze omstandigheid wordt het bereiken van 
een doel als het mijne — in korten tijd een overzicht te verkrijgen 
van hetgeen het archief belangrijks voor de geschiedenis van Neder- 
land bevat — bemoeilijkt door een ander bezwaar: den toestand der 
inventarissen. En ofschoon de Directeur don Julian Paz mij met 
de grootste heuschheid ontving en ik ook de voorkomendheid der 
andere ambtenaren met dankbaarheid gedenk, kon hunne dienstvaar- 
digheid dit bezwaar noch ophefiPen noch verminderen, daar zij mij 
geene andere aanwijzingen vermochten te geven dan de inventarissen 
zelve. 

De meer dan 79.000 liassen, die het kasteel van Simancas bergt, 
zijn onder negen groote groepen te brengen, of onder tien, indien 
men met den vroegeren archivaris Francisco Diaz Sanchez *) de 
marinezaken der 18® eeuw tot eene afzonderlijke afdeeling wil maken. 
Het zijn: Casa Real, Gdmara de Gastilla, Consejo Becu de Gastilla, 
EstadOj Gracia y Justiduy Guerra y Marina, Hacienda (financiën), 
Inquisición, Secretarias provinciales. 

Voor deze verschillende afdeelingen , doorgaans ook voor onder- 
afdeelingen, bestaan inventarissen, die echter in den regel zeer sum- 
mier zijn, daar zij meestal slechts de nummers der liassen vermelden 
met de jaren waarover deze loopen , zonder eenige aanwijzing te geven 
aangaande den inhoud ; van vier afdeelingen , Estado , Guerra y Marina , 
Hacienda en Secretarias provinciales heb ik zelf inventarissen gezien 
en het bovengezegde kunnen constateeren ; van een geleerde, die in 
de afdeelingen Gracia y Jiisticia en Inquisición werkte, vernam ik dat 
het daar niet anders was gesteld, en de Directeur deelde mij mede, 
dat de inventarissen der overige afdeelingen niet uitvoeriger waren. 

Alleen de inventarissen der groepen Estado en Secretarias provinciales 
geven documenten aan, die op de Nederlanden (hetzij op Flandes, 
hetzij op Flandes y Holanda, hetzij op Holanda) betrekking 
hebben: hierop was ik natuurlijk aangewezen. Niettemin heb ik mij 
even bezighouden , zij het dan ook zonder resultaten , met de afdeeling 
Guerra y Marina; over mijne bevindingen dienaangaande eerst een 
enkel woord. 



^) In diens: Guia de la villa y Archivo de Simancas. Madrid 1885. 



101 

Voor deze groep bestaan drie inventarissen: 1® de inventaris der 
Secretaria de Guerra y Marina antigua , 2® die der Secretaria de Guerra 
moderna, 3® die der Secretaria de Marina moderna. De inventaris der 
Secretaria de Guerra y Marina antigua onderscheidt vier afdeelingen, 
getiteld: Mar y Tierra (1324 liassen over de jaren 1386—1639), Parte 
de Tierra (1812 liassen over de jaren 1628—1706), Parte de Mar 

1779 liassen over de jaren 1600 — 1699); de vierde eindelijk draagt 
laar naam niet naar een zakelijk maar naar een vormelijk kenmerk 
en heet Libros, omdat de stukken die zg bevat niet in liassen maar 
in banden (436) vereenigd zijn ; de documenten betreffen zoowel guerra 
als marina. Voor elk dier afdeelingen geeft de inventaris niets anders 
als de nummers der liassen en het jaar waarop deze betrekking hebben. 
Dat dwingt tot een wanhopig zoeken. Veronderstel dat men naspo- 
ringen wil doen over den slag bij Gibraltar, dan wijst alleen de 
eerste afdeeling, Mar y Tierra, op het jaar 1607 reeds 18 liassen 
aan; men wil inlichtingen zoeken over den slag bij Duins, en 
diezelfde afdeeling vertroost u met 45 liassen op het jaar 1639. Ik heb 
eenige dier liassen vluchtig doorgezien, zij bevatten allerlei: benoe- 
mingen by leger en vloot, instructies, bevelen, consulten enz.; ik 
heb het er spoedig bij gelaten. 

De inventarissen der Secretaria de Guerra moderna (7.930 liassen) 
en der Secretaria de Marina moderna (824 liassen) geven vrij wat 
meerdere aanwijzing, daar hier de liassen naar haren inhoud onder 
verschillende talrijke hoofden zijn gebracht. De documenten loopen in 
hoofdzaak over de 18® en het eerste kwart der 19® eeuw, zij zijn er 
echter ook van vroegere jaren. Onder de Secretaria de Guerra behooren 
ook de militaire aangelegenheden der overzeesche gewesten ; misschien 
dat bij nauwkeurig nagaan der liassen hierin enkele gegevens voor 
onze koloniale geschiedenis gevonden zouden kunnen worden, doch 
de inventaris geeft dienaangaande geen licht. Onder de hoofden der 
Secretaria de Marina (zooals Officiales de Marina, Capitanes dePuerto, 
Ingenieros de Marina enz. enz.) trof ik er één aan , waarvan ik meende 
mrj iets te kunnen beloven; het heet: Negociado de Navegacion de 
particulares (32 liassen over de jaren 1718—1783). Ik heb hiervan 
gezien een reusachtige lias, n®. 493, over de jaren 1718 — 1735. Zij 
bleek te bevatten berichten over aankomst van Spaansche zoowel als 
van vreemde sohepen in havens van Spanje ; natuurlijk zou men hieraan 
gegevens kunnen ontleenen voor de vaart van Nederlandsche schepen 
op Spanje in de 18® eeuw, maar ik vermoed dat de resultaten van 
een onderzoek der 32 liassen, welke dit hoofd vermeldt, volstrekt in 
geen verhouding zouden staan tot de vereischte moeite. 

Ik kom tot de afdeeling Estado, 

Er bestaan voor deze afdeeling twee inventarissen, onderscheiden 
als antiguo, voor de documenten ouder dan de 18® eeuw, en moderno 
voor de papieren van de 18® eeuw. 

De inventario antiguo is vervaardigd door Tomas Gonzalez, die 
na den Napoleontischen tijd belast werd met het herstellen der orde 
in de papieren, welke door de Fransche bezetting van het kasteel 
deerlijk mishandeld waren. De arbeid, door Tomas Gonzalez vol- 



102 

bracht , was slechts als een voorloopige , voorbereidende arbeid bedoeld. 
Toen hg zyn werk begon, waren de Papeles de Estado der 18® eeaw 
nog niet te Simancas; hij heeft nu de aanwezige documenten, die 
dus liepen tot het eiïid der 17® eeuw , gesplitst in vier serieën ; naar 
het schijnt berust die splitsing louter en alleen op de verschillende 
tijden waarin die papieren ten archieve gekomen zijn, en heeft hij 
reeds bestaande indeelingen gevolgd. Daar hij een andere groep papieren, 
die van het Patronato real, in denzelfden inventaris heeft opgenomen 
als eerste serie, zijn de eigenlijke Papeles de Estado gescheiden als 
2«, 3®, 4® en 5® serie, echter met doorloopende nummering. In die 
serieën bestaat eene onderverdeeling naar de landen , waarop de docu- 
menten betrekking hebben; onder de hoofden der verschillende landen 
is dan doorgaans nog weer eene scheiding gemaakt tusschen stukken 
over staatsaangelegenheden en stukken, belangen van particulieren 
betreffende (negocios de partes). Bij de onderscheiden landen worden 
de nummers der liassen vermeld met de jaren waarover deze loopen. 

De bedoeling van don Tomas was dat op deze voorloopige inven- 
tarisatie zou volgen eene uitvoerige inventarisatie voor elk der landen 
afzonderlijk. Hijzelf heeft met dien arbeid ook een aanvang gemaakt, 
doch hij heeft dien slechts verricht, en ook nog niet zeer uitvoerig, 
voor Castilië, Portugal, Rome en Engeland; voor de rest, 
dus ook voor de Nederlanden, moet de onderzoeker zich behelpen 
met den voorbereidenden , summieren inventaris , want wat donTomas 
heeft laten steken , is sedert door geen ander opgevat en voortgezet. 
Dientengevolge zijn er voor de afdeeling Estado nog dezelfde inven- 
tarissen als die Gachard er in 1843 aantrof en waarover hij uitvoerige 
mededeelingen heeft gedaan in de Notice historique et déscriptive des 
Archives royales de Simancas, gedrukt in t. I der Gorrespondance de 
Philippe II sur les affaires des Pays-Bas. Hoewel ik dus over deze 
zaak geen nieuws vertellen kan en voor bizonderheden naar Gachard 
verwijs, meen ik toch hier een denkbeeld te moeten geven van de 
inventarisatie der papieren, de Nederlanden betreffende. 

Van de vier serieën der Papeles de Estado heef t serie III uitsluitend 
op de Italiaansche landen betrekking , zoodat deze buiten beschouwing 
blgft; serie II (de eerste dus der eigenlijke Papeles de Estado) is ge- 
titeld: Secretaria de Estado, Gorrespondencia ; *) serie IV Secretaria de 
Estado del Nm'te y de Esparia; ^) serie V Secretaria de Estado de 
Italia, del Norte y de Espafia, ') 

Papeles de Estado, 

Série 2». 

FLANDES. 

Gorrespondencia de Flandes. 

Un legajo 496 (215) Aüos 1506—1539, 1540 

497 ) .^.g^ . 1540 

498 S ^^^ 1540 

1) 1854 liassen, over de jaren 1285—1624. 

«) 971 liassen; 1579—1678. 

») 1199 liassen; in hoofdzaak 1678—1699. 



103 

499 ) ,01 7^ 1541—1543 

500 ] ^^^'^ 1544 

501 ) 1545 

502 [ (218) 1545—1548 

503 ) 1549 

504 ) 1550—1552 

505 [ (219) 1553 

506 ) 1553 

enz. 

De nnmmers, tusschen haakjes geplaatst zijn nieuw; men is bezig 
de oude liassen , doorgaans bij een drietal , samen te voegen tot grootere 
liassen, waaraan een nieuw nummer gegeven wordt; echter blijven 
daarby de oude liassen gescheiden onder hun oude nummer , waarmee 
ze reeds menigmaal zijn geciteerd. Deze rij liassen loopt in den inven- 
taris op de bovengemelde wijze door tot n®. 634 (271); er volgen dan 
andere landen, op dezelfde manier behandeld, totdat de onderaf deeling 
begint, welker stukken betrekking hebben op aangelegenheden van 
bizondere personen. (Negocios de partes). Hieronder vindt men, aan- 
vangend met lias 1743 (686), Negocios de Partes de Flandes, grooten- 
deels bestaande uit minuten van consulten, beschikkingen, brieven 
memories betrefiPende de genoemde belangen; de liassen 1743 — 1854 
^686—730) loopen over de jaren 1600 — 1624, en ook omtrent den 
inhoud dezer liassen vermeldt de inventaris niets. 

Série 4». 

Secretaria de Estado del Norte y de Espana. 

FLANDES Y HOLANDA, 

a. Consultds originales de oficio. 

De nummers der liassen zijn 2023—2137 (793—842); de jaren 1600 
—1678; hierbg dient opgemerkt, dat de n»» 2023—2026 de jaren 1600 
— 1612 omvatten; met n® 2027 over 1613 worden de stukken talrgker, 
voortaan eischt ieder jaar één lias. 

b. Minutas de Gonsultas de oficio. 

De nummers der liassen zijn 2138—2215 (843—875); de jaren 1607 
—1678; echter bevat n» 2138 de jaren 1607, 1608, 1609, 1620, 1621; 
van 1622 af loopen de jaren geregeld door. 

c. Minutas de Despachos para Flandes, 

De nummers der liassen zijn 2216— 2287 (875— 900) ; de jaren 1579— 
1678. 

d. Cartas de Flandes. 

De nummers der liassen zijn 2288—2322 (900—915); de jaren 1598 



104 

—1602, 1606—1629; n» 2288 bevat de jaren 1598—1602, n» 2289 de 
jaren 1606, 1607; eerst met het jaar 1608 worden de brieven talrijk. 
Nadat de liassen betreffende andere landen naar dezelfde verdeeling 
zyn opgesomd, begint met n® 2842 (1019) een hoofd, getiteld: 

Negocios extraordinarios de la parte del Norte, 

Deze groep wordt gevormd door bundels papieren, die op eene 
bepaalde zaak betrekking hebben; het onderwerp wordt in aen in- 
ventaris met enkele woorden aangegeven. 

De nummers der liassen zijn: 2842 — 2993, de jaren 1511 — 1667; 
hieronder komen ook liassen betreffende de Nederlanden voor. 



Série 5*. 
Secretaria de Estado de Italia, del Norte y de Espaüa. 

H O L A N D A. 

a. Consultas, Decretos, Notas Ministeriales y otros papeles de la 

negociacion de Holanda. 

De nummers der liassen zijn 3980—3996 (1553—1559»); de jaren 
-1639—1699, doch n^ 3980 omvat de jaren 1639—1678, zoodat de 
verzameling eigenlijk loopt over de jaren 1679 — 1699. 

b. Negocios notables. 

Hierbij worden met enkele woorden de onderwerpen, waarop de 
liassen betrekking hebben, aangegeven. De nummers der liassen zrjn 
3997—4006 (1560—1561); de jaren 1676—1692; er hebben toe behoord 
de nummers 4007 — 4009 doch deze ontbreken. 

e. Minuta^s de despachos para Holanda. 

De nummers der liassen zijn 4010—4019 (1561 — 1564); de jaren 
1661—1699. 

De andere landen komen met dezelfde verdeeling voor, hieronder 
ook F la n des, waarvan de liassen en de jaren voor de 

Consultas, Decretos enz. zijn 3860—3894 (1477—1502). 1632—1699. 

Negocios notables 3895—3906 (1503—1510). 1679—1699. 

Minutas de despachos 3907—3917 (1511—1515). 1632—1678. 

(Wat hier en bij de Consultas, Decretos enz. over de jaren 1632 — 1678 
aanwezig is, is van zeer weinig beteekenis. 



1) Bij de samenvoeging jvan oude liassen tot een grooter nummer gaat 
men soms vreemd te werk. Zoo bevat het nieuwe nummer 15Ö3 de oude 
nummers 3978—3981 ; van deze hebben 3978 en 3979 betrekking op Engeland , 
de beide andere op onze Bepubliek. 



105 

Eindelijk is er nog een hoofd met den zonderlingen titel: Indif e- 
rente de Espana y Nor te, ook op dezelfde wijze gesplitst: 
Consultas, decretos enz. n»» 4126—4149 (1617—1630). 1609-1699. . 

(Over de jaren 1609 — 1659 zeer weinig). 
Negocios notables n«« 4150—4186 (1631—1639). 1652—1700. 

Mimdas de despachos n»« 4187—4190 (1640—1642). 1678—1699. 

De inventario moderno is vervaardigd door don Tomas* broeder, 
Manuel Gonzalez. In 1826 werden naar Simancas gezonden 
een groot aantal documenten der Secretaria de Estado van de 
18® eeuw. Het zijn de correspondenties der Spaansche gezanten aan 
de vreemde hoven en op de groote Europeesche congressen, en een 
aantal stukken, door de vreemde gezanten te Madrid bij de Spaansche 
regeering ingediend. Zij zijn in 't ruwe geïnventariseerd en vormen 
3832 liassen. Doorgaans wordt de naam der gezanten van wie de 
correspondentie afkomstig is vermeld, evenals de jaren waarover zij 
loopt. Het aantal liassen betreffende onze Republiek bedraagt 219 en 
gaat over de jaren 1712 — 1795. 

Na de kennismaking met deze liassen rees voor mij de vraag wat 
ik zou aanvangen. Al dadelijk was een tijdvak, en wel het belang- 
wekkendste, voor mij uitgesloten: het materiaal over de jaren 1558 — 
1598 is door Ga c hard maanden en maanden lang onderzocht, en 
weliswaar is slechts een gedeelte der vruchten van dien arbeid ge- 

Ïmbliceerd , doch de copieën, te Simancas voor Gachard gemaakt, 
iggen te Brussel in het Rijksarchief en zijn gemakkelijk te 
raadplegen. Natuurlijk zou het mijnerzijds dwaasheid zijn geweest in 
dagen eene nalezing te gaan houden op een veld, waarop Gachard 
maanden gewerkt heeft. 

De 18® eeuw, die voor de betrekkingen der Republiek met 
Spanje minder belangrijk geweest is dan de 16® en 17®, meende ik 
voorshands ook op den achtergrond te kunnen laten , en zoo bleef er 
te kiezen tusschen de jaren vóór 1558 of een aantal jaren uit de 
17® eeuw, waarvoor dan de tweede helft of liever een gedeelte daar- 
van meer bizonder in aanmerking zou komen. Doch hierover had ik 
bij mijne -kennisneming der inventarissen juist de berichten, die van 
het meeste belang voor ons zouden zijn, de brieven der Spaansche 
gezanten in Den Haag, gemist, terwijl ik wist, dat zeer veel van 
die correspondentie te Brussel te vinden is. Zoo kwam ik dan tot 
het besluit, dat ik het best zou doen met eenigszins nauwkeurig de 
liassen over de jaren vóór 1558 na te gaan; deze immers zijn door 
Gachard óf in 't geheel niet óf slechts vluchtig geraadpleegd, en 
volgens zijn rapport , gedrukt vóór t. I der Corresp, de Philippe II y 
zou hij hieraan in 't geheel slechts vier stukken ontleend hebben^ 
Laat ik terstond bijvoegen, dat, achteraf beschouwd, die keuze niet 
gelukkig geweest is, althans voor zoover het om positieve resultaten 
te doen was. En zelfs moest ik na mijne tehuiskomst ontwaren, dat 
enkele uitvoerige stukken, die ik gedeeltelijk had gecopiëerd, toch 
reeds door Gachard waren gepubliceerd, wel niet in de Corr, 



106 

de PhiL II maar in zijn werk Retraite et Mort de Charles F; ten 
behoeve van dit werk zijn voor hem nasporin^en gedaan te Si- 
mancas, zoodat ten slotte zoo al niet door hem aan toch voor 
hem werkelijk meer dan vier stukken aan de bedoelde liassen ont- 
leend zyn. Te Simancas is op de stukken, waarvan copieën gemaakt 
z^n, veelal aangeteekend dat zij zgn geoopiëprd, mpt bijvoeging 
van den naam van hem ten wiens behoeve dit geschied is. Dit is 
een goede maatregel, doch ongelukkig is die niet nauwkeurig vol- 
gehouden, en nu kan hij licht misleidend worden in zooverre, dat hij 
den onderzoeker in den waan kan brengen dat een stuk, waarop 
^Ik eene aanteekening ontbreekt, nog niet gecopiëerd is. De docu- 
menten , waarvan ik zooeven melding maakte , misten de aanteekening , 
en ook nog in een enkel ander geval heb ik ervaren, dat aan dien 
maatregel niet de hand is gehouden. 

En thans mijne bevindingen. Ik heb dus onderzocht Série ^, Cor- 
respandencia de Flandes, liassen 496— 518(215— 223), jaren 1506— 1558. 
n®. 496 (jaren 1506 — 1539, 1540). Zeer weinig uit de eerste jaren. In 
deze lias is zoo goed als niets over de Nederlanden; zij bevat 
verschillende brieven van Karel V aan zijne gemalin, waarin 
hij verslag geeft van den gang zyner zaken, meest het Duits ch e 
rijk betrefiPende; er zijn brieven van talrijke andere correspon- 
denten over de aangelegenheden van Italië, van Spanje, 
van Frankrijk, maar de zaken der Nederlanden komen er 
niet in ter sprake. De betiteling: Correspondencia de Flandes is 
in zooverre juist, dat de overgroote meerderheid der stukken uit 
de Nederlanden verzonden is, hoewel er ook onder zijn, die 
van elders, b.v. van Innsprück, gedagteekend zijn; doch ge- 
rekend naar de materie, die in de documenten behandeld wordt, 
is zij misleidend. De stukken liggen niet in chronologische volg- 
orde; de jaren zoowel als de maanden der verschillende jaren 
loopen dooreen. Het zijn origineelen, minuten en copieën; vry 
wat is gecijferd doch veelal is de ontcijfering er bij aanwezig. 
Zooals blijkt uit de aanteekeningen op den rug der stukken is uit 
deze lias heel wat gecopiëerd, vooral voor Bergenroth's uitgave 
der Calendar of letters, despatches and statcpapers, relating to the 
negotiations hetween England and Spain, ook het een en ander voor 
de uitgevers der Coleccion de documentos inéditos para la historia 
de Espafia, een enkel stuk voor Gachard enz. 

Bij de volgende liassen heb ik dezelfde ervaringen opgedaan, 
die ik niet telkens zal herhalen; hier en daar heb ik iets kunnen 
aanteekenen, en hoewel dit van weinig beteekenis is, doe ik er 
hieronder toch maar mededeeling van. 
n". 498 (jaar 1540). Idiaquez aan Francisco de los Covos. 
Brugge, 4 Juli 1540, De Keizer is gezond; hij is naar Brugge 
gekomen om de vergadering der Staten van Vlaanderen ten 
einde te brengen; allen zijn gverig voor zijn dienst. Hij is be- 
sloten om vervolgens Zeeland en Holland te gaan bezoeken 
en alle andere staten , daar elk van deze afzonderlijk hem moeten 



107 

dienen en het bedrag door het persoonlijk bezoek aanzienlijk stijgt. 
Maar de lasten zijn zeer zwaar. 

Kar el V aan den Kardinaal van T o led o. Utrecht 18 Aug 
1540. Hij is ongesteld geweest en daardoor in Den Haag opge- 
houden , maar op Dinsdag , 10 Aug. , is hij toch naar Leiden 
kunnen vertrekken; den volgenden dag is hij naar Haarlem 
gegaan, waar hij den Donderdag heeft doorgebracht, en Vrijdag 
naar Amsterdam; dit zijn steden van belang in Holland. 
Zaterdag is hij te Utrecht aangekomen en met alle blijken van 
liefde ontvangen. Omdat dit eene stad is van zoo groot 
gewicht voor al deze staten en vooral voor Holland, boven- 
dien om het kasteel te zien dat hier gebouwd wordt en om orde 
te stellen op het goed bestuur der stad en der andere van haar 
afhangende steden, heeft hij zich te Utrecht vier dagen opge- 
houden. Morgen gaat hij vertrekken. 

Karel V aan San Vincente (zijn gezant in Frankrijk). 
Brussel ^ 7 Sept 1540, Bezorgdheid ten aanzien van den hertog 
van Gelre; plannen van deze op een Fransch huwelijk en op 
een defensief verbond met de hertogen van Saksen en den land- 
graaf van Hessen. 

Idiaquez aan Francisco de los Covos. Brussel, 17 Sept. 
1540. Gelderland moet voor het oogenblik met rust worden 
gelaten, daar de omstandigheden niet gunstig zijn. 

Dezelfde aan denzelfde. Yper-m, 12 Nov/1540. De Keizer 
heeft verschillende maatregelen genomen om het indringen der 
ketterij in deze landen tegen te gaan en om hun een goed bestuur 
te verzekeren. De gouverneur van Art o is heeft bovendien het 
gouvernement van Vlaanderen verkregen; aan den prins van 
Oranje is het bestuur over Holland opgedragen; in plaats van 
Hoogstraten is Praet benoemd tot chef der financiën. 

n**. 499. (jaren 1541 — 1543). Hierin weinig over 1541 en 1542 , daaren- 
tegen zeer veel over den oorlog van 1543 ; verschillende berichten 
over de verovering van Gelre; hieronder een verslag van den 
Keizer aan zijn zoon, deels in cijfer doch met de ontcijfering 
er bij; het is gecopiëerd voor Gachard. Verder vele rekeningen. 
Over maatregelen om de troepen van voedsel en krijgsbehoeften 
te voorzien. 

n«. 500 (iaar 1544). Als boven. 

n®. 501 (jaar 1545). Talrijke brieven over de algemeene Europeesche 
verhoudingen; over onderhandelingen tusschen Engeland en 
Frankrijk; over de aangelegenheden van Italië, van Spanje, 
en ook vrij wat over de zaken van het Duits che Rijk, net 
protestantisme, het gevaar dat hiermee de Nederlan den besmet 
zullen worden; enz. 

n®. 502 (jaren 1545 — 1548). In de briefwisseling van Karel V en 
vooral in die van Philips (met het bewind in Spanje belast) 
met de landvoogdes Maria van Hongarije komen, naast be- 
schouwingen over de staatkundige verhoudingen, in toenemende 
mate onderwerpen aan de orde, die ook in de documenten der 



108 

volgende liassen eene groote pla^its beslaan: vooral sedert 1546^ 
in verband ook met de Duitsche zaken,, wordt KarePs behoefte 
aan geld hoe langer hoe grooter ; en het overleg over het aangaan 
van leeningen en het betalen van wissels vult talrijke brieven. 

In een orief van 19 OcL 1548 schrijft Kar el aan Philips, 
onder veel anders , ook over de beden , die hij van de Nederland- 
sche gewesten heeft gevraagd in overleg met zijne raadslieden. Hij 
had han , met het oog vooral op de kosten van den laatsten krijgs- 
tocht die hun zoo zeer ten bate gekomen is, veel meer kunnen 
vragen, doch hij heeft dat niet willen doen ten einde den staten 
gelegenheid te laten Philips des te beter te dienen voor een ander 
doel. In eenige voorwaarden is hij den Staten ter wille geweest , en 
deze en andere maatregelen zijn genomen om Philips bij zijne aan- 
staande overkomst zoo gunstig mogelijk te stellen ten aanzien zijner 
toekomstige onderdanen. (Haviendo venido aqui se ha mirado y plati- 
cado en la convocacion de los estados destas tierras y lo que se 
les devia proponer. Y aunque parecio que en sustancia se les 
diese a entender. demas de lo ordinario que para el entreteni- 
miento destos estados es menester, mas grandes necessidades que 
se han seguido de las jomadas y enpresas passadas que havemos 
hecho, y especialmente desta ultima que ha sido en tan gran 
beneficie suyo , y las debdas que nos quedan por cumplir , que han 
resul tado dello , por que es justo que hagan con vos alguna buen 
demostracion , nos havemos resuelto en que no se les hable sino 
en el dicho servicio ordinario por que mas libremente puedan 
servir os por otro termino, tocandoles todavia lo de la ayuda de 
casamiento de la princesa vuestra hermana, y a lo uno y a lo 
otro han mostrado toda buena voluntad, comoquiera que han 
dado a entender, y persisten en que toda la suma y el nombre 
della se enderece a vos por que se conosca mas cumplidamente 
el aficion con que lo hazen, y por dar les este contentamiento 
havemos pasado por ello , y segun lo que se puede collegir tienen 
intencion, que lo que hovieren de hazer sea para cobrarse con 
brevedad; y ha parecido que vaya por esta orden y que no se 
haga instancia en los estados por escusar que no se juzgue que 
venis con este proposito ny entreys aca con tal titulo; y se les 
hara la propusicion en todo este mes para que se acaben de 
concluyr antes de vuestra llegada como se hara. Ha nos parescido 
avisaros de lo que en esto pasa como es razon para que desde 
agora tengays entendido el fin y proposito que en esto se ha 
tenido y tiene). 

n® 503 Haar 1549). Vooral over Italiaansche zaken. 

n^ 504 (jaren 1550 — 1552). Naast brieven over Spaansche aange- 
legenneden, avisos over de zaken van Italië en den nieuwen 
krijg, in deze lias vooral weer brieven over moeilijkheden voor 
de algemeene regeering om de financiëele verplichtingen na te 
komen en in de middelen voor den oorlog te voorzien. 

Naar aanleiding van den oorlog komt in de brieven van Maria 
van Hongarije aan Philips ook de vraag ter sprake, hoe de 



109 

kosten te vinden, die gemaakt moeten worden voor de beveiliging 
van den handel der Neder landsche gewesten tegen Ft ank- 
rijk. Maria wil dat de handel zelf die kosten draagt en zendt 
Scepperus naar Antwerpen om met de kooplieden dier stad te 
onderhandelen. In een lang schrijven van Scepperus aan de lan d- 
voogdes van 13 SepL 1551 (Spaansche vertaling) geeft hg uitvoerig 
verslag van zijne vruchtelooze besprekingen; hieruit blijkt o.a. 
dat de assurantiep remie , in tijd van vrede door de reeders be- 
taald, bedroeg voor schepen naar Biscaya 4 pCt., Lissabon 
5 pCt., Cal ais 6 pCt., Frankrijk (welk deel, wordt niet aan- 
gegeven) 3 pCt., Bordeaux 4 pCt., Londen 2 pCt.; in tijd 
van oorlog naar Biscaya 8 pCt. , Rouen 5 pCt. , JBordeaux 
7 pCt. , Londen 3 pCt. De zaak eindigt er mee, dat Maria ter 
bestrijding der kosten van het convooi naar Spanje 2 pCt. 
der waarde heft van alle artikels die naar Spanje gaan en van 
Spanje komen. Berichten van Metz. 
Tl® 505 (jaar 1553). Heeft nagenoeg geheel betrekking op Italië» 
11^506 (jaar 1553). Berichten over Italië, Spanje, Engeland, 
het Duitsche rijk; talrijke berichten uit het kamp van Metz * ); 
brieven van Karel, Philips (meest minuten) en Maria over 
geldzaken, doch ook de overkomst van Philips naar de Ne- 
derlanden komt ter sprake. Blijkens verschillende berichten 
(Latijn) van Cornelis Baersdorp, Karels lijfarts, aan Philips 
uit het voorjaar van 1553, liet Karels gezondheid veel te wen- 
schen over, maar hij begeerde de komst van zijn zoon ook om 
andere redenen , zooals bewezen wordt door een zeer uitvoerigen brief 
van Karel aan Philips van ^ April 1553, Die brief is, gelijk mij 
later gebleken is, geheel afgedrukt bij Gachard, Retraite et 
Mort de Charles Quint, I, Introduction , p. 154; daarheen dus 
verwijzend, stip ik hier alleen aan, dat Karel in overleg met 
Maria de overkomst van Philips uit verschillende overwegingen 
dringend noodzakelijk acht. Voor eene behoorlijke krijgvoering 
is noodig een hoofd, dat persoonlijk kan tegenwoordig zijn en 
waaraan allen willen gehoorzamen; ten tweede is het noodig dat 
Philips aan de wereld toone, wie hij is; ten derde is het hoogst 
gewenscht, dat de ingezetenen der Nederlandsche gewesten hem 
beter leeren kennen dan hun tot nu toe mogelijk is geweest en 
dat hij hun liefde winne; maar bovenal is het noodzakelijk, dat 
dezen gewesten, ten zwaarste gedrukt door de hooge financiëele 
eischen welke aan hen gesteld zijn, eenige verlichting verschaft 
worde ; de inwoners worden wanhopig en hier en daar hoort men 
reeds mompelen, dat het beter is zich maar terstond aan den 
Franschen Koning over te geven dan een hopeloozen strijd, die 
hen ruineert, vol te houden. 

Uit April 1553 brieven van Egmont, van Renti, van Ar- 
schot, van Bergen, aan Philips om hem van hun trouw 



^) Vgl. Journal du siège de Metz, éd. par M. Chabert (1866). In de An- 
jiexen stukken, aan Simancas ontleend. 



110 

te verzekeren en hunne blgdschap over z^'ne aanstaande komst 
te betuigen. In zyn brief van IS April schr^'ft Bereden aan 
Philips ook, dat Karel p*oote sommen gevraagd heeft aan de 
staten en dat deze die zonder bezwaar hebben toegestaan. 

n® 507 (jaar 1554). Velerlei berichten over Italië en Spanje. Over 
onderhandeling betreffende eene wapen schorsing door bemiddeling 
van Engeland. Nijpende verlegenheid om geld. Een paar berichten 
van Baersdorp van 29 Jan. en 12 Maart over Karel 's ge- 
zondheid zijn afgedrukt bij Qachard, 1. c. , p. 34. 

n® ö08. (jaar 1554).- Veel over Engeland en het huwelijk van 
Philips. Over vrede of wapenschorsing. Een paar brieven van 
Karel aan Philips over diens komst van J38 Juni en J2 Aug. 
zijn afgedrukt bij Gachard, l. c, p. 165, 168; eene desbetref- 
fende instructie voor Floris de Montmorency, ibid. p. 56, noot. 

n® 509. (jaar 1555). Eenige berichten over den nijpenden geldnood te 
Brussel; zie Gachard, 1. c. , p. 61 sqq. 

n® 510 (jaar 1555). Bijna deze geheele lias handelt over de groote 
verlegenheid om geld, over middelen om er in te voorzien, over 
de hooge winsten der geldschieters en wisselaars. 

n® 511 (jaren 1555, 1556). Als boven. Uit het eind van 1555 kennis- 
gevingen aan verschillende personen door Karel dat hij de 
regeering heeft neergelegd, door Philips dat hij haar aanvaard 
heeft. 

n® 512 (jaar 1556). Over geldzaken als boven. Over den oorlog met 
Frankrijk. Aanstelling van Simon Renard tot raadsheer in 
den Raad van State, op een traktement van 1600 fl. 25 Febr. 
1556 (Copie. Fransch). 

n® 513 (jaar 1556) Eenige brieven van Al va over onderhandelingen 
met den Paus. Talrijke brieven van Philips aan zijne zuster, 
regentes in Spanje, over Spaansche aangelegenheden. Ver- 
schillende stukken over de reis van Karel naar Spanje. Kosten 
van de reis voor zijn gevolg. Brieven van hem aan zijne familie- 
leden. 

n« 514 (jaar 1557). Talrijke brieven van Philips aan zijne zuster, 
regentes in Spanje, over de breuk met Frankrijk en den 
Paus; over zijne financiëele verlegenheid; pretensies van allerlei 
militairen en particulieren; legerlijsten, lijsten van betalingen enz. 

n® 515 (jaar 1557). Als boven. In een brief van 23 Dec. 1557 schrijfib 
Philips aan z ij n e zuster o. a. ook over zijne onderhandelingen 
met de staten over zijne beden; de staten hebben voorwaarden 
gesteld, waarin wel eenige moeilijkheden schijnen te zijn; of hij 
die voorwaarden kan aannemen, is nog in overweging (. . . y lo 
que agora ay de dezir es : Que los destos Estados han ti actado y 
platicado en como nos han de servir, y han respondido que lo 
haran en cierta manera, sobre que se queda haziendo la quenta 
para mirar si es cossa que conviene y lo devo de acceptar o no , 
de que con este no se os puede embiar mas particular relacion. 
por no estar acabado de hazer y haver algunos punctos en que 
paresce que ay difficultades , y aun esto no es la ultima resolucion 



111 

por que lo han de tornar a comunicar con los pueblos etc.). 
n®. 516 (jaar 1558). Hierin verschillende briBvén van' Fhiibips aan 
zijne zuster; de schromelijke geldverlegenheid , waarin hij ver- 
keert, komt hierin telkens terug. (15 Jan,, 29 April — 1 Mei). In 
een zeer uitvoerig schrijven van 6 Sept doet hij o.a. mededeeling 
van den slag bij G r e v e 1 i n g e n : een gedeelte .. waarin hij spreekt 
over de noodzaüelijkheid van een krachtig bestuur in de Neder- 
landen, is gecopiëerd voor Gachard. 

Eenige artikels uit het antwoord, dat de Staten, te Brussel 
samengeroepen , gegeven hebben. Brussel 1558. (Para ymbiar a 
Ëspana). 
n®. 517. (jaar 1558). Hierin vrij wat duplicaten van stukken, die ook 
in n®. 516 voorkomen. Van een uitvoerigen brief van 4 Dec, 1558 
van Philips aan zijne zuster over den oorlog met Frank- 
rijk, de onderhandelingen over vrede , de financiëele moeilijkheden, 
is het begin voor Gachard gecopiëerd. ^) In het volgende ge- 
deelte stelt Philips in het licht, hoe het zijn uiterst gebrek aan 
geld is, dat hem dwingt vrede te sluiten; en van deze landen 
getuigt hij , dat zij uitermate gedrukt zijn door de vele hulp en 
dienst , die zij verleend hebben (. . . y d los estados de aqui doy 
toda la prissa que puedo para que concluyan ; y estan tan gastados 
y necessitados por lo mucho que han servido y ayudado durante 
tan larga guerra por diferentes caminos que cierto tienen mucho 
trabajo). 
Met lias 518 (jaren 1558 en vooral 1559) worden de copieën voor 
Gachard zeer talrijk; ik ben hier opgehouden. 

Eene zeer schrale uitkomst van een vrij wat tijd eischenden arbeid. 
Doch een negatieve uitkomst heeft ook waarde. En al heb ik niet ieder 
stuk uit deze liassen nauwkeurig gelezen omdat dit te veel tijd gevergd 
zou hebben, en al is het dus best mogelijk, dat mij het een of ander 
is ontgaan , toch geloof ik wel te kunnen verzekeren , dat buiten het- 
geen voor Gachard is gecopiëerd en het luttele dat ik heb aan- 
gestipt, de liassen 496 — 518 zeer weinig van gewicht voor onze 
geöchiedenis bevatten. Voor een verzameling van documenten over de 
betrekkingen der Brusselsche regeering met de Noordelijke gewesten — 
een der desiderata der Commissie van Advies voor ^s Rijks geschied- 
kundige publicatiën (Overzicht, p. 13) — zal hier weinig of* niets te 
oogsten zijn. 

Bij mijn verderen arbeid te Simancas heb ik mij vooral ten doel 
gesteld om den aard der papieren van verschillende serieën vast te 
stellen, waarbij ik van zelf ook een antwoord zou vinden op de vraag , 
die ik mij na de eerste kennismaking met de inventarissen reeds had 
gesteld, waar toch de correspondentie uit Brussel sedert 1629 en 



ï) Gachard, Retraite et Mort de Charles Quint , I, p. 449. Gachard meent, 
dat de copiïst zich in den datum van den brief vergist moet hebben, maar 
het stuk draagt werkelijk den datum van 4 Dec. 



112 

die uit Den Haag sedert 1648 mocht zijlij daar ik, afgezien van de 

18® eeuw, dienaangaande niets bad aangetroffen. 

Ik ben eerst nog gebleven bij série 2», FlandeSy om te zien wat 
de liassen over de jaren na 1598 in hoofdzaak boden. 

n®. 616 (jaar 1599). In den aanvang treedt de briefwisseling van 
Andreas van Oostenrijk op den voorgrond; zij handelt vooral 
over den minder ganstigen toestand van het leger , de ontevreden- 
heid en muitzucht der troepen tengevolge der schaarschte van 
geld; over de krijgsbedrijven (inneming van Crevecoeur, bele- 
gering van Bommel); ovor de kansen om met Engeland tot 
vrede te komen. Daarna begint de correspondentie van Alber- 
tus, eerst tijdens zijne reis naar de Nederlanden, sedert September 
uit Brussel; over ilen staat van zaken in de gehoorzame gewesten 
en vooral over de verhouding met Engeland; talrijke berichten 
uit Engeland worden door hem overgezonden. Over diezelfde 
aangelegenheden loopen ook de brieven van Balt. de Zuniga, 
den vertegenwoordiger van den Spaanschen koning bij Albertus. 

n« 617 (jaar 1600). Brieven van Albertus, vooral over de muitzucht 
der troepen als gevolg van geldgebrek. Een kort relaas van een 
ongenoemde, niet van Albertus, over den slag bij Nieuwpoort 
en de voorafgaande krijgsbewegingen. Verhouding met Engeland; 
avisos van daar en uit de Republiek. Bij een Brief' van 30 Nov, 
1600 zendt Albertus o. a. over een bericht van katholieke in- 
woners der rebelleerende gewesten omtrent eene groote uitrusting, 
die in Holland en Zeelan d wordt gedaan om zout te gaan 
halen te Punta del Rey, en over de route die deze schepen 
zullen volgen; Albertus wijst er in zijn schrijven op, van 
hoeveel belang ter fnuiking der rebellen het zou zijn om hun het 
vervoeren van zout onmogelijk te maken. Over den financiëelen 
toestand verschillende berichten van Fernando Oarillo, door 
den Koning belast om hierover met Albertus overleg te plegen 
en tevens de wenschel ijkheid van staking der vijandelijkheden te 
bespreken. Over de verhouding met Engeland en over de 
pogingen om met dit rijk tot vrede te komen, vooral de brieven 
van Zuniga 

Zooals de bij Oachard afgedrukte oude inventaris van Hoyos 
ook verwachten deed, wordt het laatste gedeelte van deze lias 
ingenomen door minuten van consulten van den Raad van State 
te Madrid over verschillende punten uit de voorafgaande brieven 
en berichten. In de volgende liassen beslaan deze minuten gedurig 
grooter plaats. 

n® 618 (jaar 1601). Vooral berichten en brieven van Albertus 
over zijne groote verlegenheid om geld, over de muiterijen van 
het krijgsvolk en over het verderfelijke hiervan; over de krijgs- 
bewegingen der rebellen en over het beleg van Oostende; over 
Engelsche zaken. 

n® 619 (jaar 1601) Vooral brieven van Zuüiga met berichten over 
Engeland en over de Nederlanden; wat hij zegt over En- 
geland en de rebelleerende gewesten berust op van daar ontvan- 



113 

gen avisos, die hij overzendt; de avisos uit onze Republiek 
hebben vooral betrekking op de uitrusting van schepen naar 
Oost-In dië en naar West-Indië, vanwaar zout gehaald moet worden. 

n® 620 O* aar 1602) Talrijke brieven van Albertus over den krijg, 
het leger, de geldmiddelen, de administratie. Beleg van Oos- 
tende. Noodzakelijkheid om het leger te hervormen en krachtig 
te maken; hiertoe zijn meor Spaansche troepen vereischt. Over 
pensioenen voor verschillende personen, o. a. den prins van 
Oranje, den hertog van Arschot, den keurvorst en den 
coadjutor van Keulen. Komst van Ambrosius Spinola 
bij het leger. Groote behoefte aan geld. Verlies van Grave. 
Muiterij van een deel der troepen. Inval der rebellen in Luxem- 
burg door de schuld der muiters van Hoogstraten. Over 
de vraag of wapenschorsing met de rebellen niet raadzaam ware. 
Over dit punt en over de financiëele aangelegenheden ook weer 
brieven van Eern. Carillo, die bericht dat Albertus thans 
tot wapenstilstand neigt. Hierover spreken ook de brieven van 
Zuniga, die klaagt over den ellendigen staat van zaken; ook 
zendt hij weer vele avisos uit Londen over. 

n® 621 • (jaar 1602). Verschillende berichten over misbruiken in het 
financiewezen. Meerdere adviezen van Juan de Gauna over 
middelen om den handel der Hollanders en Zeeuwen te 
knakken. In de minuten der consulten van den Raad van 
State over de verschillende punten uit de brieven van 1602 komt 
ook de vraag over bestand of over voortzetting van den oorlog, 
en de wijze waarop, aan de orde. Uitvoerig wordt gedelibereerd 
over deze punten: 1® hazer un gran esfuerzo en aquella guerra; 
2® venir é. tregua o paz ; 3<* continuarlo que agora se haze ; 4® de- 
sistir de la empressa. 

n® 622 (jaar 1603). Weer vrij wat brieven van Albertus over 
allerlei van oorlog, financiën, administratie; ook over frauden, 
door de Franschen gepleegd in den handel op Spanje. Volgens 
de bevelen uit Spanje maakt hij voorshands geen werk van vrede 
of wapenschorsing. Over den dood van Elisabeth van Enge- 
land en de opvolging van Jacobus; over de zending van 
Aremberg om Jacobus te begroeten en tevens den vi'ede 
voor te bereiden ; over eene andere zending aan Jacobus, 
ten einde te beletten dat de rebellen troepen werven in Schot- 
land. Over het beleg van Oostende, waarvan de leiding aan 
Ambr. Spinola is overgegeven. Over de krijgsbedrijven bij Den 
Bosch. Avisos uit Engeland en brieven van Zuniga. Slechts 
enkele brieven van Spinola. Brieven van de Gauna. In de 
minuten der consulten van den Raad van State is aan de orde 
het nieuwe placaat op den handel, dat allen handel der rebellen 
op Spanje, allen handel in artikelen van hen afkomstig of aan 
wier vervoer zij deel hadden gehad, wil beletten. De Gauna voor- 
spelde, dat de uitwerking ruïneus zou zijn voor de rebellen. 

n® 623 (jaar 1604). Brieven van Albertus en van verschillende 
anderen, o. a. van Spinola en van Zuüiga. Zij loopen over de 

8 



114 

Engelsche aangelegenheden en natuurlijk ook over de kr^'gsge- 
beurtenissen. Klachten over gebrek aan geld en over de voort- 
durende muiterij der troepen. Verschillende rekeningen. Adviezen 
om den handel der rebellen te treffen : zij hebben „tres comercios : 
1® en Espana y Italia; 2® de la pesqueria; 3® en Oster- 
landa y villas Impériales". Minuten der consulten van den 
Eaad van State. 

n® 624 (jaren 1605, 1606). In deze lias komen nog wel vrij wat brieven 
van Albertus voor, dan nog gecijferde brieven van Zuniga 
. uit Engeland en avisos van daar, brieven van Spin o la, extracten 
uit berichten uit de Spaansche Nederlanden , doch de consulten 
van denHaadvanState nemen steeds grootere plaats in. Behalve 
over de onderhandelingen te Kam er ijk, over maatregelen voor 
den oorlog, over het al of niet wenschelijke van wapenschorsing, 
komen daarin steeds ook weer de middelen om scheepvaart en 
handel der rebellen te ruïneeren ter sprake; verschillende fraaie 
plannen worden daarbij overwogen. Het blijkt, dat ten gevolge 
van het nieuwe placaat de rebellen weliswaar op eigen naam geen 
handel op de Spaansche landen kunnen drijven, maar dat zij het 
nu doen onder den naam van Fransche, Engelsche en vooral 
Zuid-N ederlandsche kooplieden. 

n® 625 (jaren 1607, 1608). Hoofdzakelijk minuten, der consulten 
van den Raad van State naar aanleiding van brieven van 
Albertus en anderen. Over uitrustingen voor den veldtocht. 
Over de betaling der muiters van Diest. Uit de beraadslagingen 
over verhindering van den handel der rebellen blijkt het ver- 
moeden, dat sommige hunner kooplieden zich eerst in Vlaan- 
deren vestigden en dan met de daar verkregen papieren naar 
Portugal trokken. In 1608 komt herhaaldelijk ter sproke het 
toenemende misnoegen in de gehoorzame gewesten over hun ge- 
drukten toestand, terwijl zij de rebellen zoo welvarend zien. Er 
komen wel beraadslagingen voor over middelen tot het voortzetten 
van den oorlog doch over de onderhandelingen aangaande het 
Bestand nagenoeg niets. 

n° 626 (jaren 1^)9 — 1611). Bijna geheel minuten der consulten 
van den Raad van State. In Jan. 1609 behandelt hij de 
vraag van vrede of bestand en andere zaken, de gehoorzame ge- 
westen betreffende , naar aanleiding der memorie , door Albertus' 
biechtvader, fray Zuniga de Brizuela, uit diens naam over- 
gegeven; die memorie is er bij aanwezig. 

Verschillende stukken over den financiëelen toestand van Spanje 
(gedeeltelijk gecopiëerd voor de Coleccion de Doe, Inéd p. l, Hist. 
de Esp,), Vertoogen van Padre Cresuelo, o. a. over de nadeelen, 
die voor de rebellen uit het Bestand zullen voortvloeien; ook 
over de oorzaken, waardoor het goud en zilver uit Spanje ge- 
trokken wordt en over middelen om dat te voorkomen. Allerlei 
adviezen en talrijke beraadslagingen over de mogelijkheid om den 
Indischen handel der rebellen en der Engelschen te 
fnuiken. 



115 

Hiermee heb ik afscheid genomen van deze Gorrespondencia ^ die, 
zooals ik reeds heb meegedeeld, nog doorloopt tot het jaar 1620, 
doch in de volgende liassen bijna geheel uit minuten van consul- 
ten van den Raad van State bestaat. 

Ik heb mij toen gewend tot Série 4*, Gartas de Flandes, ook al 
weer niet om die in bizonderheden na te gaan, waartoe mij de tijd 
ontbrak, doch om den aard der stukkken vast te stellen; daartoe heb 
ik slechts eenige liassen doorgezien. 



• Gartas de Flandes 

n® 2288 ^) (jaren 1598 — 1602). Deze lias bevat voor het grootste ge- 
deelte brieven uit Duitschland met berichten over den gang 
van zaken aldaar. Verder brieven van Andreas van Oostenrijk, 
Albertus van Oostenrijk, Zuniga, over dezelfde materiën 
als in de Gorrespondencia over deze jaren behandeld worden; het 
zijn origineelen en duplicaten , evenals dit in de Gorrespondencia het 
geval is. Wie deze jaren wil bestudeeren, zal zoowel de Gorrespon- 
dencia als de Gartas de Flandes moeten raadplegen, want hoewel zij 
gedeeltelijk dezelfde stukken behelzen, vullen zij toch ook elkaar aan. 
Brieven over de jaren 1603 — 1605 ontbreken in de Gartas de 
Flandes en moeten dus in de Gorrespondencia gezocht worden. 

n** 2289 (jaren 1606—1607). Deze lias geeft veel meer brieven dan 
de Gorrespondencia over deze jaren, waar de consulten van den 
Raad van State zulk een groote plaats innemen. Men vindt hier 
berichten van verschillende personen , maar vooral van Albertus 
en Spinola, die ook geregeld mededeeling doen van den gang 
der besprekingen over vrede of bestand. 

no* 2290, 2291 (jaren 1608, 1609). Van deze liassen geldt hetzelfde 
als van de voorafgaande; zij bevatten veel meer brieven dan de 
liassen der Gorrespondencia over dezelfde jaren , en naast berichten 
van anderen, waaronder van Vicencio Centurion, Bena- 
vides, Neyen, den markies van Guadeleste, treden de 
brieven van Albertus en Spinola sterk op den voorgrond. De 
geheele onderhandeling over het Bestand is hier op den voet 
te volgen. In 1609 komt daarbij de Guliksche zaak aan de orde. 
Ook in de bovengenoemde liassen liggen in den regel de papieren 
door elkaar, niet in chronologische orde. Bij het vluchtig door- 
loopen dezer stukken is mijn indruk — uit den aard der zaak een 
oppervlakkige indruk — geweest , dat zij , na al hetgeen ons reeds 
over de gebeurtenissen van dezen tijd bekend is, niet bizonder 
veel belangrijks voor de geschiedenis van ons land bevatten, doch 



^) Nog een voorbeeld van zonderlinge samenvoeging: de n"" 2287, 2288 en 
2289 zijn vereenigd tot een nieuwe lias, doch n° 2287 behoort tot eene 
andere af deeling. Volgens den inventaris handelt deze lias over de onder- 
handelingen van 1643 om tot eene schikking te komen, inderdaad echter over 
allerlei pogingen in dien geest uit de jaren 1628 — 1642. 



116 

natuurlijk kan alleen een nauwgezette lectuur hieromtrent zeker- 
heid verschaffen. Wat de brieven van Spinola aangaat, hieruit 
zijn vele uittreksels en copieën gemaakt door en voor A n t. R o d r i - 
g u e z Villa, den bibliothecaris der Real Academia de la Historia 
te Madrid, van wien binnen korten tijd een uitvoerig werk over 
Spinola, gebaseerd vooral op de documenten van Simancas, 
te wachten staat. *) 

Om mij te overtuigen of deze groep, die tot 1629 doorloopt, 
voortdurend hetzelfde karakter hield en niet zooals de Gorrespondencia 
gaaideweg van aard veranderde, heb ik nog een paar liassen uit 
de latere jaren ingezien, en wel: 

2310 (jaar 1621). De inhoud dezer lias is van denzelfden aard als 
die der vroegere; het zijn brieven van Albertus, Isabella, 
Spinola, Bedmar e.a. over de gebeurtenissen en toestanden in 
de Spaansche Nederlanden; zooals begrijpelijk is bevatten 
zij veel minder over onze Republiek. Er zijn verschillende avisos 
uit Amsterdam en Den Haag, die gewoonlijk door den markies 
van Bedmar aan den Koning worden toegezonden , terwijl hij 
in zijne eigen brieven hun inhoud samenvat; zij spreken van de 
stemming in de Republiek of beter van den indruk, dien de 
berichtgevers hiervan hebben ; over de verdeeldheid op godsdienstig 
gebied, over de vrees voor hetgeen de Arminianen zouden 
kunnen ondernemen , over vervolging der Katholieken, o ver den 
slechten financiëelen toestand , over de O . I . C ., die er zeer slecht 
aan toe heet te zijn, en over de W . I . C . , waarvoor geen ambitie 
zou bestaan, ook ten gevolge van verschillende faillissementen te 
Amsterdam; dan over uitrustingen om zout te gaan halen in 
de West-Indiën, over het nederig ontzag dat de regenten aan 
M a u r i t s betoonen ; over *t geheel doen zij het voorkomen , 
alsof de Republiek er zeer bedenkelijk aan toe is; een aviso 
van 20 Dec, 1621 meent zelfs, dat een goede wacht van schepen 
in de straat van Gibraltar de vaart der rebellen op de Levant 
onmogelijk maken en daardoor hun geheelen handel ruïneeren zal. 
2319 (jaar 1627). Ook deze lias bevat stukken van denzelfden aard: 
brieven van Isabella; van den markies van Leganes, die in 
opdracht had een nauw verbond der Spaansche Nederlanden met de 
andere deelen der monarchie ter wederzijdsche verdediging voor te 
stellen ; van Spinola, die o.a. eene uitvoerige uiteenzetting geeft 
der redenen, waarom hij Grol niet heeft trachten te ontzetten ; van 
den kardinaal de la Cueva, die avisos uit Holland ontvangt. 
Hoe slecht Spanje zelf de scheepvaart onzer kooplieden kon ont- 
beren, toont o.a. een brief van Isabella aan den Koning, van 
4 Sept 1627 ; zij meldt dat een burger van Rotterdam, met name 
Jacob Janssen, haar aangeboden heeft om ten behoeve van de vloot 
des Konings een schip met scheepsmaterialen en andere zaken uit 



^) Tijdens het afdrukken van dit verslag is bedoeld weik verschenen, ge- 
titeld: Ambrosio Spinola, primer marques de os Balbasos. Ensayo 
biogrdfico por Antonio Rodriguez Villa. Madiid. 1905. 



117 

Noorwegen naar een Spaansche haven, Sevilla of San Lucar, te 
brengen, mits hem dan verlof gegeven worde artikels uit die streken 
te laden en naar Frankrijk of de Oostzeelanden te brengen; 
maar hoewel zij overtuigd is dat Z. M. ten zeerste gediend zou zijn 
met die scheepsbehoeften , die zoo zeer noodig zijn voor de uitrusting 
van 's Konings vloten , durft zij er toch geen besluit op nemen zonder 
vooraf 's Konings gevoelen te kennen. Wordt Janssen 's verzoek toe- 
gestaan , dan zullen zich waarschijnlijk meerdere liefhebbers aanmelden. 
Vrij wat van de correspondentie van Isabella in deze liassen is 
ook te vinden in het Rijksarchief te Brussd, 

Zooals reeds is opgemerkt, gaan de Cartas de Flandes niet verder 
dan 1629. Van de correspondentie uit Brussel maakt de inventaris 
verder geen melding, noch in Série 4^ noch in Série 5*. Evenmin 
vindt men daar iets aangaande de brieven der Spaansche gezanten, 
die na den vrede van Munster, te beginnen met An toni e Brun, 
in Den Haag hebben geresideerd. 

De brieven der gouverneurs-generaal te Brussel meende ik een oogen- 
blik te zullen vinden in een anderen inventaris, waarover thans een 
enkel woord ; ik bedoel den inventaris , getiteld Secretarias Provinciales. 

De Secretarias Provinciales waren afzonderlijke secretarieën voor de 
landen van de Spaansche heerschers , buiten de grenzen der eigenlijk 
Spaansche landen in Europa gelegen; het waren de Italiaansche 
landen (Napels, Sicilië, Milaan), Portugal en de Nederlanden. 
De papieren dezer secretarias zijn afzonderlijk geïnventariseerd. 

De documenten onder het hoofd Flandes zijn volgens den inventaris 
van de 17® eeuw, behalve een aantal liassen, die onder den naam 
Varios eene onderafdeeling vormen, 82 nummers tellend, waarvan de 
inventaris zeer in 't kort de onderwerpen aangeeft: Gachard heeft 
die lijst van Varios geheel afgedrukt in de Corr, de Phil, Il , 1. 1. p. 151. 
Eene andere onderafdeeling heeft tot titel: Cartas originales deGober- 
nadores de Flandes ó. S, M. y consultas de aquellos Tribunales , n®. 2522 — 
2528 , over de jaren 1627 — 1687. Ik dacht hier wellicht te vinden wat 
ik zocht , althans gedeeltelijk ; doch bij kennisneming van eenige dier 
liassen bleken zij grootendeels te bevatten stukken van Zuid-Neder- 
landsche provinciale raden en staten, consulten van den Raad van 
State te Brussel en enkele brieven van gouverneurs-generaal , uitsluitend 
over allerlei bizondere belangen van gewesten en personen handelende ; 
de brieven der gouverneurs-generaal over het algemeen bestuur be- 
helzen zij niet. 

Zooals mij bij voortgezet onderzoek gebleken is , zijn noch de brieven 
uit Brussel sedert 1629, noch die der Spaansche gezanten in Den 
Haag van 1648 — 1713 te Simancas in geordende collecties en 
eenigszins volledig aanwezig; wat zich daar van deze correspondentie 
bevindt, moet uit verschillende onderaf deelingen bijeengezocht worden. 

Ik heb m\j eerst gehouden bij Série 4» en van de groep Gonsultas 
originales de oficio eenige liassen ingezien, vooral om na te gaan of 



118 

hierin wellicht de bedoelde brieven verscholen zaten. Zij loopen over 
de jaren 1600—1678; het zgn de origineele consulten van den 
Eaad van State te Madrid. Over de jaren 1600 — 1612 (liassen 
n®*. 2023 — 2026) z\jn z\j beknopt en behelzen ook vry veel, wat met 
de Nederlanden niet te maken heeft. De stukken, waarover beraad- 
slaagd wordt, z^'n er niet bij aanwezig; zij moeten dus in de Cartas 
de Flandes en de Gorrespondencia , Série 2% gezocht worden. Bedrieg 
ik mij niet, dan behelzen deze origineele consulten niet alles wat in 
de minuten der consulten, in de Gorrespondencia Série 2» voorkomende, 
wordt aangetroffen, althans de consulten over de zending van pater 
Brizuela heb ik hierbij niet gevonden. 

Ik heb verder hier en daar een greep gedaan. 
no*2046, 2047, 2048 (jaren 1632—1634). De consulten loopen over den 
oorlog en de onderhandelingen met de rebellen, over de 
vergadering d^r Staten-Generaal te Brussel enz. naar aan- 
leiding van brieven van Isabella, Aytona, Oordoba, presi- 
dent Eoose, den kardinaal-infant en doen van den inhoud 
dier stukken vry uitvoerige mededeelingen ; een enkele maal zijn 
de stukken zelve er bij aanwezig maar in den regel ontbreken zij. 
n«»2071, 2072, 2073, 2074 (jaren 1649, 1650). De no« 2071 en 2074 
behandelen nagenoeg uitsluitend aangelegenheden , die op F r a n k- 
rijk betrekking hebben, n® 2074 de onderhandelingen te Bor- 
deaux. In n<»* 2072 en 2073 vindt men vrij wat stukken, waarover 
de Raad van State raadpleegt, hetzij origineelen, hetzij dupli- 
caten, o. a. van den gouverneur-generaal aartshertog Leopold, 
en van den gezant b^j de Republiek Ant. Brun; maar ook komen 
zeer dikwijls berichten ter sprake, waarvan noch origineel noch 
duplicaat aanwezig is. 
Uit dezelfde Série 4* heb ik daarna een lias ingezien voor de groep 
Minutas de consultas de oficio (jaren 1607 — 1678) en wel n® 2170 
(jaar 1650). Zooals de naam aanduidt, zijn het minuten der con- 
sulten van den Raad van State. Het was mij te doen om vast 
te stellen, of ook hierbij brieven en berichten gevonden worden;' en 
inderdaad , ook hier , evenals bij de origineele consulten , bevinden zich 
origineele brieven en duplicaten, o.a. van aartshertog Leopold en Brun. 
Het blijkt derhalve, dat de brieven uit Brussel en uit de Repu- 
bliek niet met zorg zijn geordend en bewaard. Voor een goed deel 
ontbreken zij geheel, anderdeels moeten zij bijeen gezocht worden 
uit de origineele consulten en de minuten der consulten van den 
Raad van State , waar zij meestal in den vorm van duplicaten worden 
aangetroffen. 

Dezelfde ervaring heb ik opgedaan in Série 5*, met de groep: 
Gonsultas, decretos, notas mimsteriales y otros papeles de Estado del 
negociado de Holanda, Ten aanzien der Republiek vormen zij eigen- 
lijk het vervolg op de Gonsultas originales de oficio van Série 4». Ook 
deze liassen (n«« 3980—3996: jaren 1639—1699) bevatten origineele 
consulten van den Raad van State, waarbij af en toe de brie- 



119 

ven, waarover de consulten handelen, in originali of als duplicaat 
aanwezig zijn. 

n® 3980 (jaren 1639—1678) behoort eigenlijk tehuis in de Consultas 
originates van Série 4»; de lias bevat een aantal door elkaar 
liggende consulten uit jaren tusschen 1639 — 1678 van weinig be- 
teekenis. Uit 1639 ^ 31 Maart een consult om vredesonderhande- 
lingen met de rebellen aan te knoopen door middel van den 
pastoor van Loon. Verder loopen de consulten van 1661 — 1678. 
Uit 1675 enkele over de komst van het Ned. eskader onder 
De Ruyter. Uit 1677 over de wenschelijkheid dat de Neder- 
landers het zout weer uit Spanje halen, wat zij in de laatste 
jaren veel minder doen dan vroeger. 

Met n^ 3981 worden de consulten uitvoeriger, en zij loopen 
geregeld door tot 1699. Ik heb eenige liassen doorgezien; enkele 
punten, die ik heb aangeteekend , laat ik volgen, 
n® 3981 (jaren 1679—1681). Een brief van den gezant de Lira van 
17 Jan. 1679, waarbij hij overzendt eene vertaling eener memorie 
van 202 artikels, den 6®*» Jan 1679 bij de Staten-Generaal 
ingediend door de kooplieden die handel drijven op Spanje, 
over allerlei overlast en geweld , die zij in Spanje te verduren hebben. 

Consult over een klacht van den pauselij ken nuntius, van 
^o Nov, 1679, over de verdrukking der katholieken in de 
baronie van Breda. 

Consult van 13 Febr, 1681 over een verzoek, namens den 
Prins van Oranje ingediend, dat de Koning hem steune om 
van den Keizer de verheffing van het graafschap Meurs 
tot een hertogdom te verkrijgen, volgens de bepalingen bij 
den vrede van Munster gemaakt. 

Talrijke consulten en stukken van 1681 over de gewelddaad 
van den keurvorst van Brandenburg, die in 1680 in de 
haven van Oostende een Spaansch schip had laten wegnemen 
om zich voldoening van zijne financiëele vorderingen te verschaffen, 
n® 3982 (jaar 1682). Vele consulten over brieven van den gezant 
Fuenmayor, die gedeeltelijk, meest als duplicaten, aanwezig 
zijn. Talrijk zijn Fuenmayor 's klachten over den berooiden toe- 
stand, waarin zijne regeering hem laat ; teekenend is een schrijven 
van 16 Juni 1682, berichtend dat hij uit gebrek aan geld en aan 
crediet gedurende acht a tien dagen niet in staat geweest is den 
overleden Spaanschen consul te Amsterdam, Franc, de Oilate, 
een behoorlijke begrafenis te bezorgen en dat die consul eigenlijk 
ook van gebrek en ellende gestorven is. (Don Francisco Arazda 
de Ofiate , consul de la nacion espanola en Amsterdam, ha muerto 
mas de necesidad y de miseria que de vejez ny de enfermedad 
con no tener pocos afios y achaques; ha estado ocho o diez dias 
k la vista de todo el mundo sin darle sepultura por no tener yo 
en mi casa un Real con que hacerle enterrar ny credito para 
hallarle etc.) 

De consulten en de berichten van Fuenmayor gaan natuurlijk 
ook over de politieke verhoudingen, over het optreden van 



120 

F r a n k r ij k en de houding der Republiek. Daarenboven worden 
veelvuldig behandeld wederzydsche klachten van de Nederlandsche 
en de Spaansche regeering over allerlei molest in handel en scheep- 
vaart; de gezant der Republiek, Heemskerck, brengt herhaal- 
delijk grieven dienaangaande in; de Spanjaarden klagen over 
rooverijen in de Amerikaansche wateren , waarbij Willem Riet, 
een Hollander, een rol speelde. 

In een brief van 11 Aug. 1682 schrijft Fuenmayor, dat de 
regenten der Republiek gewoon zijn meer hunne eigen mee- 
ningen te volgen dan de orders die zij ontvangen, en dat het 
daarom best mogelijk is, dat Heemskerck, handelend onder 
den invloed van Van Beuningen, stappen doet bij den Koning 
om hem tot het aannemen der arbitrage van den Engelschen ko- 
ning te bewegen: derlialve zendt hij afschrift (ontbreekt) van het 
besluit der Sta ten-G en er aal, waarin juist met geen woord 
melding wordt gemaakt van arbitrage. 

Verder vrij wat over de teruggave, van Nederl. zijde gevraagd, 
der inventarissen van vier N ederlandsche oorlogsschepen, 
die bij Mi nor ca waren verongelukt, 
n® 3983 (jaar 1683). Consulten en berichten over dezelfde onder- 
werpen als in de vorige lias. Een consult van 14 Oct 1683 advi- 
seert gunstig op een verzoek van Michiel Witte de Ruyter, 
gesteund door den Nederl. gezant, om hem den titel en het pen- 
sioen te verleenen, die zijn grootvader Michiel Adriaensz 
en diens zoon Engel de Ruyter gehad hebben. Vrij wat be- 
richten over Van Beuningen 's houding. 
n<*. 3984 (1684). Als boven. Een consult van 15 Jan. 1684, naar aan- 
leiding van een schrijven van Castelmoncayo *) van 2 Nov. 
1683, waarin hij bericht geeft van eene conferentie met deStaten- 
Generaal over de vraag ol Spanje voldoende zekerheid zou 
kunnen geven voor onderhoud en instandhouding van het leger 
in de Zuidelijke Nederlanden, ten einde daardoor aan Amster- 
dam 's oppositie in zake Luxemburg den grond te ontnemen. 
De heeren van den Raad weten niet recht, hoe. 

Behalve over de politieke verhoudingen en Van Beuningen's 
oppositie gaan de consulten en de aanwezige brieven ook gedurig 
over klachten van molest, aan Nederlandsche schepen en koop- 
lieden aangedaan ; in 't bizonder wordt geklaagd over de pretensie 
der Spanjaarden om te Bilbao de boeken der Nederlandsche 
kooplieden in te zien, zooals het heette om te controleeren of er 
ook Fransche artikels werden ingevoerd; Heemskerck diende 
daarover 30 Juni 1684 eene uitvoerige, gedocumenteerde klacht in , 
die aanwezig is. 

In een consult van 11 Juli 1684 wordt behandeld een consult 
van den Raad der Indien naar aanleiding van een schrijven 
van den Ned. gezant (ontbreekt) over de nadeelen die er uit 



^) Dit is Fuenmayor, die tot markies van Castelmonoayo was ver- 
heven. 



121 

konden voortvloeien, wanneer Nicolas Porcio gelaten werd in 
het genot van het door hem gesloten asiento de negros', zoowel 
om het wantrouwen in zijn crediet en zijne handelwijze, dat bij 
zijne schuldeischer.s te Se villa bestond, als om het groote belang 
dat de N e d e r 1. W. I n d. Co m p. er bij had , werd schorsing van 
dit asiento gevraagd, totdat alle belanghebbenden zouden zijn 
gehoord. Het consult van den Eaad der I n d i ë n ontbreekt doch 
wordt bijna geheel overgenomen door den Raad van State, die 
er zich bij aansluit. Het is zeer ongunstig: niet alleen acht de 
Raad geene redenen aanwezig om Porcio's asiento te schorsen, 
maar hij meent bovendien dat het van slechten gevolge zou zijn ; 
aan Porcio is vrijheid gegeven om de negers te koopen waar hij 
wil, en hij mag ze halen waar hem dat het voordeeligst is; hem 
te willen dwingen ze alleen bij de factorijen der Hollanders te 
koopen zou contractbreuk zijn; daarenboven zouden de Engel- 
se hen zich hierover terstond beklagen. Porcio zijnerzijds heeft 
geklaagd, dat de gouverneur van Cartagena hem met geweld 
wilde dwingen om een contract te sluiten met de factoren van 
Cura9ao op zulke voorwaarden als nog nooit zijn aangegaan , en 
dat, toen hij dit niet wilde doen, men hem gedwongen heeft 
zijne volmachten te geven aan personen, die niet naar zijn zin 
waren en aan diezelfde Hollanders met wie hij geen contract had 
willen aangaan. (Zooals elders blijkt, heeft Porcio toch spoedig 
van zijn asiento afstand moeten doen). 
rio«. 3995 , 3996 (jaren 1696—1699). De consulten , in deze liassen vervat , 
zijn van denzelfden aard als de voorafgaande ; ook hierbij worden 
nu en dan, maar zeer ongeregeld, de stukken gevonden, waar- 
over gehandeld wordt. Zij zijn weinig belangwekkend. Van den 
gezant in Den Haag, Quiros, af en toe berichten (meest origi- 
neelen) van hetgeen hem ter oore komt over uitrusting van koop- 
vaarders, die verboden handel gaan drijven op de Spaansche 
bezittingen in Amerika. Daarenboven talrijke smeekbeden van 
denzelfde om in zijn financiëelen nood te voorzien. 

In Série 5» komt, zooals is meegedeeld, ook eene afdeeling voor 
onder den onverschilligen titel: Indiferente de Espaüa y Norte^ met 
eene onderafdeeling : Consultas, Decretos enz., evenals de afdeeling 
Holanda. Hiervan heb ik ook eenigeliassen ingezien, n.1. n<»* 4131 — 4133 
over de jaren 1682—1684. 

Het bleek mij, dat ook dit origineele consulten van den 
Raad van State zijn, die wel meestendeels betrekking hebben op 
inwendige aangelegenheden van Spanje (leger, vloot, vestingwerken, 
handel, nijverheid) maar toch ook over de relaties met andere landen 
loopen en soortgelijke zaken behandelen als de consulten der afdeeling 
Holanda. Er zijn b.v. van Heemskerck verschillende vertoogen 
over verongelijking van Ned. kooplieden uit de genoemde jaren, en 
uit 1684 ernstige klachten over de pretensies van den Juez de contra- 
bande te Cadiz om nauwkeurige opgave te erlangen der ladingen 
van alle schepen , die te Cadiz aankomen ; aangelegenheden dus van 



122 

geheel denzelfden aard als in de afdeeling H o 1 a n d a gevonden worden. 
Van 18 Nov. 1684 is een consult over een niet aanwezig bericht van 
Mays (Massis ?), Spaansch consul te Amsterdam, (dat reeds uit de 
eerste helft van 1684 moet dateeren) dat de kooplieden in Holland , uit 
vrees dat de koning van Spanje embargo op de waren der Nederlanders 
zal leggen omdat de Republiek in Spanje^s conflict met Frankrijk de 
tractaten niet getrouwelijk heeft nageleefd, de ladingen stellen op 
naam van Engelschen, Duitschers en Spanjaarden. Over ^t algemeen 
zijn berichten uit andere landen en consulten dienaangaande schaarsch. 
Doch men ziet toch geen andere reden voor het bestaan dezer afdee- 
ling als deze , dat men een aantal niet nader geordende consulten v^an 
den Baad van State maar naar de jaren bij elkaar heeft gevoegd onder 
den nietszeggenden titel: Indiferente de Espaüa y Norte, een titel die 
ook nog onjuist is, want ook zaken betreffende Italië komen er 
in voor. Bij nadere ordening zouden zij gesplitst en bij verschillende 
andere afdeelingen gevoegd moeten worden. 

In Série 4» vindt men Mimitas de despachos para Flandes, n<»". 2216 — 
2287 (jaren 1579—1678; door Gachard gebruikt tot 1599), en in 
Série 5*: Minutas de despachos para Holanda, n°« 4010 — 4019 (jaren 
1661 — 1699). Met beide afdeelingen heb ik mij niet anders bezig ge- 
houden dan om te constateeren , dat zij bevatten wat de titel ver- 
moeden deed: de minuten der brieven der Spaansche regee- 
ring, meest van de koningen, soms ook van de ministers, aan de 
regeering te Brussel en aan de gezanten in Den Haag. 

Bij het doorzien van lias n». 2226 (jaren 1606—1609) vond ik een 
eigenaardig stuk. Van 16 April 1606 is eene instructie van Philips III 
voor Spinola, waaruit groot wantrouwen tegen Albertus blijkt: 
met eene herinnering aan de voorwaarden van den afstand der Neder- 
landen in 1598 wordt Spinola gemachtigd om bij overlijden van 
Isabella op te treden als gevolmachtigde des Konings en terstond 
aan Albertus den eed van trouw aan den Koning af te nemen ; weigert 
Albertus, dan moet hij hem gevangen nemen. Verder zijn er allerlei 
bevelen bij aan verschillende officieren in de Nederlanden om geheel 
de orders van Spinola op te volgen. Daar mij later gebleken is dat 
het stuk is gepuoliceerd door Ant. Rodriguez Villa in het Boletin 
de la Academia de la Historia, 1893, deel ik er niet meer uit mee. 
Overigens zijn het korte brieven van den Koning aan den aartshertog 
in antwoord op diens missiven over allerlei aangelegenheden; uit 1608 
zijn enkele wat uitvoeriger over de onderhandelingen aangaande het 
Bestand. 

Uit het meegedeelde zal het duidelijk geworden zijn , dat het archief van 
Simancas slechts zeer onvolledig en moeilijk te verzamelen materiaal 
bezit voor de betrekkingen tusschen Spanje en de Republiek in de 
1 7® eeuw, en ook voor de geschiedenis der Spaansche Nederlanden 
sedert 1629. Weliswaar heeft men daar de minuten der brieven van de 
Spaansche regeering, maar de berichten aan de Spaansche regeering 
uit Brussel en uit Den Haag zijn er hoogst onvolledig en moeten 



123 

uit allerlei consulten van den Raad van State bijeengezocht worden. 
Veel beter dan te Simancas zaï men die betrekkingen kunnen be- 
studeeren te Brussel, waar het Rijksarchief de papieren, die 
te Simancas ontbreken, bezit in den vorm van minuten en boven- 
dien verreweg de meeste brieven der Spaansche regeering, waarvan 
Simancas de minuten bewaart, in originali. Voor een enkel jaar heb 
ik mij daarvan overtuigd: alle brieven der Spaansche regeering aan 
den gezant in Den Haag, Gamarra, uit 1670, waarvan te Simancas 
de minuten aanwezig zijn, worden in originali te Brussel gevonden. 
Wat onze Republiek aangaat , komen dan natuurlijk ook de brieven 
harer gezanten bij het Spaansche hof in ons Rijksarchief *) in aan- 
merking, en hunne verbalen, voor zooverre deze aanwezig zijn. (Ik 
herinner hier aan de werken van Mr. H. A. van Dijk, Bijdrage tot 
de geschiedenis der Nederlandsche diplomatie. Handelingen met Frankrijk 
en Spanje, 1668—1672, en van Dr. F. J. L. Kramer, De Nederlandsch- 
Spaansche diplomatie vóór den vrede van Nijmegen). De verbalen , in ons 
Rijksarchief aanwezig (Legatiearchief Spanje), zijn: Verbaal van J. de 
Merode, G. van Reede van Amerongen en P. Humalda, 
140ct. 1660— 5 Aug. 1661. Verbaal van Van Beverningk, 29 Maart— 
23 Mei 1668. Verbaal van Burgersdij k en Van der Tocht, naar 
BrusselenMechelengeweestzijnde, 1668. Verbaal van Van Beverningk, 

11 Dec. 1670—16 Sept. 1671. Verbalen van Heemskerck van 29 Nov. 
1675— April 1676, van 1680—1681, van 1682, van 1683, van 1684, 
van 1685, van 1686. Uit de 18® eeuw: Verbaal van Van Gent, 
Van Wellandt en du Tour, 1703. Verbaal van Ripper da, 23 
April 1715— 19 April 1718. Verbaal van W.M. van Oats van Colster, 
19 Maart 1719—15 Aug. 1722. Verbaal van J. L. H. vanWassenaer, 
14 Aug. 1747—30 Aug. 1762. Verbaal van Van Heeckeren tot 
Brantsenburg, 6 Juni 1770— Aug. 1772. Betreffende onderhande- 
lingen met het gouvernement te Brussel (Legatie-archief Zuidel. 
Nederlanden) het volgende: Vredehandel van Daniel v. d. Meulen 
te Brussel, 1598. — Onderhandelingen van 1632—1634. — Verbalen 
van: Van Vrijbergen, 1669; van Van der Tocht en Van Vrij- 
bergen, 1670; van Van Beverningk, 1670; van Van Vrijbergen 
c. a. 1672 — 1674; van Heemskerck, 1675. Eenige stukken uit de 
ambassade van J. Boreel en E. van Weede, 1678. 

Verzamelingen van tractaten, door Spanje gesloten, zijn: Goleccion 
de los tratados de paz, alianza etc. por L A. de Abreu y Bertodano 

12 dln. fol. (1740 — 52). Deze loopen over de 17® eeuw ; eene verzameling 
onder denzelfden titel in 3 dln. folio (1796 — 1801) vormt hierop een 



^) D. w. z. de gewone missiven van 1650 af, en de secre^e misstwen sedert 1671; 
onder de laatste komen ook nog al eens berichten van consuls voor, die 
men overigens te zoeken heeft in het Archief der Directie van den Levantschen 
handel en de Navigatie in de MiddeUandsche Zee. (De inventaris van dit 
Archief bevat een verdienstelijk overzicht van de vestiging der consulaten 
in de verschillende steden aan de Middell. Zee, met opgave van de namen 
der verschillende consuls). Uit de 18" eeuw zijn de secrete missiven van den 
ambassadeur Van der Meer uit de jaren 1724 — 1734 zeer omvangrijk. 



124 

vervolg voor de 18® eeuw. Daarenboven is van belang : Del Gantillo, 
Tratados de Paz etc. (1843) over de jaren 1700-1842. 

In Série 4* komt ook een afdeeling voor onder den ti\tö\:' Negocios 
Extraordinarios de la partedel Norte, n«« 2842—2993 (jaren 1511— i667), 
waarvan de inventaris bij elke lias met een enkel woord het onder- 
werp aangeeft. Ik heb de nummers nagegaan, die mij iets schenen te 
beloven en ben daarbij tot de ervaring gekomen, dat hetgeen van 
belang is door Gachard is gezien en gebruikt, althans voor zoover 
het de periode 1559 — 1598 aangaat, en bovendien voor sommige 
gebeurtenissen uit de 17® eeuw. Eenige dier nummers stip ik hier- 
onder nog kortelijk aan. 

n®. 2842. Verschillende stukken betreffende de onderhandelingen , in de 
jaren 1574 — 1576 namens Requesens met de rebellen gevoerd. 
Na de publicaties van Gachard {Gorr. de Guill. Ie Taciturne, t. IH. 
Corr. de Phüippe II, t. III.) bieden zij, geloof ik, geen nieuws, 
n®. 2843. Verschillende instructies voor don Juan betreffende de 
houding, door hem tegenover de Nederlandsche gewesten aan te 
nemen, en betreffende het Eeuwig Edict. Ook hiervan heeft 
Gachard het belangrijke gebruikt, 
n®. 2814. Instructie (minuut en copie) van 30 Aug. 1578 voor den 
hertog van Terranova als ^s Konings gevolmachtigde op het 
congres te Keulen. Geheime instructie van 8 Sept. 1578. Een 
vijftal adviezen uit 1578 over middelen om de Nederlanden te 
bevredigen. Brieven tusschen Parma en Terranova gewisseld 
in 1579. Copieën der door partijen te Keulen ingeleverde vertoogen 
en artikels Briefwisseling van Terranova met den Koning over 
den gang der onderhandelingen, ook van die met den Prins 
van Oranje, tot Sept. 1579. 
n®. 2845. Eene zeer uitgebreide verzameling van stukken betreffende 
de Keulsche onderhandelingen. Zeer vele copieën en ver- 
talingen der gewisselde stukken, ook van de Unie van Utrecht. 
Talrijke ontcijferde brieven van Terranova over den gang der 
onderhandelingen en over zijne pogingen om personen en steden 
voor den Koning te winnen ; zoo ten aanzien van Den Bosch, van 
den hertog van Arschot, van de abten van Marolles 
en St. Geertrui; aanbiedingen die aan Rennenberg zijn 
gedaan; condities, aan den heer van Coudenhoven bewilligd; 
lijst der edellieden van Gelderland, die tot de gehoorzaamheid 
aan den Koning zijn teruggekeerd (hierbij bewees de gravin 
van Limborch en Bronckhorst goede diensten); lijst der 
personen die ter wille van 's Konings dienst Z u t p h e n verlaten 
hebben bij het binnenrukken der troepen op 23 Juli 1579. 

Nadat de Keulsche onderhandelingen zijn afgebroken, gaan 
Terranova's brieven in 1580 nog voort, ook over Duitsche ver- 
houdingen; o. a. doet hij uitvoerig verslag van zijne gesprekken 
met den keurvorst van Keulen, van wiens goed gedrag hij 
zich meent verzekerd te kunnen houden. 

Vrij wat uit de nummers 2844 en 2845 is voor Gachard ge- 



125 

copiëerd en te vinden te B r u s s e 1 in de Copieën van Siniancas, waar- 
van ik zelf vroeger gebruik heb gemaakt voor mijn werk over de 
Afscheiding der Waalsche gewesten van de Generale TJnie^ (1895, 1896). 
Vgl. ook : T r o s é e , Het verraad van Rennenburg, (1893). Het komt mij 
echter voor, dat wie die Keulsche onderhandelingen in bijzonderheden 
wilde bestudeeren , ook na de publicatie der Nuntiaturberichte aus 
Deutschland * ) in deze bundels nog wel een nalezing zoukunnenhouden. 
11° 2847. Consulten van een Junta voor den handel, vooral uit 
de jaren 1623 — 1625. Het hoofddoel der beraadslagingen is, 
middelen te beramen om den handel der rebellen in het 
algemeen en dien op Spanje in ^t bizonder te fnuiken, en den 
handel van Spanje te ontwikkelen. Velerlei adviezen worden hier- 
omtrent te berde gebracht, en ook andere onderwerpen komen 
hierbij ter sprake , o. a. de oorzaken waardoor het goud en zilver 
aan Spanje worden onttrokken. De beraadslagingen stellen in 't 
licht, dat de rebellen onder Fransche en Engelsche vlag zeer 
levendigen handel in Spanje drijven. In een aanwezigen brief van 
den graaf van Castrillo, onderkoning van Navar re, aan den 
Koning van J23 Jan. 1624 wordt gezegd , dat de waren en artikels 
uit Holland en Zeeland, in 't bizonder allerlei soort van 
specerijen, in groote massa in het koninkrijk worden ingevoerd; 
de Nederl. koopvaarders brengen die vrijelijk naar de havens van 
Bayonne en S. Juande Luz in Frankrijk, die op vier en zes 
mijlen afstands van het koninkrijk gelegen zijn; zij hebben daar 
hunne factoren en gewoonlijk groote voorraden van die koopwaar , 
en daar zij die niet op andere wijze binnen Spanje kunnen brengen , 
verkoopen zij ze goedkoop, hetzij voor geld, hetzij voor wol. Die 
waren worden vervolgens ongehinderd binnengevoerd in Navarre 
en in Castilië. Het zou zeer wenschelijk zijn den vijanden dien 
handel , waaruit zij groote voordeelen trekken , te beletten ; zij 
zouden er zeer door bekneld worden , want het is de eenige wijze 
waarop zij hunne waren in Spanje kunnen brengen. De uitkomst 
van de overleggingen der Junta is , dat moet worden teruggegrepen 
op de verordeningen van 1603, en dat de invoer van alle waren, 
waarvan de herkomst niet duidelijk kan worden aangetoond, 
moet verboden worden. In 1624 ook beraadslagingen over de 
mogelijkheid om de „compania de pan os" (panos = lakens ; 
de Merchant-adventur ers zijn bedoeld) van Middelburg 
weg te trekken en naar de Spaansche Nederlanden te doen verhuizen, 
waar omtrent aan den graaf van Gondomar, gezant in Engeland, 
openingen waren gedaan. Uit 1623 beraadslagingen over de mogelijk- 
heid van samenwerking met de Engelschen in Indië. 
Van eenige andere liassen moge de vermelding volstaan: n® 2846 
eenige brieven van Albertus aan J. B. de Tassis uit 1598 en 
1599, brieven van Joinville uit 1585, en een aantal stukken uit 
1609 — 1611 over hervormingen in administratie en legerbestuur in de 
Spaansche Nederlanden , het geheel van weinig beteekenis ; n® 2855 een 



1) 3*« Abth. 2*" Th. Verwerkt in de Westdeutsche Zeitsohr. XIII, 3 door Kansen. 



126 

bundel van adviezen van Granvelle over de zaken van Frankrijk 
en van de Nederlanden, 1580 — 1584; naar mij toescheen weinig 
belangrijk, het schijnen uittreksels. N»" 2871— 2872 stukken betreffende 
de komst en de arrestatie van den hertog van Arschot te Madrid, 
1634 (door Gachard gebruikt); n® 28^ verschillende stukken over 
de onderhandelingen over bestand in 1633 (door Gachard ge- 
bruikt); n** 2943 een groot aantal officiëele stukken betreffende den 
Munsterschen vredehandel; volmachten, verdrag, ratificatie. 

In Série 5* komen onder den titel Negocios notables soortgelijke 
bundels voor , zoowel onder de afdeeling Holanda als onder de afdeelingen 
Flandes en Indiferente de Espafia y Norte. Ook deze heb ik nagegaan. 
Holanda n° 3998. Consulten van den Raad van State, origineelen 
en minuten, van de jaren 1680 — 1683 over de volgende aangelegen- 
heid. In 1680 had don Antonio Medrano van de Staten- 
Generaal, onder voorbehoud van hunne souvereiniteit , gekocht 
het eiland Tabago, op een aantal voorwaarden, die in druk 
aanwezig zijn. Hij had dit echter gedaan zonder verlof des Konings, 
en na veel overleg van den Raad van State werd hem bevolen 
het weer van de hand te doen. Hij vond een kooper in den heer 
van Sommelsdijck, doch nu verzette de pauselijke nuntius 
zich tegen den verkoop aan een ketter, daar hieruit kwade ge- 
volgen voor de kerk konden voortkomen. De afloop der zaak is 
mij uit deze papieren niet gebleken. Het schijnt dat de St aten- 
Generaal tot den verkoop waren overgegaan uit vrees dat de 
keurvorst van Brandenburg van het nog niet gekoloniseerde 
eiland bezit zou nemen. 
n<* 3999. Consulten, als boven, over de garantie van den vrede 
van Nijmegen en over de toetreding tot het garantietrac- 
taat. 1681—1684. 
n° 4000. Consulten als boven uit de jaren 1676—1684. In 1676, 
25 No V. (?) sloot Van Weede van Dijkveld, extraordinaris- 
envoyé der Republiek te Brussel, eene voorloopige overeenkomst 
van drie artikels met den gouverneur der Spaansche Nederlanden, 
Villa Hermosa, waarbij het handelstractaat met Spanje 
van 1650 gewijzigd werd. Tegen deze wijzigingen openbaarde 
zich een sterk verzet in de Spaansche Nederlanden en de ratifi- 
catie bleef achterwege; de Ned. gezant te Madrid, Heemskerck, 
drong met nadruk op die ratificatie aan doch had geen succes. 
(Vgl. Kramer, op cit., p. 229—232). 
n® 4001. Consulten als boven, 1683 — 1685, over brieven van den 
Spaanschen consul te Amsterdam, FranciscoMassis, die klaagde 
over vermindering van inkomsten, in het bizonder tengevolge 
van de handelwijze der regeering te Amsterdam. Vroeger toch 
hadden de schepen, die op Spanje voeren , eene scheepsverklaring 
noodig gehad van den consul van Spanje te Amsterdam, die 
daarvoor eene recognitie genoot, doch in 1677 had de regeering 
van Amsterdam hieraan een einde gemaakt eu voortaan zelf 
scheepsverklaringen afgegeven, omdat naar hare bewering het 



127 

betalen der recognitie aan den consul voor den handel te drukkend 
was. De consul wilde hierop thans terugkomen en stuurde met 
zijne klachten versphillende bijlagen over ten bewijze van zijn goed 
recht. Het is mij niet gebleken, dat hij succes heeft gehad. 

n® 4002 Consulten als boven, 1684—1685, over den eisch der 
Neder 1. ambassade, dat een harer dienaren, die op beschul- 
diging van moord was gevangen genomen , ontslagen zou worden. 
Ten slotte verkreeg zij haar eisch. 

n® 4003. Consulten als boven, over de rekeningen van den mar- 
kies van Castelmoncayo, gezant in Den Hang van 1680 — 
1684, 1691—1692. Geen merkwaardigs. 

n** 4004 Consulten als boven, 1684—1687, over den eisch der 
Republiek, dat de ladingen yan zes schepen, genomen door 
admiraal Papichino en verbeurd verklaard omdat zij aan Fran- 
schen toebehoorden en met valsche papieren werden vervoerd, 
zullen worden teruggegeven of vergoed. 

n<» 4005. Consulten als boven, 1687 — 1690, over het „asiento de 
negros" van Balthasar Coymans en diens erfgenamen. Hun 
worden bij de uitvoering van" het asiento allerlei moeilijkheden 
in den weg gelegd, ten einde tot vernietiging van het contract 
te kunnen komen. Dit geschiedt op aanstoken van den pause- 
lij ken nuntius, en het is er om te doen, de kettersche Hol- 
landers van den slavenhandel uit te sluiten in 't belang van den 
roomschen godsdienst. Namens de Staten-Generaal komt de gezant 
Schonerberg op heftige wijze op voor de belangen der firma 
Coymans, der W.I. C. en der andere geïnteresseerden. 

n® 4006. Consulten als boven over de rekeningen van don M a- 
nuel Coloma, gezant bij de Republiek van 1687 — 1691. 

Flandes, n°* 3895, 3896. Consulten van den Raad van State 
over de betaling der subsidies aan den keurvorst van Bran- 
denburg voor diens troepen, 1679 — 1689. 

■n9^ 3897, 3898. Consulten als boven over de onderhandelingen en 
den vrede van Nijmegen, 1675 — 1678. 

n® 3899. Consulten als boven over de onderhandelingen aangaande 
den twintigjarigen wapenstilstand met Frankrijk, 1684. 

n**® 3900 — 3906. Consulten als boven over de onderhandelingen en 
den vrede van Rijswijk, 1693—1699 

Indiferente de Espana y Nor te. n^. 4165. Consulten van den 
Raad van State, 1660 — 1662, over deelneming in eene op 
te richten Oost-In d. Compagnie. Het eerste voorstel daar- 
omtrent was aan den Keizer gedaan door den admiraal 
Arnold Gyssel (Aernout Gysels) uit naam van den keur- 
vorst van Brandenburg en de markgraven Willem 
en Herman van Baden. De Keizer had het denkbeeld niet 
verworpen, en in 1661 kwam fray Christoval de Rovas, 
provinciaal .van Saksen der Recolleten van St. Franciscus, er in 
Spanje over onderhandelen. Eerst werd het voorstel niet gunstig 



128 

ontvangen doch in 1662, na onderhandeling van den Spaanschen 
gezant met den Keizer, in gewijzigden vorm aangenomen; onder 
bepaalde, voorwaarden zou de Spaansche koning deelnemen in de 
Compagnie. 

n«. 4180. Consulten als boven, uit de jaren 1696-1697, 1703, 1705, 
1707, over plannen, reeds hangende sedert 1690, van een aantal 
ingezetenen der Spaansche Nederlanden, om eene compagnie 
van handel en scheepvaart op te richten in de Spaansche 
Nederlanden en Spanje; hun woordvoerder was Huibert Joachim 
de Croese. 

n®. 4181. Consulten als boven over de voldoening der maand- 
gelden van het Nederl. eskader, dat in 1694 en 1695 in de 
Spaansche havens overwinterde, waarbij ter toelichting enkele 
stukken van 1675 en volgende jaren. 

Het spreekt vanzelf, dat in de liassen over andere landen, over het 
Duitsche rijk, over Engeland, over Frankrijk, over Rome, 
over Portugal, ook stukken gevopden zullen kunnen worden, die 
voor onze geschiedenis van belang zijn; doch ik kon er niet aan 
denken hiernaar een onderzoek te gaan instellen. Alleen heb ik een 
paar liassen van Portugal ingezien en eenige liassen der afdeeling 
Becretarias Provinciales y onderaf deeling Portugal. Alvorens hierover 
mededeeling te doen , vermeld ik eene aanteekeuing uit den inventaris 
van Portugal: bij n«. 390 (jaar 157^) is vermeld een brief van den 
schilder Francisco „de Holanda" aan Philips II, waarin h\j 
schrijft, dat zijn vader, Antonio „de Holanda" op bevel van 
Kar el V naar T o Ie do is gegaan en de portretten geschilderd heeft 
van Karel en diens gemalin, en van Philips II aan den hals 
zijner moeder, en dat hijzelf thans aan Philips twee schilderyen 
toezendt, ééne van de Passie en de andere van de Opstanding 
van Christus. — 

Estado. Portugal. Série 2^. 
n®. 434 (jaren 1596 — 1599). Dit nummer bevat consulten overaller- 
lei; een aantal avisos over uitrustingen in Engeland en in de 
Republiek. 
n«. 435 (jaren 1600 — 1607). Nagenoeg uitsluitend c o n s u 1 1 e n , waarbij 
ook de Indische belangen ter sprake komen; wenschelijkheid 
om Ceylon te veroveren en St. Helena te versterken; over 
middelen om den handel tusschen de Filippijnen en China 
te verlevendigen. 
n<». 436 (jaren 1608 — 1614). Ook nagenoeg uitsluitend consulten, 
o.a. over maatregelen om den handel der Nederlanders in 
Indië tegen te gaan; over middelen om den invoer van Indi- 
sche producten door de Nederlanders te beletten enz. 
n<». 437 (jaren 1615 — 1620). Ook consulten, doch met meerdere b\j- 
lagen. Veel over eene zending van don Garcia de Silba y 
Figueroa naar Perzië. — Hoofdpunten uit den brief van don 
Juan de Silva, gouverneur der Philippijnen, van 27 Juli 
1615. Uittreksels uit Indische brieven van 1617. 



129 

Dan Apuntamientos para su Real Mag^ de fray Pedro de la- 
nunciacion, religioso de San Francisco, de nacion Olandes, de lo 
que a visto, oydo, notado y esperimentado jpersonalmente en 
Olanda, Gelanda, Frigia, Guelders, Francia y Inglaterra en esta 
ano de 1618 que anduve alla por orden del serenisimo Virrey de 
Portugal. De titel belooft meer dan de inhoud geeft; heel veel heeft 
■fray Pedro niet gezien , gehoord en ervaren ; hij kan bet op 3^ fol. 
aan teekenen , en het heelt weinig om ^t lijf. Zijne opvatting van de 
remonstranten is , dat deze eigenlijk den katholieken zeer nabij 
stonden, en hij spreekt met veel sympathie van Oldenbarne- 
velt als „este buen advocado". 

Secretarïas Provinciales, Negociado de Portugal. 
n° 2690 (een boek met 57 beschreven fol.). Consulten der Junta, 
die te beraadslagen had over de middelen tot uitrusting eener 
sterke vloot om de Hollanders uit Brazilië te verjagen, en 
tot eene tweede uitrusting ter bescherming der schepen die uit 
Oost-Indië werden verwacht. 1631 Juni — Sept. 
11° 2691. (353 fol.) Copieën van consulten vsm Mei 1635— Juni 1636 
over allerlei onderwerpen, ook over den gang van zaken in 
Brazilië, 
n** 2692. (570 fol.) Origineele consulten van den Raad van Portu- 
gal over de zaken van I n d i ë Jan 1608— Dec. 1609 (Portugeesch). 
Er zijn talrijke bijlagen bij. Hoewel het mij niet bekendis, of die 
stukken wellicht reeds zijn uitgegeven en ofschoon zij ook goeddeels 
niet van direct belang voor onze geschiedenis zijn, meen ik toch 
goed te doen met er hier de aandacht op te vestigen; het zijn: 

fol. 6 — 7. Relacion del proceder que Luis Pereira de la 
•Oer da tuvo en la Embaxada con que S. M. Ie embio al Rey de 
la Persia. (z. d. De gezant kwam 17 Oct. 1604 in Perzië aan). 

fol. 8 — 9^'o. Copia de la carta que E.1 Rey de la Persia 
^scrivio a S. M. por el embaxador Luis Pereira delaCerda. 
z. j. en d. 

fol. 10— lO^o. Relacion de lo que se ha entendido que el Em- 
baxador de la Persia trae para representar d S. M. z. j. en d. 

fol. 110. Copia de una carta del Arcobispo de Goa para 
S. M. escritta en Goa a 15 henero (Jan.) de 1607. Over den strijd 
met de Hollandsche scheepsmacht en het ontzet van Malaca. 

fol. 159— 168^'<^. Relacion de lo que en sabstancia contiene una 
carta del Virey Don Martin Alfonso de Castro, escritta 
•en Malaca en 4 de Mayo del ano passado de 1607 (fol. 159 — 
166^") y de lo que en otras de la misma datta escriven los obis- 
pos de Malaca ydela ChinayelRegimientodela Ciudad 
de Malaca. 

fol. 182—185^0. Relacion de lo que se contiene en dos cartas 
•del Arcobispo de Goa, escritas en 25 de Agosto del ano 
passado de 1607 por la via de Ormuz y recevidas en 28 de Junio 
deste ano de 1608. 

fol. 190 — 191^0. Copia de carta de don Jeronimo Coutino 

9 



130 

para el Marquez de Gastel Rodrigo escritta en 17 de Junio 
(1608), 130 legoas é. la mar de la costa de Portugal, (o. a. over 
gevechten met Nederl. schepen bij Mozambique en bij Goa). 

fol. 194— -199^'®. Relacion de lo que contienen las cartas del 
Arcobispo de Goa, Gobernador de la India (en absencia dei 
Virey don Martin Alfonso de Gastro) que han venido en la naa 
de don Jeronimo Cotiüo, escritas en 29 de Deziembre del aöa 
passado de 1607. 

fol. 202 — 202^'". Gopia de carta del Arcobispo de Goa^ 
Goveruador de la India, para S. M. Goa, 29 Dec. 1607. 

fol. 204 — 204^0. Copia de carta del EmperadorManomotapa 
para S. M. 4 Aug. 1607. (Het was, zooals vroeger ook reeds, 
te doen om de rijke mijnen van Manomotapa in bezit te 
krijgen. Andere desbetreffende stukken: fol. 206— 206^^, fol. 208, 
fol. 423—424). 

fol. 210—218^0. Copia de carta de AndreasHurtadode 
Men do ca para S. M. Goa. 26 Dec. 1607. Overzicht van den ge- 
heelen toestand. 

fol. 223 — 225. Gopia de carta de Juan Gorrea de Sousa,. 
capitan-mayor de los dos galeones que fueron de socorro é, la 
India el ano passado, escritta a S. M. é, 27 de Dez. del misma 
aüo (1607). 

fol. 419. Las quexas (klachten) que el Rey de Persia tiene 
del Govemador ^ de otros ministros de las Indias. z. j. en d. 
maar waarschijnlijk van 1609. 

fol. 425—426^0. Over den slechten toestand van Ormuz. 3 Mei 
1608. (Zie ook fol. 554—555). 

fol. 446 — 447^0, Relacion de lo que escrive el Arcobispo de 
Goa en carta escritta en cifra a 20 de Nov. de 1608. 

fol. 448—451. Als boven, van 29 Nov. de 1608. 

fol. 556—560. Gopia de una carta para S. M. de fray Ante- 
nio de Gonea, escritta en Aspahan é, 27 de Dez. passado. 
(De briefschrijver was in gezantschap naar Perzië). 
n°. 2711 (136 fol.). Dit nummer bevat, zooals de inventaris aangeeft, 
brieven van den Koning betreffende Indië; het zijn echter 
slechts beschikkingen van den Koning op adviezen van den, 
Raad van Portugal aangaande benoemingen, jaargelden enz* 
van allerlei personen. 1608 — 1611. Portugeesch. 
n». 2720 (82 fol.). Als boven. 1612—1614. Portugeesch. 
n®. 2734. (139 fol.). Register van brieven van Philips IV aan den 
markies van Gastel Rodrigo over maatregelen die genomen 
moeten worden om Brazilië te hulp te komen, en van orders 
van Gastel Rodrigo aan verschillende personen ter bereiking 
van dit doel. Enkele uit 1628 en 1629, maar in hoofdzaak uit 
1630. Portugeesch. 
n®. 2736. (115 fol.). Register van brieven van den onderkoning van 
Indië, den graat van Linhares, aan Philips IV; het zijn 
louter adviezen over verzoeken en aanspraken van verschillende 
personen. 1630. Portugeesch. 



131 

n®. 2737. (53 fol.). Zooals de inventaris aangeeft, bevat dit nummer 

brieven over hulp voor Brazilië; het zijn echter slechts brieven 

van Diogo de Gastro aan verschillende personen, ten einde 

maatregelen te treffen tot het verleen en dier hulp. 1631. Portugeesch. 

no. 2743. (108 fol.). Als n«. 2736. Over het jaar 1632. 

Nog vermeld ik n°. 2764, een zeer lijvig deel van 867 fol., origineele 
brieven bevattend van de Indische onderkoningen Duartede 
Meneses en E man. de Sousa Coutinho, en van andere func- 
tionarissen in Indië, enkele uit 1587, overigens uit 1588 en 1589. En 
eindelijk n^ 2784, eene verhandeling over den pep er handel enden 
verbouw van peper, in 1607 opgesteld door Francisco Da- 
co sta, die 21 jaar in dien handel werkzaam was geweest. De ver- 
handeling is 57 foliobladz. lang. 

Inventario Moderno 

De inventario moderno, door Manuel Gonzalez opgemaakt, ver- 
meldt , zooals ik reeds heb gezegd , de liassen die in 1826 uit de Secre- 
f aria de Estado naar Simancas zijn overgebracht en de diplomatieke 
briefwisseling uit de 18® eeuw bevatten. Ik heb mij hiermede slechts 
kort kunnen bezighouden. Ik zal hier thans eerst laten volgen wat de 
inventaris onder het hoofd Holanda heeft , en dan enkele mededeelingen, 
aan eenige dier liassen ontleend. 

Holanda. 

n<*. 6173. Un legajo de fechos de correspondencia con el Du que de 
Ossuna y sus despachos para ajustar los tratados en el Con- 
greso de Utrecht desde 28 de Febrero hasta 28 de Die. 1712. 

n® 6174 I Correspondencia con los Plenipotenciarios en el con- 

n« 6175 ! greso de Utrech, 1713. 

no 6176 ( T , .„. . 

no 6177 ! ^^^^- ^^^^' 

n® 6178. Correspondencia del Duque de Ossuna y Marques 
de Monteleon desde Utrech. 1713. 

n® 6179. Oficios del Baron de Kiperda desde su llegada (komst) 
a Madrid en Junio de 1715 hasta fines del ano 1716. 

n® 6180. Correspondencia del Marques de Miraval. Agosto — 
Dec. 1715. Item los credenciales y recredenciales del Baron 
de Riperda de 1715—1718. 

no 6181. Correspondencia con el Marques Verrety— Landy 
sobre negocios varios e indiferentes , 1717. 

n** 6182. Idem hasta fin de Diciembre 1716. Con los despachos e in- 
strucciones y los fechos pertenecientes a D. Nicolas Oliver. 

n^ 6183. Idem del Marques Berrety-Landy sobre el titulo de 
consul en Amsterdam a D. JosefAcosta. Sobre el tratado de la 
Barrera. AiTesto enLondres del Ed viado de Siiecia. Triple 
Allianza y Presas (prijzen, prijsgemaakte schepen). 1717. 

n® 6184. Idem reservada del Marques Berrety-Landy con el Car- 
denal Alberoni, recogida de entre los papeles de este (ver- 
zameld uit de papieren van dezen). 1716 en 1717. 



132 

n® 6185. Idem de los Marqueses Berrety y Monteleon sobre 
un proyecto de Finanzas y declaracion de la accession a la 
Quadruple Alianza por los Estados de Holanda. 1719. 

n" 618G. Idem entre el Marques de Berrety y el Cardenal 
Alberoni. 1719. 

n® 6187. Idem del mismo (van denzelfden) Marques de Berrety 
sobre la Triple y la Quadruple Alianza; comercio y 
tratado de la Barrera. 

n® 6188. Idem del mismo Marques de Berrety y el Cardenal 
Alberoni. 1718. 

n° 6189. Idem del mismo Marques de Berrety sobre la Qua- 
druple Alianza. Nombramiento de Ministros para el Con- 
greso de Cambray y otras materias del aüo 1720. 

n» 6190 ) 

n« 6191 f Correspondencia de 1720. 

n» 6192 ) 

n° 6193. Correspondencia con el Embajador de Holanda y oficios 

suyos del ano 1721. 
n® 6194. Correspondencia del Marques de Monteleon del ano 1721. 

n° 6195 

n» 6196 f Idem. 1722. Con el expediente de D. Guillermo Smith. 1723. 



n« 6197 
o ri99 Correspondencia de D. Nicolas Oliver. 1724. 

n« 6200 I j. ,^o- 
no6201 i ^^^"^- ^'2^- 
n<* 6202. Las instruciones , credenciales y despachos que se dieron 

al Marques de San Eelipe para servir la Embajada de Ho- 
landa. 1725. 
n® 6203. Oficios del Embajador D. Francisco van der M er (Meer). 

1724, 1725. 
n<* 6204. Correspondencia con el Marques de San Eelipe, D. 

Nicolas Oliver, D. Juan Cascos, y el Consul D. Bernar- 

dino de Sala sobre el trato de Hannover y compania de 

O sten de. 1726. 
n<* 6205 Idem del mismo Marques de San Felipe y D. Nicolas 

Oliver. Fallecimiento (overlijden) del Marques. Nombramiento de 

Oliver para Elvecia y su vuelta (terugkeer) é, la Haya. 1726. 
n» 6206 Sobre la esquadra Holandesa contra Argel (Algiers). 

1721-1725. 
n° 6207. Sobre letras de cambio (wisselbrieven) para pago de sueldos 

del Marques de Monteleon y D. Nicolas Oliver. 1724—1726. 
n" 6208. Sobre la formacion de la compania de Ostende y sus 

controversias. 1723—1726. 
n° 6209. Correspondencia del Marques de S. Felipe, D. Nicolas 

Oliver y D. Juan Cascos sobre el tratado de Liga de 

Hannover y compania de Ostende. 1726. 



133 

n® 6210. Cartas de D. Guillermo Nunez. Cartos de varios estran- 
geros y noticias reservadas de Mr. Le Maingre. 1726. 

n® 6211. Fechos indiferentes de la correspondencia de D. Nico las 
Oliver y D. Juan Cascos 1726. 

n® 6212. Correspondencia del Marques de San Felipe, D. Ni- 
colas Oliver y los testamentarios del Marques Berrety 
sobre los negocios de dicho Marques. Tratado de Hannover 
y accesion a la Liga de la Triple Allianza. 1726. 

n» 6213. Oficios de la Embajada de Holanda, 1726, 1727. 

n® 6214. Correspondencia con D. Nicolas Oliver y el consul D. 
Bernardino deSala. Sobre el mismo tratado de Hannover. 
Preliminares para su ajuste y formacion de la compania de 
Ostende 1727. 

n® 6215. Idem de los mismos. Sobre relaciones de gastos extraordi- 
narios y derechos (rechten) consulares 1727. 

n® 6216. Fechos indiferentes de la correspondencia de D. Nicolas 
Oliver. Pago de letras de cambio. Lutos y Oficios de la Emba- 
jada de Holanda. 1728. 

n® 6217. Correspondencia de D. Nicolas Olivei*. Sobre la com- 
pania de Ostende, tratado de Hannover, y nueva com- 
paüia de Altona. 1728. 

n® 6218. Idem del mismo sobre las conferencias de la Provincia 
de Ostfrisia: sucesion del Rey de Polonia y Ratificacion 
del Tratado de Sevilla. 1729. 

n® 6219. Idem del mismo sobre relaciones de gastos. Testamentaria 
del Marques de Lede y oficios de la Embajada de Ho- 
landa. 1729. 

n® 6220. Idem del mismo sobre negocios indiferentes del ano 1730. 

n® 6221 Idem del mismo sobre accesion de las Pro vin ei as Uni- 
das é- la Republica de Holanda (sic) y consentimiento de 
ellas al Tratado de Sevilla. 1730. 

n° 6222. Idem del mismo sobre las conferencias de los Estados de 
Holanda acerca de la conclusion del Tratado de Sevilla y 
o tras materias. 1731. 

n° 6223. Idem del mismo sobre negocios indiferentes. Oficios de la 
Embajada. 1732. 

n® 6224. Idem del mismo sobre las Juntas Provinciales de los Estados 
de Holanda para extinguir la compania de Ostende. 1732. 

n® 6225. Idem del mismo sobre los intereses del Principe de 
Nassau Diest y los del de Orange Nasau de Siegen (sic) 
y otras materias. 1733. 

n® 6226. Idem del mismo sobre negocios indiferentes. 1733. 

n® 6227. Idem del mismo sobre noticias publicas, relaciones de sus. 
negocios y otras materias. 1734. 

6228 ) 
n*» Tzzz' Idem del mismo. 1734—1744. 
6239. ' 

n<» 6240. Oficios de la Embajada de Holanda. 1734—1739. 
no 6241. Oficios de la Embajada de Holanda. 1740, 174U 



134 

n® 6242. Minutas de la instruccioD y despachos entregados al MI 
ques de San Gil para servir la Kmbajada de Holanda. 17 

n® — i Correspondencia del mismo Marques de San Gil. IZ^-^ 

6245. ' ^ ^ 

6246. i 

n» Ut supra. 1736. 

6248. ' ^ 

6249. I 

n<> Ut supra. 1737. 

6252. ' ^ 

n« 6253. Correspondencia de sus cuentas. 1737 — 1742. 

6254. ) 
^^ ;,^~r t Correspondencia del mismo Marques de San Gil. 1738. 
6256. * * ^ . 

no 6257. Ut supra. 1738—1742. 

6258. j 
n** - — Ut supra. 1739. 

6261. ' ^ 

6262. i ^^ 

n« -- Ut supra. 1740. 

6265. , ^, 
11° ^^'r.,^ ^t supra. 1741. 
6267. ' ^ 

n*» 6268 Las espediciones del mismo Marques de San Gil desde 
la Haya. Tratado de pacificacion , etc. 1742—1745. 

6269. j ^ 
n° "— — Correspondencia del mismo Marques de San Gil. 1742. 
d27*2. ' 

6273. j 
n° ^.^^ Ut supra. 1743. 

6277. ' ^ 

6278. i ^^ 

""" 6283. ' ^''^''^- ^^^^• 

6284. i 
^** 628'7. ' ^^^ ^^P^^' ■^'^^^* 

n« 6290. Su salida (vertrek) de aquella Republica. 1746. 

6291. i ^ 
n° ^Z^~ j Correspondencia del Marques de Puert o, embajador en 

Holanda 1747. 

n» ^295* i Ut supra. 1748. 

6296. 1 

""" 6m i ^^ ^''P''^- ^^^^' 



j Ut supra. 1751. 
j Ut supra. 1752. 



135 

6300. i ^, 
n*» -— I Ut supra. 1750. 

6304. 
6306. 

no 6307. 

^ 6308. 

n^ 6309. Idem. Aqui (hier) esta la correspondencia con D. Antonio 
de la Quadra hasta Junio de 1753 y la credencial minuta de 
sueldo y opcion al consulado de Amsterdam é, D. Manuel de 
Vriondo; y una pension annal é, la Marquesa de la Pesadilla. 

n® 6310. Correspondencia del mismo D. Antonio de la Quadra 
con copia del tratado del Rey de Marruecos y los Estados 
Generales de Holanda. Nombramiento de Quadra para H an- 
no ver, sus credenciales , sueldo, ayuda de costa, etc. 1753. 

n^ 6312 Correspondencia de la Quadra. 1754. 

n° 6313. Ut supra. 1755. 

n^ 6314. Correspondencia del Marques de Grimaldi, Embajador 

en Holanda. 1756. 
n« 6315. Ut supra. 1757. 
n» 6316. Ut supra. 1758. 

n° ^^\l' j Ut supra. 1759. 

o 6319. I Ut supra. 1760. (In n° 6320 eene copie van Grimaldi's in- 
^ 6320. 1 structie). 

6321. 1 Correspondencia del Marques de Puente Fuerte. 
"" 6329. t 1761-1769. 

n» 6330. Ut supra. 1770. Con cartas de D. Eugenio de Reno- 

vales desde 20 Set. 1770. 
o 633L j Tres legajos de oficios de D. Pedro Lemaire, secre- 
^ 6333. ' tario de la embajada de Holanda. 1746, 1747. 

^ 6334. I Once legajos de correspondencia del consul en Amsterdam, 
^ 6344. i ^' J^an Manuel de Vriondo. 1757—1769. 

^ 6345. ■ geis legajos de correspondencia de D. Felipe Rodri- 
^ 6350. i guez, consul en Amsterdam. 1738 — 1756. 

o 6351. j Cinco legajos de oficios de la Embajada de Holanda. 
"" 6355. 1 1730-1760. 
n® 6356. Gacetas y noticias entresacadas del negociado do Holanda. 

1739—1759. 
n^ 6357. Sobre la negociacion entablada entre los ministros de Es- 

pana y Prusia en la Haya para un tratado de comercio entre 

una y otra Potencia. 1767 , 1768. 
n** 6358. Fechos relativos a sueldos de secretarios de la Embajada 

de Holanda. 1761. 



136 

n» 6359. Oficios de la Embajada de Holanda. 1752—1770. 

n« 6360. Legajo, intitalado Indias. Isla de Vrua. 

n® 6361. Sobre presas, hechas a diferentes Holandeses por D, 

Pedro Garaycochea, sentenciadas por los oficiales Breales de 

la Habana. 
n" 6362. Correspondencia con el Marques Grimaldi de 1755 é, 

1763. Estan sus despachos, los del Marques del Puerto, lo& 

de Puente Fuerte, los de Navarro y los de Conri. 
n® 6363. Correspondencia del Marques de Puente Fuerte y D^ 

Eugenio de Renovales (con su nombramiento) de 1771. 

6364. . 
n« — — Correspondencia del Viz con de de la Herr e ria. 1772-1780 

6373. i 
n** -^^r.^ .Correspondencia del Conde de Santa Fé. 1780—1787, 
6380. » ^ 

n» 6381. Correspondencia del Conde de Santa Fé y de su secre- 

tario D. Alfonso de Aguirre. 1788. 
^ 6382. 1 Fechos pertenecientes é, la Capilla Re al de la Embajada. 
^ 6386. I de Holanda. 1714 -1746. 

n» 6387. Oficios de la Embajada de Holanda. 1718—1793. 
n» 6388. Ut supra. 1786—1795. 
n» 6389. Ut supra. 1780—1783. 
n<» 6390. Legajo con el espediente sobre el navio 'H.olB.ndea SpaaVy. 

que cargo arinas en el Ferrol y las introdujo en el Ferrol, de la- 

misma epoca de 1780—1784. 
n° 6391. Sobre el pago de creditos y deudas del Vizconde de la. 

Herreria, Embajador que füe en Holanda. 

Zooals uit het bovenstaande blijkt, heeft de vervaardiger van dezen 
inventaris, «Ion Manu el, zich eerst bevlijtigd om niet alleen den 
naam van dep correspondent te vermelden maar ook met een enkel 
woord aan te geven, waarover in hoofdzaak de brieven handelen* 
later is hem dat echter toch te machtig geworden en heeft hij zich 
vergenoegd met het noemen van des briefschrijvers naam. Niet altijd 
is hij nauwkeurig in het aanstippen der hoofdpunten. Zoo spreekt het 
vanzelf, dat n®. 6214 geen brieven van 1727 bevat over de oprichting; 
maar wel over de schorsing der compagnie van Oostende, en dat in 
n® 6218 berichten worden gegeven over de bemoeiingen der Staten- 
Generaal in zake de geschillen in Oost-Friesland tusschen den vorst en 
de stenden in 1729. Een andermaal laten zijne mededeelingen aan 
duidelijkheid te wenschen over. Maar in ieder geval geeft de inventaris 
toch eenig overzicht , en daarom heb ik hem overgenomen , voor zoover 
hij onze Republiek betreft. 

Behalve de onderafdeelingen naar de landen heeft deze inventaris 
ook nog eenige algemeene hoofden, niet op een bepaald land betrek- 
king hebbende. Het zijn de volgende: 

Negociado de Congresos. 
n» 7513—7539. Congreso de Cambray. 1720—1725. 



137 

n» 7540—7560. Congreso de Soissons. 1727—1730. 
n» 7561—7581. Congreso de Francfort. 1741—1744. 

Negociado de Junta de Dependencias de Estrangeros^ 
que tambien se llama de Jueces Conservadores de Co- 
rner ei o. 1706—1763. 

Het zijn de liassen n^ 7582 — 7604; voor zoover de inventaris uit- 
wijst, van geen belang voor onze geschiedenis. 

Negociado de Cónsules y Vice-Cónsules. 1715 — 1782. 
Dit hoofd omvat de liassen n^» 7640—7671; voor ons land komen 
daarvan alleen in aanmerking: 
n°. 7640. Correspondencia de Asó, consul en Amsterdam y en Dun- 

querque. 1777. 
n<>. 7671. Correspondencia del Consulado de Ostende sobre la 
compania llamada de Ostende en Indias. 1724. 

Indiferente. 1701 — 1785 (een enkel nrummer uit 1824). 

Naar den inventaris te oordeelen bevat dit hoofd, de n^^ 7831 — 
7913 vermeldend, geen belangrijks voor onze geschiedenis en heeft 
het betrekking op binuenlandsche aangelegenheden van Spanje. 

Legajos y Libros inconnexos. 1252—1773. (Slechts weinig 
uit de tijden vóór de 18® eeuw). 

Ook in deze liassen, n<*® 8098 — 8132 , wijst de inventaris geen zaken 
van beteekenis voor onze geschiedenis aan. 

Uit de af deeling Holanda heb ik in de eerste plaats de liassen in- 
gezien , wier hoofdinhoud door don Manuel op onduidelijke wijze was 
aangegeven ; dan heb ik hier en daar een enkelen greep gedaan. Wel- 
licht zou ik nog een paar dagen besteed hebben aan een nauwkeuriger 
onderzoek der papieren van Beretti-Landi, die in de jaren 1718 — 
1720 eene groote bedrijvigheid in de Republiek ontwikkeld heeft om haar 
van toetreding tot de zoogenaamde Quadraple-Alliantie terug te houden, 
ware het niet, dat ik reeds zeer geruimeu tijd minder wel was en 
vreesde bij langer volhouden ernstig ziek te worden; dientengevolge 
heb ik eenige dagen vroeger dan oorspronkelijk mijn plan was de 
tehuisreis aanvaard. 

Het weinige, dat ik te vermelden heb, laat ik weer in chronologi- 
sche orde volgen. 

n<». 6182. De berichten in deze lias zijn van den secretaris der ambas- 
sade, Nicolas Oliver, van Dec. 1715 — Oct. 1716, die veel- 
vuldig terugkomt op frauduleuzen handel der vreemde naties 
in Spaansch Amerika en speciaal op den ongeoorloofden handel 
der Hollanders in campeche-hout in de Laguna de Ter- 
minos; de berichten van Beretti-Landi, van Oct. — Dec. 1716, 
hebben weinig om 't lijf; hij is slecht te spreken over den consul 
van Spanje te Amsterdam, Jozeph Manuel d/e Acosta, wien 
hij vooral kwalijk schijnt te nemen dat hij een jood is. Het was 
mij bij 't inzien van dezen bundel echter meest te doen om de 
instructie van Beretti; zij is onbeduidend, maar ik vond er 
in wat ik hoopte te vinden, n.l. eene aanwijzing, hoe de papieren 



138 

der Spaansche ambassade in Den Haag van 1648 — 1701 
te Brussel gekomen zijn. 

In Beretti's instructie van 8 Juni 1716 wordt gezegd, dat de 
Spaansche gezant Quiros bij het uitbreken van den Spaanschen 
successieoorlog uit Den Haag naar Brussel is vertrokken; hij is 
spoedig overleden en had tot executeur-testamentair benoemd don 
Diego Hortiz de la Carrera, die dientengevolge het archief 
der Spaansche ambassade in Den Haag in handen heeft gekregen. 
Deze Carrera is later in dienst genomen door de Oosten- 
rijkers met en ter wille van die papieren. Aan Beretti Landi 
wordt gelast te trachten ze terug te krijgen; maar de aanwezig- 
heid van dat archief ten huidigen dage in het Rijksarchief te 
Brussel bewijst, dat hij in zijne opdracht niet is geslaagd. 

n®. 6184. Zooals de inventaris zegt, blijkbaar op gezag van eene aan- 
teekening, in de lias aanwezig, zijn deze brieven bijeengebracht 
uit de papieren van Al b er on i. Zij vormen eene geheime corres- 
pondentie van Alberoni met Beretti Landi van Dec. 1716 — 
eind 1717, in 't Italiaansch ; bij vluchtig doorzien scheen zij mij 
te loopen over de algemeene Kuropeesche aangelegenheden en 
van meer belang te zijn voor de kennis van Alberoni 's poli- 
tiek dan voor onze geschiedenis. (Zij is gebruikt door J. Mal- 
donado Macanaz bij diens studies over Spanje's geschiedenis 
in de 18® eeuw, o.a. in zijne artikels over El Cardenal Albe- 
roni (Rev, de Esp. 1884). 

n^ 6185. Het zijn brieven uit 1719, nagenoeg uitsluitend van Beretti 
Landi. Het financiëele plan, waarvan de inventaris gewaagt, ont- 
breekt ; uit enkele berichten blijkt echter dat het te doen was om 
eene groote leen ing voor Spanje. Beretti's berichten betreffen in 
de eerste plaats de vraag of de Republiek zal toetreden tot de 
zoogenaamde Quadruple Alliantie; verder ook zijne bespre- 
kingen met den Russischen gezant K o erakin. 

n^" 6195—6197. Van eene zaak van Willem Smith, door den inven- 
taris genoemd, heb ik niets gezien. In Montele on 's brieven van 
1723 vrij wat over den strijd tusschen Roomschen en Janse- 
nisten en de houding van de regeering der Republiek hierin , 
die hem bitter slecht behaagt. 

n^. 6210. Het zijn een aantal stukken van verschillende personen uit 
1726, die echter meest allen van Ripperda hulp of steun 
wensohten, o.a.: Een ongedateerd ontwerp-contract , waarbij Fabia- 
nus Willemse uit Amersfoort zich op zekere voorwaarden 
verbindt , zich met zijne familie in Spanje te vestigen ten einde 
er het weven te onderwijzen. Een vermakelijke brief van zekeren 
Fred. Willem Mant, Den Haag, 12 Mei 1726, blijkbaar een 
ouden kennis van den nieuwbakken hertog ; hij maakt hem velerlei 
complimenten, maar eindigt met zijn steun in te roBpenter af- 
wikkeling van financiëele zaken in Spanje. — Dan vrij wat brieven 
van Louis Le Maingre de Bouciquault, „colonel des dra- 
gons," een man van avontuurlijke plannen. Hij wil het toetreden 
der Republiek tot het verbond van Hannover verhin- 



139 

deren door middel van Zeeland, en zelfs een verbond van dat 
gewest met Spanje tot stand brengen. Hij is bevriend met burge- 
meester Hennequin van Rotterdam, die invloed heeft in de 
admiraliteit van Zeeland. Z e e 1 a n d zal gewonnen worden door het 
eenige vrijheid te verleenen in den handel op Amerika, maar 
onze man heeft — natuurlijk — ook geld noodig. Zijne fraaie 
ontwerpen worden droevig verstoord door de toetreding der Repu- 
bliek tot het Hannoversch verbond , maar niettemin blijft hij zijne 
plannen om Zeeland te winnen aanbevelen en geld vragen. 

n®. 6213. Dit is een lias met stukken, het optreden der Nederland- 
sche ambassade te Madrid betreffende (oficios de la Embajada 
de Holanda), van 1725 (zeer weinig), 1726 en 1727. Ik koos deze 
jaren, omdat de algemeene politieke verhoudingen toenmaals 
stellig aanleiding gaven tot ernstige diplomatieke verhandelingen ; 
doch zooals ik al vermoed had , handelen deze papieren over allerlei 
onrecht , aan schippers en schepen bedreven , over schuldvorderingen 
van Nederlandsche particulieren , die geen recht kunnen krijgen , 
over de vorderingen van het huis van Oranje. Zij zijn dus van 
denzelfden aard als de documenten , waarvan ik er te Madrid vele 
onder de oogen gehad heb. *) 

n® 6220, 6221. Brieven van den secretaris der Spaansche ambassade 
in Den Haag, Nicolas Oliver, over 1730; deze secretaris heeft 
langen tijd zijne functie bekleed en blijkens den inventaris ijverig de 
pen gehanteerd, maar blijkbaar was hij weinig ingewijd. in den 
gang van zaken. Zijne berichten zijn onbeteekenend; hij meldt 
geruchten en tijdingen , ook over de toetreding der gewesten naar 
Hollands wensch tot het tractaat van Sevilla. Eene enkele 
maal spreekt hij over die aangelegenheid met Slingelandt, die 
hem echter blijkbaar niet veel wijzer maakte. 

n® 6225. Brieven van N. Oliver van 1733, waarvan hetzelfde geldt 
als hierboven werd opgemerkt; in sommige brieven heeft hij het 
over de aanspraken van Hyacinthe van Nassau-Siegen op 
de erfenis van Willem III. (Zie ook bij Madrid, Archivo 
historico nacional, p. 65). 

n<* 6345. Brieven van Felipe Rodriguez, consul te Amsterdam, 
over 1738 en een deel van 1739. Hij bericht allerlei wat hij ver- 
neemt over uitrustingen voor smokkelhandel, echter geruchts- 
gewijze; de meeste smokkelondernemingen gaan van Zeeland 
uit. Hij ergert zich diep. 

8 Fehr, 1738, Het smokkelen is den Nederlanders tot een 
tweede natuur geworden ; zij denken slechts aan 't opstapelen van 
rijkdommen en daartoe zijn alle middelen hun goed. Toen in 1708 
Eugenius van Savoye Rijsel belegerde , voorzagen de Neder- 
landsche kooplieden de Franschen van allerlei krijgsbehoeften etc. 
20 Fehr, 1788, De smokkelhandel op Amerika is niet te tct- 
hinderen, zoolang niet de Spaansche wachtschepen zich van alle 
Nederlandsche vaartuigen , die zij op weg naar Amerika aantreffen , 

^) Veel belangrijker zijn Van der Meer's secrete brieven in ons Rijksarchief. 



140 

meester maken , want al heet het dat zij naar Cara9ao gaan^ 
dat is niets dan een voorwendsel. 

J3 Maart 1738, Men verzekert, dat de Amsterdamsche vroed- 
schap beraadslaagt over de vraag om Amsterdam tot een vrij- 
haven t« maken, ten einde zoo mogelijk door dat middel het 
aanmerkelijk verval van den Amsterdamschen handel te herstellen. 
Die handel is zonder eenigen twijfel sterk achteruitgegaan, maar 
om het plan te volvoeren is veler instemming noodig, en daarom, 
zal het niet gauw verwezenlijkt worden. Amsterdam ondervindt 
de veranderlijkheid der wereldsche zaken: vroeger was het de 
stapelplaats der grootste rijkdommen van Europa eii het magazijn, 
waar ieder zijne oenoodigdheden kwam halen; thans ziet het zich 
gedwongen te doen waaraan men vroeger niet zou hebben gedacht 
(n. 1. dé stad tot eene vrijhaven te maken). ledere natie is er op 
bedacht geworden zich zelf te helpen, en Amsterdam ondervindt 
hiervan de gevolgen en zal er nog meer van ondervinden, naar- 
mate andere natiën de oogen meer openen voor het belang van den 
handel. Hamburg is de stad, die een goed deel van Amsterdams 
handel tot zich heeft getrokken door datzelfde middel van de 
haven vrij te maken. 

27 Maart 1738. Het beraad over den porto-franco eischt tijd. 
Amsterdam gaat hard achteruit. Volgens de opgave der pach- 
ters van de middelen op thee, koffie, zout. zeep, bier enz. hebben 
in den korten tijd van 10 weken meer dan 300 tamelijk welgestelde 
families de stad verlaten ten gevolge van het gebrek aan handel. 

31 Juli 1738. Van Groenland worden 190 walvischvaai'ders 
verwacht ; zij hebben een goede vangst gehad. Een Amsterdammer 
heeft er drie schepen bij, die 21 walvisschen meebrengen ; de 
waarde van een walvisch wordt geschat op 5000 gulden. 

18 Sept. 1738. Bericht dat Gerard Josias Olmius, burge- 
meester van Doetichem, aanbiedt aan Spanje de levering van 
bommen en granaten (die aanbieding is er bij); deze persoon is 
een der voornaamste kooplieden van de Republiek en voorziet 
ook al hare magazijnen van die artikels. 

5 Febr. 1739, Een der nieuw gekozen burgemeesters van Am- 
sterdam , Huydekoper genaamd , is , naar men zegt , iemand die 
het buskruit niet heeft uitgevonden en een ordinair man, van 
geen familie. De man die alles bestuurt is Oorver. 
n<* 6346. Brieven van Eelipe Rodriguez. In deze lias over 1740 
en 1741, en in toenemende mate in de volgende, gaat de consul 
er zich ongelukkig op toeleggen om politieke nieuwstijdingen ,. 
vooral steunende op berichten die hij uit Engeland krijgt en 
overzendt, te leveren; zij nemen steeds meer plaats in. 

In dit nummer verschillende brieven over de kwestie , wie te 
Amsterdam aan de kooplieden, dia artikels naar Spanje wilden 
vervoeren, een certificaat zou uitreiken, dat hierbij geen contra- 
bande Engelsche artikels waren. De kwestie wordt ten slotte zoo 
geschikt, dat een secretaris van Amsterdam het uitgeeft en de 
consul het legaliseert. 



141 

14 Jan, 1740. De verwarring op de Beurs, tengevolge van 
het verbod der Spaansche regeering om artikels van Engelschen 
bodem en fabricage in Spanje in te voeren, neemt dagelijks toe; 
want daardoor worden geheel verijdeld de maatregelen, die de 
Amsterdamsche kooplieden in overleg met de Engelsche genomen 
hebben om , ondanks de breuk tusschen Spanje en Engeland, den 
handel met Engelsche artikelen in Spanje voort te zetten. Op 't 
oogenblik liggen ongeveer veertig Hollandsche schepen in de 
Theems, geladen met Engelsche artikelen. 

4 Febr, 1740. De magistraat is Maandag 1.1. vernieuwd. De 
nieuwgekozenen zijn alle zonen, bloedverwanten en vrienden der 
burgemeesters; vele burgers, die gehoopt hadden te worden ge- 
kozen, zijn zeer misnoegd, 
n** 6348. Brieven van Felipe Eodriguez. 

8 Juni 1747. Er wordt scherp toegezien op personen, die wel- 
licht correspondentie met de Franschen zouden kunnen houden. 
Gisteren is Rousset door den hoofdschout gevangen genomen. 
(Van Rousset zegt Rodriguez: Rousset is een Franschman, die 
niet langer monnik w^ilde zijn en daarom naar Holland gegaan 
is, waar hij calvinist is geworden; hij schrijft de grootste onbe- 
schaamdheden tegen de roomsche religie en tegen Frankrijk; hij 
is de schrijver van het vliegend blaadje „Le Magacin" en van 
L' avocat pour et contre". Den 15en Juni bericht Rodriguez. dat 
Rousset Zaterdag 1.1. naar den Haag is overgebracht en dat zijne 
misdaad niet bekend is. 
n° 6349. Als boven. 

23 April 1750. Op de Beurs te Amsterdam wordt veel ge- 
klaagd, want dagelijks wordt in deze landen de handel minder en 
de belasting hooger. Iedereen verlangde naar den vrede , maar nu 
is het diezelfde vrede die hen ten onder brengt, want zoolang 
de oorlog duurde, genoten de Hollanders alleen de voordeelen 
van den handel op Spanje , maar thans hebben de Engelschen het 
grootste deel, immers tegen een HoUandsch schip komen vier 
Engelsche in de Spaansche havens. 
n<* 6360. De inventaris vermeldt: Indias, Isla de Vrua. De lias bleek te be- 
vatten zeer lijvige uiteenzettingen uit 1779, ten betooge dat Ilruba 
of Aruba niet aan de Republiek behoort, maar aan Spanje. Het 
belang van die zaak was hierin gelegen, dat Uruba bewoond werd 
door allerlei smokkelaars, die de bescherming genoten der Compagnie, 
n®. 6390. Een onbegrijpelijke vermelding in den inventaris deed mij 
ook dit nummer inzien. Het behelst een aantal papieren uit de 
jaren 1780 — 1784 van geen beteekenis. Een Nederl. schipper. Jan 
Tierts Wagenaar had met zijn schip, Spaarne en Amstel ge- 
heeten, eene lading meel zullen brengen van Ferrol naar Cadiz 
maar was ongelukkig niet te Cadiz, maar te Gibraltar bij de 
Engelschen aangekomen; hij beweerde gedwongen te zijn, de 
Spanjaarden echter geloofden aan kwade trouw, brachten hem 
met zijn schip op en hielden hem vast. Hij vraagt vergeefs af- 
doening van zijne zaak. 



Mijn bezoek aan Brussel was in zekeren zin bijzaak; het had 
ten doel mij zoo snel mogelijk op de hoogte te stellen van de daar 
aanwezige verzamelingen van documenten, belangrijk voor onze ge- 
schiedenis, die verband hielden met het hoofddoel mijner reis, het 
Pyreneesche schiereiland, opdat ik zou weten en kunnen aanwijzen^ 
wat uit den tijd dat Spanje en de Nederlanden dezelfde vorsten hebben 
gehad te Brussel te vinden is en dus niet ginds, op verren afstand, 
gezocht behoeft te worden. Een onderzoek naar documenten voor onze 
geschiedenis in haren geheelen omvang lag derhalve geenszins in de 
bedoeling; dit moet overgelaten blijven aan een afzonderlijke rondreis 
in de archieven en bibliotheken van België. Men houde dus dit zeer 
beperkte doel van mijn bezoek aan Brussel in het oog. 

Rijksarchief 

Van mijn bezoek aan het rijksarchief te Brussel bewaar ik de 
aangenaamste herinneringen aan de groote voorkomendheid van den 
rijksarchivaris, den heer A. Gal Hard, en van alle ambtenaren , met 
wie ik het genoegen heb gehad in aanraking te komen. In 't bizonder 
ben ik dank verschuldigd aan den heer J. Cuvelier, onderchef der 
tweede afdeeling, voor zijne hulpvaardigheid en voor de welwillend- 
heid, waarmee hij mij ook na mijn bezoek schriftelijk inlichtingen 
heeft verstrekt. 

De rijkdommen van het rijksarchief zijn gescheiden in vier af dee- 
lingen, van* wier inhoud een summier overzicht gegeven is door de 
heeren Ed. Laloire et E. Lefevre in t. I der Revue des Biblio- 
thèques et Archives de Belgique (1903) onderden titel: LesArchive» 
Générales du Royaume a Bruxelles. Tableau synoptique 
des Archives. Tijdens mijn bezoek aan het archief was de heer 
Cuvelier bezig de laatste hand te leggen aan een werk, dat sedert 
verschenen is onder den titel : Inventaire des inventaires de la detixième 
section des Archives Générales du Royaume, par Joseph Cuvelier, 
sous-chef de section. Dit werk geeft eene beschrijving der inven- 
tarissen, ten archieve aanwezig, op de verschillende verzamelingen 
van documenten der tweede afdeeling, waarbij de auteur met groote 
zorg en scherpzinnigheid de oude inventarissen , vervaardigd in een 
tijd toen de verzamelingen gansch anders waren geclassificeerd als 
heden, heeft onderzocht, en aangewezen op welke nummers «Ier tegen- 
woordige indeeling zij betrekking hebben. Sommige dier oude inven- 
tarissen geven uitvoerige regesten der beschreven stukken , zoodat zij 
ook den onderzoeker van heden belangrijke diensten kunnen bewijzen. 
Wie zich mefc verzamelingen uit de tweede afdeeling heeft bezig te 
houden, verzuime derhalve niet Cuvelier 's werk te raadplegen. 



143 

Zooals ik reeds meedeelde, ben ik niet in de gelegenheid geweest? 
er voor mijn bezoek profijt van te trekken; naderhand heb ik er 
kennis van genomen, en in de volgende bladzijden zal ik er een 
enkele maal naar verwijzen. 

De rijksarchivaris, dien ik van te voren op de hoogte had gebracht 
van het doel mijner komst, wees mij drie inventarissen aan, die ik 
zou hebben te raadplegen; het waren: 

I. Inventaire des Cartulaires, Obituaires et Ouvrages manuscrits. Het is 

een moderne geschreven inventaris in fol. van 104 blz , voor elk 
der drie afdeelingen alphabetisch geordend. Hij droeg toen het 
nummer 212 doch op het oogenblik is het n°. 423 (Cuvelier, 
p. 193). Bij het raadplegen der afdeeling Ouvrages manuscrits (met 
de twee andere bemoeide ik mij niet) bleek mij , dat telkens ver- 
wezen werd naar een anderen inventaris , die mij op mijn verzoek 
ook verstrekt werd. Ook dit is een moderne geschreven inventaris 
op dezelfde verzameling, maar veel uitvoeriger (312 blz.); hij is 
thans genummerd 422 (Cuvelier, p. 192, die daar ook de tahle 
des matières heeft afgedrukt). Hij is in zooverre eenigszins lastig 
te raadplegen, dat hij vol verwijzingen en aanteekeningen staats 
terwijl bovendien telkens nummers zijn ingelascht. Die verwijzingen 
en aanteekeningen hebben doorgaans ten doel aan te geven, dat 
dit of dat handschrift gevoegelijk zou kunnen worden ingelijfd 
bij eene andere verzameling. En inderdaad, een eigen karakter 
heeft dit fonds niet; men heeft er alles ingebracht, wat men voor 
het oogenblik niet eene plaats in eene andere verzameling wist 
aan te wijzen; vandaar ook ongetwijfeld de zonderlinge naam 
dezer verzameling; zij heet Gartulaires et Manuscrits (vgl. Cuve- 
lier, p. 192). 

II. Inventaire des registres, des liasses et des cartons de la collectioUy 
dite Papiers d'Etat et de VAudience. thans n<>. 371 (Cuvelier, p. 166, 
die daar eene „table sommaire" van den inhoud geeft). In 4^, 198 
blz., geschreven moderne inventaris. 

De Papiers d^Etat et de VAudience vormen eene zeer belangrijke 
verzameling van documenten. Deze zijn deels afkomstig van den 
Raad vau State, die de zakon , het algemeen bestuur van het land 
betreffende , behandelde , en anderdeels van de Audience, waar- 
van de expeditie van alle belangrijke bestuursstukken van allerlei 
aard (Cuvelier, p. 165) uitgingen. In 't bizonder voor de geschiedenis 
der 16® eeuw is deze verzameling van zeer hooge beteekenis. 

Zoowel de Gartulaires et Manuscrits als de Papiers d'Etat et de 
VAudience maken deel uit van de tweede afdeeling. 
m. Inventaire sommaire des Archives de la Secrétairerie d'Etat et de 
Giierre, par A. G ai Hard et E. de Breyne. Gedrukte inven- 
taris; zonder jaartal en niet in den handel. Met de Annexes 87 
blz.; dan volgt nog een Tahle des matières. 

Om een denkbeeld te geven van den aard dezer archieven, 
neem ik enkele zinsneden over uit de inleiding op dezen inven- 
taris: „Sous la dénomination de Secrétairerie d'Etat et de 
guerre sont réunies les archives de deux institutions des Pays-^ 



144 

Bas , lesquelles , en dépit de V identité de leur titre , présentent 
des caractères absolument différents. La première est la secrétai- 
rerie d' Etat et de guerre sous Ie régime espagnol. Membre du 
ministère espagnol , place par Ie Roi sous les ordres immédiats du 
gouverneur-général, Ie secrétaire remplissait officiellement les fonc- 
tions de rainistre des relations extérieures, de ministre de la 
guerre pour les troupes espagnoles et étrangères, et de ministre 
d' Etat pour les affaires importantes et secrètes. Il était en réalité 
r alter ego, Ie premier ministre du gouverneur-général pour 

toutes les affaires d' intérêt majeur. , Puis vient Ie 

secrétairerie d' Etat et de guerre sous Ie régime autrichien". Bij 
dat regime ^la secrétairerie se transforma peu é, peu en chancellerie 
des gouverneurs généraux des Pays-Bas, et son chef, dépouillé de 
presque toutes ses attributions militaires, fut reduit a la charge, 
des plus importantes encore, de secrétaire d* Etat pour les af- 
faires d' administration politique , tant interne qu'externe. 

Aan den inventaris dezer archieven is onder den naam Annexes 
toegevoegd de inventaris van eenige archieven, die nimmer tot 
de Secrétairerie iV Etat et de guerre behoord hebben maar daarin 
zijn geplaatst in den Oostenrijkschen tijd en er sedert gebleven 
zijn. Hiertoe behoort het archief der Spaansche ambassade 
in Den Haag van de tweede helft der 17® eeuw. 

Bij eene voorloopige kennisneming van de genoemde inventa- 
rissen bleek mij alvast, dat hier een groote rijkdom van docu- 
menten , van belang voor onze geschiedenis , aanwezig is , voldoende 
om hem , die er wat nader op in wil gaan ten einde ze nauwkeu- 
riger te beschrijven, maanden bezig te houden. Daarenboven bleek 
mij , dat talrijke nummers der Gartulaires et Manuscrits en der 
Papiers cZ' Etat et de V Audience geheel denzelfden titel hebben en 
dat eene vergelijking dier onderscheiden nummers reeds een zeer 
tijdroovende arbeid zou zijn. Na rijp beraad heb ik gemeend, dat 
ik het meeste nut zou doen door allereerst van den inhoud der 
inventarissen verslag te geven, en daar, waar hunne aanwijzing 
aan duidelijkheid te wenschen overliet, eenige toelichting te zoe- 
ken, voor zoover de tijd dit gedoogde. 

Ik begin nu met de Papiers d' Etat et de V Audience en houd 
mij daarbij aan de indeeling van den inventaris. Dan laat ik vol- 
gen de Gartulaires et Manuscrits, maar hierbij wijk ik af van de 
volgorde van den inventaris om ten behoeve van het gemakkelijk 
overzicht de nummers op dezelfde wijze te groepeeren als in de 
Papiers d' Etat et de 1' Audience. Ten derde komen dan de docu- 
menten der Secrétairerie d' Etat et de Guerre , die vooral voor de 
17® eeuw van beteekenis zijn. 

Section II 
Papiers d'Etat et de 1' Audience 

I. MAISON DES SOÜVERAINS ET BES GOUVERNEURS GENE- 
RAUX. (1499— XVIP siècle). Op de nummers 1—21 dezer col- 



146 

lectie bestaat een oude gedetailleerde inventaris (Ouvelier n^ 372). 
De portefeuilles , die doorloopen tot n^ 33 , bevatten de rekeningen 
der nuishouding van de vorsten en vorstinnen , en der traktemen- 
ten der ambtenaren en edellieden , tot de hofhouding behoorende. 

m® 30. Registro de los officiales de la Casa Real d'Ara- 
gon. 1520. (Op den rug staat: Maison de Charles V). Het 
is eene lijst in 't Spaansch van alle ambtenaren, tot het konink- 
lijk huis behoorende, met opgave van hun tractement en van 
ihetgeen hierop betaald is; ook van de edellieden van „Castilla, 
Aragon, Navarra, Yalencia y Mallorcas, gentiles hombres Oata- 
lanes, de Napoles, Sicilia y otras partes". fol. 36. Aanteekening 
van verschillende bevelen van betaling, door Karel V in 1520 
•en 1521 gegeven. — fol. 39. Vertoog dat de Keizer orde moet 
stellen op het financieel beheer, dat veel te wenschen overlaat. 
Z. M. moet eenige weinige vertrouwde personen benoemen om zorg 
te dragen, dat zijne inkomsten niet verloren gaan, zooals tot nu 
toe het geval is, zonder dat er iemand is die er naar omziet. — 
fol. 42. Een soortgelijk vertoog, speciaal ten aanzien van Aragon; 
•door het ontbreken van behoorlijk beheer lijdt de kroon groote 
schade; het eindigt: Que su Ma** no recibe ya un dinero de lo 
ordinario de esta Corona, de que el Rey Catholico recibia cada 
ano mas de cient mil ducados. 

TL^ 32, Est at du roy d'Espagne lorsque Sa Majesté rési- 
doit par de9a en Tan 1558. 

II CORRESPONDANCE ANTÉRIEURE A CHARLES QÜINT 

n® 34. Lettres de Maxirailien, archiduc d'Autriche, puis roi des 
Romains. 1483 — 1596, (Origineelen , óf deels, óf alle uitgegeven. 
Vgl. Gachard. Lettres inédites de Maximilien etc. 1851—1852). 

ni RÈGNE DE CHARLES QÜINT 

A. Correspondance de Charles Quint avec Marguérite 
de Savoie, Ferd. d'Autriche, Marie de Hongrie et 
divers. 

n® 35. Correspondance de Charles Quint avec Marguérite d'Au- 
triche, 1522—1525. Copieën. 

no 36. Als boven. 1526—1530. Copieën. In n° 35 en n» 36 eene „table 
des lettres". 

no 37. Correspondance de Charles Quint avec Marguérite. 1522 — 
1528. Copieën. 

«o 38. Als boven. 1529—1530. Copieën. 

n° 39. Correspondance de 1'archiduchesse Marguérite avec 
Charles Qiaint. 1523—1526. Minuten, origineelen, copieën. 

n<» 40. Als boven. 1527—1530. Minuten, origineelen en copiën. 

jn<* 41. Hecueil de lettres de Charles Quint a Marguérite de Savoie 
et de cette princesse a 1'empereur, et de lettres qu'elle a re9ues 
de Ferdinand d'Autriche, de ses nièces et de divers person- 
nageSc 1522 — 1530. Il renferme aussi des in s truc ti ons. Copieën, 

10 



146 

n" 42. Lettres de Charles Quint aFerdinand. 1523—1529. Copieën. 
n® 43. Correspondance de Charles Quint avec Ie roi F er d in and. 

16 Jan. 1524—22 Mei 1538. 
n» 44. Als boven. 9 Jan. 1547—20 Juni 1552. 
n» 45. Als boven. 22 Juni 1552—31 Aug. 1552. 
n® 46. Als boven. 1 Sept. 1552 — 1556. n^^ 43 — 46 zyn origineelen^ 

minuten, copieën, in ^tFransch, Spaansch en Latijn, 
n® 47. Correspondance de Charles Quint avec Marie de Hongrie. 

1529—1532. Copieën. 
n» 48. Als boven. 1533—1535. Copieën. 
n® 49. Als boven. Jan. 1536— Juni 1537. Copieën. 
b9 50. Als boven. Juli 1537 — Dec. 1539. Copieën. 
n** 51. Als boven. 1541 — 1542. Copieën. 
n® 52. Correspondance de la reine Maria avec Charles Quint* 

1532—1540. Origineelen. 
n® 53. Als boven. 1541 — 1542. Origineelen. 
n*» 54. Als boven. 1543. Origineelen. 
n° 55. Als boven. 1544 (tot 31 Mei). Origineelen. 
n** 56. Als boven. Juni 1544 — 1545. Origineelen. 
n*» 57. Als boven. 6 Maart 1546—31 Juli 1546. Origineelen. 
n® 58. Als boven. 3 Aug. — 29 Dec. 1546. Origineelen. 
n® 59. Als boven. 1547. Origineelen. 
n® 60. Als boven. 1548—1550. Origineelen. 
n<* 61. Als boven. 1551—26 Aug. 1552. Origineelen. 
n** 62. Als boven. Sept.— Dec. 1552. Origineelen. 
n° 63. Correspondance de la reine Marie avec Charles Quint. 1532 — 

1537. Origineelen. 
n« 64. Als boven. 1538—10 Dec. 1551. Origineelen. 
n^ 65. Als boven. 16 Dec. 1551—11 Juni 1552. Origineelen. 
n<» 6G. Als boven. 12 Juni 1552—14 Maart 1555. Origineelen. 
n® 66^K Billets de Marie de Hongrie et de Granvelle a Charles 

Quint. 1546. 
n^ 67. Correspondance de Charles Quint avec Marie de Hongrie 

concernant les affaires des Pays-Bas. 1532 — Mei 1543. Copieën. 
n» 68. Als boven. Juli 1543—1546. Copieën. In deze n°« 67 en 68 vrij 

wat over de financiëele moeilijkheden der regeering en over den 

onwil der gewesten om hierin te voorzien. Vóór in n<* 67 en n<» 68 

vindt men eene „table des lettres." 
n^ 69. Correspondance de Marie de Hongrie. (Précédée de quelques 

lettres de Marguérite). 1534—1542. 
n^ 70. Als boven. 1543—1552. Blijkens eene aanteekening in n<* 69 

zijn het copieën, in 1882 te Weenen gemaakt. Aan het eind van 

n^ 69 en n<» 70 vindt men eene „table des lettres.'* 
no 71. Lettres diverses de et a Charles Quint. 1519—1532. Origi- 
neelen. 
n<» 72. Als boven. 1532—1534. Origineelen. 
n» 73. Als boven. 1535—1551. Origineelen. 
n® 74. Als boven. 1551 — 1555. Origineelen. Achter in n^ 74 is een: 

Index des noms des personnes et des corps ou corporations qui 



147 

ont écrit oa auxquels ont été adressées les lettres contenues dans 
ces quatre (n°* 71 — 74) volumes. 

no 74bis. Lettres, instructions et ordonnances deMariedeHongrie 
et d'autres personnages de son époque. 

n®* 75—81. Correspondance de Charles Quint avec ses généraux, ses 
ambassadeurs et autres personnages en Italië. 1522—1530. 7 vol. 

n® 82. Correspondance de Cnarles Quint avec N. de Montmorency, 
seigneur de Courrières, au sujet du départ pour les Pays-Bas de 
Clirétienne de Danemark, duchesse de Milan. 1537. Copieën. 

n® 83. Lettres de et a Guillaume de Nassau. 1555. Origineolen 
en minuten. 

n« 84. Als boven. 1550— 15G6. 

n° 85. Als boven. 1552-1560. 

n» 86. Als boven. 1561-1567. 

n» 87. Als boven. 1568—1577. 

no 88. Als boven. 1577—1584. 

n® 8ü. Als boven. 1555 — 1568 (supplément). 

n® 90. Als boven. 1552 — 1584 (supplément). 

Van de nummers 83—90 zegt de inventaris: c'est la correspon- 
dance de Guillaume de Nassau avec Charles Quint, 
Philippe II, Philibert Kmmanuel de Savoie, Margué- 
rite de Parme et Ie conseil d'Etat. Zooals blijkt, behoort 
deze collectie slechts voor een klein gedeelte onder de Bègne de 
Charles Quint Het zijn niet alleen origineelen, zooals de inven- 
taris aangeeft, maar ook minuten. Gepubliceerd door Gachard 
in de Coit, de Guillaume Ie Taciturne. 6.dln. (1847—1866). 

n® 91. Lettres a Charles Quint par N. Per ren o t. 1541 — 1543. Copieën. 

n® 92. Correspondance de Charles Quint avec N. Perrenot. 1543. 
Origiüeelen. 

B. Cor,respondance de Marguérite de Savoie 

n° 93. Correspondance de Tarchiduchesse Marguérite avec 1' ar chid uc 

Ferdinand. 1524—1529. Origineelen. 
n** 94. Correspondance du gouverneur de F r i s e. 1 524 — 1540. 

Origineelen. (C'est la correspondance de ce fonctionnaire avec 

Marguérite de Savoie, Marie de Hongrie et Ant. de 

Lalaing, gouverneur de Hollande). 

C. Correspondance de Marie de Hongrie 

n° 95. Lettres de Marie de Hongrie a Ferdinand. 1528 — 1543. 

Copieën. 
n® 90. Lettres de Ferdinand a Marie de Hongrie. 1528—1543. 

Copieën. 
n° 97. Correspondance de la reine Marie avec Ie roi Ferdinand. 

1537 — 1556. Origineelen, althans gedeeltelijk; er komen ook in 

voor uittreksels uit die briefwisseling. 
n® 123. Lettres de N. Porre not, seigneur de Granvelle, a Marie 

de Hongrie. 1532—1542. Copieën. 



148 

n« 123^. Correspondance de Marie de Hongrie avec Nicolas Per- 
ren o t. '1536—1542. 
n® 124. Correspondance de la reine Marie avec Nicolas Perr ene t. 

1537 — 1547. Oiigineelen. 
n®" 131 — 133. Lettres de divers a la reine Marie. 1536—1548. Origineelen. 
n®»98 — 118. Lettres des seigneurs. 1541 — 1559. 21 deelen. Origineelen. 

(C'est line collection de lettres adressées par divers a Marie de 

Hongrie et a ses successeurs dans Ie gouvernement des Pays-Bas). 

Kr zijn geen brieven uit de jaren 1546 — 1550. 
n** 119. Lettres d'Adrien deCroyala reine Marie. 1542—1548. 

Origineelen. 
n® 120. Correspondance de la reine Marie avec Naves, Vigliuset 

de Lyere, envoyés a Nurenberg et aAugsburg. 1542. Origineelen. 
n® 121. Correspondance de la reine Marie avec Naves et Scep- 

perus, envoyés a Spire. 1542. Origineelen. 
n° 122. Correspondance de la reine Marie au sujet de la diète de 

Nurenberg. 1543. Origineelen. 
n<** 125, 126. Correspondance de la reine Marie avec Antoine 

Perrenot. 1547 — 1555. Origineelen. 
jjos 128 — 130. Lettres missives. Originaux. (C'est une collection de 

lettres de divers a Marie de Hongrie et de réponses de cette 

princesse). 
n® 134. Correspondance du conseil d'Etat avec la reine Marie. 

1547 — 1548. Origineelen. (A la suite de cette correspondance sont 

des lettres d'Adrien de Croy, conté de Roeulx). 
^08 135 — ]43, Correspondance en matière de finances. 1550 — 

1557. Origineelen. 
n® 127. Correspondance de Viglius avec la reine Marie. 1555 — 1558. 

Origineelen. 
n^*. 149—150. Correspondance relative a la maladie, a 1'abdication et 

au voyage de Charles Quint. 1552 — 1559. Originaux. (Vgl. 

Gachard. Retraite et Mort de Charles V, 1854). 

IV. BÈGNE DE PHILIPPE IL 

A. Correspondance avec ses gouverneurs-généraux et 

ses secrétaires, 
n^^ 151, 152. Correspondance d'Emm. Phil. de Savoie avec Phi- 

lippe II, Granvelle, Lalaing, avec lettres de ces personnages. 

1556—1559. Origineelen. 
n<* 153. Correspondance d'Emm. Phil. de öavoie avec Philippe IL 

1556—1558. (Lettres du roi et minutes du duc de Savoie). Er is 

ook correspondentie met andere personen bij. 
n" 154. Correspondance de Marguérite d'Autriche (d. i. M. v. 

Parma) avec Philippe II. 1559 — Juni 1560. 
no 155. Als boven. Juli 1560-Nov. 1561. 
no 156. Als boven. Sept. 1561- Juli 1562. 
no 157. Als boven. Aug. 1562— Juni 1563. 
no 158. Als boven. Juli 1563— Febr. 1564. 
n° 159. Als boven. Maart 1564— Febr. 1565. 



149 

De nummers 154 — 159 zijn origineelen, minuten en copieën. Groo- 
tendeels gepubliceerd door Gachard in de Correspondance de 
Marguérite de Parme, 1559—1563, 3 dln (1867—1881). 

n® 160. Correspondance de Philippe II. avec la duchesse de 
Parme. 1566 — 1567. Copieën. 

n® 161. Correspondance de la duchesse de Parme avec Philippe II 
(en matière de finances) 1562 — 1568. Minuten. 

n® 162. Correspondance de Marg. de Parme avec Philippe II. Co- 
pieën. Maart 1566— Sept. 1566. 

n» 163. Als boven. Oct. 1566— Maart 1567. 

n® 164. Correspondance du duc d'AIbe avec Philippe II. Origi- 
neelen en minuten. Juni 1567 — Maart 1569. 

n» 165. Als boven. April 1569— Maart 1571. 

n« 166. Als boven. Mei 1571— Dec. 1573. 

De nummers 164 — 166 zijn brieven van Alva; de drie volgende 
van Philips. 

n« 167. Als boven. Mei 1567— Dec. 1569. 

n» 168. Als boven. Jan. 1570-Juni 1572. 

n° 169. Als boven. Juli 1572 -Oct. 1573. 

n»* 170 — 172. Correspondance de liequesens avec Ie roi et lettres 
du roi a Requesens. Origineelen. 

no 170. Oct. 1573— Juni 1574. ) -p . -p, .,. 

no 171. Aug. 1574-Jan. 1576. ( ^^^^^^^ ^^^ ^^''^'^^' 
n^ 172. Dec. 1573— Maart 1576. Brieven van Requesens. 

n<** 173 — 174. Correspondance du Conseil d'Etat avec Philippe II. 
1576. (Vgl. t. IV van Gachard 's Corr. de Philippe II.) 

n® 175. Correspondance de don Juan d'Autriche avec divers per- 
sonnages. 1576—1577. 

n® 176. Lettres de Philippe II au prince et duc de Parme. 
Origineelen en minuten. Sommige gecijferd. Oct. 1578 — Dec. 1580. 

n° 177. Als boven. 1581. 

n» 178. Als boven. 1582. 

n« 179. Als boven. Mei 1583— Maart 1584. 

n° 180. Als boven. Juli 1584— Dec. 1585. 

n» 181. Als boven. Febr. 1586— Juni 1588. 

no 182. Als boven. Juli 1588— Dec. 1589. 

no 183. Als boven. 1590—1592. 

n® 184. Lettres du prince et duc de Parme a Philippe II. Ori- 
gineelen. 1578—1579. 

n» 185. Als boven. 1580. 

n» 186. Als boven. 1581. 

n» 187. Als boven. 1582—1583. 

n» 188. Als boven. 1584—1585. 

n« 189. Als boven. 1586—1588. 

no 190. Als boven. 1589— April 1592. 

n« 191. Als boven. Jan. 1592-Juni 1593. Ontbreekt. 

n® 192. Correspondance du Prince de Parme avec Philippe II.. 
Copieën. 1578 — 1581. Deze Correspondance is goeddeels uitgegeven 
door Gachard, Corresp. d' Alex, Farnèse avec Phil. IL 1578 — 



15() 

Jo79, (1853): buitendien bevat dit handschrift de instructies voor 
de onderhandelaars met de Waalsche gewesten en hunne brief- 
wisseling met Parma. 

n®* 193— 196. Lettres de Philippe II aux gouverneurs généraux. 
Copieën. 1585 — 1598. Er is een register op de vier deelen bij. 

n® 197. Gon-espondance des gouverneurs g é n é r a u x avec Philippe 
II (en matière de finances). Copieën. 1593 — 1599. 

n««198— 199. Lettres du comte de Mansfelt a Philippe II. Ori- 
gineelen. 10 Jan. 1592-9 Dec. 1593. 

n® 200. Lettres de Philippe II aucomtedeMansfelt. Origineelen. 
3 Febr. 1592—31 Dec. 1593. Een gedeelte dezer brieven in 't 
Spaansch. 

n** 201. Lettres de Philippe II a l'archiduc Ernest et au Comte 
de Fuentes. Origineelen. De brieven aan aartshertog Ernst van 
31 Dec. 1593—22 Maart 1595, die aan Fuentes van 9 Juni— 23 Sept. 
J595. Een enkele brief is in 't Spaansch. 

n" 202. Lettres de 1' archiduc Ernest et du Comte de Fuentes 
a Philippe II. Origineelen. Jan. 1594 — Jan. 1596. (Ernst stierf 
21 Febr. 1595». 

nos203— 201. Lettres de T archiduc Albert a Philippe II. Origi- 
neelen. 8 Maart 1596—17 Mei 1598. 

n° 206. Lettres de Philippe II a divers. Origineelen. 30 Sept. 1561 — 
29 Dec. 1575. 

n° 207. Lettres et billets du secrétaire Charles de Tisnacqa 
Philippe II (avec les apostilles du roi). Origineelen. 1562 — 1569. 

n» 208. Billets du secrétaire d'Ennetières a Philippe II (avec les 
apostilles de roi). 1578—1580. 

B. Correspondance des gouverneurs généraux sous 
Ie règne de Philippe II. 

n®* 209 — 230. Correspondance générale. Origineelen. 1555 — 1558. 

(C est la correspondance générale avec Marie de Hongrie et 
Ie duc de Savoie. On y trouve des lettres au roi). 

nos 231-233. Correspondance avec divers. Origineelen. 1555—1572. 
(C est une collection de lettres de diverses personnes , adressées 
aux gouverneurs généraux, et de réponses qui leur ont été faites. 
Elles sont classées par personnes). 

n^ 235. Correspondance entre Ie marcgrave d'Anvers et les gou- 
verneurs généraux. Origineelen. 1557—1564. 

n*»* 236— 237. Con-espondance avec l'évêque de L i è g e. (Gerard van 
Groesbeek). Origineelen. 1556—1572. 

n^ 238. Lettres de Gér. de Groesbeek au gouverneur général. 
Origineelen 1572 — 1575. 

Lettres de Max. de Berghues (bisschop van Kamerijk). Origi- 
neelen. 1565—1570. 

n° 239. Correspondance de la duchesse de Parme avec Tisnacq, 
Courteville, Hopperus etc. Origineelen. 1560—1567. 

11° 240. Lettres a la duchesse de Parme par Tisnacq, Courte- 
ville, Hornes et Montigny. Origineelen. 1560—1567. 



151 

3208 241—242. Lettres missives. (Correspondance de Marg. deParme 
avec divers). Origineelen. 1561 — 1567. 

n® 243. Lettres des évêques des Pays-Bas aux gouverneurs géné- 
raux. Origineelen. 1Ö64— 1576. 

n® 244. Correspondance de la duchesse de Parme avec Ie duo 
d'Albe. Origineelen. 1567. 

n® 245. Correspondance du duc d'Albe sur la bataille d'Heyligerlee. 
Origineelen. 1568. (Grootendeels gepubliceerd door Gachard, 
Corr, du duc d'Albe sur Vinvasion de Louis de Nassau en Frise, 
Buil. de la comin. R. d'Histoire, 1® série, XVL. 

n® 246. Correspondance du duc d'Albe avec J. B. de Tas sis. 
' Origineelen. 15 Mei— 14 Sept. 1568. (Tassis vervulde eene. zending 
aan den hertog van Kleef). 

n®* 247, 248. Correspondance du duc d'Albe avec Ie comte de 
Mansfelt. Origineelen. 1569 — 1570. (Mansfelt was te hulp ge- 
zonden aan Karel IX). 

n® 249. Lettres deViglius a R e que se ns. Origineelen. 1574— 1576. 

n® 257. Gouvernement du Conseil d'Etat. Origineelen 1576. (Gepu- 
bliceerd door Gachard in tome IV der Cori'. de Philippe II), 

ii<* 250. Correspondance de don Juan avec Philippe II, compre- 
nant aussi les lettres écrites a don Juun par Ie secrétaire d'Enn e- 
tières. Origineelen. 3 Nov. 1576—14 Sept. 1578. 

n® 251. Correspondance de don Juan avec Ie conseil d'Etat. 
Origineelen. 1576 — 1577. (Gepubliceerd door Gachard in t. V. 
der Corr, de Philippe II). 

HOS 252 — 255. Négociations de don Juan avec les Etats géné- 
raux. Origineelen. 1576—1578. (De nummers 252 en 253 groo- 
tendeels door Gachard gepubliceerd in t. V. der C(WT. de 
Philippe II), 

n® 256. Recueil de pièces concernant Ie gouvernement de don Juan 
d'Autriche. Origineelen. 1577. 

n° 257. Pièces concernant la mort de don Juan. 1578. 

n^^ 258, 259. Correspondance du comte P. de Mansfelt avec Ie 
prince de Parme. Origineelen. 1582 — 1583. 

n° 260. Correspondance du comte Ch. de Mansfelt avec Ie prince 
de Parme. Origineelen. 1582—1583. 

n° 261. Correspondance d'Anvers. Origineelen. 1561 — 1568. 

ijos 262—274. Correspondance de Brabant, Limbourg, Malines. 
Origineelen. 1557—1572. 

n»» 275—288. Correspondance de Flandre, Artois, Lille et 
T o urn ai. Origineelen. 1555—1571. 

n08 289—297. Corrrespondance de Frise, O verij ssel, Groningue 
et Li n gen. Origineelen. 1556 — 1572. 

n»» 298— 314. Correspondance de Gueldre et Zutp hen. Origineelen. 
1555—1572. 

n^» 315—324. Correspondance de Hainautet de Cambrai. Origi- 
neelen. 1555 — 1572. 

no« 325— 344. Correspondance de Hol lande et Zé land e. Origineelen. 
1557—1572. 



152 

ii®"345 — 351. Con-espondance de Luxembourg et Namur. Origi- 

neelen. 1557—1572. 
n® 352. Lettres et pièces diverses concemant les événements de 

Toarnai. Origineelen en minuten. 1559 — 1566. 
n® 353. Correspondance de Tournai. Origineelen. 1561—1568. 
n®" 354- 355. Correspondance de Tournai. Origineelen. 1561 — 1564^ 
n®"356 — 357. Correspondance de Valenciennes. Origineelen. 1561 

—1564. 

V. CORRESPONDANCE DIPLOMATIQUE SOUS LES RÈGNES DE 

CHARLES QüINT, DE PHILIPPE II ET DES ARCHIDUCS 

a. Avec l'Angleterre (Zeer veel gebruikt door K e r v ij n de 

Lettenhove, Relat, pol. des Pays-Bas et de VAngleterre sous Ie 

règne de Phil, II, voortgezet door Gilliodts van Severen). 

n«» 358— 366. Négociations d'Angleterre. 1518—1615. 

n° 368. Documents relatifs aux entrevues de Cal ais en 1520 et 1532. 

n« 369. Ambassades du seigneur de la Chaulx (Charles Poupet) en 
Angleterre, Espagne etc. Copieën. 1522. 

n®«370— 378. Correspondance de Charles V avec ses ambassadeurs 
en Angleterre. Copieën. 1521 — 1532. 

n® 379. Lettres de Charles Quint a E. Chappuys, ambassadeur 
en Angleterre. Copieën. 1536. 

n®* 380— 382. Correspondance de Charles Quint et de Marie 
avec les ambassadeurs de l'Empereur en Angleterre. Copieën. 
1541 - 1545. 

n®»383, 384. Correspondance de Charles Quint et de Granvelle 
avec les ambassadeurs de PEmpereur en Angleterre. Copieën. 
1553—1554. 

n®*385 — 394. Négociations avec l'Angleterre a Br u ges. 1565 — 1566^ 

n® 395. Portefeuille avec pièces diverses de Tentrecours de 1565—1566. 

n<* 397. Correspondance de Marg. de P a r m e avec 1'ambassadeur da 
roi en Angleterre et la reine Elisabeth. 1563 — 1566. 

n® 398. Correspondance du codseiller d^Assonleville avec Marg. 
de Parme et pièces relatives a sa mission. Origineelen. 1563. 

n® 4(X). Négociations en Angleterre du secrétaire Jacques de la 
Torre, 1563—1564; de Chiappin Vitelli, 1569: de Fréd. 
Perrenot, 1576. Origineelen. De brieven van Perrenot deels ge- 
drukt in Gachard, Corr, de Philippe II ^ t. III. 

n® 401. Requètes et remonstrances des marchands, 1564 — 1565. 
Pièces diverses non datées. 1570 — 1573. Origineelen. 

n<* 402. Etats de biens et de marchandises arrêtés et saisis en Angle- 
terre. Origineelen. 1568 — 1574. 

n® 403. Lettres et papiers divers. Origineelen. 1569 — 1573. 

n® 404. Correspondance de Fran9ois de Halewijn avec Ie duo 
d'Albe. Origineelen. 1571—1572. 

n® 405. Correspondance de Fran9ois de Halewijn et de Jean 
de Boisschot. 1574—1575. 

n^ 396. Négociations avec la reine d^Angleterre a Bourbourg 
pour apaiser les troubles. Copieën. 1588. 



153 

b. Avec les Provin ces-Unies 

n®* 406— 408. Négociations de Breda. 1574 — 1575. Deels gepubliceerd 
door Gachard, Corr, de Philippe II, t. III. 

n*» 409. Recueil de pièces relatives aiix négociations de Breda. 1575. 
(Niet geheel juist; de stukken loopen van 3 Maart 1574 — 14 Juli 
1575, zooals trouwens fol. 1 reeds vermeldt: Brief recueil de ce 
qu'a esté besoigné en la ville de Breda en la convocation y tenue 
sur la pacification des troubles entre les commissaires du Roy 
nostre seigneur d'une part et les deputez du Prince d'Oranges et 
ses associez d'aultre, et ce depuys Ie lu® de Mars XV<^ soixante 
quatorze jusques au xiiii de Juillet ensuyvant. fol. 41. Commen- 
chement de la convocation etc. . . . Het handschrift telt 140 folio's. 

no 410. Négociations de Cologne. 1579—1580. Origineelen. 

c. Avec Ie Danemarc 

n® 411. Ambassade en Danemarc. 1594. 

d. Avec la Franc e 

n08 412 — 418. Correspondance de France. 1523 — 1541. Copieën. 
n®* 4] 9— 425. Négociations de France. 1535—1635. Origineelen. 
n® 427. Correspondance des ambassadeurs de Philippe II relative au 

traite de Cateau-Cambresis. 1559. 
n® 429. Négociations de la paix de Vervins. 1598. Copieën. 
n® 430. Ambassade du prince de Ligne en France. 1616. Copieën. 
n®« 431—433. Avis et correspon dances secrètes en France. 1626—1630. 

Origineelen. 

e. Avec TI talie 

n® 434. Lettres des ambassadeurs d' Italië a Charles V et Marie 
de Hongrie 1537 — 1543. Copieën. 

f. Avec Liège 

n** 435. Relation des conférences avec les députés de V évêque de 
Liège au sujet de Maestricht. 1617. Origineelen. 

g. Avec Portugal 

n® 436. Correspondance de Gattinara avec Barrousse, envoyé 
en Portugal. 1521—1522. Copieën. 

h. Avec Rome 
n«« 437—472. Négociations de Rome. 1582—1636. Origineelen. 

VI. CORRESPONDANCE DE DIVERS PERSpNNAGES MAR- 
QUANTS DES RÈGNES DE CHARLES QUINT ET DE PHI- 
LIPPE II 

n? 473. Lettres italiennes adressées a Granvelle. 1554 — 1555. Ori- 
gineelen. 



154 

n® 474. Lettres de Courteville a Viglius. 1556--1571. Origi- 
neeleD. 

n® 475. Als boven. 1557 — 1570. Origineeleo. 

n® 476. CorrespondaDce de Tisnacq avec Viglius. ] 557 — 1 570. 
Origineelen. 

n® 477. Correspondance du niarquis de Berghes. 1561 — 1568. Origi- 
neelen. 

n® 478. Lettres écrites au comte de Hornes. 1562 — 1567. Origi- 
neelen. 

n«»479 — 480. Lettres d' A Perrenot a Josse de Courteville. 
1562—1569. Origineelen. 

n® 481. Lettres a Juan de Vargas. 1567—1570. Origineelen. 

n<» 482. Lettres du secrétaire Berti a Viglius. 1568—1576. Origi- 
neelen. 

n® 483. Lettres du secrétaire Van der Aa au président Viglius 
touchant les négociations de la diète de Spire. 1570. Origineelen. 

n® 484. Lettres d'Ennetières a Viglius. 1571 — 1575. Origineelen. 

n» 485. Lettres de Guillaume Ie Taciturne. 1571— 1572. (Sept 
lettres originales). 

n® 486. Correspondance de F. de Toledo avec Ie duc d' Albe et 
autres. 1572 — 1573. Origineelen. 

n^ 487. Lettres de et a Guillaume de Nassau. 1578—1584. 
(Moderne copieën, te Parijs gemaakt). 

n® 488. Correspondance du duc d*Alen9on. 1583. Origineelen. 
(Ce sont des lettres écrites par CharretieVj son secrétaire). 

n® 489. Arrivée et reception de TArcliiduc Matliias. Lettres 
écrites par Ph. de Bois a don Juan. Autres documents du 
temps. 1578. Et avis d'Anvers de 1583. 

VIL CONCILE DE TRENTE 

n<*« 490—494. Deze vijf nummers bevatten brieven (1546—1549; 
1551—1552; 1563—1564), instructies (1551; 1563) en verschillende 
stukken (1564—1569) betreffende het concilie van Trente en de 
receptie en publicatie der besluiten van dit concilie in de Neder- 
landen. 

VnL DOCUMENTS DU RÈGNE DE PHILIPPE II 

A. Papiers du Conseil des Troubles 

n® 495. Sommaire des actes du Conseil. 

n® 496. Registres aux patentes et commissions. Maart 1567 — Oct. 

1576. 
n<* 499. Correspondance relative aux personnes mêlées aux troubles. 

1565-1568. 
n<> 50). Als boven. 1569—1571. 
n« 501. Als boven. 1572—1582. 
n<* 502. Instructions et état de vacations. 
n»* 503 — 529. Informations , interrogatoires et justifications. 



155 

11° 503. Artois. (Pays de Talleu; Béthune; St. Omer). 
n*»" 504— 510. Brabant. (504 — 505. Antwerpen. 506. Antwerpen, 
Bergen op Zoom, Breda; 507 — 508. Den Bosch. 509. Brussel, 
Diest, Elten , Helvoort, Lierre , Merschen , Oosterhout , Vilvoorde , 
Zundert. 510. Maastricht. 
n°*511— 514. Vlaanderen. (511. Armen tières, O udenarde, Aus tru- 
weel , Axel , Bailleul , Bassevelde. 512. St. Winoxbergen , Boeu- 
vry, Brugge. 513. Comines; Dambrugge, Deinze en Pete^hem, 
Dixmuiden, Deurle, Eecloo, Gent. 514. Hulst, Rijsel, Douay 
en Orchies, Mez, Mouchin, Nieukerke , Renaix, Termonde, 
Terneuzen, Tourcoing, la Woestijne, Yperen). 
n® 515. Friesland en Groningen. (Harlingen , Groningen , Lop- 

persum). 
n®«516 — 520. Gelderland en Zutphen. 516. Gelder, Balgoyen, 
Batenburg en Hersem, Bommelweert, Elburg, Gr ave. 517. Har- 
derwijk, Hattem, Kuilenburg. 518-^519. Nijmegen. 520. Nijen- 
kerke, Piersingen, Tiel, Venloo, Weert , Wessem , Zaltbommel). 
n® 521. 'Henegouwen. (Binche, Hobecq en Lessines, Bergen, 

Valenciennes). 
n® 522 — 523. Holland. (522. Alkmaar, Amsterdam , Beverwijk , Den 
Briel, Delft, Gouda, Haarlem, Hoorn. 523. Den Haag, Leiden, 
Voorburg , Voorne en Zwartewaal , Voorschoten , Wassenaer , 
Waterland). 
n° 524. Luxemburg. (Luxemburg, Vianden). 
n® 525. Mechelen. (Mechelen). 
n® 526. Het Doorniksche. (Marquiain, Doornik). 
n« 5*i7. Utrecht. (Utrecht.) 
n<* 528. Zeeland. (Beoosterschelde , Goes, Middelburg, Vere, 

Zierikzee.) 
n® 529. Voorname heeren. 
11° 530. Sentences. (Ordre chronologique). 
n° 531. Listes des personnes mêlées aux troubles. 
n" 532. Inventaire des biens meubles et immeubles confisqués (ranges 

par ordre alphabétique d' individus). 
n®* 533^—534. Als boven (ranges par ordre alphabétique de localités). 
n<* 533 in slechte conditie. 

n® 534. fol 272^<>. Somme toutte du Revenu des particuliers , Seig- 
neurs, bourgeois, et marchans estans venu a cognoissance jusques 
Ie dernier de décembre passeé : LXPi VHC XXVIL ^. IIL 5. IIL cZ. 
Comme en eest état ne sont comprins les biens confisquez es pays 
de Haynnault, Hollande, Zelan de, Utrecht, O verissel, Groeniughe 
et Mali nes pour ce que les commissaires desdictz pays n^ avoient 
achevé leur besoingne , estans encoires en aucuns diceulx empeschez 
pour prendre informations, on meet icy par extimation que des- 
dits pays pourroit proceder en revenu par an cincquante mil livres. 
Parquoy icy lesd. L^ L Somme toutte a quoy pourroient revenir 
lesdits confiscations par extimation CXI^- VII^- XXVIL L III. s. 
Et pour ce que en 1' estat faict des biens des seigneurs ni aussi 
en ce present estat n'est faicte mention du bien du S*". de Mon- 



156 

tigny mesmes de sa principale seigneurie de Lenze gisante au 
pays de Haynnaalt, est a scavoir que Icelle porte en Revenu 
environ dix mil livres dud. pris de XL. gros par an, mais est 
cliargée de rentes rachaptables aultant que Ie Revenu porte. Et 
au Regard d* aultres ses biens , iceulx peuvent porter mil é, quinze 
eens livres. 

fol. 274. Noms des seigneurs et gentilzhommes. aussi des bourgeois 
et marchans particuliers aians délaissé aucun bien d' importance 
contenuz en eest estat. 

n® 535. Un portefeuille intitulé: Conseil des troubles, supplément 
(concernant Hoogst raeten). 

n®» 536— 537. Troubles de Valenciennes. 

n»» 538— 540. Proces du Comte d'Egmont. 

n® 541. Recueil des int^rrogatoires du comte d'P]gmont. (Spaan- 
sche tekst). 

n® 542. Fransche tekst van n« 541. 

n®*543 — 548. Rentes hypothéquées sur les villes d' Amsterdam, 
Anvers, Bois-le-Duc, Delft et Dordrecht au profit de 
ceux qui ont été condamnés par Ie conseil des troubles. 1569. 

Deze titel geeft niet juist aan wat in deze nummers te vinden 
is; daarom het volgende. 

n® 543. Binnen in: „Les renseignemens des pretensions comprinses 
en ce quoyer ou Recueil ont esté (avecq semblable recueil) delivrez 
aux mains de Messieurs du conseil de Sa Majesté lez son Exellence 
en la ville de Bruxelles par les commissaires a ce commis , assca- 
voir maistres Jacques de la Marche et Witte Wittessz conseillers 
en Hollande en Tan XV^ soixante neuf. — fol. 2. Verclaringe 
van de schulden ende lasten dair mede den persoenen die gebannen, 
geexecuteert ende gecomdempneert zyn en die hooren guden binnen 
der stede van Amsteredamme ende hoore vryheyt ofte daerom- 
trent gelegen, belast ende bezwaert syn. — Die verklaring volgt 
dan, 247 fol. lang; daarna nog eene Ampliatie, fol. 248 — 273. 
n® 5^4. fol. 1. Februarius MXV^ LXIX. Hier naervolgen alsulcke los 
ende lyff renten als der stede van Amstelredam jaerlicx schuldich 
is in de maent van februario. 

Hierop volgen dezelfde opgaven van alle maanden van 1569 en 
van Januari 1570, steeds met de namen der rentehefFers. 
n° 545. Antwerpen, op dezelfde wijze als n° 544. 
n<* 546. Den Bosch, als boven. 

n<* 547. Buiten op : Recueil van de anbreinginge op den fugityffven , 
gebannenen ende geëxecuteerden vuyt saecke van den voerleden 
troublen, overgesonden an den Raede neffens synder Exellencie 
wesende by den Regeerders ende Wethouders der stede van DelfF. 
Binnen in: Recueil daer inne geannoteert ende by geschrifte 
gestelt zyn die namen ende toenamen van den schulteyschers die 
binnen der stede van Dclfft angebrocht hebben hearluyder schulden, 
die sy pretenderen ten achteren te syn an den fugityffven , gheexe- 
cuteerden, gebannen ofte oock denghenen wyens goeden tot 
behouve van syne Majesteyt in Arreste gestelt syn ut zaecke 



157 

van den voorleden troubleu. P]ndo syn die voirsz. schulden int 
selve receul gestelt ende angeteyckent by my als substituyt van 
den Secretarius der stede van Delff. J. M. Renschup (?). 

Een tafel van dit Recueil zal hyer achter gevoilden worden (is 
ook aanwezig). 

n<* 548. Een dunne band. Eerst een aantal onbeschreven bladen en dan: 

Augustus 

Hiernae volgen alsulcke erffrenten als opte stede van DeliF 
vercoft zijn ter laste van de graefflicheyt van Hollant in den Jaere 
XIIIIC twee ende tseventich ter lossinge der penning XVI, 
ende hiervoren syn die stede van Delff in handen gestelt zeeckere 
domeynen , in ponden van XL grooten. 

Blijkens onderteekening aan 't eind door J. M. Renschup (?) is 
het stuk in 1569 gecoUationneerd. — 

Van Dordrecht komt in n°^ 543 — 548 niets voor. 
n® 549. (Dordrecht). Conseil des troobles. 

Buiten op: Conseil des troubles. Dordrecht. 

Binnen in: Quoyer, inhoudende verclaringe ende specificatie van 
den erffrenten, lijlfrenten ende losrenten daermede de stede van 
Dordrecht belast is geraaect totten Jare XV ^ acht ende tsestich 
incluys in ponden, schellingen ende penningen vlaems. 

B. Gouvernement des Rebelles établi a Anvers, et gou- 

vernements de 1' archiduc Matthias et du duc 
d' A 1 e n 9 o n 

n®" 550 — 560. Dépêches, 1577 — 1583. Origineelen en minuten. Dit zijn 
brieven en stukken, uitgegaan van en gericht aan de Staten- 
Generaal. (n« 550. Dec. 1577— Dec. 1578; n<> 551, 1579; n» 552, 
Jan.— Mei 1580; n» 553, Juni— Dec. 1580; n» 554, Jan.— 15 Sept. 
1581; no 555, 16 Sept.— 31 Oct. 1581: n» 556, Nov.— Dec. 1581; 
n« 557, 2 Jan. -14 April 1582; n» 558, 16 April— 16 Mei 1582: 
n° 559, 17 Mei— 30 Juni 1582; n^ 560, Juli 1582; n<>561,Aug.— 
Sept. 1582; n« 562, Oct. -Dec. 1582; n^ 563, Jan., April, Mei 
1583). 

n08 564—579. Patentes. Origineelen. 

C. Négociations relatives aux réconciliations des Re- 

belles avec Philippe II 

n®*580 — 585. Réconciliation des provinces Wallonnes. Jan. 1578 — 
Mei 1580. Origineelen. Het is de briefwisseling van don Juan 
en van Par ma betreffende de verzoening van de Waalsche 
gewesten met den koning, n® 585 bevat copieën van stukken uit 
de vijf andere nummers. 

n° 586. Réconciliation d' Anvers. 1584 — 1585. 

n« 587. Réconciliation de Br ugo s. 1584—1587 

n®* 588— 589. Réconciliation de Groningue et du comte de Ren- 
nebourg. 1579—1582. 

n® bSd^^^, Recueil de copies de lettres (1579—1580) touchant la ré- 
conciliation de Groningue. 



158 

n® 590. Réconciliation de Mali nes 1579—1580. 
n® 591. Recueil de traites de pacification, de réconciliation et de 
pardon. 1576—1584. Copies. 

D. Documents relatifs a la création des nouveaux évê- 

chés en 1559 

n®" 592—595. Généralités. 

n" 596. Evêché de Mali nes. 

n® 597. Evéchés de Tournai et de Nam ar. 

n® 598. Evêchés de Bruges, de Gand et d* Ypres. 

n® 599. Evêché d'Anvers. 

n« 600. Evêché de Bois Ie Duc. 

n® 601. Archevêché de Cambrai, évêchés de Péronne et de 
St. Omer. 

n» 602. Archevêché d' Utrecht. 

n® 603. Evêchés d'Harlem et de Deventer. 

n" 604. Evêchés de Leuwaerden et de Groningue. 

n" 592 heeft een register der stukken, die in de n<** 592 — 595 
voorkomen; een dergelijk register vindt men in de andere num- 
mers betreffende de afzonderlijke bisdommen. 

E. Correspondance et documents relatifs a la perception 

des 100«, 10« et 20« deniers 
nos(505— 606. Du 100« denier. 1569—1571; 1572—1583. 
n° 607. Convocation et assemblee des Etats Généraux, demande des 

10®, 20*^ et 100« deniers et remonstrances des Etats. 1569—1574. 
n° 608. Propositions faites aux Etats pour Ie remplacement du 10® et 

du 20« denier. 1569—1574. 
n» 609. Lettres closes du 23 Mars 1569 au 11 Dec. 1571. 
n° 610. Instructions et rapports, 1571 — 1572. 
n<* 611. Ordonnances et placards sur les 10® et 20® deniers. 1569 — 

1572. 
n** 613. 100®, 10® et 20® deniers sur les biens meubles et immeubles, 

demandés par Ie duc d^ Albe. 1568 — 1572. 
no 614. Idem de 1571—1573. 
n° 615. 10® et 20® deniers. Pièges diverses. 
n<* 616. Registre con tenant la proposition f ai te aux Etats Généraux 

de 21 Mars 1570 (N. S.) touchant Ie 10® et Ie 20® denier, avec 

quelques actes d' acceptation etc. 
n° 612. Etats Généraux de 1574. 
n® 617. Cahier intitulé; Sommaire des remonstrances faites par les 

estatz des pays de par de9a sur les demandés des C®, X® et XX® 

deniers respectivement. 
n° 618. Liasse contenant la correspondance avec les receveurs géné- 
raux des aides touchant Y exécution de la levée du 100® denier. 

IX. CORRESPOXDAXGE APPARTENANT AU RÈGNE (V ALBERT 

ET cV ISA BELL E ET AU GOUVERNEMENT DE U INFANTE 

n® 019. Cession des Pays-Bas a 1' infante Isabelle 1597—1579. Origi- 



159 

neelen. (C est un recueil de lettres et de pièces relatives a ce fait). 

n**®620 — 624. Lettres missives. Origineelen. 

n®^ 625 — 644. Correspondance historique. Origineelen 1600—1629. (Er 
is echter een hiaat van eind 1600—1614). 

De vage titels der nummers 620 — 624 en 625 — 634 wijzen, te 
oordeelen naar eenige nummers die ik ingezien heb, stukken van 
denzelfden aard aan; het zijn brieven van allerlei personen, in- 
gekomen bij den Raad van State, de Aartshertogen en 
Isabella als landvoogdes. 

n<» 637. Lettres et dépêches concernant la Fr is e. Origineelen. 1605 — 
1609. Zij handelen over de krijgs bewegingen in het Oosten, be- 
hoeften van het leger enz.. 

X. CORRESPONDANCE DE DIVERS PERSONNAGES MAR- 

QUANTS DU RÈGNE d' ALBERT ET cV ISA BELLE ET DU 
GOUVERNEMENT DE V INFANTE 

n<*»641 — 642. Correspondances des secrétaires della FailleetBrito. 
1628—1635. Origineelen. 

n® 643. Lettres particulières de 1' audiencier Verreyken. 1632. Ori- 
gineelen. 

XI. RECUEILS CONCERNANT LES ET ATS GÉNÉRAUX (Zeer 

veel gebruikt door Gachard voor zijne publicaties over de Staten- 
Generaal.) 

B? 647. Etats Généraux et Etats de Brabant. 1519—1739. Origineelen. 

n® 648. Propositions concernant les Etats Généraux de 1535—1563. 
Origineelen. 

n® 649. Instructions et propositions concernant les Etats Généraux. 
1542—1563. Origineelen. 

n® 650. Etats Généraux. XVI® siècle. 

n® 651. Instructions et ordonnances relatives aux Etats Généraux de 
1576 — 1578. Copieën. 

nos652— 659. Etats Généraux de 1576—1584. Origineelen. (n^ 652. 
1576- Juni 1578; n» 653. Juli 1578— Juni 1579; n^ 654. Juli 
1579— Nov. 1583; n» 655. Aug. 1579 -Nov. 1583; n° 656. Onge- 
dateerde stukken; n° 657. Ongedateerde stukken; n° 658. Sept. 
1576— April 1577; n° 659. Mei 1577— Oct. 1584. Het zijn allerlei 
belangrijke stukken , besluiten en uitgaande stukkeu van de Staten- 
Generaal; doch veel er van is gebruikt en gedrukt. 

n°^ 660 — 662. Rentes et actions sur les Etats Généraux de 1576 — 
1582. Origineelen. 

n^ 663. Etats Généraux de 1600. Origineelen. 

n® 664. Recueil de pièces concernant les P]tats Généraux, assemblés 
en 1632, 1633 et 1634. Origineelen. 

n® 665. Relation de ce qui concerne la négociation de paix ou trève 
et. 1632. Origineelen. 

Xn. RECUEILS RELATIES AUX AIDES ET SUBSIDES 
n® 667. Volume contenant des propositions et des accords d' aides 



no« 727- 
n» 741. 


-728 idem 
idem 


no 743. 
n» 753. 
n« 754. 


idem 
idem 
idem 


D» 762. 
11° 766. 
n° 769. 


idem 
idem 
idem 


no 773. 
n« 775. 


idem 
idem 



160 

et subsides du temps de Charles Quiot et de Philippe II. 
n°" 668—671. Actes d* accords d'aides et subsides par les etats de 

diverses provinces. 1539 — 1566. Copieën. 
n« 672. Actes d' accords d' aides. 1555—1568. Copieën. 
n« 085. Pièces relatives aux aides et subsides d' Art o is. 1536 — 

1577. Origineelen. 
n«« 693— 696 idem idem de Brabant 1536—1576. Origineelen. 
idem de Flan dr e. Origineelen. 
idem de Frise, Groning;ue, Overyssel, 
Drenthe, Lingen. 15i)9 — 1577. Origineelen. 
idem de Hainaut. 1503—1587. Origineelen. 
idem de Ho 11 and e. 1480—1571 Origineelen. 
idem de Lille, Douay, Orchies. 1537 — 1593. 

Origineelen. 
idem de Malines. 1539 — 1627. Origineelen. 
idem de Namur. Origineelen. 
idem deTournay et Tournaisis 1522 — 1572. 

Origineelen. 
idem d' Utrecht. 1542 — 1575. Origineelen. 
idem de Z élan de. 1539—1569. Origineelen. 

XIII. NOTULES DU GONSEIL d' ET AT 

n08 778-781. Notules du Conseil d' Etat. 1559— 1577. Minuten. {n° 778. 
1559—1563; n^ 779. 1563—1565; n° 780. 1566; n° 781. 1567— 
1577). De notulen van 5 Maart — 18 April en van 26 Juli— 3 Sept. 
1576 bij Ga c hard, Corr. de Fhil IL t. IV. 

In den inventaris volgen thans een aantal hoofden , waarvan ik, 
met eene enkele uitzondering, alleen den titel vermeld: 

XIV. Registres aux commissions et instructions et aux prestations de 
serments. (14® eeuw— 1744). 

XV. Registres aux actes, octrois et lettres patentes. (1507 — 1737). 

XVI. Registres aux lettres patentes de ventes, de prêts et d* engagères. 
(1549—1740). 

XVII. Registres concernant les finances et les confiscations, (1464 — 1578). 
XVni. Registres concernant les anoblissements et titres d^ honneur et 

Vordre de la Toison d'Or, (1530—1744). 

XIX. Registres concernant les affaires ecclésiastiques. (1515—1635). 
Deze documenten bevatten enquêtes, verslagen, informatiesnaar 

aanleiding van verkiezingen van abten, abdissen, bisschoppen, 
troebelen enz. , benoemingen tot kerkelijke ambten en beneficiën , 
requesten ter verkrijging van kerkelijke waardigheden enz. Er 
bestaan oude registers op deze verzameling. Zie Cuvelier, 
no« 374—382. 

XX. Registres concernant les gens de guerre et les affaires militair es, 
(14Ó1— 1744). 

XXI. Registres renfermant les passeports poiir personnes et marchandises , 
ainsi que les sauvegardes, (1485 — 1742). 

XXII. Registres renfermant la copie des traitt's, (1334 — 1579). 



161 

XXTTI, Registres aux éditSj ordonnances et placards et cartons des 

placards originaux, (1501—1740). Zie Cuvelier, n® 383. 
XXIV. REGISTRES DIVERS, 
n® 1177. Registre sur Ie fait des hérésies et inquisitions. 
1429-1566. 

Het bekende register, waaruit Gachard mededeelingen heeft 
gedaan bij zijne uitgave der Con\ de Philippe II j en sedert veel 
gebruikt door Paul Fredericq. 
HOS 1178—1179. Recueil de pièces diverses. (n« 1178. 1469— 1568; nm 79. 
1570 — 1790). Het zijn brieven van Karel Y, Marg. van Sa- 
voye, Maria van Hongarije, enz. alle gepubliceerd door Ga- 
chard in diens Analedes. 
n®*1182 — 1183. Documents sur les troubles de Gand. 1537 — 1542. 
Origineelen. (Vgl. Gachard, Relation des troubles deGand.lSi6). 
n® 1185. Actes concernant Valenciennes. 1566. Copieën. 
n® 1 186. Relation sur la conduite dedonJuanenl 577 , par G r o b b e n- 
donck. Copie. (Zie Reiffenberg , in Buil, d. l. Comm. R. d' Histoire, X). 
n° 1187. Avis sur Ie redressement des affaires des Pays-Bas en 
1591 , 1592 et 1595. Origineelen en minuten, fol. 1. Advis Renduz 
a Sa Ma*ó sur les Remèdes convenables au Redressement des af- 
faires du Pays par les Cousaulx princ. , Grand, de Brabant, Luxem- 
bourg, Flandres, Arthois, Haynnau, Namur, Frize. Es mois de 
May, Juing et Juillet 1592. 

fol. 49 begint een „Avis de la Junta d' Etat convoqué en 1595 
sur Ie redressement des affaires des Pays-Bas". Het is in 't 
Spaansch en vangt aan: „La Principal mira y Intento que su 
Alteza ha de tener en estos principios y entrada de su felice 
govierno destos payses ha de ser el ganar los cora9ones y vo- 
luntades de los naturales etc. 
fol. 51. Eene beschouwing over noodzakelijke verbeteringen, 
fol. 57. Razonamiento que paresce que seria bien hazer su Alteza 
en la priinera Junta que huviere de los personages que ha man- 
dado llamar. Volgen nog een aantal dergelijke ontwerpen, 
fol. 77. Notulen (Fransch). 

fol. 94. Een advies (Fransch) van 19 Jan. 1595, met kant- 
teekeningen van den Koning. Copie. 

fol. 126. Hetzelfde stuk als het voorgaande in 't Latijn zonder 
de kantteekeningen. fol. 148. Hetzelfde stuk in' 't Spaansch 
zonder de kantteekeningen. 
fol. 176. Een kort advies in 't Spaansch. 

fol. 180. Envoi du comte de Berlaymont au Roi en 1595. 
(Brief van Fuentes aan den Koning, 27 Juni 1595. Instructie 
voor Berlaymont, 1595). 
n® 1188. Ecrits divers de Ch. de Tisnacq, conseiller d' Etat et 
garde des sceaux sous Philippe II pour les aifaires des Pays-Bas 
a Madrid. Autographes. 
n® 1188^^8, Négociations de paix et de trèves qui eurent lieu entre 
les députez des états des provinces obéissant a S. M. et les députez 
des états des provinces rebelles. 1629. 

11 



162 

n® 1189. Proposition faite aux états des Pays-Bas en 1627 pour 
r union de ces pro vinces avec les au tres domaines de la monarchie 
espagnole et Réponse des états. (Het is het voorstel van den mar- 
kies van Leganes namens Philips IV aan de Staten der 
Spaansche Nederlanden om met de andere deelen der Spaansche 
monarchie een verbond ter onderlinge bescherming aan te gaan. 

Er volgen nog supplementen, waaruit ik alleen vermeld: 
no» 1221 — 1226. Commissions et instructions des gouverneurs généraux 
des Pays-Bas. 

n® 1221 begint met Guillaume de Croy, 1505. Dan volgen 

Emm. Phil. de Savoie, Duc d'Albe, Requesens, Ie 

Conseil d'Etat. n<» 1222. Don Juan d^ Autriche, Alex. 

Farnèse, Archiduc Ernest etc. 

Ten slotte moet met nadruk de aandacht worden gevestigd op deLiasses^ 

de lettres missives de r Audience y zich uitstrekkende over de jaren 1522 — 

1744 en te zamen 1102 doozen, van 1522 — 1598 358 doozen vormende, 

naar de jaren gerangschikt. Zij bevatten allerlei bij de regeering in- 

fekomen berichten, dikwijls van veel belang voor de kennis der 
esbetreffende jaren , zoodat zij altijd naast de boven beschreven bundels- 
dienen te worden geraadpleegd. De inventaris bepaalt zich tot het 
aangeven der jaren , waarop de liassen betrekking hebben. 

Niet ten onrechte noemt de heer Cuvelier de Papiers d'Etat et de 
V Audience een „fonds d' un prix inestimable , surtout pour 1' histoire 
de Belgique au XVP siècle". Men weet echter, dat uit dit fonds ook 
reeds zeer veel is geput en in talrijke publicaties aan den dag ge- 
bracht. Hier en daar heb ik aan uitgaven herinnerd, doch ik heb 
natuurlijk niet willen en ook niet kunnen vermelden wat alles hiervan 
al is gebruikt. Voor de publicaties van Le Glay, van Lanz, van 
Poullet en Piot, van Bavay , van Muller en Diegerick en voor 
zoovele andere, waarbij in noten en bijlagen vele documenten zijn 
afgedrukt (men denke aan de Collection de Mémoires relatifs a V histoire 
de Belgique), heeft dit fonds belangrijk materiaal geleverd. Hoeveel is. 
ook verwerkt in geschiedwerken als die van Henne, van Jus te, 
van Baumgarten, en van de talrijke geschied vorschers , die zich met 
de geschiedenis van de tweede helft der 16® eeuw hebben bezig gehouden. 
Eindelijk, hoe talrijke belangrijke kleinere publicaties bevatten de ^mZ- 
letins de la Commission Roijale rf' Histoire. Niettemin heb ik het wen- 
schelijk geoordeeld de nummers uit dezen inventaris, die van belang^ 
geacht kunnen worden voor onze geschiedenis, te vermelden, ook al 
is er reeds veel uitgeput en gepubliceerd; eene oordeelkundige schif- 
ting te maken was in een korten tijd niet mogelijk, en daarenboven 
kan het toch zijn nut hebben te weten, waar die of die papieren 
te vinden zijn, hoewel er reeds in ruime maté gebruik van gemaakt is. 

De vermelding, of men te doen heeft met origineelen, minuten of 
copieën, heb ik ontleend aan den inventaris; bij heel wat nummers, 
die ik in handen heb gehad , heb ik die opgaven kunnen controleeren ; 
over 't algemeen zijn zij wel juist, doch ten volle nauwkeurig zijn 



163 

^ij niet altijd; waar mij dit gebleken is, ben ik natuurlijk van den 
inventaris afgeweken. De taal der stukken is, als regel, Fransch. 
Dezelfde opmerkingen , als ik hierboven maakte aangaande de Papiers 
d'Etat et de VAudience, gelden voor het fonds Cartulaires et Manu- 
scrits, dat ik thans laat volgen: alleen stip ik nog aan, dat hierin 
verschillende manuscripten van bekende uitgaven worden aangetroffen, 
met Préface enz. er bij, die blijkbaar, na dienst te hebben gedaan, 
in dit fonds zonder eigen karakter als in een pakkamer zijn opge- 
borgen. Ik herinner er aan , dat ik van de volgorde van den inventaris 
afwijk, en zelf afdeelingen maak, waarvoor ik dezelfde hoofden ge- 
bruik als die van den inventaris der Papiers d^Etat et de VAiidience, 

Cartulaires et Manuscrits 

I. n°« 155—173. COLLECTION DE DOCUMENTS HISTORIQÜES 

1347—1633. 

De verzameling met dezen nietszeggenden titel is bijeengebracht 
door Gachard, naar ik vermoed in verband met de opdracht, 
die hij van de Belgische regeering ontvangen had , om eene publi- 
catie te ondernemen van documenten, belangrijk voor de geschie- 
denis van België. (Zie zijne Collection de Documents inédits concer- 
nant Vhistoire de la Belgique^ t. I, préface). Het zijn copieën van 
stukken over de jaren 1347 — 1633, in 19 deeleu, afzonderlijk ge- 
nummerd 1 — 18 (met een 10^^=^); Gachard, Lanz, Juste e.a. 
hebben er veel gebruik van gemaakt, 
j^o I73bis, Recueil de documents historiques (incomplet). Testament de 
Marie de Hongrie. 

II. CORRESPONDANCE ANTÉRIEURE A CHARLES QUINT 

no I74b. Lettres de Maximilien. 2 vol. 1478-1508. (Het is de 
publicatie van Gachard, Lettres inédites de Maximilien .... 
sur les affaires des Pays-Bas. (1478—1508). 1851—1852. Moderne 
copieën dus, met de voorrede er bij). 

III. RÈGNE DE CHARLES QUINT 

qo i75tor Recueil de lettres de Gatinaire adressées au secrétaire 
de Marguérite d'Autriche, I. de Marnix. 1507—1512. (Moderne 
copieën). 

no i7ö6tor^ Correspondance de Charles V etd'Adrien VI. (Zie 
Gachard 's publicatie onder dien titel, van 1859). 

n° 281^. Corneille Duplicius de Schepper, dit Schepper. 
(Dit is de publicatie van Jul. de Saint-Genois en G. A. 
IJssel de Schepper. Corn. Dupl. de Schepper^ ambassadeur 
etc, Missions diplomatiques de 1523 d 1555, Het is het gedrukte 
werk. Daarachter, er bij ingebonden, v^olgen een aantal geschreven 
stukken, op De Scheppers zendingen betrekking hebbende). 

n° 176^. Correspondance de Charles Quint et de Perrenot, 
seigneur de Granvelle, avec la reine Marie. 1533 — 1547. Co- 
pieën. 



164 

n® 176^. Correspondance de Charles Quint et du S*" de Gran- 
velle avec la reine Marie. 1543 — 1546. Copieën. 

Qoa 17(51 — 1762. Correspoodance de Charles Quint et de la reine 
Marie avec Ie seigneur de Saint Mauris, ambassadeur en 
France. Copieën. (n» 176^ 25 Dec. 1544—9 Mei 1547. n« 1762. 
9 Mei 1547—14 Sept. 1551). 

n« 176**. Lettres du comte de Boussu a la reine. 1552. Copieën. 

n° 176^. Correspondance de la reine Marie. Sept. 1552— Jan. 1553. 
Het is een klein boekje, bevattende een: Soramaire de la corr. 
de r Einpereur avec la Reine Marie. 

n® 176*^. Lettres du comte de Koeulx. 1552 — 1553. Copieën. 

n® 176'°. Correspondance de la Reine et de FEmpereur avec Ie 
roi des Romains. 1553—1554. (Dit is weer een boekje, bevat- 
tende een Sommaire dier correspondentie.) 

n® 802^. Déscription des voyages de Charles Quint par Jacques 
de Herbois. (Vgl. Gachard Voyages des Souver ains des Pays- 
Biis, en van denzelfde: Les Bibliothèques de Madrid et de V Es- 
curial, p. 16). 

n® 805^. Retraite et Mort de Charles Quint. (Zie Gachard's publi- 
catie onder dien titel, 1854 — 1855). 

IV. BÈGNE DE PHILIPPE II 

n^ 186. Lettres du duc d' Albe au pape Paul IV et a Philippe 
II. 1556—1560. Copieën. 

n08 i87bis_i87^or, Correspondance de Philippe II avec Ie duc Em- 
manuel Philibert de Savoie, 2 vol. 1557—1558. Het is 
Spaansche correspondentie, en het zijn copieën, door Alfred 
Morel-Fatio gemaakt in de Archives Nationales te Parijs, en 
door hem afgeleverd in Jan. 1874. Twee lijvige deelen: 187^^^ 
Mei— Nov. 1557. 187tor Jan.— Aug. 1558. 

n^ 327. Etats Généraux 1557—1561. (Het zijn copieën, in 1841 
aangekocht). 

n° 187^^. Correspondance de Philippe II sur les affaires des 
Pays-Bas. 32 vol. 

Dit zijn de copieën, op aanwijzing van Gachard te Simancas 
gemaakt. Zooals men weet, bevat Gachard's publicatie der CoiTes- 
2)ondance de Philippe II etc. niet de stukken zelve doch slechts 
min of meer uitvoerige regesten in 't Fransch van die Spaansche 
stukken; zij geeft een Précis de la Correspondance de Philippe 11^ 
waarvan 5 deelen verschenen zijn, loopende tot Juli 1577. Hier- 
voor zijn 9 der 32 deelen copieën gebruikt. Natuurlijk kan de 
Précis niet geheel den inhoud der copieën vervangen; in het bi- 
zonder geldt dit van het eerste deel, daar Gachard, op het 
tijdstip toen hij dit gereed maakte, nog vast voornemens was 
later de belangrijkste stukken in extenso te publiceeren en zich 
dientengevolge dikwijls tot vrij beknopte samenvattingen van den 
inhoud dier stukken bepaalde, daarbij verwijzend naar de toe- 
komstige uitgave der Correspondance in extenso , die echter nimmer 
verschenen is. (Voor een deel zijn die stukken afgedrukt in de 



165 

Coleccion de Documentos inéditos para la histon'a de Espaüa), 
Daarenboven heeft Gachard op zijne tweede reis naar Siman- 
cas, in 1856, nog een aantal stukken over de jaren 1558-1567 
verzameld, die wel, gedeeltelijk althans, bij de vroeger gemaakte 
copieën zijn ingebonden, maar waarvan natuurlijk in deel I der 
uitgave geen melding is gemaakt, daar dit deel toenmaals reeds 
gepubliceerd was. 

Maar buiten de 9 deelen copieën, door Gachard voor zijne uit- 
gave gebruikt, liggen dus thans te Brussel nog 23 deelen copieën, 
die zich uitstrekken van Juli 1577 — eind 1598. Het zijn: 

X23Juü 1577— 18 Nov. 1577 XXI 15 Jan. 1589— 23 Dec. 1589 

XI 19 Nov. 1577— 1 Oct. 1578 XXn 7 Jan. 1590—81 Aug. 1590 

Xn 2 Oct. 1578-31 Dec. 1578 XXIII 8 Sept. 1590—29 Maart 1591 

Xni 1 Jan. 1579—30 Juni 1579 XXIV 9 April 1591—18 Deo. 1591 

XIV 2 Juli 1579—24 Dec. 1579 XXV 15 Jan. 1592— Sept. 1592 

XV 4 Jan. 1580—31 Dec. 1581 XXVI 11 Sept. 1592—30 Maart 1593 

XVI 12 Jan. 1582—30 Nov. 1583 XXVII 1 April 1593—22 Nov. 1593 

XVII 7 Jan. 1583—31 Dec. 1585 XXVIII Dec. 1593-30 Aug. 1594 

XVni 5 Jan. 1586— 26 Deo. 1586 XXIX 1 Sept. 1594— 30 Jan. 1595 

(Na Dec. 1586 nog weer XXX 4 Febr. 1595— 8 Dec. 1595 

stukken van jonger datum). XXXI Jan. 1596—31 Dec. 1596 

XIX 10 Jan. 1587—27 Dec. 1587 XXXII Jan. 1597— eind 1598 

XX 29 Jan. 1588—30 Dec. 1588 en één stuk van 6 Juni 1599. 

Van dezen schat van copieën is nog maar weinig gebruik gemaakt 
(o. a. door Rachfahl voor den tijd van Margaretha van Parma, 
door mij over de jaren 1577 — 1579). Naar ik vernomen heb, be- 
staat er vooruitzicht, dat Gachard 's uitgave door een zeer 
bevoegd Belgisch geleerde zal worden voortgezet, ook zelfs voor 
de jaren na 1598. Het is zeer te hopen, dat dit vooruitzicht ver- 
wezenlijkt wordt. 

nos i75Abis_i75Ator^ Documents des archives de Simancas. 2 vol. 
1516 — 157G. Ook dit zijn copieën, te Simancas vervaardigd op 
aanwijzing van Gachard, die er voor zijne publicaties reeds 
veel gebruik van gemaakt heeft. n° 175^^^^ begint met eene „Me- 
moria del Obispo de Badajoz al Garden al de Espana" , van 8 Maart 
1516 (zie Buil. de la Comm. R. d' Histoire X , Gj, dan volgen stuk- 
ken uit 1561 sqq. , waarbij vooral veel over de onderhandelingen 
te Breda. n° 17.>^*®r bevat documenten van April — Oct. 1576, 
alle gebruikt in t. IV der Gorrespondance de Philippe IL 

n® 196-^. Lettres de Marguérite d'Autriche, duchesse deParme 
a Philippe II et a divers seigneurs. Het zijn copieën uit 
het archief der Farneses in het Archivo di Stato te Napels (Buil. 
d. 1. Comm. R. d'Hist. , 3® serie XI), na Gachard ook nog weer 
door Cauchie bezocht en door Blok (Verslag. . . Italië, p. 75). 

n® 189. Lettres écritesala duchesse de Parme par T ambassa- 
deur en Franc e. 1559 — 1560. Copieën. 

n® 190. Lettres de Chantonay a la duchesse de Parme. 1559 — 
1560. Copieën. 

n® 191. Gorrespondance de Marguérite de Parme avec 1' am- 
bassadeur du roi d^Espagne en Era nee. 1560— 1563. Copieën. 



166 

n® 192. Correspondance relative aux troubles de T o urn ai. 1561 — 
1564. Copieën. 

n® 193. CoiTespondance de Rassenghien avec Philippe II. 
1563—1584. Copieën. 

n® 186^. Lettres et Mémoires de Fray L o r e n z o de Villaviciencio. 
1564 — 1567. Ook dit zijn copieën uit Simancas. Gachard heeft 
hierover vrij uitvoerige mededeel! ngen gedaan in t. Il der Co7'r, 
de Philippe II, pag. XYI sqq. In de Correspondance vindt men 
echter die stukken niet vermeld, daar Gachard deel I (loopend 
tot eind 1567) reeds had gepubliceerd, toen hij bij zijn tv^eede 
bezoek aan Simancas deze stukken liet copiëeren. 

no 192^. Correspondance de Tournai. 13 Aug. — 27 Dec. 1566. Co- 
pieën. 

n® 193^*^. Correspondance de Marg. de Parme avec Ie comte de 
Hoogstraten et Ie magistrat de Malines. 1566 — 1567. 
Copieën. 

no 3933 Registredu Conseil des troubles, 22 Aug. 1567— 30 Sept. 
1568. Dit is eene copie, naar het origineel (Fransch) te Siman- 
cas berustende; zij telt 1728 folio bladzijden en is, blijkens eene 
aanteekening van Gachard, in 1856 gemaakt. 

n® 176^-*. Lettres de 1567 — 1572. Het zijn brieven van allerlei per- 
sonen. Eene aanteekening van Gachard in dit deel zegt dat zij 
onbelangrijk zijn; dit heeft mij ook zoo toegeschenen. 

n° 202'^^^ Correspondance du comte de Mansfelt, gouverneur de 
Luxembourg. 1567 — 1595. (Recueil de lettres adressées a lui et a 
son hls Charles). Origineelen. 

n° 194. Correspondance de Philippe II avec Hopperus. 1569. 
Origineelen. 

n® 394^. Négociations de Frédéric Perrenot, seigneur de Cham- 
pagney et de Jean Mathenes, seigneur dé Rivière, avec les 
Etats de Holland e. Dit handschrift bevat eene verzameling 
stukken rakende de onderhandelingen van beide genoemde heeren 
in 1574; het is in Dec. 1862 gekocht bij de firma Nijhoff. Het 
handschrift begint: „Accurate lijst en zoo veel mogelijke Beschrij- 
vingen der oude papieren afkomstig van den Heere Johan van 
Matenes, Heer van Eivière en Opmeer, fol. 1—23. Op fol. 25 
beginnen de stukken, 48 in getal, origineelen, copieën, minuten. 

no 327A-D. Etats Généraux. 1576—1581. 4 dln. Dit zijn de zoo- 
genaamde ^^Mamiscrits d' Alegamhe, afkomstig van Louis Alegambe, 
die sedert Oct. 1576 Doornik ter Staten- Generaal vertegen- 
woordigde en die van vele belangrijke stukken der griffie copieën 
maakte ten behoeve zijner committenten. Gachard heeft er veel 
gebruik van gemaakt voor zijne Actes des Etats Generaux , 1576 — 
158o. 2 vol. (1861—1866. De publicatie gaat slechts tot einde 1580). 

n° 3272. Notes tenues par B. Liebart sur les Etats Généraux. 
Het handschrift telt 188 fol. Op fol. 38 beginnen: „Notes des 
actes et résolutions faictz en 1' assemblee des Etatz Généraux 
depuis Ie XXVP de May 1578. Hieraan gaan vooraf* Eene aan- 
teekening van 29 en 30 Dec. 1576 over de onderhandelingen met 



167 

don Juan en brokstukken uit de resoluties van 1577 en begin 
1578. 

n« 327^^-6, Résolutions des Etats-Généraux. 1576—1578. 

no 327^— Q. Résolutions des Etats-Généraux. 1579—1585. Deze deelen 
en die van het voorafgaande nummer zijn zeer fraai geschreven 
moderne copieën van de resoluties der Staten-Generaal , die in 
het Rijksarchief in Den Haag berusten (en dikwijls zeer lastig te 
lezen zijn); van 25 Sept. 1576—30 Juni 1577 zijn zij uitgegeven 
door J. C. de Jonge. B^solutions des Etats-Généraux etc. 2 dln. 

ia« 327 F Resolutiën der Staten. 1582. Copie uit de 17« eeuw. (De 
Koninklijke Bibliotheek te Brussel bezit eene copie van 
dit handschrift, no 15904—15906). 

no 527^. Dn recueil de dépêches et d' instructions adressées aux 
Etats-Générau'x ou emanées d' eux. Het zijn copieën; zij loopen 
over de jaren 1583 — 1598. (Vgl. Gachard Actes etc. I, p. XI). 

11° 198. Lettres divers de Mans feit. Origineelen. 1583—1591. 

n<* 199. Conseil suprème de Madrid, 1585, 1586 , 1587. Copieën. 
Het zijn besluiten en antwoorden van Philippe II, gehoord 
het rapport van den Raad van State te Madrid, op stukken 
uit de Nederlanden. Verschillende brieven van Par ma (Fransch). 

n« 200 A Lettres de Jus te Lip se. 1592—1603. Zij betrefïen veelal 
financiëele zaken. Gebruikt door Galesloot voor een artikel in 
Les Annales de la Société d' Emulation a Brnges, Dec. 1877). 

n<* 403. Recueil de pièces diverses. (Waarschijnlijk afkomstig van 
Josse de Cour te vil Ie. Gachard heeft er bij aangeteekend : 
„il est de peu d' intérêt" ; dien indruk heb ik ook gekregen). 

n° 808. Manuscrit sur la guerre civile des Pays-Bas. Het is een 
niet volledig handschrift (immers het vangt aan: „Peu de temps 
après Ie traicté de la paix, Guillaume de Nassau" etc.) van de 
Mémoires en van \\Qt Discours Véritable etc. van Pontus Payen, 
die zijn uitgegeven door Henne (1861). Copie. 

n° 808^ Troubles des Pays-Bas sous Madame la Duchesse de 
Parme. Aangeteekend staat: Copie d'un M. S. de la Bibliothèque 
d' Arras. Het zijn de Mémoires van P. Payen, echter eindigende 
met het derde boek. 

n« 8082. Histoire des troubles des Pays-Bas, 1566— 158L Ge- 
deeltelijk zeer geschonden , vooral aan het begin en aan het einde ; 
dientengevolge durf ik niet beslissen, welk dit handschrift is. 

n« 810. Don Juan d'Autriche. (Vgl. Buil. de la Comm. R. 
d' Hist. X. p. 172). 

n® 810-^. Lettres et mémoires au sujet de la paix de Gand et 
touchant Ie gouvernement de don Juan d'Autriche. 1577. Op 
fol. 1 „Ex libris Bibliothecae Supremi Consilii Aulici Belgici". 
Dan volgt : „Pièces contenues en co volume" , eene vrij uitvoerige 
inhoudsopgave, 50 nummers vermeldend. Eene Pré f ace wil de 
houding der rebellen rechtvaardigen en geeft acht stukken van 
1574; dan komen vier nummers betreffende de onderhandelingen 
van 1574 en 1575; het volgende stuk is een „Cort verhael van 
het gene geschiedt is tot Brussel in Septemb. 1576 sedert de 



168 

rauytinatie der Spaignaerden". De overige nummers loopen over 
de onderhandelingen van 1576 en 1577. (Vermoedelijk zal Ga- 
chard van de stukken van 1576 en 1577 uit dit handschrift, dat 
in 1867 uit Weenen is teruggekomen, wel gebruik hebben ge- 
maakt bij de uitgave van t. V. der Corr. de Phil. IL) 
De nummers 185^S 186», 186 » , 187A, 188, 195, 197^-^ bevatten 
de copie der volgende uitgaven: Gachard. Corresp. de Guillaume 
Ie Taciiurne {6 dln. 1847—1866); Corr, du duc. d' Albe sur V inva- 
sion du comte Louis de Nassau en Frise en 1568, (Buil. d. 1. Comm. 
R. d' Hist. XVIj. Relations des ambassadeurs Vénitiens sur Charles V 
et Philippe LI, (1855/ Prccis de la Corr, de Philippe LL sur les 
affaires des Pays-Bas, (1848—1879. 5 deelen ; hier echter niet de 
copie van alle deelen). Corr. de Marguérite de Parme avec Phi- 
lippe IL (3 dln. 1867—1881). Lettres écrites par les Souver ains des 
Pays-Bas aux Etats de ces provinces depuis Philippe LL jusqu^a Fran- 
gois II j 1559 — 1794 (1851). Kervyn de Lettenhove. Relations 
politiques entre les Pays-Bas et V Angleterre sous Ie régne de Philippe IL 
(1882 sqq.) Nog zijn naar handschriften van het archief (door mij niet 
aangeteekend) uitgegeven: Relations des campagnes de 1644 et 1646 
par J. A. Vincart, door Henrard (1869) en Mémoires de Pas quier de 
Ie Barre et de Nicolas Soldoyer, 1565—1570 door Pinchart, (1865). 

RÈGNE d' AL BERT ET d' ISABELLE 

n® 328^ — 328^. Recueil de pièces relatives a la cession des Pays- 
Bas aux Archiducs Al bert et Isabelle, ainsi qu'aux négo- 
ciations qui eurent lieu en 1600. 

no 202. Recueil de lettres aux Archiducs, 1599 — 1601 (et a d' au tres 
personages, 1707 — 1708) Brieven van verschillende personen. Ori- 
gineelen. 

n° 200. Lettres écrites a 1' Infante Isabelle et a 1' Archiduc Albert. 
1599—1603. Als boven. 

n« 328^ Etats Généraux. 6 Jan. 1598—6 Dec. 1634. 

n« 3282. Actes des Etats Généraux de 1600. 3 vol. (Vgl. Ga- 
chard 's publicatie onder dien titel.) 

n®s203 — 204. Correspondance du corate de Mansfelt avec les 
archiducs. 1600 — 1601. Origineelen. 

nO8 205— 206. Lettres de 1' archiduc Albert. 1602—1603. Origineelen. 
Aan verschillende personen. 

n*»' 303^0^ Notulen gehouden in den onderhandelinge van de Trefves. 
Copie eind 17® eeuw. (Volgens eene aanteekening van Gachard 
in dit handschrift is het gekocht op de veiling der bibliotheek 
van Tydeman , Den Haag , 23 Oct. 1865 , n® 295 van den cata- 
logus). 

no 207 A Dépêches de MathieuBrulart, S^ do Berny. 1606—1608. 
(Berny, conseiller du roi et resident a Bruxelles). 

n® 207^. Dépêches de Mathieu Brulart et de Berruyer 1609 — 
1 Maart 1611. (Als boven). 

n<> 207C. Als boven. S. de Preaux. 1612—1615. 

n« 207 1>. Als boven. S. de Preaux, Perilard etc. 1616—1618. 



169 

De n^^ 207^ — 207 1^ zijn moderne copieën van de Bibliothèque 
Nationale te Parijs. 

n« 327^. Résolutions des Etats Généraux. 1619—1620. Het zijn 
de Etats Généraux der Spaansche Nedeiianden, „tenus pour dis- 
cuter les prétentions du roi d' Angleterre". Er komen ook stukken in 
voor uit 1 577 , 1 578 , 1 581 betreffende de leeningen van Elisabeth 
aan de toenmalige Staten-Generaal. (Vgl. Gachard, Actes I, 
p. XI). 

n<* 210. Correspondance des Archiducs avec Philippe III et 
Philippe IV. 1620, 1621. Copieën. 

BÈGNE DE PHILIPPE IV 

n^ 285. Discours sur les moyens de réunir en un corps d' estat les 
17 pro vinces des Pays-Bas. Het is een stuk van 13 foJ. ; eene 
aanteekening hierin met moderne hand zegt: „Ce Discours, écrit 
dans les Pro vinces-Unies , doit avoir été composé peu de temps 
après la trève de douze ans". Ik heb er mij niet in verdiept. 

n® 211. Correspondance de T infante Isabella avec Philippe IV. 
1622, 1624, 1625. 

n08 212— 220. Als boven. (n« 212. 1625-1626; n^ 213. 1625 en uit 
een aantal volgende jaren; n« 214. 1625; n« 215. 1629; n° 216. 
1630; no 217. 1630—1632; n» 218. 1632; n« 219. 1633; n« 220. 
1633). Te oordeelen naar een paar deelen, die ik heb ingezien, 
zijn het copieën. 

no 222. Lettres d'Isabelle et de Philippe IV. 1628, 1629. Copieën. 

n® 221. Lettres de Rubens (Copies de Paris et d' Aix). (Vgl. Ga- 
chard. Hidoire politique et diplomatique de Pierre Paul Rubens, 
(1877). 

no 221^i^ Lettres d'Antoine Triest, évêque de Gand, concemant 
Rubens. 1635. Origineelen. Als boven. 

n® 303^i^ Négociations de paix entre la Belgique et les Provin- 
ces Unies 1632. Vgl. Gachard Actes des Etats-Généraux de 
1682, (1853—1866). 

n® 328. Etats-Généraux de 1632 (documents relatifs aux négo- 
ciations qu'ils ouvrirent avec les Pro vinces Unies). Het is een 
„Recueil de Documents concernant les Etats Généraux de 1632 
et spécialement les négociations qu'ils ouvrirent avec Ie Pro vinces 
Unies". Grootendeels gedrukt bij Gachard. Op. cit. 

n® 329. Etats-Généraux de 1632. Dit is de „Relation de ce quy 
concerne la négociation de la paix ou trefve" etc. 1632. Gedrukt 
bij Gachard. Op. cit. 

n» 330. Etats-Généraux de 1632—1634. Dit is een Recueil de 
Documents, annexen vormende bij het vorige nummer en ook ge- 
drukt bij Gachard. Op. cit. 

n« 331. Notules des Etats-Généraux de 1632—1634. Dit zijn 
de „Notulen gehouden van 't geene voorgelopen is nopende de 
onderhandelinge bij de Heeren Gedeputeerden van de heeren 
Staten van d' andere zijde aangeboden". Zoo luidt de binnentitel, 
iets afwijkend van den titel der documenten, aanwezig in het 



170 

Rijksarchief in Den Haag (o. a. genoemd bij Waddington. La 
Rép des Prov. Unies, La France et les Pays-Bas Esp,) y waaraan 
ze gelijk zijn. (Aangeteekend binnen in: Cédé par les archives 
de la Haye Ie 20 JaiJlet 1854"). 

ji08 33]A — 332. Etats-Généraux tenus a Bruxelles. Het zijn de 
„Proces Yerbaux des Etats Généraux tenus a Bruxelles du 9 Sept. 
1632 au 10 Juillet 1634. Bij Gachard. Op. cit. 

n® 525. Documents relatifs aux Etats Généraux en 1632. Copieën. 

n° 524. Documents relatifs a la conspiration des n o bles en 1632. 
Origineelen en copieën. 

Deze beide nummers (525 en 524) maken deel uit van de Pa- 
piers du Chef et Président Boose (origineelen en copieën), die in 
den inventaris een afzonderlijke groep vormen. Hiertoe behooren 
ook de volgende nummers tot n® 526 inbegrepen. 

n® 458. Correspondance (de Roose) avec Olivarez. 1624 — 1657. 

n® 460. Als boven met verschillende secretarissen. 1625 — 1647. 

n® 465. Als boven met Is abel la en met Aytona. 1626—1633. 

n««456— 457. Als boven met Philippe IV. 1629—1637. 1638—1659. 

n«M66— 470. Als boven met den kardinaal-infant. 1633—1641. 

ijos 462—463. Als boven met den secretaris Jacques de Brecht. 
1633—1643. 1643—1658. 

n® 461. Als boven met den secretaris Franc, de Galareta. 1633 — 
1649. 

n08 485— 486. Als boven met don Mich. de Salamanca. 1636—1648. 

n08 471—478. Als boven met Franc, de Mello. 1638—1644. 

n««479— 481. Als boven met Castelrodrigo. 1639—1649. 

nos482 — 484. Als boven met aartshertog Leopold Willem. 1647 — 
1649. 

n<* 526. Documents relatifs aux négociations pour la paix de Mun- 
ster. Documenten, origineelen en copieën, over de jaren 1645 — 
1660, en enkele stukken uit de 16® eeuw. 

n<* 818. Mémoires sur les négociations du traite deMunster. Het 
is een „Summaria ac vera ad universam Christianitatem tam circa 
belli ultimi contra Domus Austriacae Principes initium eiusdemque 
continuationem quam de gestis ab eo tempore praeteritis usque 
ad acceptationem pacis Informatio, nee non contra Inimicos uni- 
versae Tranquillitatis a Rege Hispaniarum (postquam sua Majestas 
pro viribus media omnia pacem consequendi implorasset) facta 
solemnis protestatio. (206 fol. ; schijnt niet volledig). 

DOCUMENTS CONCERNANT LES PROVINCES-UNIES 

n® 407. Recueil de pièces concemant les Province s-U nies. Copieën. 
Eene verzameling van instructies en commissies, voorafgegaan 
door de Unie van Utrecht en de orde op de regeering van Hol- 
land van 17 Maart 1581; dan volgen: instructie der Gecomm. 
Raden, instructie voor den Advocaat (1581), dito (1586) enz. 

no 411. Etats des charges et des dépenses de la Hollande 
depuis Pan 1621 a 1647. Het is niet, zooals de inventares zegt, 
eene verzameling van stukken betreffende de finantiën alleen van 



171 

Holland maar ook van andere lichamen; zij gaan ook verder dan 
1647. Ik laat hier een lijst der stukken volgen: 

I. Staet van de schulden der provinciën op de ordinaris 
ende Extraordinaris consenten van den Jaere 1621 tot 
den Jaere 1628. 
II. Staet van de quote van Hollant de A*» 1629 ende de 
betaelinge daerop gedaan. 

III. Staet vant' gene de respective provinciën schuldich syn 
in de Extraordinaris consenten voor den Jaere 1629. 

IV. Brieff van de Heeren Staten Generael aen de Heeren 
Staten van Hollant over de betaelinge van legerlasten. 
4 Dec. 1647. 

V. Staet van deselve Legerlasten (voor het jaar 1646). 
VL Staet van betalinge daer op gedaan (over het jaar 1646. 

Gedateerd 22 Aug. 1647). 
VII. Staet van de descharges bij den Ontfanger generael ver- 
andtwoort tot den Jaere 1623 incluys. 
Vin. Staet vant' incomen ende lasten van de provincie van 
HolJant ende West- Vriesland (voor het jaar 1626). 
IX. Staet ofte Memorie int' particulier wat alle ende ijder 
middel in Hollant opbrencht (getrokken uit de rollen van 
de verpachtingen over 1625). 
X. Staet van 't gene bij HoJlandt boven sijne quote is be- 
taelt ten dienste van de Generaliteyt (in 1626 tot 10 Jan. 
1627 incluis). 
XI. Staet van betaelinge der Extraordinaris consenten bij 
Hollant (voor 1626 en de betaJing, daarop in hetZuider- 
liwartier gedaan). 
XII. Staet sommier van den Staet van Oorloge, a®. 1621. 

XIII. Staet van 't gene Hollant schuldich is .aan den Ontfanger 
Generael zedert 1614 tot 1622 incluys. 

XIV. Staet van 't Jaerlijcx incomen ende lasten van de admi- 
raliteyt tot Amsterdam. (18 Maart 1628). 

XV. Staet ofte Memorie van de Pensioenen tot laste van 
Hollant in den Staet van Oorloge van den Jaere 1621 
gebracht. 
XVI. Staet van de betalinge bij Hollandt aen de West-Indische 
Compagnie gedaen. (loopt over 1623, 1625, 1627). 
XVII. Advertissement van de West-Indische Compagnie tot 
Justificatie van haere reeckeninge. (Het stuk heeft geen 
jaartal.) 
XVIII. Staet van den Ontfanger vant' subsidium ende capitael 
bij 't Octroy ende verhooginge vande selve Compagnie 
door haere Ho. Mo. belooft van vijftigh tonnen gouts. 
(loopt over de jaren 1623—1629). 
XIX. Eenige resolutien (van de Staten-Generaal) raeckende 
deselve Compagnie (van 27 Sept. 1624; en een staat van 
vorderingen en schulden tusschen W. I. C. en Staten- 
Generaal). 



172 

XX. Staet vant' incomen der Contributien van Brabant , Vlaan- 
deren, Overquartier van Gelderlandt, Landen van Over- 
maze, Lingen etc. (Het stuk heeft geen jaartal). 
XXI. Staet ofte Memorie vant' incomen der Imposten (getrokken 
uit de rollen van de verpachtingen over 1625). 
XXII. Staet van de nieuwe Lichtinge des Jaers 1629. 

XXIII. Lijste van de schulden die betaelt moeten worden (zonder 
jaar; omstreeks 1647). 

XXIV. Lijste ad idem (24 Nov. 1639). 
XXV. Staet ad idem (1647j. 

XXVI. Staet vant' achterwesen der Militie. 20 Juli 1641. 
XXVn. Staet vant' achterwesen (der Staten van Holland) aan de 
Admiraliteit tot Rotterdam. (20 April 1646). 
XXVIII. Lijste van de voornaamste schulden van den Staet (pl.m. 1652) 
XXIX. Staet vant' achterwesen aan de Admiraliteit tot Rotter- 
dam. (15 Sept. 1645.) 
XXX. Requeste ende lijste ad idem (24 Oct. 1645). 
XXXI. Consideratien op den Staet van de lasten vant' Noorder- 
kwartier overgelevert voor de affectatie. (1636). 
XXXII. Staet vant' incomen van Zuythollant particulier. (Het 
stuk heeft geen jaartal). 
XXXin. Lijste van de quote van Hollant en d' andere provinciën 

in de defroyementen (lectum 6 Martii 1651). 
XXXIV. Staet sommier van de penningen op Interest gelicht in 
het tegenwoordich loopende ten Comptoire van den Ont- 
fanger-generaal zedert den Jaere 1596 tot den Jaere 1648. 
(Exhib. 8 Dec. 1648. Ruim 20 fol.) 

n® 414. Etat du produit et des charges du domaine de la Hol- 
land e. 1642. Het is eene zeer gespecificeerde opgave van 79 folios. 
Blijkbaar (fol. 78) is het een rapport, uitgebracht aan de Staten 
van Holland : „Wij hebben mede Uw Ed. Groot Mo op der selver 
begeerte van tijt tot tijt ende namentlijck op den III®^ Mei 1636 
ende XVIIP" April 1641 van de gansche gelegentheyt ende natuyre 
van Domeynen schriftelijck bericht enz. Op fol. 79. 

XJitgeeff . . . 326.183—19—3 
Ontfangh . . 309.320— 6—6i 

Gomt tekort f 16.863-12—81- 

n® 416. Relations diplomatiques entre la République. des Pro- 
vinces-Unies et celle d' Angleterre. 1651 — 1652. Dit manu- 
script begint fol. 1: „Concepte articulen vant tractaet met de 
extraordinaris ambassadeurs van de republycque van Engelandt 
te maecken ende in te gaen, 36 artikels, tot fol. 8^®. Op fol. 9 
begint : Journael vant gene is voorgevallen op de reyse gedaen 
bij de extraordinaris Ambassadeurs de heeren Cats, Schaep en 
van der Perre uyt Commissie van hare Ho. Mo. aan het Parlement 
van de republiek van Engelandt, begonnen op: Woonsdach den 
XX®^ Decembris 1651. De laatste aanteekening is van Donderdag 



173 

29 Mei 1652. Het origineel Verbaal dezer ambassade berust ten 
Rijksarchieve in Den Haag. 

n*»* 228— 229. Correspondance du resident de Pologne, Mol o. 1694, 
1695, 1696. 

Gachard heeft in n° 228 aangeteekend : Ce Registre a été 
donné aux arcliives du Royaume par M. Ie Capitaine De Bauwen. 
Bruxelles 1 février 1854. De handschriften bevatten brieven en 
aanteekeningen van Molo, resident van Polen te i^msterdam, 
als vredesmakelaar wel bekend (o. a. uit Van der Heim, Het 
archief van den Baad pensionaris Antonie Heinsius. 1874). n° 228 
(164 fol.) bestaat louter uit copieën en brieven uit 1694, 1695 en 
één uit 1697. n° 229. (100 fol.) heeft deels copieën, deels origineelen 
uit 1694 en 1695 (aan Heinsius, Dijkvelt, Callières, Croissy e.a.); 
de brieven zijn soms gecijferd doch dan is de ontcijfering er 
boven geschreven. Daarenboven bevat dit deel een soort memoriaal 
van Mol o 's eigen hand. 

n® 306. Journal des conférences de Ryswick. Copie. 451 fol^ 19 Febr. — 
7 November 1697. Deel Fransch, deel Spaansch. 

n® 31 1^^. Correspondance de M. van der Meer en den griffier 
Fagel. 1729 — 1731. Het zijn copieën en origineele stukken, ge- 
vormd uit verschillende documenten van andere fonds en vooral 
grenskwesties betreffende. Op het oogenblik maakt het dan ook 
niet meer deel uit van de CarUdaires et Mamiscrits maar van het 
fonds: Jointe des terres contestées , section. I. (Mededeeling van 
Dr. Cuvelier). 

n® 312. Journal de Guillaume van Assendelft, resident des 
Provinces-Unies. Het is een journaal van Assendelft, vele jaren 
resident te Brussel, in het Nederlandsch , van 1 Jan.— 30.Dec. 
1730, met bijgevoegde stukken. Het journaal is wellicht origineel ; 
de bijgevoegde stukken zijn deels origineelen, deels copieën. 

In de n® section zijn nog eenige „cai-tons" aanwezig, van wier 
bestaan ik eerst na mijn vertrek uit Brussel kennis gekregen heb en 
die deel zouden behooren uit te maken van het fonds Papiers d' Etat 
et de 1' Audience. Hoewel ik ze dientengevolge niet gezien heb , vestig 
ik er toch de aandacht op; het zijn: 

Papiers de Marguérite d'Autriche: cartons. 2 n<*^ 1521— 1530. 

Papiers de Marie de Hongrie: cartons. 3 n°^ 

Andere fonds, uit deze sectie, waarmee ik mij niet heb bezig ge- 
houden maar die wellicht gegevens voor onze geschiedenis bevatten , zijn : 

Chambres des comptes. 65000 n^^. XIP— XVIIP siècle. En 
partie inventoriées par Gachard, 3 vol. 1837 — 1851; et par P in- 
ch ar d, 2 vol. 1865—1879. — I. Proo st. Table alphabétique des registres 
aux gages. 1890. 

Papiers des comptables. 1057 n<»^ XIV®— XVIII® siècle 

7^« Section 
Secrétairerie d'Etat et de Guerre 
Ik herinner er aan, dat, in verband met het doel van mijn bezoek 



174 

aan Brussel , de tweede der twee hoofdafdeelingen van dit fonds , den 
Oostenrijkschen tijd betreffend, door mij ter zijde is gelaten, zoodat 
hier alleen de Secrétairerie Espagnole en de Annexes behandeld worden. 
Als regel geldt, dat de documenten in 't S paan se h zijn. 

Secrétairerie Espagnole d'Etat et de Guerre 

A. ATTRIBUTIONS, PEBSONNEL, INDICATEURS GÉNÉ- 
RAUX DE V OFFICE. n«« 1-6. 

B. SECRÉTAIRERIE DE GUERRE no« 7-175. Allerlei orders, 
bevelen en stukken betreffende de troepen, over de jaren 1582 — 
1702. Dan beraadslagingen van onderscheiden commissies over 
troepen en troepenbewegingen; eindelijk correspondenties. Eenige 
nummers teeken ik aan: 

n® 115. Jointes de guerre. 1651 — 1700. 

n® 116. Jointes des généraux et des ministres. 1680 — 1693. 

n® 117. Consul tes des généraux, des ministres et des jointes parti- 

culières. 1692—1698. 
n" 118. Avis des généraux sur les opérations de la campagne de 1677. 
n® 124. Spin o la. (Frédéric et Amoroise). Ordres militaires donnés 

par eux. 
n® 125. Correspondance d'Ambroise Spinola avec Parchiduc 

Albert. 1600—1621. 
n« 126. XJt supra avec 1' infante Isabelle. 1626—1629. 
n® 127. Correspondance d'Antonio Suarez Arguelo, secrétaire 

de la chambre des archiducs, avec Ambroise Spinola. 1616 — 

1625. 
n°* 128— 132. Correspondance d' Ambroise Spinola avec divers. 

1603—1627. 
n*» 133. Correspondance de Frédéric Spinola avec divers. 1599 — 

1601. 
n*» 134. Ferdinand d'Espagne(le Cardinal infant don). Sa cor- 
respondance avec Henri de Bauffremont, baron de Scey, 

gouverneur des armes a Besan9on. 1639 — 1641. (Spaansch en 

Fransch). 
n°« 135 — 136. ld. avec don Fadrique Enriquez, mestre de camp 

a Innsbrück. 1637—1641. 
n° 137. ld. avec Ie marquis deFuentes, capitaine-général de V armee 

navale, gouverneur de Dunkerque. 1637 — 1639. 
n® 138. ld. avec don Francisco, marquis del Carreto, Savona 

y Grana, conseiller d' Etat et de guerre de 1' Empereur Ferdi- 
nand II en AUemagne. 1638—1641. 
n® 139. ld. avec don Vicenzio Intavila, mestre de camp. 1641. 
n<* 140. ld. avec Ie colonel G. de Metternich a Mayence. 1640. 
n®« 141— 148. ld. avec Ie feldmaréchal prince OttavioPiccolomini, 

duc d' Amalfi. 1637 — 1641. (Italiaansch). 
n<* 150. Gastanaga (marquis de). Sa correspondance avec don Isidro 

de la Cueva y Benavidés, marquis de Bedmar, gouverneur 

des armes. 1689. 



175 

n® 151. ld. avec Ie comte de Louvignies, inestre de camp général 
a Milan. 1686—1689. (Fransch). 

C. SECRÉTAIRERIE d'ETAT. ATTBIBUTIONS POLITIQUES 
d'ORDEE EXTERNE. n«« 176-612. 

CORRESPONDANCE DES GOUVERNEURS GENE- 
RAUX ET DE LEURS SECRÉTAIRES 

1. Correspondance avec les rois d* Espagne, 

n®* 176— 184. Corresp. de Tarchidac Albert *) avecPhilippo IIL 

1598-1620. 
n® 185. Ut SLipra avec Philippe IV. 1621. 

Deze portefeuilles heb ik door gezien om na te gaan, wat hier 
van de correspondentie van Albertus en den Koning bewaard 
was; zie hier mijne bevindingen. 

n® 176 bevat van fol. 1—51 origineele brieven van Philippe III , 
en wel fol. 1—40 van 22 Sept.— 29 Dec. 1598, fol. 43—47 drie 
brieven uit 1599, fol. 49 één brief uit 1602, fol. 51 één brief' uit 
1605. Op fol. 55 beginnen minuut-brie ven van Albertus aan 
den Koning, den hertog van Lerma en andere hooge-waar- 
digheidsbekleeders in Spanje; zij zijn uit 1606, de eerste helft 
van 1607, uit 1608 slechts twee, en uit heel 1609. Zij behandelen 
slechts belangen van personen, veelal van militairen; aanbeve- 
lingen enz. Over de groote staatszaken , b. v. over het Bestand ,. 
bevatten zij niets. 

n° 177. heeft van fol. 1 — 205 minuut-brieven van Albertua 
uit de jaren 1610—1614, ook uitsluitend over de belangen van 
bizondere personen. Op fol. 205 beginnen ontcijferde brieven en 
origineelen van Philips III uit 1614 over staatszaken (staat der 
Spaansche Nederlanden; Guliksche kwestie); minuten van Al- 
bertus, deels over persoonlijke aangelegenheden, deels over 
dezelfde staatszaken; copie van een brief van Spinola aan Juan 
de Mancicidor over hetzelfde; een aviso van een katholiek 
over de plannen van Willem Usselinx in Zuid-Amerika. (foL 
284) enz. 

nP 178 (330 fol.) gaat geheel over 1615 en handelt voornamelijk 
over staatszaken; dit blijft zoo bij de volgende deelen. 

n« 179 (264 fol.) 2 Jan.— 30 Juni 1616. 

n« 180 (323 fol.) 5 Juli— 31 Dec. 1616. Hierin o.a. eene Spaansche 
vertaling van het tractaat der Republiek met de Hanzeste- 
den. Over middelen om het munten van Spaansch geld te Am- 
sterdam te beletten. 

n° 181. (422 fol.) 1617. O.a. over middelen om het secours , door 
de Venetianen aan de Republiek gevraagd, te beletten. Over 



^) Natuurlijk behoort Albertus eigenlijk niet onder de gou verneurs-généraux 
tehuis van 1598 af. 



176 

onderhandelingen om de Merchant-Adventarers van Middel- 
burg naar Brussel te doen verhuizen. Verschillende avisos over 
de gebeurtenissen in de Republiek. 

n« 182. (391 fol.) 6 Jan. 1618—25 Juni 1619. Als boven. 

n« 183. (338 fol.) 6 Juli 1619—27 Maart 1620. Veel over ver- 
lenging van het Bestand. Een Portugeesch verslag (copie) van 
de excessen, door de Hollanders bedreven op de kusten van 
Afrika en Amerika (27 Oct. 1619. fol. 136). Een consult van 
den Raad van Portugal van 23 Sept. 1619 over verlenging 
van het Bestand (in 't Portugeesch fol. 138— 147^^,) Dergelijke 
consulten van de Junta de guerra de Indias, denConsejo 
de Indias e. a. (fol. 149 — 166^^.). Verschillende avisos nopens de- 
zelfde aangelegenheid (fol. 168— 178^'^). 

n« 184 (341 fol.) 3 April— 31 Dec 1620. Veel over de Paltz. 
Over verlenging van het Bestand, o.a. fol. 33 — 35 het gevoelen 
van Albertus en van eene door hem bijeengeroepen vergadering ; 
beide voor verlenging (14 April 1620). — fol. 185—189^0. Uittreksels 
uit brieven van den commandant van Wezel, Juan Gonzalez, 
over de krijgsbewegingen van Maurits. — fol. 264 — 266. Copie 
van een brief van den Spaanschen gezant in Engeland , den graaf 
van Gondomar, aan den Koning, verslag gevend van zijne ge- 
sprekken met Buckingham en Digby over een gezamenlijk 
optreden tegen de Republiek (7 Juli 1620). — fol. 267—268. Als 
voren: ook over het Spaansche huwelijk. 

n« 185. (308 fol.) 4 Jan.— 22 Juli 1621. Over verienging van het 
Bestand. In antwoord op een briof van Albertus van 28 Dec. 
1620, die er op gewezen had, dat wegens de Paltz niets van 
Engeland, wegens de Valteline niets van Frankrijk te 
hopen was, schrijft Philip p e IV den 4®» Febr. 1621 aan Al- 
bertus (fol. 24): hij zendt geld en bericht dat verdere maan- 
delijksche geldzendingen van April af verzekerd zijn; Albertus 
mag geen verlenging van het Bestand toestaan, tenzij op de 
volgende voorwaarden: vrije uitoefening der katholieke religie ; ont- 
ruiming van Oost- en West-Indië ; opening van de Schelde. Indien 
niet ten minste de twee laatste voorwaarden bedongen kunnen 
worden , kan er geen sprake zijn van verlenging van het Bestand, 
dat zoo hoogst schadelijk is geweest voor de monarchie en welks 

voortduring haar ondergang ten gevolge zou hebben ( „y 

demas desto (het gezonden geld) se traen entre manos effectos para 
remitir otros cien mill escudos mas al mes desde Abril en ad elan te, 
y presupuesto que esta sera cierto no conviene en ninguna manera 
conceder la prorogacion de la Tregua, aunque fuese por poco tiempo, 
sino es en caso que se pudiese sacar siendo posible el exercicio 
libre de la religion catolica, y precisamente el de desistir Olan- 
deses de la India Oriental y las Occidentales , retirando dentro 
del termino que pareciere las fuerzas que tienen en ellas, y assi 
mismo que ayan de abrir la Ribera de Amberes como estava an- 
tes de la guerra por lo mucho que conviene y la utilidad y benef- 
ficio que desto se siguiria al Pays, y lo que yo lo deseo solo 



177 

por este respecto, pero no pudiendo se salir por lo menos con 
estos dos puntos postreros, no conviene en ninguna manera tratax 
de Tregua brebe ni larga, ni que esta platica se mueba por nue- 
stra parte , como lo encargo mucho d V. A. , pero moviendose por 
la de Olandeses podra V. A. escucharla en la forma referida y no 
en otra, pues la esperiencia ha mostrado quan danosa y perjudi- 
cial ha sido la que ay corre y que si pasase adelante seria la 
total ruyna de estos Reynos" etc^. In dit deel verder verschillende 
berichten van Albertus over zijne openlijke en geheime onder- 
handelingen in de Republiek door Pecquius,Mad. "tSerclaes, 
den griffier De B i e enz. ; o. a. fól. 141 — 150 het verslag van 
Pecquius over zijne onderhandelingen; f ol. 193 dat van De Bi e. 
In het eerste hoofdstuk zijner Histoire politique et diplomatique 
de Pierre Paul Rubens [1877) heeft Gachard van een aantal dezer 
documenten gebruik gemaakt, 
n®* 186—207. Correspondance de F Infante Isabelle avec Phi- 
lippe IV. 1621—1633. 

Ook deze briefwisseling loopt over staatszaken, en bevat origi- 
neelen van den Koning, minuten van de Infante; Gachard 
heeft voor zijn bovengenoemd werk hiervan veel gebruik gemaakt, 
evenals ook van n® 208, de onderhandelingen betreffende, waarin 
Rubens eene rol heeft gespeeld, 1628, 1629. 

Uit n° 197 (1 Juni— 31 Dec. 1627) stip ik nog aan een brief 
van Philips IV aan Is abel la, van 4 Juni 1627, over de 
wenschelijkheid van een verbond met Polen en met de Hanze- 
steden om , tevens onder medewerking van den Keizer, meester 
te worden van de Oostzee en aldus den handel der rebellen 
te fnuiken (fol. 31); op fol.' 77 de instructie van 9 Maart 1627 
voor een gezant naar den koning van Polen, den baron d'Auchy; 
op fol. 87 de instructie van 3 April 1627 voor Gabriel de Roy, 
die naar de Hanzesteden gezonden werd. 

Hier zij er op gewezen, dat de Secrétairerie Espagnole d^Etat, 
zooals uit het bovenstaande blijkt, uiterst weinig bevat over de 
jaren 1598 — 1614, zoodat voor deze jaren het archief van Si- 
mancas bijna aJles moet leveren, althans voor wat de brief- 
wisseling tusschen de regeeringen te Madrid en te Brussel aangaat. 
Voor de jaren 1614 — 1629 is het anders: talrijke brieven van 
Albertus en van Isabella (ik durf niet zeggen alle, want dat 
zon nauwkeurig vergeleken moeten worden), waarvan de origi- 
neelen te Simancas zijn, worden in minuut aangetroffen te 
Brussel, terwijl omgekeerd zeer vele brieven van Philips III 
^n Philips IV, waarvan de minuten te Simancas worden be- 
waard , te Brussel in originali aanwezig zijn. Eindelijk herinner ik 
er aan, dat te Simancas de briefwisseling van 1630 af ontbreekt 
of slechts zeer onvolledig te vinden is in verschillende af deelingen 
van de consulten van den Raad van State; te Brussel is de 
correspondentie der gouverneurs-generaal met de Koningen (van de 
eersten de minuten, van de tweeden de origineele brieven) aan- 
wezig tot 1701 met enkele hiaten. Ik laat hieronder thans de 

12 



178 

nummers dier briefwisseling met de namen der correspondenten 
en der jaren volgen: *) 

n" 209. (140 fol.) Francisco de Moncada, markies van Aytona, met 
Philips IV. 1634. Enkele stukken van 1632 en 1633 gaan vooraf. 
Alle hierin voorkomende stokken betreffende den hertog van 
Arschot zijn gepubliceerd door Gachard, Les Etats Généraux 
de 1682, t. IL Op fol. 16—29 copie van een consult van den 
Raad van State over een bestand met de rebellen , 16 Maart 
1634, met 'sKonings apostilles. fol. 31 — fol. 61^^. Verslag van 
den stand der onderhandelingen met de rebellen. 

n"*210 — 230. De cardinaal-infant don Ferdinand met Philips IV. 
1634—1641. 

n® 231. Don Francisco de Mello etc. met Philips IV. 21 Jan. 
1642 — 23 Aug. 1644. Het zijn bijna alle brieven van den Koning, 
vooral over de vrijlating van den prins van Barban9on en van 
baron de Carondelet. 

n®*232 — 237. Don Manu el de Moura y Cortereal, markies van 
Castelrodrigo enz. met Philips IV. 1644 — 1647. 

n®»238 — 260. Aartshertog Leopold Willem van Oostenrijk met 
Philips IV. 1647—1656. 

n"* 261— 264. Don Juan van Oostenrijk met Philips IV. 
1656—1659. 

n*»* 265—277. Don Luis de Benavidés , Carillo y Toledo , markies van 
Fromista y Caracena enz. met Philips IV. 1659 — 1664. 

n® 278. Don Francisco de Moura y Cortereal, markies van Cas- 
telrodrigo enz. met Philips IV. 1664—1665. 

n® 279. Idem met Philips IV en met de regentes Maria Anna 
van Oostenrijk. 1665—1667. 

no 280. Don Inigo Fernandez de Velasco enz., connétable van 
Castilië en Leon, met de regentes. 1669 — 1670. 

n*» 28L Don Juan Domingo de Zuniga y Fonseca , graaf van Mon- 
terey enz., met de regentes. 1672 — 1675. 

n08 282 — 283. Don Carlos de Gurrea, Aragon y Borja, hertog van 
Villa Hermosa enz. met Karel IL 1675—1680. 

n® 284. Alexander Famèse, prins van Parma, met Karel II. 
1681-1682. 

n®*285 — 288. De markies dal Caretto, Savona y Grana enz. met 
Karel II. 1682—1684. In n« 285 slechts zeer weinig van 1682; 
reeds op fol. 30 komt men in 1683. Op fol. 345 — 350 een verslag 
van een onderhoud met den prins van Oranje (verzonden 
2 Juni 1683), die den 23®" Mei te Antwerpen gekomen was. In 
de volgende deelen (n« 286 14 Juli— 19 Dec. 1683; n^ 287 1 Jan.— 



^) Van de documenten der Secrétairerie d'Etat et de Guerre is nog betrek- 
kelijk weinig gebruikt gemaakt , misschien tengevolge van de taal der stukken. 
Veel is er uitgeput door Lonchay, La rivalité de la France et de VEspagne 
aux Pays-BaSf 1635—1700. (1894); door A. Waddington, La Rép. des Prov, 
Unies, La France et les Fays-Bas Esp. de 1630 a 1650 (1895—1897), en door 
Gachard in zijn genoemde werken over Rubens et over de Etats-Qénératnü 
de 1632. 



179 

15 April 1684; n« 288 19 April— 29 Nov. 1684) natuuriijk vrij 
wat over de vijandelijkheden van L o de wijk XIV, over Luxem- 
burg en de houding der .liep u bliek. 

n® 289. Don FranciscoAntonio de Agurto, markies van Gastaüaga, 
met Kar el II. 1685—1692. (Dus zeer weinig over deze jaren). 

n®*290 — 291. Maximiliaan Emmanuel , keurvorst vanBeyeren, 
met Karel II. 1692—1701. n« 290 8 April— 25 Sept. 1692. n« 291 
bevat brieven van 9 Oct. 1692 — 21 Oct 1693; niets uit de jaren 
1694—1696, enkele brieven uit 1697; niets uit 1698 en 1699; zeer 
weinig uit 1700 en 1701. 

n08 292 — 293. Pièces envoyées par Ie roi aux gouverneurs ou par les 
gouverneurs généraux au roi. 

n® 292 bevat talrijke brieven van Turen n e uit 1663 en 1664, 
blijkbaar door de Spanjaarden onderschept , aan M. Frémont en 
ook enkele aan Scnomberg, beiden in Portugal. Buitendien een 
aantal stukken van geen belang uit de jaren 1681 , 1684, 1686, 
1689, aan den Koning toegezonden. 

In n" 293 vrij wat stukken uit jaren tusschen 1645 en 1657, over 
de Fronde en den hertog van Lotharingen, aan den Koning 
toegezonden , en stukken , die mij van geen beteekenis schenen uit 
jaren tusschen 1640 en 1692, uit Madrid naar Brussel verzonden. 

2® Correspondance avec des souverains et des gouveniements étrangers. 

n° 294. De cardinaal infant don Ferdinand met de keizers Fer- 
dinand II en Ferdinand IIL 1636—1639. 

n« 295. ld. met Karel I van Engeland. 1634—1641. (Deels door de 
vocht geleden. De brieven van Karel in 't Fransch). 

n® 296. ld. met Hendrik van Lotharingen , hertog van G ui s e , en Fred. 
Maurits de la Tour , hertog van Bouillon etc. 1641 . (In 't Fransch). 

n« 297. ld. met Karel IV, hertog van Lotharingen. 1636—1639. 
(In 't Fransch). 

n® 298. De markies de Grana met den prins van Oranje. 1682 — 
1685. (In 't Fransch). In slechten toestand; talrijke origineele 
brieven van Willem III hebben door vocht zeer geleden, ook 
die van de Grana. Enkele brieven hebben betrekking op de 
financiëele vorderingen van het huis Oranje op Spanje, maar 
overigens loopt de briefwisseling begrijpelijkerwijze vooral over 
Spanje's conflict met Frankrijk aangaande Luxemburg enz. 
Willem 's vurig verlangen om te helpen, bittere spijt over zijne 
onmacht en heftige toorn op Amsterdam spreken er duidelijk 
uit. Na zijne vruchtelooze reis naar Amsterdam schrijft Willem 
uit Den Haag, den 23^^ Nov. 1683: „Je suis revenu hier au soir 
d'Amsterdam oü j'ay employé buit jours fort inutilement sans 
pouvoir persuader ces Messieurs a consentir a la levée de seize 
milles hommes; l'opiniatreté ou la malice de Van Beuningen a 
prévalu a la raison. Cependant j'espère qu'en depit d'eux eet af- 
faire sera bientost résolu et mis en exécution , il n'y a que la 
perte de temps qui est terrible, ce que l'on considère aussi peu 
en Espagne qu'a Amsterdam, quoyque par des mouvemens diferens. 



180 

Si V. E. n'est pas bientost mis en estat de pouvoir faire des re- 
crues et nouvelles levées, nous serons obligés tous a recevoir Ie 
loix que la France nous impose; ai nsi la conduite de Madrid, aussi 
bien que d' Arasterdam , nous ruinera infalliblement sans resource. 
V. E. peut juger quel chagrin que tout cecy me donne, et la 
grande perte que nous venons de faire de tant de considérables 
vaisseaux de guerre dont la perte sera tres difficile a reparer". 
Etc. (Dit verlies van schepen zal wel slaan op het verongelukken van 
vier schepen bij Minorca). Het is eene copie; achterop is aange- 
teekend dat het origineel naar Spanje is gezonden. Eene Spaansche 
vertaling is ook aanwezig. De Grana schreef 24 Nov. 1683 aan 
Willem: „Il n'y a que la constance de V. A. et nostre malheur 
qui puissent aller de payr. Van Beuninghen peut se vanter 

?u'une partie du sort de TEurope dépend des mouvements de sa 
renesie : l'interest de mon maistre me touche au point que V. A. 
scait , mays en verité la part que V. A. doit avoir en tout cecy 
me donne de mortellea attaintes. J'en suis malade de rage et de 
desplaisir; cependant nous y sommes; il faut aller jusques oü il 
se pourrat". Etc. 
n® 299. De gouverneurs-generaal aan de Staten-Generaal 
der Republiek. (De jaartallen van den inventaris . 1673— 1679, zijn 
foutief). 1653—1699. Van 9 Juni 1653 klacht der St. Gen. over 
kaperij der Duinkerkers. Van 13 Eebr. 1668 antwoord der B r u s- 
selsche regeering op de vertoogen van Burgersdijk en 
Van der Tocht. Uit 1674 herhaalde klachten der St. Gen. over 
kaperij uit Oostende met de antwoorden uit Brussel. Van 6 Oct. 
1674 Vertoog aan de Staten-Generaal om Frankrijk te 
treffen door verbod van invoer van Eransche artikelen. Enkele 
vertoogen uit 1685 en 1689 der St. -Gen. ten gunste van 
verongelijkte onderdanen. Van 8 April 1689 verzoek aan de St. 
Gen. om bijstand tegen eventueele aanvallen, met het antwoord 
der St.-Gen. van 4 Aug. Van 4 Juli 1690 een verzoek aan de 
St. Gen. om na het echec van Fleurus krachtige maatregelen te 
nemen; instructie voor den Sargento General de Batalla, du Fay , 
die naar Den Haag wordt gezonden. Van 29 Nov. 1691 eene 
klacht der Brusselsche regeering aan de St. Gen., dat de 
joden in de Republiek paarden opkoopen en leveren aan de Fran- 
schen; verzoek om dit te beletten. Van 27 April 1699 een 
protest der St. Gen. tegen eventueele plannen om de invoer- 
rechten in de Spaansche Nederlanden te veranderen. Van 12 Juni 
1699 een weigering der St. Gen. om uitstel van betaling toe 
te staan van verschillende vorderingen op de Spaansche regeering. 

30 Correspondance avec les premiers ministres du roi et avec les secré- 
taires d'Etat d Madrid. 

n® 300. Aartshertog Albertus met den hertog van Lerma en 
den hertog van Uceda. 1600—1621. 

n*» 301. De infante Isabella met den graaf van Olivarés. 1625 — 
1633. 



181 

n® 302. De kardinaal -infant don Ferdinand met den graaf van 

Olivarés. 1634—1640. 
n® 303. Aartshertog Leopold Willem met don Luiz Mendez 

de Har o etc. 1646—1656. 
n*>* 304 — 308. De gouverneurs-generaal en hunne secretarissen met de 

staatssecretarissen te Madrid. 1633—1699. 

4® Correspondance avec les ambassadeurs ordinair es et extraordinaires , 
les envoytSf les ministres résidents, les consuls et les agents di- 
plomatiques du roi d'Espagne. n^^ 309—451. 

DÏQ correspondentie is onderverdeeld naar de landen ; van som- 
mige laat ik hieronder de namen der Spaansche vertegenwoordigers 
volgen met de jaren der briefwisseling er achter, de nummers 
der portefeuilles er voor. 

Duitsche Rijk. n<>« 309—312, Jacques de Zélandre 1614— 
1619. no 313, Markies van Aytona 1626—1628. n^* 314—328, 
Markies van Castaiieda 1633—1641. n«« 329— 339 , Graaf van Onate 
1633—1637. n«« 340—341, Markies de la Fuente 1639—1641. 
n08 342—345, Don Diego de Saavedra Fajarda 1640-1641. 
n° 346, Markies van Castelrodrigo 1641—1642. 

Engeland, n® 363, Jean Baptiste en Louis van Male 1619 — 
1623. n«» 364—367, Juan de Nicolalde 1633—1637. n«« 368—375, 
don Alonso de Cardenas 1638—1642. n<»« 376—377, Markies van 
Velada 1639—1640. n^ 378, Markies van Malvezzi 1641. n° 379. 
Don Alonso de Cardenas, markies van Velada, markies van Mal- 
vezzi 1640—1641. n® 380, Markies van Velada, markies van 
Malvezzi 1640—1641. n^ 381, Colonel Allot 1640— 1641 (Fransch). 
n» 282, Don Juan de Passie, te Chelsea. 1637—1641. n«» 383—384, 
verschillende ambassadeurs 1653—1702. 

Spanje. n<* 402. Don Juan de Frias, envoyé van aartshertog 
Albertus 1604 — 1621. Klein bundeltje origineele brieven van Frias; 
hij had vooral aan te dringen op voorziening in de financiëele 
behoeften. In zijn latere berichten ook het een en ander over de 
gebeurtenissen in Spanje. 

Congres van Nijmegen. n° 417, Markies de la Fuente. 
1677 — 1679. Onbeteekenende correspondentie met Villahermosa. 

Vereenigde Nederlanden, n® 418, Manuel Belmonte, 
consul te Amsterdam 1678 — 1679. Deels door vocht in zeer slechten 
toestand. Bij vluchtig doorzien scheen de briefwisseling mij niet 
belangrijk. 

De andere hoofden zijn: Italië, Allemagne et Italië, 
Bavière, Cologne, France, Gênes, Hambourg, Mila- 
nais, Ratisbonne, St. Siège, Savoye, Venise. 

5®. Correspondance avec les gouverneurs , vice-rois et capitaines généraux* 
nos 452—475. (Bourgogne, 1646—1641. Milanais, 1634—1641, 
1675-1695. Naples, 1600—1618, 1623—1628, 1633—1641,1675— 
1692. Sicile, 1636—1641, 1675—1684). 



182 

6. Minutes de lettres adressées par les gouverneurs généraux aux mi- 

nistres du Roi en AUemagne et en Italië, n*»* 476 — 478. (De minuten 
zijn van: den kardinaal-infant don Ferdinand, 1635 — 1640; 
den hertog van Villa Hermosa, 1675—1679; de markiezen 
van Grana en Gastanaga), 1682 — 1689. 

7. Correspondance des gouverneurs généraux et de leurs secrétaires avec 

divers, n*»* 479—595. 

Hierin niet minder dan 40 portefeuilles van briefwisseling van 
aartshertog Albertus met verschillende personen (n®M79 — 518). 
n*» 519 is briefwisseling van Isabella met baron d'Auchy 
te Madrid, 1624—1631; klein bundeltje origineelen vand^Auchy 
en minuten van Isabella; d'Auchy moest voorziening in den 
geldnood vragen; de brieven zijn nagenoeg alle uit 1624, slechts 
enkele uit 1626 en 1631. n*» 544 bevat briefwisseling van don 
Ferdinand met Jozeph deBergaigne, bisschop van Den 
Bosch (veel in geheime onderhandeling gebruikt). 1636 — 1641. 
n*» 582 is briefwisseling van Monterey met Li sol a te Keulen, 
1673 — 1674. n° 590 is briefwisseling van Gastanaga met den 
graaf van Clermont, audiencier aux Pay-Bas , en mission a La 
Haye, 1687 (Fransch; scheen mij niet belangrijk). 

8. Correspondances diverses, n®* 596—612. 

n*»* 602 — 606. Correspondentie van Antonie Brun met den graaf 
van Peüaranda, 1648 — 1650. 

n° 602 heeft een tiental brieven van 1645; dan begint 1648 — 
10 Sept, 1648. no 603 Sept.— eind 1648. n° 604 Jan.— Juli 1649. 
n° 605 Oct. 1649— eind Dec. 1650 (echter maar enkele brieven uit 
de tweede helft van 1650. Wat Brun over de gebeurtenissen 
in de Republiek schrijft, vindt men doorgaans ook in zijne cor- 
respondentie met den Koning en met den gouverneur-generaal, 
waarover later. Den 26®° Nov. 1650 over den dood van Wil- 
lem II schrijvend, zegt hij: „la question es muy problematica , 
si havemos perdido ó ganado en este accidente". 

n*»* 607 — 608. Minuten der brieven van Pedro Ronquillo gezant 
te Londen , aan den Koning en diens secretarissen te Madrid , 1689. 
(o. a. door Ranke voor zijne Englische Geschichte etc. gebruikt). 

D. SECBÉTAIRERIE d'ETAT. ATTRIBÜTIONS POLITIQÜES 

d'ORDRE INTERNE, n°« 613—664 (Voor ons van geen belang) 

E. MATIÈRES DIVERSES n^^ 665-691 

Men vindt hierbij stukken betreffende goederen en schulden 
van Albertus; administratie van het aartsbisdom Toledo; 
een verslag van de renten, ordinaire lasten en uitgaven van de 
Beneden-Paltz, door de Spaansche troepen bezet (1637 — 1638) ; 
copieën van brieven, requesten, consulten, vredesverdragen enz., 
over 't algemeen voor ons van geen belang, Van een paar num- 
mers heb ik wegens hun vagen titel nader kennis genomen. 



183 

n®«684 — 686. Lettres et pièces diverses. XVII* siècle. (Doozen met 
losse stukken). 

In n*» 684 o. a. Protexta que hizo el cardinal de Borxa y 
Vel as co al papa Urbano Octavo en Roma 1635. Verschil- 
lende instructies, door don Ferdinand gegeven van 1635— 1638. 
Verklaring van L o d. XIII bij den aanvang van den oorlog, 6 Juni 
1635. Instructie van don Ferdinand voor Michel Salamanca, 
naar Olivarés gezonden, 1636. Spaansche vertaling van een 
brief van admiraal Van Dorp aan Frederik Hendrik, 2 Juni 
1637. Een vertoog van den markies van Leganes over de wen- 
schelijkheid om met de Zweden vrede en met de Nederlan- 
ders een bestand te sluiten. Brussel, 19 Nov. 1640. Hierop 
staat aangeteekend : „Respondase al Marques de Leganes que ha 
parezido muy bien este papel y se tiene aca el mismo concepto, 
pero que la dificultad consiste en introduzir los medios que se 
proponen de manera que sean effectivos, y buelvase este papel. 

n^ 685. Stukken uit de tweede helft der 17® eeuw (van 1642 
af) en uit de eerste jaren der 18® eeuw. Er is vrij wat brief- 
wisseling bij van de secretarissen Gallareta en Diego Ortiz 
de la Carrera. 
n® 686. Aanbod der W. I. C. aan den koning van Spanje om slaven 
te leveren, eerst 1500 en vervolgens jaarlijk 7000 a8000, 12 Mei 
1663. Eene Advertencia para la conservacion y aumento del comercio 
en las Provincias del Rey, 1680. Traducida de frances é, 4 de 
Hebrero (Febr.) 1680. Rapport au roi du marquis de Grana 
sur les avantages qui offre ie commerce dans ces provinces , 1683. 
Discours sur les raisons d' estat qui font désirer la Trève en 
Hollande au Prince d'Orange et la vérité de ses sentiments 
et desseins pour 1' establissement et conservation de sa Maison 
en la personne de son fils et sa postérité. Zonder datum; de be- 
doelde prins is natuurlijk Frederik Hendrik. 

Verdrag tusschen Jean Fran9oisdePaule, chevalier seig- 
neur comte de Sardan, vicomte de la Houssaie, en den markies 
van Castelrodrigo namens den koning van Spanje, geteekend 
te Madrid , 23 Juli 1674. Het eerste artikel begint aldus : Premiè- 
rement pour respondre a l'article 13 du traitté que ledit S'. de 
Sardan a conclu pour ce mesme effet avec les Etats-Généraux des 
Provinces Unies et qui a esté en leur nom signé par Ie Prince 
d'Orange a la Haye Ie 21 d'Avril de cette présente année 1674. 
Zie het tractaat bij du Mont, Corps Dipl VII, I. p. 277. Vgl. 
Kramer in Nyhoff's Bijdr. 3® R. VI p. 133 sqq. 
n08 687—691. Mélanges. XVII® siècle. (Doozen met losse stukken). 

Dezen titel heeft men gegeven aan een verbazenden rommel van 
papieren, die ik onmogelijk alle nauwkeurig heb kunnen nagaan; 
zij zijn gedeeltelijk ook uit de 18® eeuw. 

Uit no 687 teeken ik aan: een bundel papieren uit den tijd van 
Albertus, deels rekeningen, kwitanties, pachtbrieven enz., 
deels minuutbrie ven van Albertus aan verschillende personen 
uit de jaren 1600—1604, meerendeels aan den Koning en alle 



184 

ter aanbeveling van bizondere personen. Dan een keuiïg geschre- 
ven verslag van de onderhandelingen tusschen Spanje en de 
T r i p 1 e-A 11 i a n t i e , (1668) , getiteld : Relacion que se havia formado 
por el ex™o. S^ Conde de Molina mi S^ y el Baron de Lisola 
para dar a S. A. acerca de las negociaciones con la Inglaterra, 
Siiecia y los Estados generales. 

Een even keurig bundeltje over den vrede tusschen Enge- 
land en de Republiek en over de Trip Ie -Alliantie. 

Een uitvoerig oericht over den gang van zaken uit Londen^ 
30 Dec. 1667. Project- alliantie bij geval Lodewijk XIV in 
1668 geen vrede sloot. Copia de carta del Conde mi S^ escrita 
al S"" Marques de Gastel Rodrigo k 23 de Henero (Jan.) 1668. Er 
volgt nog een bundel copieën van staatsstukken uit 1668, alle 
geschreven met dezelfde hand. waarschijnlijk de hand van den 
secretaris van den graaf van Molina. In n® 688 o. a. een bundel 
correspondentie van Isabella met verschillende personen. 

Annexes 

De annexes bestaan uit de volgende groepen: I. Les lettres et 
les papiers du cardinal-infant don Eerdinand. d'Es- 
pagne, antérieurs a sa prise de possession des fonc- 
tions de gouverneur-général des Pays-Bas. n°* 2287 — 
2299 (doozen). II. La correspondance de T ambassade Es- 
pagnole a la Haye pendant la seconde moitié du XVII® 
siècle, n» 2300 -2553. in. Geile de don Balthazar Fuenmayor, 
ambassadeur extraordinaire du roi d'Espagne en Dane- 
mark de 1674 a 1679. n*» 2554 — 2560. (Doozen; hierbij is e^ne corresp. 
avec 1'ambassade a La Haye. 1674 — 1678). IV. Les papiers divers 
des gouverneurs généraux autrichiens et des ministres 
plénipotentiaires. V. Les débris des archives du mini- 
stère de la guerre, créé par Philips V en 1702, ainsi que 
ceux des archives du département militaire impérial et 
royal des Pays-Bas et de la chancellerie aulique de 
guerre attachée a la personne de Gharles de Lorraine 
en sa qualité d'inspecteur général de l'artillerie et du 

§énie de P empire. Voor ons van belang is de groep II; onder 
imancas heb ik gezegd, hoe die papieren waarschijnlijk te Brussel 
gekomen zijn: zie pag. 138. 

LA CORRESPONDANCE DE V AMBASSADE ESPAGNOLE d LA 

HAYE PENDANT LA SECONDE MOITIÉ DU XVIIe 

SIÈCLE 

I. Correspondance des ambassadeurs avec Ie roi d'Espagne, n®« 2300 — 

2377. Ik laat hieronder de namen der gezanten en der vorsten 

volgen met de nummers en de jaren. 

no« 2300— 2304. Antonie Brun met Philips IV. 1648—1654. 

(De no« 2300,24 Juli 1648—28 Juni 1650, en 2301, 2 Juli— 26 Dec. 



185 

1650, zijn gebruikt door P. L. Muller in Nijhoff^s Bijdr. N. R. 
VII, en door Waddington. Op cit.). 

n«« 2305--2317. Estevan de Gamara met Philips IV. 1654— 
1665. 

n® 2318. Idem met Philips IV en met de Regentes Maria Anna. 
Juli— Dec. 1665. 

no« 2319— 2327. Idem met de Regentes. 1666—1671. 

n°»2328 — 2332. Manuel Francisco de Lira met de Regentes. 
1671—1674. 

no» 2333— 2339. Idem met Kar el H. 1675—1679. 

no« 2340— 2345, Balthazar de Fuenmayor met Karel IL 
1679—1684. (Sedert 1682 voert de Fuenmayor den titel van mar- 
kies van Castelmoncayo). 

no« 2346— 2352. Manuel Coloma met Karel II. 1687—1691. 

n*» 2353. Markies van Castelmoncayo met Karel II. 1691 — 
1692. 

n°^2354 — 2373. Francisco Bernardo de Quiros met Karel II 
en Philips V. 1692—1702. 

Als regel bevatten bovenstaande nummers minuten der gezanten 
en origineelen van den Koning. 

no*2374 — 2375. Doubles des lettres du roi ou des ambassadeurs. 
1649—1684. 

n®*2376. Pièces diverses envoyées par Ie Roi aux ambassadeurs è. 
La Haye. 1648—1702. 

Stukien, aan Brun gezonden van 1648 — 1650, hebben voor- 
namelijk betrekking op de kwestie van vrede met Frankrijk. 
Onder de papieren, in 1671 aan Gamarra gestuurd: een copie 
van het stuk, den 16^^ Maart 1671 door den connetable van 
Castilië geschreven aan clen buitengewonen gezant Bever- 
ningk. Uit 1673 (de Lira) het vertoog van den markies del 
Fresno aan Karel II van Engeland om hem tot vrede met 
de Republiek te bewegen , 23 Dec. 1673 ; Arlington's antwoord 
namens den Koning van 26 Dec. 1673. Een aantal stukken van 
1675 — 1678 hebben nagenoeg alle betrekking op den Nijmeeg- 
schen vredehandel; sommige zijn gecijferd doch de sleutel is 
er bij. Stukken uit 1681 en 1685, uit 1688— 1689; geen bizonders. 
Uit 1695 (Quiros) copie van het project, door den gezant der 
Republiek Schonerberg ingediend, over de overwintering der 
Hollandsche en Engelsche eskaders in de Spaansche havens, met 
desbetreffende consulten. Vrij wat stukken over de zaak Scho- 
nerberg; de gezant was wegens de arrestatie van zijn secretaris 
Jacob de Moll*) zoo heftig opgetreden, dat de Koning hem 
gelastte binnen 8 dagen te vertrekken; hierover weer een ver-» 
ontwaardigd vertoog van Stanhope namens Willem IIL Dan 
volgen nog weer stukken uit 1682 — 1684 en 1687 ; hierin o. a. 



^) Zie ook onder Madrid, Archief, p. 62. De zaak wordt ook zeer uitvoerig 
toegeücht in Sohonerbergs secrete missives ten Eijksarchieve , Den Haag. 



186 

eene Spaansche vertaling van Amsterda m's vertoog in de Staten 
van Holland van 23 Oct. 1683. 
n® 2377. Pièces diverses transmises au Roi par les ambassadeurs a 
La Haye. 

De belangrijke stukken hierin, door Brun overgezonden, zijn 
de verslagen over hetgeen in den zomer van 1650 in de Repu- 
bliek voorviel, en die niet zijn gebruikt in het artikel van 
P. L. Muller in Kijhoffs Bijdr, N. R. VII, en ook niet door 
Wad ding ton. Op cit. Ik vermeld: Relacion de lo que ha 
passado en materia del licenciamento de la milicia destos Estados 
hasta 3 de Junio 1650. — Nuevas quexas de parte del Principe 
de Orange 10 Juli 1650. — Relacion de lo que ha passado en la 
Haya desde 30 de Juli o hasta primero de Agosto. — Relacion de lo 
que ha passado en la Haya desde 2 de Agosto hasta 7 del dicho. — 
Relacion de lo que ha passado a Don Antonio de Brun mi seüor 
en la visita que Ie hi90 el Principe de Orange k 24 de Agosto 1650. 
Duplicaten van sommige dier stukken zijn ook te Simancas 
in de Papeles de Estado n^ 2073 (Oonsultas originales de oficio), 
waar ik ook nog een verslag van een onderhoud van Brun met 
den raadpensionaris Oats van 10 Aug. gezien heb, dat bij deze 
stukken te Brussel ontbreekt. 

Nog noem ik eene memorie, door Cornelis Lampsen van 
Vlissingen aan Brun overgegeven, 18 Mei 1651, waarin hij 
ter vergoeding van geleden schade en vroeger aan Spanje bewezen 
diensten verlof vraagt met een klein schip éénmaal handel te 
mogen drijven in de Spaansche West-Indiën. Verder klachten 
van kooplieden. Vertaalde staatsstukken van 1668 enz. 

II. Correspondance des ambassadeurs avec les premiers ministres du Roi 

et avec les secrétaires d^Etat a Madrid, n^» 2378—2387. 
no» 2378— 2379. Met Luis Mendez de Haro etc. 1649—1661. 
n«« 2380— 2387. Met verschillende staatssecretarissen. 1677—1702. 

III. Correspondance des ambassadeurs et des secrétaires d* ambassade avec 
les gouverneurs généraux des Pays-Bas et avec leurs secrétaires. 
n«« 2388—2450. 

n«82388— 2391. Brun met Leopold Willem van Oostenrijk. 
1649 — 1653. (Hier ook over de belangrijke gebeurtenissen van 
1650; gebruikt door Muller en door Waddington, Op cit.). 

n** 2392. Vincent Richard, secretaris der ambassade, met Leo- 
pold Willem van Oostenrijk. 1654. 
* n®« 2393—2394. G a m a r r a met Leopold Willem van Oosten- 
rijk en met don Juan. 1655 — 1658. 

no» 2395— 2398. ld. met den markies van Caracena. 1659—1663. 

n® 2399. ld. met id. en met den markies van Castelrodrigo. 
1664—1665. 

n08 2400— 2403. Id. met den markies van Castelrodrigo. 1665 — 
1668. 



187 

nos2404— 2407. Id.metdenconnetable van Castilië. 1668—1670. 

n® 2408. Öamarra en de Lira met den graaf van Monterey. 
1670—1671. 

no8 2409— 2413. De Lira met den graaf van Monterey. 1672— 
1674. 

n^ 2414. ld. met den graaf van Monterey en met den hertog 
van Villahermosa. 1674 — 1675. 

no« 2415— 2422. ld. met den hertog van Villahermosa. 1675— 
1679. 

n® 2423. Fuenmayor met den hertog van Villahermosa. 
1679—1682. 

n«« 2424— 2425. ld. met den markies van Grana. 1682—1684. 

no 2424, van 15 April 1682—26 April 1684, heeft slechts twee 

brieven uit 1682, een tiental uit 1683, de overige zijn uit 1684. 

n<> 2425, van 3 Mei— 8 Oct. 1684 bevat slechts één brief van 

Fuenmayor (markies van Castelmoncayo). 

n° 2426. Luis Felix de Longas (chargé d'affaires) met den mar- 
kies van Gastanaga. 1686 — 1687. 

n®^2427 — 2433. Coloma met den markies van Gastanaga. 
1687—1691. 

n® 2434. Castelmoncayo en Quiros met den keurvorst van 
Beyeren. 1692—1693. 

n®*2435 — 2439. Quiros met den keurvorst van Beyeren. 
1694—1701. 

no 2439, van 1 Sept. 1697—26 Dec. 1701, heeft slechts weinig 
over de jaren 1698—1701 ; verreweg de grootste helft is van 1697. 

n®» 2440 — 2449. De ambassade in Den Haag met de secretarissen 
der gouverneurs-generaal. 1651—1701. 

(In den inventaris worden de secretarissen elk afzonderlijk 
vermeld). 

n^ 2450. Documents transmis par 1' ambassade aux gouverneurs 
généraux et a leurs secrétaires. 1652 — 1702. 

Uit de jaren 1652 — 1663 vrij wat betreffende de Chambre- 
mi-partie en de landen van Overmaze. Een bundel van 
1654 — 1670 bevat o. a. het vredestractaat van 1654 met Enge- 
land en vele stukken uit de onderhandelingen met Spanje uit 
1668—1670. Uit 1676—1680 een en ander over den toestand van 
uitputting der Spaansche Nederlanden, den vrede van 
N ij m e g e n en over het conflict van Spanje met den keur- 
vorst van Brandenburg, die had weggenomen het Spaansche 
schip , de Karel II , in de haven van Oostende om zich voldoening 
zijner vorderingen te verschatfen. *) Over 't algemeen zijn de 
stukken van geen belang. 

4?. Correspondance avec les aynhassadeurs ordinaires et extraordinair es j 
les ministres résidents, les consuls et les agents diplomatiques du 
roi d'Espagne, n^^ 2451—2489. 



^) Ook onder Simancas, p. 119. 



188 

no» 2451— 2456. Duitsche Rijk. 1648—1679. 1687—1699. 1700— 
1701. (Doozen met losse stukken; dit geldt ook van de volgende 
nummers). 

n«« 2457— 2465. Engeland. 1648—1662; 1665—1679; 1683—1690; 
1692—1702. 

n«« 2466— 2467. Frankrijk. 1660—1667; 1668-1673; 1679—1680. 

n®*2468 — 2473. Vereenigde Nederlanden. Het is correspon- 
dentie van de consuls Jacques Richard (in 't Fransen) en 
Manuel de Belmonte, te Amsterdam, van 1653 — 1701. 
Ik heb doorgezien de pakketten n° 2468 en n® 2473. Naast allerlei 
politieke on-dits bevatten zij ook verschillende berichten over 
uitrustingen voor smokkelhandel hier te lande. 

no« 2474— 2477. Pauselijke stoel. 1648—1659; 1660—1684. 1687— 
1690. 1692-1695. 1697—1701. 

n»»2478— 2481. Venetië. 1648—1656.1657—1661.1662-1663.1664— 
1666. 1667-1700. 

no» 2482-2483. Genua. 1648—1649. 1650-1671. 1672—1700. 

n« 2481. Brandenburg. 1663—1665. 1666—1671. 1673—1676. 

n«« 2485— 2486. Hamburg. 1654—1671. 1694—1700. 

no 2487. Denemarken. 1660. 1674—1678. 

no 2488. Zweden. 1652—1654. 1670-1672. 

n® 2489. Congres van Nij megen. (De Lira met Ronquillo van 
29 Dec. 1676—28 Juni 1678; met de la Fuente van 18 Juli— 
10 Dec. 1677, 2 Jan.— 31 Oct. 1678, 17 Febr.— 1 Sept. 1679; met 
de los Balbases van 1 Sept. 1678—20 Maart 1679). 

5® Correspondance avec les gouverneurs ^ vice-rois et capitaines géyiératix, 

n«« 2490—2507. 
no« 2490-2502. Milaan. 1648—1656; 1662—1684; 1687—1690; 1692— 

1697; 1698—1700. (Doozen met losse stukken; dit geldt ook van 

de volgende nummers). 
no« 2503— 2505. Napels 1648—1653; 1654—1687; 1688—1701. 
n«« 2506— 2507, Sicilië. 1649— 1651 ; 1652— 1656; 1657—1659; 1660— 

1667; 1671—1684; 1687-1695; 1696-1700. 

6. CorrespoHilances et pièces diverses. 

n°* 2508—2512. Minuten van brieven der ambassade aan de Spaansche 
ministers in Italië en Duitschland, 1650 — 1701. (Doozen met 
losse stukken; dit geldt ook van de volgende nummers), 
n*» 2513. Briefwisseling met de Staten-Generaal der Ver. Ne- 
derlanden, 1648 — 1679. Ingedeeld naar de ambassadeurs. Brun. 
12 Aug. 1649. Aandrang der Staten-Generaal bij Brun, dat 
aan de joden, die inwoners zijn van de Republiek, in de landen 
' der Spaansche kroon dezelfde behandeling zal verzekerd worden 
als de overige inwoners genieten. Verschillende aanspraken door 
Brun tot de Staten-Generaal en tot de Groo te Vergadering gericht. 
Eenige brieven der St. Gen. van Brun in 't belang van verongelijkte 
kooplieden. Ettelijke stukken over de chambre-mi-partie. 
Gamarra. 18 Juli 1664. Schrijven der St.-Gen. ten gunste van 



189 

den prins van Oranje tegeu de pretensies der gravin van 
Isenghien. 11 Nov. 1664. Klacht der St. Gen. over onwelwil- 
lende behandeling in de Spaansche havens van de Nederlandsche 
oorlogsschepen, die de Barbarijsche zeeroovers bestrijden. 

Fuenmayor. 24 Juli 167Q, Vermaning der St. Gen., dat, nu 
de Regentes de bemiddeling van Engeland en Zweden in 
de hangende geschillen tusschen Spanje en Frankrijk heeft aan- 
genomen, toch zonder verder verlies van tijd de vergadering der 
arbiters bevorderd worde, ten einde den Franschen koning 
geen voorwendsel te geven om de aanneming zijnerzijds dier be- 
middeling weer teniet te doen (Spaansche vertaling). Klachten over 
kaperij uit Oostende. 

De Lira. 26 Jan. 1675. Over de keuze van eene plaats voor 
den vredehandel. 29 Mei 1675. Brussel. Brief aan Fagel, aan- 
dringend op spoedige uitzending van 18 schepen naar M e s s i n a ; 
met Fa ge I's antwoord van 31 Mei. 21 Febr. 1676. Brief van 
Fagel: „Het is mij het alderuyterste deplaisir dat ik U WelEd.Gestr. 
moet bekent raaecken, dat den Heer Luy tenant Admirael de 
Ruyter genomen ende in het werck gestelt heeft de resolutie van 
met slants oorlogsschepen wederom te rugge te komen enz. ; uit- 
voerig schrijven. 13 Dec. 1676. Aandrang der St. Gen. op betaling 
der kosten van het eskader in de Middell. zee. Lira's ant- 
woord van 19 Dec. 5 Jan. 1677. Brief van Fagel: noodzakelijk- 
heid der uitrusting van een eskader naar de Oostzee, waarop 
de Deensche koning sterk aandringt en dat krachtig optreden in 
de Middell. zee belet. Lira's antwoord van 10 Jan. 5 Febr. 
1677. Brief van Beverningk aan Fagel: verslag van een ge- 
sprek met de Salinas; voorstel dat Spanje en de Republiek het 
werk van den vrede absoluut opdragen aan den Èngelschen 
koning. Die brief wordt 12 Febr. door Fagel aan de Lira mee- 
gedeeld. 

n®« 2514 — 2517. Briefwisseling der Spaansche gezanten met de secre- 
tarissen der ambassade. 1651—1688. 

n®*2518 — 2519. Briefwisseling van Ant. Brun en Vincent Ri- 
chard met verschillende personen. 1648 — 1654. 

Men vindt o. a. in 2518 brieven van den graaf van Schwart- 
z en berg aan Brun, 1648 — 1654; briefwisseling van Brun 
en van Gamarra met den graaf van Fuensaldaüa enz.; niet 
van belang, evenmin als n® 2519, dat allerlei bevat. 

no«2520— 2526. Als boven van Gamarra. 1654—1671. 

no« 2527-2528. Als boven van de Lira. 1671—1679. 

no»2529— 2530. Als boven van Fuenmayor en van O oio ma. 1679— 
1692. 

no«2531— 2536. Als boven von Quiros. 1692—1702. 

n® 2537. Een doos met den titel: Correspondance et papiers 
des ambassadeurs d'Espagne a la Haye. 1653—1660. 

Allerlei in bonte mengeling uit de de jaren 1653 — 1660, van 
weinig of geen belang; copieën van tractaten, instructies enz. 
Het een en ander betreffende de Chambre-mi-partie. De 



190 

„Pouvoir du Roy donné a Mr. M i 1 1 e t pour les affaires d* O r a n g e , 
20 Maart 1660. Articles accordez par Ie Roy a Mr. Ie Gom te 
de Dohna etc. poar la remise du cLasteau et principauté 
d'Orange, 20 Maart 1660. Enz. 

n® 2538. Dit nummer, getiteld: Etats de Hollande, Zélande 
et Frise; conseil de Gueldre; chambre des comptes 
de Hollande; chambre-mi-partie; avis de Hollande; 
nouvelles de La Haye. XVlI® siècle, bevat ook een alle- 
gaartje, over 't algemeen van geen belang: vertaalde resoluties 
der Staten van Holland uit 1652, 1653, 1655, 1661; stukken 
rakende de chambre-mi-partie uit 1651 — 1653 en 1657; co- 
pieën van een paar requesten van 1648 en 1649 aan het Hof van 
Gelderland enz. 

Een bundeltje Avis de la Hollande loopt van 9 Febr. — 19 Nov. 1637; 
zij zijn van twee berichtgevers. Een ander bundeltje, getiteld 
Nouvelles de la Haye, loopt van 4 Dec. 1671—29 Sept. 1672, 
doorgaans met dezelfde hand geschreven, doch ook andere han- 
den komen voor; de nouvelles zijn deels in 't Fransch, deels in 
't Nederlandsch ; een klein aantal is beschadigd. 

n® 2539. Conferenties over de verdeeling der landen van Over- 
maze. 1657—1662. 

n®* 2540—2543. Uittreksels uit de registers der resoluties van de 
Staten-Generaal. 1641—1701. 

no* 2544— 2546. Copieën en vertalingen door de ambassade gemaakt. 
1646—1647. Allerlei staatsstukken , veelal in 't Nederlandsch, 
soms in 't Spaansch vertaald. 

no» 2547 — 2549. Memories , door de ambassade bij de Staten-Ge- 
neraal ingediend. 1646—1693. 

n^ 2550. Lettres diverses. XVII® siècle. Ik heb deze nagegaan; zij 
zijn deels ook uit de 18® eeuw maar behelzen voor ons niets van 
belang. 

n<>« 2551— 2552. Papiers divers. XVII® siècle. In n® 2552 o. a. een 
„Papel del marques de Lede sobre las declaraciones que a 
hecho SU confidente en la materia de tregua". z. d. Hierbij 
is ingesloten: „Dépositions de 1'Abbé de Mercy touchant la 
Hollande" (ook in Spaansche vertaling aanwezig; voorslagen 
om Frederik Hendrik te winnen. 13 Nov. 1645. Brussel). Dan 
in Spaansche vertaling, uit de resoluties van Holland, de resolutie 
van 16 Nov. 1646 over de religie, de unie en de militie. 
Verschillende avisos uit Holland over den Munsterschen vrede- 
handel. Eene memorie, van 27 Sept. 1647, over hetgeen ver- 
handeld is op de reis van den abt de Mercy naar Holland 
tusschen hem, den graaf van St. Ibar en de hertogin van 
Chevreuse. (Spaansch en Fransch). 

n° 2551 bevat stukken, meest uit de 2® helft der 17® eeuw; het 
is allerlei , o. a. contracten der Spaansche regeering met Holland- 
sche kooplieden (b.v. de firma Lijnslager) over levering van 
verschillende scheepsbehoeften. 

Eène verklaring van don Juan, uit 1675, waarbij het tractaat, 



191 

in 1674 met de S a r d a n -gesloten , wordt bestendigd en uitgebreid 
tot Bretagne. (Zie hiervóór, p. 183). 
n® 2553. Een aantal ongedateerde brieven en stukken. 

Behalve het fonds der Secrétairerie cVEtat et de guerre ziin in de 
l'® section andere fonds, die wellicht belangrijke gegevens bevatten 
en die ik hier toch met een enkel woord noemen wil. 

De Secrétairerie d^Etat allemande (geschreven inventaris, 600 n<>*, 
XVI® — XVn® eeuw) behelst correspondentie van Al va met talrijke 
Duitsche vorsten, n® 75 bevat „Pièces relatives aux gueux de 
meret è, la navigation", waarby ook onderhandelingen met de 
graven van Oost-Friesland. 1569 — 1573. Ook zeer uitvoerige corres- 
pondentie van Albertus en Isabella en van den kardinaal-infant 
don Ferdinand met Duitsche vorsten. 

Conseil d'Etat. (Gedrukte inventaire sommaire par A. Gaillard. 
627 n««). n«« 1— 27 Consultes du Conseil d'Etat; résolutions 
et decrets du Conseil d'Etat commis au gouvernement 
des Pays-Bas, 1626 — 1754. Een zestal dier nummers heb ik vlug 
doorgezien, n® 1 bevat geen consulten, maar requesten, brieven enz. 
over talrijke jaren, n® 1^^^. Consulten van Juni— Sept. 1633, enkele 
uit 1634 en vrij wat uit 1635. n° 2 Consulten voornamelijk over 1638 
en 1639. Van hier af gaan in n°* 3 — 5 de consulten regelmatig voort 
tot 1650. Ik geloof niet dat zij voor onze geschiedenis van belang 
zijn. In de onderafdeeling : Affaires de cour a cour; limites 
et territoires contestés vindt men onder n<»* 299 — 301. Affaires 
avec les Provinces-Unies 1624 — 1712; n*» 299 heeft o. a. con- 
sulten over de vorderingen van het huis Oranje, 1681. 

Ik herhaal, om misverstand te voorkomen, dat ik in deze fonds 
slechts een vluchtigen blik heb geworpen. Van de nu volgende heb 
ik niets gezien; ik noem ze alleen, omdat zij wellicht voor ons be- 
lang kunnen hebben: 

Conseil Privé , gescheiden in ancien ^ 1504 n°*, en nouveau, 2506 n°*. 
Voor de laatste afdeeling, XVI® — XVIII® eeuw, bestaat een ge- 
drukte inventaire sommaire par A. Gaillard. 
Conseil des Finances. 5100 no^ X\®— XVIII® eeuw. Gedrukte inventaire 

sommaire par E. de Breijne. 
Archives Jésuitiques, 3436 n°^ XVI®— XVIII® eeuw. 
Archives ecclésiastiques, 8896 n^». XII® — XVIII® eeuw. 

Verder moet ik naar het reeds genoemde artikeltje: Les archives 
générales du royaume d Bruxeïles par Ed. Laloire et E. Lefevre in de 
Revue des Bibliothèques et Archives de Belgique, t. I 
verwijzen. 



Koninklijke Bibliotheek 

Ter Koninklijke Bibliotheek werd ik met de meeste heusch- 
heid ontvangen door het hoofd der afdeeling Handschriften, den heer 
J. van den Gheijn, die, van te voren door mij op de hoogte gebracht 
van het doel mijner komst, zoo welwillend was geweest eenige aan- 
wijzingen voor mij gereed te maken. Ik had te meer reden om dit 
op prijs te stellen, omdat ik niet veeltijd meer beschikbaar had voor 
de Bibliotheek, nadat het Archief mij langer had bezig gehou- 
den dan ik berekend had, en daarenboven de inrichting van den 
catalogus der manuscripten aan een snel onderzoek niet bevorderlijk 
is; in den Repertoire méthodique is zeer veel bijgeschreven 
met eene hand, waaraan men eerst gewend moet raken om haar vlug 
te lezen. Ik wijs er nog eens op , dat ook hier geenszins de bedoeling 
was een volledig onderzoek in te stellen naar documenten belangrijk 
voor onze geBchiedenis doch dat ik mij bepaalde tot dezulke, die 
verband houden met onze betrekkingen tot de koningen van Spanje; 
natuurlijk versmaadde ik niet wat van anderen aard mij hierbij 
toevallig onder de oogen mocht komen. 

De Bibliotheek bezit vrij wat handschriften betreffende de ge- 
schiedenis der 16® eeuw, doch dit veld is duchtig afgegraasd; zeer 
veel hiervan is gepubliceerd, vooral in de Collection de Mémoires re- 
latifs a r histoire de Belgique, of ook uitgegeven naar betere hand- 
schriften dan de Bibliotheek bezit. Ik herinner aan de volgende 
werken :Robaulx de Soumoy. Mémoires de Fery de Guion 1524 — 1568 
(1858). Carapan. Mémoires de Francisco de Enzinas 1543 — 1545,) 1862). 
Gachard. Öolledion des voyages des souverains des Pays-Bas, t. II. 
Journal des voyages de Charles Quint de 1514 d 1551 par Jean Vanden- 
esse. (1874). Piot. Benon de France. Histoire des causes de la dés- 
union, révoltes et altérations des Pays-Bas. 1555 — 1592, (1886 — 1891). 
Reiffenberg. Correspondance de Marguérite d' Autriche avec Phi- 
lippe IL (1842). Wauters. Mémoires de Viglius et d^ Hopperus (1808). 
Henne. Mémoires de Pontus Payen 1559—1567—1578. (1860). Blaes. 
Mémoires anonymes sur les troubles des Pays-Bas 1565 — 1580 T 18691 
Blaes. Mémoires sur Emmanuel de Lalaing, baron de Montigny, (1862), 
Delvigne. Mémoires de Martin Antoine del Rio sur les troubles des 
Pays-Bas 1576 — 1578. (187 1). Kervyn de Volkaersbeke. Mémoires 
sur les troubles de Gand (1577—1579) par Frangois de Halewyn, (1865). 
Robaulx de Soumoy Mémoires de Frédéric Perrenot (1860). Ga- 
chard. Ades des Etats-Généraux des Pays-Bas. 1576 — 1585, (1861. 
Hierbij zijn zes handschriften der Kon. Bibliotheek gebruikt, die 1. 1, 
p. XL. vermeld worden). Carapan Abrégé Historique du règne d^Al- 
bert et Isabelle 1592—1602. (1867). Rahlenbeck. Considérations 
d'estat sur Ie Traidé de la Paix avec les sérénissimes Archiducz d^Aus- 
triche (1869). Robaulx de Soumoy Considérations sur Ie gouverne- 
ment des Pays-Bas. (1872). Van de desbetreffende handschriften maak 
ik niet weer gewag. Aldus is reeds een ruime oogst binnengehaald, 
en mijne nalezing leverde een zeer schrale uitkomst; ik moet er by- 



193 

voegen, dat zij misschien iets meer had kunnen opleveren, indien ik 
allen tijd had gehad om op mijn gemak te zoeken. 

De nummers komen voor in deel II van den Répertoire mé- 
thodique: de handschriften, die ik noem, heb ik in handen gehad 
met één enkele uitzondering. 
n®*6227 — 6233. Beschrijvinghe van alle de seventhien Neder- 
landen, andersints genaemd Neder-Duitschland, beginnende 
omtrent vijftig jaeren voor Christi geboorte. 

Het werk gaat tot 1587. Scheen mij zonder beteekenis. 
n^* 18733 — 18737. Collection de D e 1 v a 1 contenant des pièces histori- 
ques de toute espèce concernant 1'histoire des Pays-Bas depuis 
Tannée 1200 jusqu'en 1678. 

Ik heb deze deelen niet nauwkeurig kunnen doorgaan. Zij 
behelzen een bont allerlei ; naar mijn indruk van geen belang meer. 
n® 15411 — 15412. Het stadboek van Groningen van 1425 met een 
aantal latere bepalingen ; het heeft toebehoord aan Heuricus Pel- 
len rock. Op fol. 144: Tgene voorgeschreven beneffens enige 
andere puncten mitter Clocken affgepubliceert op Saterdaege den 
9 Juny a° 1584. Op tol. 145 : Den 14 Aprill 1620 syn borgemeester 
en raett etc. (bepalingen over ontruiming van verhuurde huizen 
tegen 1 Mei en 1 Nov. en over den datum van in diensttreding 
der dienstboden), fol. 152: Volgen " alliyr enige gedenkweerdige 
saecken so binnen Groningen geschiett van Anno 1620 beginnende, 
fol. 155 : Eenige citaten uit klassieken, fol. 157 : Eenige copieën 
van bekende Groningsche oorkonden, fol. 159^^: Lijst der prae- 
fecten. lol. 160: Lijst van burgemeesters, voortgezet tot 1642. 
n® 10245. Histoire des Pa3^s-Bas depuis 1'an 1523 jusqu'en 1636. 
Het aldus aangeduide handschrift, in 't Nederlandsch , begint: 
„lek hebbe goet gevonden hierby te voeghen" enz. Ook de ge- 
beurtenissen van 1637 worden nog verhaald. Dan volgen een 
aantal hekelrijmelarijen op de plundeiing van Diest en het 
beleg van Leuven in 1635. De laatste folio (fol. 232) zegt: 
„beminde leser, ick hebbe goet gevonden hier te verhaelen de 
geboorte van de princen en princessen vant doorluchtigh huys 
van den keurvorst palatin Neuborgh, te weten" enz. Verschei- 
den afbeeldingen van personen, 
n*» 17907 — 17908. Anteykeningen gedaen van Broer Hendrik van 
Bi es ten, Auteur van de Minrebroeders binnen Amsterdam. Op 
de Nyeuwe Mare en Geschiedenis dat geschiet ia binnen en 
omtrent Amsterdam zedert den jaere 1534 tot den Jaere 1567 toe , 
getrouwelijk gecomponeert. 

Het is een copie. Naar eene andere copie, waarvan de plaats 
van bewaring niet genoemd wordt, is deze tekst afgedrukt in de 
Dietsche Warande, deel Vil. In deel VIII van dat tijdschrift is 
een vervolg van 1567 — 1574 afgedrukt naar een handschrift in de 
stadsbibliotheek te Haarlem, 
n® II 2040. De catalogus zegt minder juist : Recueil de pièces rela- 
tives a Thistoire des Pays-Bas au XVI— XVII siècle. Het hand- 
schrift zelf heeft tot titel: Miscellanea. Het bevat een verhaal 

13 



194 

in 't Italiaansch van de onderhandelingen tasschen Kar el V 
en Frans I in 1536 met desbetreffende stukken (fol. 1 — 68). 
De andere stokken, ook in 't Italiaansch, hebben betrekking op 
de regeering van Lo de wijk XIII van Frankrijk. 

n" n 831. Recueil de documents relatifs pour la plupart au Règne 
de Charles Quint. Klein folio. 139 fol. Geen merkwaardigs. 
Voorin eene „table". 

n® 20411. Een handschrift van 498 folios, allerlei commissies en in- 
structies bevattende uit de 16® eeuw, zooals fol 1 aangeeft: 
Commissions et instructions des gouverneurs, capitains de justice, 
commissaires et ministres des chariotz, des vivres, de Tartillerie, 
ensemble les ordonnances de la guerre et gendarmerie et de 
Padmiralité. (Henne in zijne Histoire du règne de Charles Quint 
heeft er meermalen gebruik van gemaakt). 

n" 17489—17509. Een handschrift, waar buiten op: Notices de con- 
sidération du chef-président Cory (?). his utere si velis et vale. 
Het bevat allerlei aanteekeningen en stukken betreffende de Ne- 
derlanden en hunne vorsten; b.v. fol. 1 De Pordre qu'a mis 
Ie Roy Philippe second en ses estats des Pays-Bas a son parte- 
ment d'Iceux ; loopt door tot in 't najaar van 1566. fol. 65 Tristis 
Belgii Status, mala plurima, malorum causae ac remedia. fol. 71 
Instruction politique de Philippe Koi d'Espagne a son filz. Mon 
filz, j'ay esté souvente f'ois en peur et soucy etc. fol. 74 De 
Pragmatieke Sanctie van Karel V. Etc. Van geen groot belang, 
naar mij scheen. 

n<> n 2589. Pièces relatives a l'histoire des Pays-Bas du XVI® et 
XVII® siècle. Allerlei copieën, vooral uit de 16® eeuw. 

n® 12908—12914. Eene groote collectie copieën van brieven en stukken 
uit de tweede helft der 16® eeuw. Zij begint fol. 2 met de re- 
monstrantie der Staten-Generaal ter verwijdering der Spaan- 
sche troepen uit de Nederlanden, en eindigt fol. 346 met het 
antwoord van Hendrik IV aan de Fransche geestelijkheid van 
28 Sept. 1598. fol. 348—355 geven eene „table des lettres". 

n® 19298. Documents pour servir a l'histoire des troubles de 1576 — 
1580. Eene lijvige verzameling van copieën ; er zijn eenige stukken 
van ouderen en jongeren datum bij; het eerste is van 1377, het 
laatste van 1589. 

n® II 2592. Pièces relatives a l'histoire des Pays-Bas au XVI et 
XVII siècle. Allerlei ; meest copieën , o. a. een verslag in 't 
Spaansch van de Spaansche furie, 1576; een verslag in 't 
Italiaansch van den veldtocht van 1606 ; eene kaart van het 
beleg van Grol in 1627; een Epistola reverendisimi Archiepiscopi 
Sebasteni in Belgio Foeder. Vicarii Apostolici ad Innocentium 
XII summum Pontificum, Amsterdam, 31 Juli 1698, enz. 

n® II 2623. Verschillende stukken, alle in 't Italiaansch, betreffende 
de Nederlanden; XVI® en XVII® eeuw. Fol. 3—27, een vers: 
Sospiri dell' O land a alla Maesta Christianissima nella presente 
conferenza di Nimega. fol. 33—107 Relatione d'Olanda. z.j. 
(naar mij voorstaat, gedrukt, maar ik weet niet waar). Begint: 



195 

Serenissimo Principe. Il giovar al publico desiderio con la pratica 
del privato et il servire alla sodisfatione di molti con Pindustria 
d'un solo fue sempre etc. Eindigt. . . . quando ó dalP occasione ó 
del tempo mi sera rappresentato Pincontro , che no lo f uggiro mai. 
fol. 129 — 135 het voorstel van den kanselier Pecquius aan de 
Staten-Generaal der Republiek, 25 Maart 1621 (Italiaansch). 
fol. 145—173 Compendio delli Stati et Governi di Fiandra 
del tiempo del Re Pilippo 1578. Begint: Buona parte della 
Germania inferiore cual altrimenti e chiamata li paesi bassi viene 
compresa sotto il nome di Fiandra etc. Aan 't slot eene begrooting 
van inkomsten en uitgaven tijdens Karel V (Vermoedelijk het- 
zelfde als bij Blok. Verslag Italië p. 21). 

no 12962—12970. Dit handschrift bevat verschillende geschriften van 
Champagney, deels in 't Spaansch, deels in 't Fransch. Eén in 
't Fransch en twee der Spaansche in Fransche vertaling zijn 
gepubliceerd door Robaulx de Soumoy onder den titel: 
Mémoires de Frcdéric Perrenot (1860) Ik noem buitendien: fol. 
22 — 24^0 Advis et recit de Mr. de Champagney. A 20 de agosto 
1592. Don Juan Vanegas de Cordova havra llegado con los des- 
pachos que llevava del conde de Mansfelt etc. fol. 27 Doublé de 
la Response de Monsieur de -Champagney a Son Exellence du 20 
de Sept. 1593. fol. 30— 40. Brieven gewisseld tussch en Champagney 
en Monsieur Damant en tusschen Champagney en den graaf van 
Montbéliard. fol. 58 Senssuyt mon advys dict au conseil d'estat 
tenu a Bruxelles Ie 21 Avril 1595 sur la delibération de la paix, 
proposée de la part des Hollandois etc. par la voye des députez 
des Etatz de par de9a. — 

Dan op fol. 119 — 152. Discourse, inhoudende seeckere goede 
solvente middelen in wat manieren Syn voorsz Ma* ende haere 
doorl. Hoocheyden (met godts gratie) die van Hollandt ende 
Zeelant, etc. seer lichtelyck ende in corte tyden sullen mogen 
bringen ende bedwingen tot een goeden gewunsten pays ende 
dat onder de obedientie van zijn voorsz. Ma* ende haere doorl. 
Hoocheyden als gerechtige Lantsheeren. 30 Dec. 1608 overgegeven 
te Brussel door Jan Engels Rooswyck. Het is hetzelfde stuk, 
waarvan ik onder het Escorial den Spaanschen tekst heb vermeld, 
p. 97. 

n® 16132. Avisos y discursos sobre diversos particulares del ser- 
vicio de S. M^. y en especial tocantes al Pays baxo. Repartidos 
en cinco tratados. 

El X^ de la desorden que ay en los consejos, magistrados, 
goviernos y otras cosas; y como deven reordenarse. El II*» de 
algunas desordenes y abusos del exercito y su remedio. El III® 
de otras cosas mas generales. El IIII® sobre la reduction de los 
rebeldes del dicho Pays a la obediencia de S. M^. El V° y ultimo 
de la inestabalidad de la concordia del dicho Pays con el Imperio 
de Espana y los medios que pueden usarse para que , introduzida 
la paz, se assegure el estado. 1595. (Fraaie copie, in bezit ge- 
weest van Albertas van Oostenrijk). 



196 

n*» n 150. Relatiou envoyée au Roy d'Espagne par Is abel la 
Clara Eugenia, Gouvernante général du Pays-Bas, du mau- 
vais succes de Tentreprise de l'armée Espagnole pour surprendre 
Tisle d'Overflacke qui sépare la Hollande de la Zélande, arrivé 
Ie 10 Sept. 1631. Spaansch. 42 fol. , fol. 1 deels stuk. 

n^ 16147. Registro de las cartas que el marques de Aytona mi 
senor escrivio al seiior conde du que *), sirviendo a Su Magestad 
en la embaxada de Allemania. 

De brieven van dit register loopen van Juni 1624 — eind 1633, 
zijn geschreven te Brussel en behandelen in hoofdzaak aangelegen- 
heden der Spaansche Nederlanden. 272 fol. bldz. 

n^ 16148. Cartas del Marques de Aytona, Don Francisco, al Rey 
desde Flandes del ano de 1629 hasta el de 1633. 100 fol. (Ik 
herinner aan de door mij vermelde correspondentie van Aytona 
in de Biblioteca Nacional te Madrid, p. 81). 

noM2832— 12846. Varia. In n» 12836 fol. 42—47^0: Projet pour la ré- 
duction des Pro vinces-Unies aux troupes du Cardinal- 
Infant. Spaansch. Begin: Algunos Olandeses catolicos 9elosos 
de la fee catolica, etc. n° 12842 fol. 128—137: El modo como se 
puede destruyr cada ano la pesca de los harengues de manera 
que no de fruto ninguno. Gescnreven te Madrid, 30 Maart 1637. 

n°* 16149 — 16150. Cartas del Rey al marques de Castel Rodrigo 
siendo embaxador de Alemania, primer plenipotenciario para la 
Paz universal y Theniente general en el govierno de los JPayses 
baxos de FlanSes. De brieven zijn van 1643 en 1644 (copieën); 
de inhoud scheen mij dezelfde als van de brieven gedrukt in de 
Doe. int'd. inwa la hist, de Esp. LIX. 

n® 7119. Lettres du marquis de Castel Rodrigo, gouverneur- 
général en 1667. Van geen belang. 

B? II 2617. Hierin: Relatione de' Trattati di pace conclusa in Ni mega 
et dello Stato dell' Alemagna et de' principe della medesima, 
presentata a nostro signore Innocenzo undecimo de mon- 
signor Bevilacqua, patriarca d'Alessandria , nunzio e plenipo- 
tentiario apostolico. (Vermoedelijk hetzelfde als bij Blok Verslag 
Italië, p. 46). Uitvoerig beschreven naar een handschrift in de 
Biblioteca Nacional te Madrid door Gachard, Les Bibliothèques 
de Madrid et de VEscurial , p. 386. Te Brussel dezelfde Relazione 
nogmaals onder n° H 2583. 

n^ II 94. Register van de schilderyen in huys van Diego Du- 
arte. Duarte woonde te Antwerpen; de lijst is van 1682 en 25 
fol. lang. 

n® II 2607 Notes sur Ie fisc en Hollande (en Anglais). 77 fol. 
groot octavo; een overzicht van Hollands financiën en belastingen, 
speciaal van de verponding in een „General co hier of an Ordinary 
Verponding upon Landed Estates, as redrest in the year 1632 
and actually paid in the year 1743." 

^) Olivarés. 



INHOUD 



LISSABON (1—35) 

Beal Archivo da Torre do Tombo 1-— 22 

Verklaring van den naam. Geen inventarissen aanwezig, waarin docu- 
menten betreffende andere landen onder afzonderlijke hoofden worden 
vermeld. 1 , 2. Groote schaarschte van documenten uit den tijd na 1640. 
Gedeeltelijke verklaring hiervan. 2, 3. Diplomatieke documenten uit den 
tijd na 1720 aanwezig op het Ministerie van Buitenl. Zaken , die ik echter 
niet gezien heb. Reden hiervan. 3. De verschillende fonds en inven- 
tarissen. 

I. Corpo Chronologico. Aard dezer collectie. De inventaris. Vermelding 
van 12 stukken uit dit fonds. Het eerste , een bericht over de gewoonten 
der Hollanders van 1505, ontbreekt. De andere zijn berichten over de 
bezetting van Harderwijk en van Utrecht door Karel van Gelder, uit 
1511; over den opmarsch van Karel V, de bestorming van Duren, de 
bezetting van Gulik en van Roermond uit 1543; over den toestand in de 
Nederlanden uit 1567 ; eene instructie voor Cosmo de Lafeta om de vaart 
der Nederl. in Indië te verhinderen, van 1598; een bericht over verliezen 
der Hollanders bij Amboina, uit 1602; een brief aan den vlootvoogd 
Botelho om voor de Nederl. op zijne hoede te zijn, uit 1621; een bericht 
over den toenemenden handel der Engelschen en der Nederl. in Indië , van 
1628; een consult over de verdrijving der Nederl. van het eiland Fer- 
nando de Noronha, uit 1630; eea consult over Nederl. oorlogsschepen bij 
Terceira, uit 1630; bericht over de verdrijving der Nederl. van Femando de 
Noronha en over de vermeestering van Olinda door de Nederl. , uit 1630; 
geruchten over de verdrijving der Nederl. uit Olinda. 4, 5. 

n. Gavetas antigas. Aard dezer collectie. De inventaris. Niets dan het 
tractaat van 1641. 5. 

in. Cartas misslvas. De stukken niet jonger dan de 16* eeuw. Inventaris 
op kleine stukjes papier. Niets voor onze geschiedenis. 5. Publicaties 
over Indië uit de voorafgaande verzamelingen. 5. 

IV. Documentos remettidos da India. Aard dezer verzameling: briefwisse- 
ling der Portug. regeering met de onderkoningen en andere ambtenaren in 
Indië, 62 deelen. Uitvoerige beschrijvende inventaris. Gedeeltelijke publi- 
catie dier documenten. Vermelding der niet-gepubliceerde deelen met de 
jaren, waarover zij loopen. Nasporingen, door Danvers in opdracht der 
Britsche regeering in deze collectie gedaan. Opgave der plaatsen uit den 
inventaris, waar de Nederl. genoemd worden (1618 — 1651; in het Portu- 
geesch; aan 't eind eenige opgaven betreffende Brazilië^ 1645 — 1648). 6 — 20. 
V. Een aantal registers van brieven van Fortugeesche gezanten» 
De inventaris. De brieven uit de Republiek zijn van 1713—1715, 1726 — 
1727, 1728—1730, 1734, 1778—1781, 1787—1790. 20. 



198 

YI. Autographos de chefes d'Estados. Wat ons land aangaat, uit de 
jaren 1756—1777, 1777—1793, 1795—1805, 1806—1807, 1814—1824, 
1840—1848. 20—21. 

Vil. Manuscriptos. Afkomstig uit de opgeheven kloosters. Afzonderlijke 
inventarisatie der manuscripten van het klooster 8. Vicente de Fora. 
Aard dezer collectie. De manuscripten der andere kloosters. De inven- 
taris. Eenige nummers uit deze verzameling: copieën van diplomatieke 
berichten uit 1726, 1785—1786, 1796—1801; overzicht der geschillen 
tusschen de Republiek en Portugal uit 1783. 21. Vermelding vaneenige 
publicaties betreffende de politieke geschiedenis van Portugal. 22. 

Bibliotheca Nacional 22 — 28 

Enkele mededeelingen over deze bibliotheek en eenige geschriften 
haar aangaande. 22 — 23. Vier groepen der afdeeling handschriften. De in- 
ventarissen. 23. 

I. CoUeccao geral. De vermelde nummers zijn: enkele beschrijvingen 
van steden en eilanden in Portugeesch-Indië ; aanteekeningen over de 
Nederl. vertaling van Barros' Decadas da Asia; een bericht, over de 
forten en factorijen, door de Nederl. bezet (db 1618); verslagen van 
krijgsbedrijven tusschen Portug. en Nederl. in Indië (1622. 1624—1625); 

Ribeira's Fatalidade estorica de Ceilam; een verhaal over Brazilië 

en in 't bizonder over Pemambuco; een paar onbeteekenende diplom. 
stukken (it 1661 , 1742). Het werk van P. Barreto de Rezende. 24, 25. 
n. CoUecc&o FomballDa. De vermelde nummers zijn: Copieën van 
brieven der Port. regeering aan den onderkoning van Indië. en de ant- 
woorden (1697—1698). Instructie voor den onderkoning (1750). Eenige 
stukken over de betrekkingen tusschen Portugal en de Republiek 
(1694 — 97). Eenige brieven over het geschil met admiraal Schrijver bij 
Lissabon (1748). Berichten uit de Republiek over de gebeurtenissen van 
1748. Een uiteenzetting der grieven van de Portugeezen tegen de W. I. C. 
op de kust van Guinea (1770). Nog een desbetreffend stuk (1773). Klach- 
ten van den Port. consul te Amsterdam (1773). Uiteenzettingen van 
Pombal ter bestrijding der privileges van de Engelschen en de Nederl. 
in Portugal. 25—27. 

Eenige mededeelingen over het Archivo de Marinha e Ultramar, deel 
uitmakende van de Bibliotheek, maar nog niet geïnventariseerd en niet 
door mij geraadpleegd. 28. 

Bibliotheca da Academia das Sciencias 

De manuscripten van het Convento de Nossa Senhora de Jezus. De inven- 
taris. Hieruit slechts te vermelden: een aantal brieven over den vrede- 
handel te Utrecht; een verslag van het beleg van Columba op Ceilon 
in 1655. 28, 29. 

De inventaris der andere handschriften. Hieruit alleen een copie van 
een handschrift, te Madrid berustend. 29. 

Bibliotheca do Pago d^Ajuda 

Hier geen inventaris ter beschikking van den bezoeker. Vermelding 
van een register van brieven van den Port. gezant in den Haag, 
1648—1649; en van een bericht uit 1613 over de Nederlanders aan de 
kust van Guinea. 29, 30. 

In Portugal geen andere plaatsen bezocht. Van de Bibliotheken te Coim- 
bra, te Mafra en te Braga niets te verwachten; misschien wel van die 
te Evora en te Porto, beide, en vooral de eerste, rijk aan handschriften, 
waarvan echter gedrukte catalogi bestaan. 30. 



199 

De catalogus van Evora. Mededeelingea van eenige nummers be- 
treffende Brazilië (1636—1639, 1645—1648, 1654); en van een aantal 
andere nummers over: een gevecht bij Goa (1638); den vrede van Utrecht; 
diplomatieke correspondentie uit de jaren 1642 — 1658; brieven van 
Tarouca uit de jaren 1709 — 1712; ratificaties van eenige tractaten en 
overeenkomsten uit de tweede helft der 17* eeuw; memorie over de 
krijgsgebeurtenissen van 1659 — 1706; copieën van brieven der Port. ge- 
zanten te Utrecht (1712 — 1713); een aantal resoluties der Staten-Generaal 
uit 1715; brief over aankoop van schepen (1717); contract waarbij Adr. 
Boreel in Portug. dienst treedt (1717); aanteekeningen over het ontwerp 
der quadruple alliantie (1718). 31—34. 

De catalogus der bibliotheek te Porto Zijne indeeling. Geen belang- 
rijks voor ons. 34. 

Documenten in het Nederlandsch Rijksarchief. 35. 

SE VILLA (36—53) 

Archivo General de Indias 36—52 

Eenige mededeelingen over het archief. Twee afdeélingen: ?iet archief 
van de Casa de Contratacion en het archief van den Consejo de Indias, Wat 
de Casa de Contratacion was en wat ik in haar archief hoopte te vinden. 
36—38. 

Het archief der Casa de Contratacion. De inventaris en de indices op 
den inventaris. De voornaamste groepen van documenten (hierbij enkele 
mededeelingen over sla vencontracten). Geen belangrijke documenten 
voor onze geschiedenis. 38 — 44. 

Het archief van den Consejo de Indias, Werkkring van den Consejo; 
de Audiencias. Twee inventarissen. Beschrijving van den oudsten inven- 
taris, stukken van justitiëelen aard betreffende. Beschrijving van den 
jongeren inventaris. 44 — 46. Uit de deelen I en II van dezen inventaris 
door mij geen stukken aangewezen; toch zullen die bij detail-onderzoek 
te vinden zijn. 47. Aanwijzing van eenige liassen uit deel III; zij be- 
vatten: diplomatieke stukken uit 1729—1731 (verdrag van Sevilla) en 
wederzijdsche klachten over geweld op de Amerik. kusten (1725 — 1739); 
stukken over verboden handel der Hollanders en over hunne pogingen 
om verlof te erlangen tot het halen van zout van Punta de Araya en 
om de leverantie van slaven te verkrijgen (1648 — 1679); stukken over 
de gevangenschap van eenige Nederl. matrozen (1736 — 1739); stukken 
over financieële betrekkingen der firma Hope met de Spaansche regee- 
ring (1805 — 1837); stukken over het asiento denegros van Bal th. Coy mans 
(1684—1697). 47—52. 

Vermelding van eenige niet bezochte bibliotheken. 52. 

MADBID (54—95) 

Archivo Historico-Nacional 54—75 

Vorming van dit archief. De historische documenten uit Alcalé. de 
He nar es hierheen overgebracht; groepen dier documenten. In 1899 
papieren van den Consejo de Indias hier in dépót gegeven, wat ik te 
laat vernomen heb. De inventarisatie. 54 — 56. 

De Papeles de Estado. Een inventaris op fiches in bewerking. Voor de 
Nederlanden voorloopig gereed. Opgave der liassen betreffende onze 
geschiedenis, zooveel doenlijk in chronologische volgorde. Zij zijn uit 
de 16*, 17', 18* en 19* eeuw, weinig uit de 16* eeuw (laatste kwart), 
het meest uit de 18* eeuw. Voor de groote meerderheid zijn het con- 



200 

sulten van den Haad van State te Madrid, met min of meer talrijke 
stukken, waarover de consulten loopen. 56-7-72. (Vele der behandelde 
zaken ook en dikwijls uitvoeriger te vind«tn in Simancas, Brussel of 
ons Rijksarchief). 

Twaalf deelen met regesten van consulten van den Raad der Indien; 
enkele mededcelingen hieruit betreffende de Nederl. 72 — 73. 

Twee en veertig deelen met copieën van brieven betreffende de Spaan- 
sche kolonies. 73 — 74. 

Mededeeling der mij verstrekte opgave aangaande de in 1899 ver- 
kregen documenten van den Consejo de Indias. 74—75. 

Biblioteca lES'aoional 76—84 

Afdeeling handschriften; geen gelegenheid om hier gedrukte werken 
te raadplegen. Zeer veel van hetgeen hier te vinden is voor onze ge- 
schiedenis is reeds beschreven of gepubliceerd. De catalogus; alpba- 
betische rangschikking naar schrijvers en onderwerpen. 76 — 77. Vermel- 
ding van een aantal handschriften, voor de overgroote meerderheid ook 
reeds door Gachard beschreven; zij betreffen gebeurtenissen uit de 16* 
en 17* eeuw en worden in chronologische orde genoemd. Aan het eind 
een drietal nummers betreffende de Philippijnen en Molukken, Guyana 
en de Portug. vestigingen in Indië. 77 — 83. 

Het fonds Osuna. In 1886 aangekocht. Verkorte gedrukte catalogus 
der handschriften. Een inventaris op fiches ter bibliotheek. Weinig 
historische handschriften. Uit den gedrukten catalogus worden vermeld 
eene Spaansche vertaling van Commincs, een Vida de Carlos Quinto 
van P. Mexia en een verhaal van den slag bij Pa via; uit den inventaris 
in fiches eenige stukken uit de tweede helft aer 16* eeuw, eenige stuk- 
ken uit 1620—1622; een stuk over 't ontzet van Gelre (1639) ; een aantal 
brieven van de Lira (1674, 1675); een vertoog over een wenschelijk ver- 
gelijk met de Republiek aangaande de vaart op Indië (18*.eeuw); een 
verhaal van den slag bij Lafeld (1747). 83—84. 

Biblioteca de la Real Academia de la Historia . . . 84—90 

Het oude fonds. Gachard's onderzoek. De inventaris; onpractische 
inrichting. Sedert Gachard's bezoek de signaturen veranderd. De hand- 
schriften over 't algemeen voor ons van geen belang. Brieven van en 
aan Erasmus. Congressen van Karaerijk en van Soissons. 84—86. 

De collectie Munos. Aard dozer collectie. Geen belang voor ons. Gebruik 
dat reeds van deze collectie is gemaakt. 86. 

De collectie der Jezuïeten. Inventaris. Aard der collectie. Waarschijnlijk 
van geen belang voor ons. 86 — 87. 

De collectie Salazar. Herkomst dezer collectie. Inventaris. Uitvoerige 
correspondentie van Karel V. Onderzoek dezer collectie; voor onze ge- 
schiedenis zonder belang; mededeeling van de voornaamste correspon- 
denten. Register van brieven van den Venet. gezant Navagero bg Paulus 
IV. Briefwisseling van Philips II met verschillenden; met FerdinandI; 
voor ons niet van beteekenis, evenmin de stukken van Philips UI — 
Philips V. 87 — 88. Mededeeling van enkele stukken: een brief van 
Karel V aan Clemens VII (1529). Nieuwstijdingen van Karel's hof (1531). 
Bericht over de inneming van Duren (1513); over den slag bij Mühlberg 
(1547); vertalingen van redevoeringen bij Karel's afstand (1555). Bericht 
over de Fransche furie (1583); over de Onoverw. Vloot. Een advies om 
handel en scheepvaart der rebellen te fnuiken (d: 1606). Advies over 
vrede met de rebellen {zt 1625). Beschrijving van schade, in Holland 
aangericht (1624). Verhaal eener overwinning bij Macao(l624). Beschrij- 
ving der Port. sterkten en steden in Indië. Een algemeene geschiedenis 



201 

van Indië van G. F. de Oviedo. Brieven van Salinas aan Salamanca, 
waarin veel over het hof van Karel V (1522—1539). 88—90. 

Biblioteca particular de Su Magestad el Bey 90—95 

Geen inventaris ter beschikking van den bezoeker. Verouderde inven- 
taris op fiches ten dienste der ambtenaren. 90 — 91. Vermelding van 
eenige handschriften: Correspondentie van Karel V met D. H. de Men- 
doza, gezant bij Paulus UI (1547 — 1549). Verzameling van brieven en 
stukken betreffende het Duitsche rijk, vooral uit den tijd van Karel V. 
Zoer uitvoerige correspondentie van Gran veile (80 deelen); summiere 
aanwijzingen dienaangaande. Een handschrift met allerlei teekeningen 
en enkele beschrijvingen (-t 1614). Het verhaal der verovering en her- 
overing van San Salvador (1624, 1625) van Juan Valencia y Guzman. 
91-95. 

ESCOBIAL 

Biblioteca del Beal Monasterlo de San Lorenzo 96—98 

Voor den toegang tot de af deeling handschriften verlof noodig. De 
inventarissen. Gachard's arbeid. Geen nieuwe handschriften er sedert 
bijgekomen, wel de signaturen veranderd. Vermelding van een aantal 
handschriften, ook reeds door Gachard beschreven, met enkele bijvoe- 
gingen hier en daar, o. a. vermelding van een aantal adviezen ter 
fnuiking der rebellen (1603 sqq.). 

SIMANCAS (99-141) 

Archivo de Simancas 99—141 

Vorming van het archief. Aanwinsten en verliezen. Ongunstige ligging. 
De hoofdgroepen van documenten. De inventarissen. De inventaris der 
afdeeling Guerra y Marina. 99 — 101. De afdeeling Estado. Beschrijving 
der inventarissen. 101 — 105. Besluit om de liassen over de jaren vóór 1558 
door te gaan; bij uitkomst die keuze niet gelukkig gebleken; in den 
regel loopt de correspondentia niet over de Nederl. zaken. 105 — 106. Mede- 
deelingen uit deze liassen: brieven uit 1540 — 1558. 106 — 111. Inrichting 
van mijn verderen arbeid. De liassen uit dezelfde 2* serie van 1598 — 1609 
doorbladerd, lil — 115. De Gartas de Flandes uit de 4* serie; de liassen 
over 1598—1602, 1606—1607, 1508—1609 ingezien; verhouding met de 
correspondentie der 2® serie; de liassen over 1621 en 1627 doorbladerd. 
115—117. 

Waar zijn de brieven uit Brussel sedert 1629 en die uit Den Haag 
sedert 1649? Mededeeling over de afdeeling Secretarïas Provinciales. De 
gezochte brieven hier niet te vinden. Onderzoek in de origineele consulten 
van den Raad van State (1600—1678); de liassen over 1600—1612, 1632— 
1634, 1649, 1650 ingezien. De minuten der Consulten van den Raad van 
State; eene lias over 1650 doorbladerd. Bevinding ten aanzien der brieven. 
117 — 118. Origineele consulten en staatsstukken betreffende de Republiek (1639— 
1699); één lias over 1639—1678; de liassen over 1679—1681, 1682, 
1683, 1684, 1696—1699; enkele mededeelingen hieruit. 118—121. Be con- 
sulten uit de afdeeling Indeferente de Espana y Norte; de liassen over 
1682 — 1684. 121 — 122. De minuten der brieven^ uit Madrid naar Brussel 
en uit Madrid naar Den Haag gezonden; mededeeling uit een lias 
over 1606 — 1609. 122. Conclusie ten aanzien van het materiaal te Siman- 
cas voor de 17* eeuw. Wat ons Rijksarchief bezit. 122 — 124. 

Bundels van stukken, op bepaalde aangelegenheden betrekking heb- 
bende: onderhandelingen van Requesens met de rebellen; instructies 
voor don Juan, Eeuwig Edict; onderhandelingen te Keulen; consulten 



202 

ter fnuiking van den handel der rebellen (1623 — 1625) 124 — 125; enkele 
andere worden aangestipt: brieven van Albertus aan Tassis (1598, 1599); 
adviezen van Gran veile (1580 — 1584); arrestatie van Arschot (1634); 
handel over bestand (1633); vrede van Munster. 125 — 126. 

Dito verzameling nopens de Republiek; alle zijn het consulten van 
den Raad van State over: het eiland Tabago(1680 — 1683) ; garantie v. d. 
vrede van Nijmegen (1681 — 1684); wijzigingen in het handelstractaat 
met de Republiek (1676—1684); over klachten van den consul te Amster- 
dam (1683—1685); over de arrestatie van een dienaar der Ned. ambassade 
(1684 — 1685); over de rektjningen van den gezant Castelmoncay o (1680 — 
1684, 1691 — 1692); over restitutie van verbeurd verklaarde Ned. schepen 
(1684—1687); over het asiento denegros van Balth. Coy mans (1687—1690); 
over de rekeningen van den gezant Coloma (1687 — 1691). 126 — 127. 

Dito verzameling nopens de Spaansche Nederlanden. Consulten van 
den Raad van State over: de subsidies aan Brandenburg (1679 — 1689); 
over de onderhandelingen en den vrede van Nijmegen (1675 — 1678); 
over den twinti^arigen wapenstilstand (1684); over de onderhandelingen 
en den vrede van Rijswijk (1693—1699). 127. 

Dito verzameling onder het hoofd Indiferente de Espaüa y Norte. 
Consulten van den Raad van State over: de deelneming in eene op te 
richten Oost-Ind. Comp. (1660 — 1662); over de oprichting eener compagnie 
van handel en scheepvaart (1695 — 1707); over betaling der maandgelden 
aan het Nederl. eskader (1694—1695). 127—128. 

Mededeelingen uit de inventarissen betreffende Portugal. Eerst uit 
de afdeeling Estado. Een brief van een Nederl. schilder aan Philips II 
(1572). Een aantal consulten van den Raad van Portugal over uitrus- 
tingen in Engeland en de Republiek (1596 — 1599); over Indische aan- 
gelegenheden (1600 — 1620); een verslag van een geestelijke, die de 
Republiek bereisd heeft (1618). 128—129. Uit de afdeeling Secretartas 
Provinciales. Consulten over de zaken van Brazilië (1631, 1635 — 1636); 
brieven over maatregelen om Brazilië hulp te brengen (1628 — 1630, 
1631, 1632). Consulten over de Indische aangelegenheden met talrijke 
bijlagen (1608 — 1609); brieven van en aan den Koning over Indië , echter 
slechts persoonlijke belangen betreffende (1608 — 1614, 1630). Talrijke 
origineele brieven over Indië uit 1587 — 1589. Een verhandeling over den 
peperhandel (1607). 129—131. 

De inventario modemo (over de 18* eeuw). 

Deze inventaris bevat de diplomatieke correspondentie der 18* eeuw. 
Opgave van hetgeen hij over de Republiek vermeldt: namen der ge- 
zanten, consuls enz. met de jaren hunner briefwisseling (grootendeels 
in chronologische volgorde). 131 — 137. Eenige mededeelingen hieruit: 
berichten van Oliver uit 1715 — 1716; wat de instructie van Beretti Landi 
(1716) over het archief der Spaansche ambassade in Den Haag zegt; 
geheime correspondentie van Beretti en Alberoni (1716 — 1717); berichten 
uit 1719 over Roomschen en Jansenisten; stukken uit 1726, gericht aan 
Ripperda; nota's der Nederl. ambassade (1725— 1727); brieven van Oliver 
(1730, 1733); brieven van den consul Rodriguez met berichten vooral 
over den handel van Amsterdam uit 1738—1740, 1747, 1750). Kwestie 
over Uruba (1779). Een gevangen Ned. schipper. 137—141. 

BRUSSEL (142—196) 

Doel van mijn bezoek aan Brussel. 

Het Rijksarchief 142—191 

Indeeling van het archief. Cuvelier's Inventaire des inventaires etc. 
Vooral drie fonds komen in aanmerking: Cartulaires et Marmscrüs, 



208 

Papiers d'Etat et de VAudience. Secrétairerie d^Etat et de Guerre. Aard 
dezer fonds. De inventarissen. 142 — 144. 

I.. Papiers d'Etat et de 1'Audience 144—163 

I. Hofhouding der vorsten en der gouveneurs- generaal. (1409 — 
17* eeuw). 

Aard dezer stukken. Op een gedeelte bestaat een gedetailleerde inven- 
taris. Vermelding van een nummer van 1520 en een van 1558. 1 44 — 145. 
n. Briefwisseling uit den tijd vóór Karel V. 
Brieven van Maximiliaan (1483 — 1506). 145. 

III. Begeering van Karel V. 

a. Briefwisseling van Karel V met: Margaretha van Savoye, Ferd. 
van Oostenrijk, Maria van Hongarije, N. Perrenot, A. Perrenot, 
Montmorency, Willem van Oranje. (Ook de briefwisseling van Oranje 
met Philips II, Emm. Phil. van Savoye, Marg. van Parma en den 
Raad van State). 145—147. 

b. Briefwisseling van Margaretha van Savoye met Ferdinand van 
Oostenrijk; met den stadhouder van Friesland (ook diens briefwisseling 
met Maria van Hongarije en Ant. van Lalaing). 147. 

c. Briefwisseling van Maria van Hongarije met Ferd. van Oostenrijk, 
N. Perrenot, Adr. de Croy, Naves, Viglius, de Lyere, Scepperus, 
A. Perrenot, Kaad van State; met talrijke verschillende personen (die 
verzameling gaat tot 1559); briefwisseling in zake van financiën; brief- 
wisseling betreffende ziekte, afstand en reis van Karel V. 147 — 148. 

IV. Begeering van Philips II. 

a. Briefwisseling van Philips II met Emm. Phil. van Savoye, met 
Margaretha van Parma, met Alva, met Requesens, met den Raad van 
State, met don Juan, met Parma, met P. van Mansfelt, met Ernst 
van Oostenrijk en Fuentes, met Albertus. Brieven van Philips aan 
verschillende personen. Brieven der secretarissen de Tisnacq en 
d'Ennetières aan Philips. 148 — 150. 

b. Briefwisseling der gouverneurs-generaal. Met verschillende per- 
sonen, 1555 — 1572. Met den markgraaf van Antwerpen, 1557 — 1564. 
Met den bisschop van Luik, 1556 — 1575. Met den bisschop van Kamerijk. 
Met Tisnacq, Courteville, Hopperus, Hoorne, Montigny, 1560 — 1567. 
Met verschillende personen, 1561 — 1567. Met de bisschoppen in de 
Nederlanden, 1564 — 1576. Van Marg. van Parma met Alva, 1567. Van 
Alva over den slag bij Heyligerlee, 1568. Van Alva met Tassis, 1568, 
met Mansfelt, 1569 — 1570. Brieven van Viglius aan Requesens, 1574— 
1576. Bestuur van den Raad van State, 1576. Van don Juan met 
Philips II en d'Ennetières, 1576 — 1578, met den Raad van State, 
1576—1577, met de Sta ten-Generaal , 1576—1578. Stukken betreffende 
het be&tuur van don Juan, 1577, en zijn dood, 1578. Van Parma met 
P. en Ch. Mansfelt, 1582—1583. Briefwisseling betreffende de onder- 
scheiden gewesten (elk afzonderlijk) uit de jaren 1555 — 1572. 150 — 152. 

V. Diplomatieke correspondentie onder de regeeringen van 
Karel V, Philips II en de Aartshertogen. 

Met Engeland, 1518 — 1615 (verschillende nummers afzonderlijk ver- 
meld). Met de Vereenigde Nederlanden, 1574^1580 (onderhandelingen 
van Breda en van Keulen). Met Denemarken, 1594; Frankrijk, 1523 — 
1635; met Itahë, 1537—1543; met Luik, 1617; met Portugal, 1521— 
3522; met Rome, 1582—1636. 152—153. 
VI. Briefwisseling van aanzienlijke personen tijdens de regee- 
ringen van Karel V en Philips II. 
De personen zijn: Viglius, Granvelle, Tisnacq, Courteville, Bergen, 



204 

Hoorne, Vargas, Berti, Van der Aa, Ennetières, Oranje, Al va, don 
Fadr. de Toledo, Alen^on, de Bois en don Jaan. 153 — 154. 
VII. Brieven en stukken over het Concilie van Trente, 1546 — 

1569. 154. 
VIII. Documenten uit de regeering van Philips II 

a. Papieren van den Raad van Beroerten. Hierbij o. a. het onder- 
zoek en de ondervragingen, in de onderscheiden gewesten gedaan, 
met vermelding der steden en plaatsen in elk der gewesten; dan von- 
nissen; lijsten van personen, in de troebelen gemengd; opgave der 
verbeurd verklaarde goederen. Buitendien opgaven over den financiëelen 
toestand, los- en lijfrenten (deels van veel vroeger tijd) van Amster- 
dam. Antwerpen, Den Bosch, Delft, Dordrecht. 154 — 157. 

b. Bestuur der rebellen, te Antwerpen gevestigd; bestuur van Ma th. 
van Oostenrijk en van den liertog van Anjou. 1577 — 158B. 157. 

c. Onderhandelingen betreffende de verzoening der rebellen met 
Philips II. 1578 — 15S7. 157—158. 

d. Stukken aangaande de oprichting der nieuwe bisdommen in 1559 
(voor elk bisdom afzond, vermeld). 158. 

e. Brieven en stukken betreffende de heffing van den I0*°, 20*° en 
100" penning. 158. 

IX. BriefvFisseling uit den tijd der regeering van de Aarts- 
hertogen en der landvoogdij van Isabella. 1597—1629. 

Stukken over den afstand der Xederl. aan de Aartshertogen, 1597 — 
1599. Correspondentie met verschillende personen, 1600 — 1629. Brieven 
betreffende Friesland, 1605—1609. 158—159. 
X. Brieven van aanzienlijke personen tijdens de regeering der 
aartshertogen en de landvoogdij van Isabella. 1628— 16B5. 
De personen zijn: della Faille, Brito, Verreyken. 159. 
XI. Verzamelingen betreffende de Staten-G-eneraal. 1519—1634. 

159. 
xn. Verzamelingen betreffende belastingen en beden. 1480—1627. 
De verschillende gewesten worden afzonderlijk genoemd. 159 — 160. 
XIII. lES'otulen van den Baad van State. 1559—1577. 160. 
XXIV. Verzamelingen van verschillenden aard. 

Hierbij het bekende Register sur Ie fait des hérésies et inquisitions 
(1429—1566). Verder betreffen zij: Gent (1537—1542), Valenciennes 
(1566), don Juan (1577), de beraadslagingen over den toestand der 
Nederlanden (1591, 1595), geschriften van Tisnacq, de onderhande- 
lingen van 1629 , voorstellen aan de staten der Spaansche Nederl. van 
1627. 161—162. 

Supplementen. Hierin een aantal commissies en instructies voor 
de landvoogden. 162. 

Liassen van ingekomen stukken en brieven. 1522—1744 
(1102 doozen). 162. 

Opmerkingen over het fonds Papiers d'Etat en de l'Audience. Zeer 
veel hieruit gepubUceerd. 162. 

B. Cartulaires et Manuscrits 163—173 

I. Verzameling van historische documenten. 1347—1633. 135. 
n. BriefwisseliDg uit den tijd vóór Karel V. 
Brieven van Maximiliaan. 1478 — 1508. 163. 
III. Begeering van Karel V. 

Briefwisseling van de volgende personen: Karel V, Maria van 



205 

Hongarije, Ferd. vau Oostenrijk, Adriaan VI, Gattinara, J. van 
Marnix, Scepperus, Gran veile, St. Mauris, Boussu, Roeulx. Beschrij- 
ving der reizen van Karel V. 163 — 164. 

IV. Regeering van Philips II. 

Brieven van Al va aan Paulus IV en Philips II, 1556 — 1560. Brief- 
wisseling van Philips II met Emm. Phil. van Savoye , 1557 — 1558 (lijvige 
verzameling copieën, te Parijs gemaakt). De copieënuit Simancas, 1516, 
1558 — 1598. Brieven van Marg. van Parma aan Philips II en verschil- 
lende personen (copieën uit Napels). Corresp. van Marg. van Parma met 
den gezant in Frankrijk; met Hoogstraten en de magistraat van Mechelen; 
betreffende Doornik. Brieven van Rassenghien aan Philips II. Brieven van 
Villa viciencio (copieën uit Simancas). Het registre du conseil des troubles 
(copie uit Simancas). Briefwisseling der graven van Mansfelt. Brief- 
wisseling van Philips II met Hopperus. Handschrift betreff. de onderhand, 
van 1574. Een aantal registers betreff. de Staten-Generaal. Brieven van 
P. van Mansfelt. Van Lipsius. Besluiten van Philips en den Baad van 
State te Madrid (1585 — 1587). Eenige handschriften van geschiedwerken. 
Stukken over de onderhand, van 1574, 1575 en de Pacificatie van Gent. 
De copie van een aantal moderne bronnenpublicaties. 164 — 168. 

V. Regeer ing van de Aartshertogen. 

Stukken over den afstand der Nederl. aan de Aartshertogen en over 
de onderh. in 1600. Briefwisseling der aartshertogen met verschillende 
personen : met Philips III en Philips IV ; met Mansfelt. Brieven der 
Fransche gezanten te Brussel (copieën uit Parijs). Stukken betreffende 
de Staten-Generaal. Notulen der onderhandelingen over het Bestand. 
168—169. 

VI. Regeering van Philips IV. 

Eene verhandeling over de vereeniging der 17 provinciën. Briefwis- 
seling van Isabella met Philips IV. Brieven van en betreffende Rubens. 
Een aantal registers betreffende de Staten-Generaal van 1632 — 1634, de 
onderhand, met de Republiek, en de samenzwering van den Zuid-Ned. 
adel. Briefwisseling van president Roose met Isabella, Aytona, Philips 
IV, den kardinaal-infant, de Brecht, Galareta, Salamanca, de Mello, 
Castelrodrige , aartshertog Leopold Willem. Stukken betreffende den 
vrede van Munster. 169—170. 

vn. Documenten betreffende de Vereenigde Provinciën, 

Eeue verzameling van commissies en instructies. Opbrengst en lasten 
der domeinen van Holland (1642). Eene collectie stukken betreffende 
de finantiën van Holland en andere colleges (1621 — 1652). Een journaal 
der ambassade naar Engeland van 1651 — 1652. Brieven en memoriaal 
van Molo (1694 — 1696). Briefwisseling van Fagel en Van der Meer 
(1729 — 1731). Journaal van Willem van Assendelft, resident te Brussel. 
(1730). 170—173. 

Vermelding van eenige andere fonds uit de tweede sectie. 173. 

C. Secrétairerie d'JEJtat et de Guerre 173—191 

I. Documenten betreffende werkkring, personeel enz. 174. 

II. Secrétairerie de Guerre. 

Consulten en stukken betreffende verschillende vergaderingen over 
militaire aangelegenheden. Brieven van Ambr. en van Fred. Spinola. 
Correspondentie van den kardinaal-infant met verschillende militaire 
functionarissen. 174 — 175. 



206 

ni. Seorétairerie d'Etat 

Briefwisseling der gouverneurs-generaal en hunne secretarissen. 
175—182. 

a. Met de vorsten van Spanje. Hierbij mededeelingen uit de corres- 
pondentie van Albertus met Philips UI en Philips IV; vergelijking met 
de documenten te Simancas. 175 — 178. De landvoogden zijn: Isabella, 
Aytona, de kardinaal-infant, de Mello, CasteLrodrigo , aartshertog 
Leopold , don Juan , Caracena , Castelrodrigo , de Connetable van Castilië, 
Monterey , Villa Hermosa , Parma , Grana , Gkistafiaga , de keurvorst van 
Beyeren. De vorsten zijn: Philips IV,- de regentes Maria Anna, Karel II; 
de jaren 1598—1701. 178—179. 

b. Met vreemde vorsten en regeeringen. 

De vreemde vorsten en regeeringen zijn : de keizers Ferdinand II en UI, 
Karel I van Engeland, Guise, Bouillon, Karel IV van Lotharingen, de 
prins van Oranje (1682 — 1685), de Staten-Generaal. De jaren zijn: 1634 — 
1699. 179—180. 

c. Met de eerste ministers en de staatssecretarissen te Madrid. 

Deze eerste ministers zijn: de hertogen van Lerma en van Uceda,de 
graaf van Olivarés en don Luiz de Haro. De jaren zijn: 1600 — 1699. 180 — 181. 

d. Met de vertegenwoordigers der Spaansche koningen aan andere 
hoven en de agenten der aartshertogen te Madrid. Duitsche Rijk. Engeland. 
Spanje. De Republiek. Congres van Nijmegen. (Bij deze vijf landen 
worden de agenten genoemd). Verder: Italië, Duitschland en Italië, 
Beyeren, Keulen, Frankrijk, Genua, Hamburg, Milaan, Regensburg, 
Pauselijke Stoel, Savoye, Venetië. 181. 

e. Met onderkoningen en gouverneurs van andere deelen der monarchie. 
Bourgondië. Milaan. Napels. Sicilië. 181. 

f. Minuten van brieven aan de vertegenwoordigers van den Spaanschen 
koning in Duitschland en Italië. De minuten zijn van: den kardinaal- 
infant. Villa Hermosa, Grana, Gastaüaga. 182. 

g. Met verschillende personen. 

Hierbij van Isabella met d'Auchy; van den kardinaal-infant met de 
Bergaigne; van Monterey met Lisola; van Gasta&aga met Clermont. 182. 

h. Allerlei correspondentie. 

Hierbij van Brun met Peiiarauda (1648 — 1650). Minuten der brieven 
van Ronquillo (1689). 182. 

rv. AUerlei 

Mededeelingen uit eenige nummers, meest betrekking hebbende op 
de Spaansche Nederlanden. Dan een aanbod der W. I. C. om slaven te 
leveren. Verdrag van Sardan met den koning van Spanje (1674). Ver- 
haal over de onderhand, van 1667 en de Triple Alliantie en desbetreffende 
stukken. 182— -184. 

Annexes 

De verschillende fonds, in de Annexes opgenomen. 184. 
Briefwisseling der Spaansche ambassade in Den Haag gedurende 
de tweede helft der 17« eeuw, 

a. Met de Spaansche vorsten. De gezanten zijn: Brun , Gamarra , Lira, 
Fuenmayor (Castelmoncayo) , Coloma, Castelmoncayo , Quiros. Behalve 
de briefwisseling zijn er een paar portefeuilles met stukken, door de 
vorsten aan de gezanten en door de gezanten aan de vorsten gezonden; 
hierbij o. a. de verslagen van Brun over de gebeurtenissen in de Repu- 
bliek van 1650. 184—186. 

b. Met de gouverneurs-generaal te Brussel en hunne secretarissen. 
186—187. 

Ook hierbij stukken, door de gezanten naar Brussel gezonden.